Financiele analyse oefeningen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/44

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:23 PM on 7/31/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

45 Terms

1
New cards
<p>Oef 1 1. Los deze oefening op</p>

Oef 1 1. Los deze oefening op

  1. uitgebreide vaste activa = 302 100, beperkt vlottende activa = 33 100, permanent vermogen = 240 825, vreemd vermogen op ten hoogste 1 jaar = 94 375

  2. Nee, de uitgebreide vaste activa is niet ongeveer hetzelfde als het permanent vermogen en de beperkt vlottende activa is niet ongeveer gelijk aan het vreemd vermogen op ten hoogste 1 jaar

  3. Nee, ze hebben vooral in materiele vaste activa geinvesteerd (risicovole vaste activa zou financiele vaste activa zijn en we hebben zeer weinig financieel vaste activa)

  4. De vlottende activa zijn voldoende snel omzetbaar in geld, het zijn de voorraden die moeilijk omzetbaar zijn in geld

  5. In andere woorden: Hebben we half EV en half VVLT? Nee, we hebben veel meer schulden dan eigen vermogen

  6. Verhoog je eigen vermogen door meer winsten te maken, meer winst over te dragen en behouden als financieringsbron, Herschik de schulden, desinvesteer (verkoop de vaste activa die je niet nodig hebt zodat het EV stijgt en je makkelijker schulden kan terugbetalen)

2
New cards
<p>Oef 1 2. Herwerk deze resultatenrekening(?) bereken de EBIT en EBITDA</p>

Oef 1 2. Herwerk deze resultatenrekening(?) bereken de EBIT en EBITDA

Als we interesse hebben in het resultaat met het bedrijfskarakter dan moeten we het resultaat en de geldstroom opsplitsen

EBIT = earnings before interest and taxes = 2 093 207

EBITDA = earnings before interest, taxes , depriciation and amortization = 3 143 085

<p>Als we interesse hebben in het resultaat met het bedrijfskarakter dan moeten we het resultaat en de geldstroom opsplitsen</p><p>EBIT = earnings before interest and taxes = 2 093 207</p><p>EBITDA = earnings before interest, taxes , depriciation and amortization = 3 143 085</p>
3
New cards

Waarbij moet je kijken naar de impact van een verandering in waarde of verandering in het afschrijvingsritme?

De EBITDA wordt NIET veranderd door meer waardeverminderingen of afschrijvingen

4
New cards
<p>De revisor stelt vast dat de volgende aanpassingen nog moeten gebeuren:</p><ol><li><p>Een waardevermindering op voorraden van 8 000 euro dient nog geregistreerd te worden</p></li><li><p>Een voorziening van 20 000 euro dient nog aangelegd te worden</p></li></ol><p>Registreer de aanpassingen in de balans en resultatenrekening wetende dat <mark data-color="yellow" style="background-color: yellow; color: inherit;">de winst van het boekjaar volledig wordt overgedragen en de vennootschapsbelastingen betaald worden in het volgende boekjaar</mark></p>

De revisor stelt vast dat de volgende aanpassingen nog moeten gebeuren:

  1. Een waardevermindering op voorraden van 8 000 euro dient nog geregistreerd te worden

  2. Een voorziening van 20 000 euro dient nog aangelegd te worden

Registreer de aanpassingen in de balans en resultatenrekening wetende dat de winst van het boekjaar volledig wordt overgedragen en de vennootschapsbelastingen betaald worden in het volgende boekjaar

Er ontbreekt een waardevermindering op de voorraad van 8 000 en een voorziening van 20 000, dit zijn beide kosten dus de winst voor belasting daalt met 28 000 euro

De resultatenrekening:

Winst voor belastingen = 55 000 - 28 000 = 27 000

Waardeverminderingen = 15 000 + 8 000 = 23 000

Voorzieningen = + 20 000

We kunnen de vennootschapsbelasting niet vergeten, deze bedraagt 25%:

