1/15
thema 5 hoofdstuk 12
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
5 grote visies
injectienaaldtheorie (begin 20e eeuw)
functionalistische mediatheorie (begin jaren 50)
agendasettingtheorie (jaren 70)
cultivatietheorie (begin jaren 70)
mediatiseringstheorie (jaren 2000)
injectienaaldtheorie
stimulus - responsmodel
zender stuurt een stimulus uit, die een onmiddelijke respons bij de ontvanger uitlokt
verband media: enorme/ directe macht
→ boodschap wordt rechtstreeks onder de huid geïnjecteerd
lineair
!! gevaarlijk: publiek krijgt maar 1 boodschap
The War of the Worlds
= 1 persoon zegt: invasie van buitenaardse wezens
paniek bij veel mensen

kritieken: injectienaaldtheorie
te weinig systematische wetenschappelijk onderzoek
te weinig rekening met de complexiteit van de wisselwerking
onderschat de intelligentie en competentie van de ontvangers
functionalistische mediatheorie → Lasswell
communicatie en media: grote rol
→ integratie/ continuïteit/ stabiliteit van de maatschappij
onderscheid in 3 sociale functies
surveillancefunctie
media: observeren en controleren de sociale omgeving
verzamelen en verspreiden informatie
correlatiefunctie
media: interpreteren wat omgaat in de maatschappij
zorgen voor duiding
transmissiefunctie
media: overbrengen waarden en normen
functionalistische mediatheorie → Lazarsfeld & Merton
3 (andere) functies:
conformiteitsfunctie
belonen wat “goed” is aan de heersende sociale structuur
media: bevestiging van die structuur
statusverlenende functie
media: geven een (positieve / negatieve) status aan bepaalde dingen
narcotiserende functie
media fanatiek volgen: verdovend werken
gevolg: mentaal afhaken
eufuncties (Lazarsfeld & Merton)
= positieve werking en dragen bij aan de sociale harmonie
versterken het sociale evenwicht in de maatschappij
bv: weerbericht waarschuwt voor gladde wegen
disfuncties (Lazarsfeld & Merton)
= negatieve werking en brengen het voorbestaan van de maatschappij in gevaar
bv: angst zaaien door energie-crisissen
functionalistische mediatheorie → Wright
voegt 4de functie toe bij: Lazarsfeld & Merton
ontspanning en amusement
door de media vergeten mensen hun dagelijkse zorge
bv: een film kijken
kritieken: functionalistische mediatheorie
het concept “functie” is vaag, hangt af van persoonlijke kenmerken
is conservatief: zegt weinig over sociale veranderingen
agendasettingtheorie → McCombs & Shaw
de massamedia geeft de werkelijkheid niet op de juiste manier weer
massamedia focust op enkele specifieke thema’s, zij bepalen hoeveel tijd en betekenis een onderwerp krijgt
→ publiek denkt dat die onderwerpen belangrijker zijn dat de rest
gevolg: bepalen waar de mensen over denken en praten
agendasettingtheorie → Rogers & Dearing
toevoeging: media/ publieke/ politieke agenda + (inter)persoonlijke ervaringen
circulair proces = beïnvloeden elkaar

kritieken: agendasettingtheorie
media & publieke agenda komen niet altijd overeen
wordt weinig rekening gehouden met individuele interesses
onderzoeken vaak niet representatief
vaag
cultivatietheorie → Gerbner
ons beeld wordt sterk vervormt: bepaalt wat wij denken
mean world syndrome
kijkers worden vaak blootgesteld aan gewelddadige inhoud
de wereld wordt gevaarlijker en slechter voorgesteld
kritieken: cultivatietheorie
geen onderscheid tussen reëel en fictief geweld
geen rekening met persoonlijkheid en psychosociale kenmerken
mediatiseringstheorie → Hjarvard
mediatisering = samenleving wordt afhankelijk van de media
indirect: media beïnvloedt een activiteit in vorm en inhoud
direct: we voeren activiteiten uit met behulp van de media
4 dimensies
belangrijkste bron voor info over politiekers
mate waarin media onafhankelijk is van politieke partijen
mate waarin media beslist wat ze zeggen over de politieke partijen
mat waarin politici hun gedrag aanpassen aan de media
kritiek: mediatiseringstheorie
info van de media is voor interpretatie vatbaar → complottheorieën