(winst voor belastingen - extra kosten) x 25% = nieuwe vennootschapsbelasting

(55 000 - 28 000) x 25% = 6 750

de nieuwe winst na belastingen = 27 000 - 6 750 = 20 250

de omzet blijft 600 000 euro

De balans:

los nog eens op zelf

<p>Er ontbreekt een waardevermindering op de voorraad van 8 000 en een voorziening van 20 000, dit zijn beide kosten dus de winst voor belasting daalt met 28 000 euro</p><p>De resultatenrekening:</p><p>Winst voor belastingen = 55 000 - 28 000 = 27 000</p><p>Waardeverminderingen = 15 000 + 8 000 = 23 000</p><p>Voorzieningen = + 20 000</p><p>We kunnen de vennootschapsbelasting niet vergeten, deze bedraagt 25%: </p><p>(winst voor belastingen - extra kosten) x 25% = nieuwe vennootschapsbelasting</p><p>(55 000 - 28 000) x 25% = 6 750</p><p>de nieuwe winst na belastingen = 27 000 - 6 750 = 20 250</p><p>de omzet blijft 600 000 euro</p><p></p><p>De balans:</p><p>los nog eens op zelf</p><p></p>
5
New cards
<p>Bespreek de algemene liquiditeit van Leonidas in 2023</p>

Bespreek de algemene liquiditeit van Leonidas in 2023

Wat betekent het?
Nettobedrijfskapitaal KT= In welke mate zijn de vlottende activa voldoende om de KT schulden te dekken?

Nettobedrijfskapitaal LT= Zijn de LT financieringsmiddelen voldoende om de vaste/langdurige activa te financieren?

Formule:
→ zie formularium

Beperkt vlottend actief (29/58 - 29) – vreemd vermogen op KT (42/48 + 492/3)

of

Permanent vermogen (10/15 + 19 + 16 + 17) – Uitgebreide vaste activa (20 + 21/28 + 29)

Evolutie:
stijging op zowel KT als LT

Wat is de norm?:

De norm is gewoon om groter dan 0 te zijn, als je meer dan 0 hebt heb je genoeg middelen om de dagdagelijkse activiteiten te dekken

Waarom is het verandert?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

KT:

De beperkt vlottende activa stijgen:

€24.045.529 → €28.441.515

Dat is een stijging van ongeveer €4,40 miljoen.

Het VVKT stijgt eveneens:

€15.565.547 → €16.075.951

Dat is slechts ongeveer €0,51 miljoen.

De activa die op relatief korte termijn beschikbaar zijn, stijgen veel sterker dan de kortlopende schulden. Daardoor neemt de financiële buffer op KT toe en stijgt het netto bedrijfskapitaal met ongeveer €3,89 miljoen.

LT:

Permanent vermogen:

€25.217.144 → €30.712.072 → stijgt met €5,49 miljoen.

Uitgebreide vaste activa:

€16.737.162 → €18.346.508 → stijgt met €1,61 miljoen.

Het permanente vermogen neemt dus veel sterker toe dan de uitgebreide vaste activa.

Daarom stijgt het NBK: €8,48 miljoen → €12,37 miljoen.

Wat betekent dit voor de onderneming?:

  • Het netto bedrijfskapitaal is in beide jaren positief → het permanente vermogen is groter dan de uitgebreide vaste activa

  • De vaste activa worden dus volledig met langetermijnmiddelen gefinancierd en er blijft een overschot aan permanent vermogen beschikbaar voor de financiering van vlottende activa

  • De stijging van het netto bedrijfskapitaal wordt vooral veroorzaakt doordat het permanente vermogen stijgt van €25,22 miljoen naar €30,71 miljoen, terwijl de uitgebreide vaste activa minder sterk toenemen, van €16,74 miljoen naar €18,35 miljoen.

  • Financieringsbuffer op lange termijn wordt groter.

6
New cards
<p>Bespreek de nettobedrijfskapitaalbehoefte van Leonidas in 2023</p>

Bespreek de nettobedrijfskapitaalbehoefte van Leonidas in 2023

Wat betekent het?
Nettobedrijfskapitaalbehoefte = de middelen die we nodig hebben voor de uitvoering van de dagelijkse activiteiten

Formule:
→ zie formularium

Vlottende bedrijfsactiva (3 + 40/41 + 490/1) – Vlottende bedrijfspassiva (42/48 – 43 + 492/3)

Evolutie:
in zowel 2022 als 2023 is de nettobedrijfskapitaalbehoefte negatief, een negatieve waarde is bij deze ratio goed, het betekent dat we geen tekort aan nettobedrijfskapitaal hebben maar zelfs een overschot

Wat is de norm?:

Een negatieve of positieve waarde kan beide goed zijn, het is heel sector gebonden (vgl met de rest van de sector)

Waarom is het verandert?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

De nettobedrijfskapitaalbehoefte is licht gestegen maar is nog steeds positief, er is dus geen financiering nodig

Het overschot aan nettobedrijfskapitaal is afgenomen door een toename aan voorraden en een daling van de handelsschulden (door deze af te betalen)

Wat betekent dit voor de onderneming?:

De onderneming zit goed bij deze ratio.

Advies als de nettobedrijfskapitaalbehoefte positief zou zijn:

  • Minder betalingsuitstel toelaten aan klanten

  • Minder voorraden aanhouden

  • Sneller voorraden roteren

  • Meer betalingsuitstel vragen aan leveranciers

7
New cards
<p>Bespreek de nettokas van Leonidas in 2023:</p>

Bespreek de nettokas van Leonidas in 2023:

Wat betekent het?
De nettokas toont ons of er voldoende kasmiddelen zijn om de dagelijkse activiteiten te financieren

Formule:
→ zie formularium

Nettobedrijfskapitaal – Nettobedrijfskapitaalbehoefte

of

Geldbeleggingen (50/53) + Liquide middelen (54/58) – Financiële schulden op ten hoogste één jaar (43)

Evolutie:

De nettokas is gestegen in vgl met 2022
Wat is de norm?:

De norm van de nettokas is > 0

zolang dat de nettokas hoger is dan 0, hebben we genoeg middelen voor de dagdagelijkse activiteiten

Waarom is het verandert?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

ons nettobedrijfskapitaal is gestegen of onze nettobedrijfskapitaalbehoefte is gedaald

of

onze geldbeleggingen en liquide middelen zijn gestegen of onze financiële schulden zijn gedaald

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Er is voldoende cash voor de dagelijkse activiteiten

MAAR: het is nadelig om te veel cash in de onderneming te hebben (dus als de nettokas te hoog is) want dan zit het geld stof te verzamelen in de onderneming idpv dat het geïnvesteerd wordt in nuttig wordt gebruikt

Advies bij een te lage nettokas:

  • Verlaag de behoefte aan nettobedrijfskapitaal

  • zorg dat er meer liquide middelen in de onderneming geraken via bv een LT lening

8
New cards
<p>Bespreek de nettokas ratio van Leonidas in 2023:</p>

Bespreek de nettokas ratio van Leonidas in 2023:

Wat betekent het?

Toont hoe zwaar de nettokas weegt ten opzichte van de actieve bedrijfsactiviteiten op KT.

Formule:
→ zie formularium

Nettokas / Beperkt vlottend actief (29/58 - 29)

Evolutie:

Het nettokasratio is in 2023 lichtjes gestegen
Wat is de norm?:

de norm is > 0 en het is belangrijk om te vergelijken met sectorgenoten

Waarom is het verandert?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

Stijging van de nettokas of daling van ons beperkt vlottend actief

Wat betekent dit voor de onderneming?:

de onderneming zit boven de norm en op hetzelfde niveau als sectorgenoten

Advies als de nettokas en het ratio veel te hoog zijn:

  • meer dividenden uitkeren

  • investeren in meer rendabele activa

Advies als de nettokas en het ratio veel te laag zijn:

  • de behoefte aan nettokas verkleinen (klanten minder betalingsuitstel geven, leveranciers om meer betalingsuitstel vragen)

  • meer liquide middelen aanhouden (minder dividenden uitkeren, LT lening aangaan)

9
New cards
<p>Bespreek de current-ratio (liquiditeit in ruime zin) voor Leonidas in 2023:</p>

Bespreek de current-ratio (liquiditeit in ruime zin) voor Leonidas in 2023:

Wat betekent het?:

De current ratio toont ons of de vlottende activa volstaan om de KT schulden te betalen

Formule:
→ zie formularium

Beperkt vlottend actief (29/58- 29) / Vreemd vermogen op korte termijn (42/48 + 492/3)

Evolutie:

De current ratio is in 2023 licht gestegen
Wat is de norm?:

De norm voor de current ratio is > 1

Hoe hoger de current ratio, hoe beter de liquiditeitspositie is meestal de regel.

Als de uitkomst lager is dan 1, betekent het dat er meer vreemd vermogen op KT dan vlottende activa in de onderneming aanwezig zijn. Een current ratio lager dan 1 is daarom niet goed.

Het is ook handig om dit ratio te vergelijken met andere spelers in de sector en om deze in een bepaald kwartiel te plaatsen

Waarom is het verandert?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

Het beperkt vlottend actief is gestegen of het vreemd vermogen op KT is gedaald

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Dit is goed voor de onderneming, de current ratio bevind zich in het derde kwartiel → goed of niet?

Advies als de current ratio kleiner is dan 1 :

  • Meer liquide middelen verzamelen

  • Meer vorderingen creëren door meer te verkopen

  • De KT schulden afbouwen

10
New cards

Stell Leonidas heeft een current ratio van 1,77

Q1 = 0,86

Q2 = 1,21

Q3 = 2,09

Bij welk kwartiel hoort het cijfer van Leonidas?

Het current ratio van Leonidas hoort in Kwartiel 3

11
New cards
<p>Bespreek de acid-ratio (liquiditeit in enge zin) voor Leonidas:</p>

Bespreek de acid-ratio (liquiditeit in enge zin) voor Leonidas:

Wat betekent het?:

De acid ratio geeft weer of de meest liquide vlottende activa volstaan voor de betaling van onze KT schulden

Formule:
→ zie formularium

Meest liquide vlottende activa (40/41 + 50/53 + 54/58) / Schulden op ten hoogste één jaar (42/48)

Evolutie:

De acid ratio van Leonidas is in 2023 licht gestegen


Wat is de norm?:

De norm voor de acid ratio is > 1

Als de acid ratio 1 is of hoger dan heeft het bedrijf voldoende liquide middelen heeft om aan zijn KT verplichtingen te voldoen, zonder afhankelijk te zijn van de verkoop van voorraad.

Waarom is het verandert?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

We hebben meer meest vlottende liquide vaste activa of we hebben minder schulden op KT

Wat betekent dit voor de onderneming?:

De onderneming is hier comfortabel en bevind zich in Q3

Advies als de acid ratio kleiner is dan 1:

  • Meer liquide middelen aanhouden via bv een extra lening of meer winsten

  • Meer vorderingen creëren door meer te verkopen

  • KT schulden afbouwen

12
New cards
<p>Bespreek de rotatie aangekochte goederen voor Leonidas:</p>

Bespreek de rotatie aangekochte goederen voor Leonidas:

Wat betekent het?:

Het aantal keren dat de aangekochte voorraden vernieuwd worden tijdens een jaar

Formule:
→ zie formularium

Kosten verbruikte voorraden (60) / Aangekochte voorraden (30/31 + 34 + 36)

Evolutie:

In 2023 is de rotatie van de aangekochte goederen (voorraden) licht gedaald


Wat is de norm?:

Er is geen vaste norm, hoe hoger deze ratio → hoe hoger de rotatie → hoe gunstiger

bv. ratio = 2 → de aangekochte voorraden worden 2 keer per jaar vernieuwd (elke 182,5 dagen)

ratio = 8 → de aangekochte voorraden worden 8 keer per jaar vernieuwd (elke 45,63 dagen) = beter

Waarom is het verandert?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

we hebben meer voorraden aangekocht of we hebben meer aangekochte voorraden verbruikt

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Het betekent dat de voorraad aangekochte goederen 7 keer per jaar wordt vernieuwd in 2023 (het wordt vernieuwd om de 52,04 dagen)

de aangekochte voorraden worden dus minder vaak vernieuwd dan in 2022 = ongunstige evolutie en we zitten in het 2de kwartiel

Advies als de rotatie aangekochte goederen te laag is:

  • Houd minder voorraden aan

  • Probeer betere afspraken te maken met leveranciers en gebruik JIT (just-in-time)

13
New cards
<p>Bespreek de rotatie geproduceerde voorraden voor Leonidas:</p>

Bespreek de rotatie geproduceerde voorraden voor Leonidas:

Wat betekent het?:

Het aantal keren dat de geproduceerde voorraden vernieuwd worden tijdens een jaar

Formule:
→ zie formularium

Kostprijs van de verkopen (60/66A - 66A - 71 – 72- 740 -9125) / Geproduceerde voorraden (32 + 33 + 35 + 37)

Evolutie:

De rotatie van de geproduceerde voorraden is hoger in 2023, dit is een gunstige evolutie en we bevinden ons in het derde kwartiel


Wat is de norm?:

Hoe hoger de rotaties hoe beter

Waarom is het verandert?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

De kostprijs van de verkopen is gestegen of de hoeveelheid geproduceerde voorraden is gedaald

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Het betekent dat de geproduceerde voorraden 45,31 keer per jaar worden vernieuwd (elke 8,05 dagen)

Advies als de rotatie geproduceerde voorraden ongunstig is:

  • Hou minder geproduceerde voorraden aan

  • Verkoop meer voorraad

14
New cards
<p>Bespreek het aantal dagen klantenkrediet voor Leonidas:</p>

Bespreek het aantal dagen klantenkrediet voor Leonidas:

Wat betekent het?:

Het gemiddeld aantal dagen tussen het moment dat de goederen geleverd worden en wanneer de klanten betalen.

Formule:
→ zie formularium

Handelsvorderingen < 1jr (40 + 9150) / Verkopen incl. Btw ((70 + 74 - 740 + 9146) / 365)

Evolutie:

Het aantal dagen klantenkrediet is in 2023 gestegen → een ongunstige evolutie


Wat is de norm?:

We willen zo min mogelijk betalingsuitstel aan onze klanten geven.

Een zo laag mogelijke waarde en een plek in het 1ste kwartiel is het meest gunstig

Waarom is het verandert?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

we hebben meer handelsvorderingen of we hebben minder verkocht (en betaald gekregen)

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Advies als het aantal dagen klantenkrediet ongunstig is:

  • volg klantdebiteuren strikter op

  • sta een financiële korting toe als klanten je niet terug kunnen betalen

Vergelijk het klantenkrediet met het leverancierskrediet

aantal dagen KK < aantal dagen LK

15
New cards

Bespreek het aantal dagen leverancierskrediet voor Leonidas:

Wat betekent het?:

Het gemiddeld aantal dagen tussen het moment dat de goederen ontvangen worden en de betaling van de goederen aan de leverancier.

Formule:
→ zie formularium

Handelsschulden < 1jr (44) / Aankopen incl. Btw ((600/8 + 61 + 9145) / 365)

Evolutie:

Het aantal dagen leverancierskrediet is gedaald in 2023 → ongunstige evolutie

Een hogere waarde is hier gunstiger → uitstel betaling van leveranciers


Wat is de norm?:

Hogere waardes zijn gunstiger, je wilt hier in het derde kwartiel zitten

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

de handel schulden op KT zijn toegenomen of de aankopen zijn afgenomen

Wat betekent dit voor de onderneming?:

De onderneming krijgt gemiddeld 25,57 dagen betalingsuitstel van haar leveranciers → er is marge voor verbetering

Advies als het aantal dagen leverancierskrediet ongunstig is:

  • Ga in onderhandeling met je leveranciers om meer betalingsuitstel te krijgen

  • Vraag voor een financiële korting bij je leveranciers

Vergelijk het klantenkrediet met het leverancierskrediet

aantal dagen KK < aantal dagen LK

16
New cards
<p>Is het nog mogelijk om de behoefte aan nettobedrijfskapitaal te verbeteren bij Leonidas?</p>

Is het nog mogelijk om de behoefte aan nettobedrijfskapitaal te verbeteren bij Leonidas?

Ja, we kunnen;

  • de voorraadrotatie aangekochte voorraden nog verbeteren → verhogen

  • het aantal dagen klantenkrediet verminderen door minder betalingsuitstel toe te laten

  • het aantal dagen leverancierskrediet verhogen door meer betalingsuitstel aan te vragen

  • JIT toepassen

17
New cards
<p>Opgave</p>

Opgave

18
New cards
<p>Los op:</p>

Los op:

Current ratio zonder de aanpassingen van de revisor = 1,53

Acid ratio zonder de aanpassing van de revisor = 0,77

Current ratio na de aanpassing van de revisor:

  1. Correctie voorraad

de voorraad daalt met 3 000 waardoor de vlottende activa ook met 3 000 daalt

deze aanpassing beinvloed de current ratio maar niet de acid ratio (de acid ratio telt de voorraden niet mee)

  1. Dubieuze vordering

de vordering is 2 420 euro inclusief 21% btw

haal eerst de btw eruit → 2 420 / 1,21 = 2 000

de onderneming verwacht slechts 25% te innen → 2 000 × 25% = 500

→ = een waardevermindering van 1 500 euro

de handelsvorderingen (40/41) dalen met 1 500 euro → 10 895 - 1 500 = 9 395

de totale vlottende activa worden dan: 22 354 - 3 000 - 1 500 = 17 854

Nu kunnen we de nieuwe ratios berekenen:

Nieuw current ratio = 17 854 / (14 503 + 142) = 1,22

Nieuw acid ratio = (9 395 + 269) / 14 503 = 0,67

19
New cards
<p>Los op:</p>

Los op:

zie vorige flashcard

20
New cards
<p>Los op:</p>

Los op:

Geg:

  • Beginvoorraad: 400 eenheden × €1.000 = €400.000

  • Aankoop 30 maart: 1.400 × €1.100 = €1.540.000

  • Aankoop 6 mei: 800 × €1.200 = €960.000

  • Verkoop: 1.900 eenheden

  • Verkoopprijs: €2.100 per eenheid

400 + 1 400 + 800 = 2 600 = hoeveel eenheden er in totaal beschikbaar zijn

2 600 - 1 900 = 700 eenheden = de eindvoorraad

  1. FIFO (first in first out)

de 1 900 verkochte eenheiden worden dus opgesplitst in:

400 × 1 000 = 400 000

1 400 × 1 100 = 1 540 000

100 × 1 200 = 120 000

kostprijs verkochte goederen = 400 000 + 1 540 000 + 120 000 = 2 060 000

700 × 1 200 = 840 000 = eenheden die overblijven

  1. LIFO (last in first out)

de 1 900 verkochte eenheden bestaan uit:

800 × 1 200 = 960 000

1 100 × 1 100 = 1 210 000

de kostprijs van de verkochte goederen: 960 000 + 1 210 000 = 2 170 000

de eindvoorraad bestaat dan uit:

300 × 1 100 = 330 000

400 × 1 000 = 400 000

= 330 000 + 400 000 = 730 000

  1. Voorraad rotaties

Formule: Rotatie aangekochte voorraden = kosten verbruikte voorraden (60) / aangekochte voorraden (30/31 + 34 + 36)

Bij FIFO = kostprijs verkochte goederen = 2 060 000

de aangekochte voorraden tijdens het jaar zijn: 1 400(1 100) + 800(1 200) = 2 500 000

dus: De rotatie FIFO = 2 060 000 / 2 500 000 = 0,824

Bij LIFO = kostprijs van de verkochte goederen = 800(1 200) + 1 100(1 100) = 2 170 000

de aankopen blijven 2 500 000

dus: Rotatie bij LIFO = 2 170 000 / 2 500 000 = 0,868

De voorraadrotatie is groter bij LIFO dan bij FIFO omdat de aankoopprijzen stijgen → bij LIFO worden de duurste (meest recent aangekochte) goederen eerst verkocht waardoor de kosten van de eerst verkochte voorraad hoger zijn

Rotatie LIFO > Rotatie FIFO

21
New cards
<p>Bespreek de algemene schuldgraad en graad van financiële onafhankelijkheid van Horeca Van Zon:</p>

Bespreek de algemene schuldgraad en graad van financiële onafhankelijkheid van Horeca Van Zon:

Wat betekent het?:

De algemene schuldgraad en de graad van financiële onafhankelijkheid tonen het evenwicht aan tussen het vreemd en eigen vermogen

Algemene schuldgraad: zegt welk deel van het totale vermogen van een onderneming gefinancierd is met vreemd vermogen. → Het geeft een beeld over het evenwicht tussen vreemd en eigen vermogen

Graad van financiële onafhankelijkheid: De graad van financiële onafhankelijkheid geeft aan in welke mate een onderneming met eigen vermogen is gefinancierd (en dus onafhankelijk is van schuldeisers) → zegt ons ook of we extra schulden aankunnen

Formule:
→ zie formularium

Algemene schuldgraad: Vreemd vermogen (16 + 17/49) / Totaal vermogen (10/49)

Graad van financiële onafhankelijkheid: Eigen vermogen (10/15+19) / Totaal vermogen (10/49)

Evolutie:

In 2023 is de algemene schuldgraad zeer lichtjes gestegen en de graad van financiële onafhankelijk lichtjes gedaald


Wat is de norm?:

De algemene schuldgraad moet tussen de 1,5 euro VV per 1 euro EV en 3 euro VV per 1 euro EV liggen (tussen de 60% en 75%)

De graad van financiële onafhankelijkheid moet tussen de 25% en 40% liggen

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

De algemene schuldgraad is zeer lichtjes gestegen, waarschijnlijk omdat we ietsje meer VV zijn gaan gebruiken, we bevinden ons voor beide jaren in het 4de kwartiel wat slecht is → hoe lager de algemene schuldgraad, hoe minder VV we gebruiken en hoe beter het is voor de onderneming, we willen dus graag in het 1ste kwartiel zitten

De graad van financiële onafhankelijkheid is ook lichtjes gedaald omdat we iets meer VV zijn gaan gebruiken idpv EV, we zitten hier ook in het 1ste kwartiel wat slecht is → hoe hoger de graad van financiële onafhankelijkheid, hoe meer EV we gebruiken idpv VV, hoe beter voor de onderneming, we willen dus graag in het 4de kwartiel zitten

Wat betekent dit voor de onderneming?:

De onderneming zou best veel minder VV gebruiken en meer EV gebruiken

Het blijft wel belangrijk om evenwicht te vinden tussen het goedkope vreemd vermogen en het duurdere eigen vermogen

Omdat het eigen vermogen zo duur is liggen aandeelhouders niet per se wakker van het gebruik van goedkoop VV van de onderneming

Advies als de algemene schuldgraad veel hoger is dan de graad van financiële onafhankelijkheid (zoals hier):

  • Krik het eigen vermogen op via een kapitaalverhoging, meer winst realiseren of inhouden

  • Verminder het vreemd vermogen door schulden terug te betalen (indien er voldoende cash is)

22
New cards
<p>Bespreek de lange termijn schuldgraad van Horeca Van Zon:</p>

Bespreek de lange termijn schuldgraad van Horeca Van Zon:

Wat betekent het?:

De langetermijnschuldgraad geeft aan hoeveel langlopende schulden een onderneming heeft in verhouding tot haar vermogen.

Het is dus een maatstaf voor de financiële afhankelijkheid van schulden op lange termijn.

Formule:
→ zie formularium

Vreemd vermogen LT (16 + 17) / Permanent vermogen
(10/15 + 19 + 16 + 17

Evolutie:

de langetermijnschuldgraad is in 2023 lichtjes gedaald


Wat is de norm?:

ongeveer 50% en tussen 33% en 66%

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

de LT schulden (VV op LT) is lichtjes afgenomen

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Dit betekent dat 70,20% van het permanent vermogen uit LT schulden bedraagt → dit is iets te veel, we mikken op ongeveer 50% en tussen de 33% en 66%

Advies als de lange termijn schuldgraad te hoog ligt:

  • Bouw het aandeel LT schulden af door meer eigenvermogen te voorzien (kapitaal verhogingen, meer winst draaien, meer winst inhouden, verminder de hoeveelheid VV door schulden terug te betalen)

23
New cards
<p>Bespreek de gearing van Horeca Van Zon:</p>

Bespreek de gearing van Horeca Van Zon:

Wat betekent het?:

Gearing geeft aan hoeveel netto financiële schuld een onderneming heeft in verhouding tot haar eigen vermogen.

(Netto financiële schuld is hoeveel financiële schuld een bedrijf echt overhoudt als je rekening houdt met het geld dat het direct beschikbaar heeft)

Formule:
→ zie formularium

Netto financiële schuld (17 + 42 + 43 - 50/53 - 54/58) / Eigen vermogen (10/15 + 19)

Evolutie:

De gearing van Van Zon is in 2023 gedaald maar bevind zich nog steeds boven de norm


Wat is de norm?:

Een ratio tussen 25% en 50% wordt als optimaal beschouwd.

Dit geeft aan dat een bedrijf financieel verantwoord is en continu streeft naar een gezonde balans tussen vreemd vermogen en eigen vermogen om de activiteiten te financieren.

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

Netto financiële schuld (17 + 42 + 43 -50/53 - 54/58) / Eigen
vermogen (10/15 + 19)

Wat betekent dit voor de onderneming?:

De financiële schuld van Van Zon is 2,36 keer het eigen vermogen wat zeer hoog is

→ normaal gezien wil je ongeveer +50% eigen vermogen en - 50% netto financiële schuld

Een gearing ratio van 50% of hoger geeft aan dat het bedrijf schulden gebruikt om zijn activiteiten te financieren → Zorgt ervoor dat de onderneming in financiële moeilijkheden of zelfs faillissementen kan raken tijdens economische recessies of hogere rentetarieven.

Advies als de gearing te hoog ligt:

  • Verminder de netto financiële schuld (bankschulden)

  • Verhoog het eigen vermogen (kapitaal verhoging, meer winst maken, meer winst inhouden,…)

24
New cards
<p>Bespreek de zelffinancieringsgraad van Van Zon:</p>

Bespreek de zelffinancieringsgraad van Van Zon:

Wat betekent het?:

De zelffinancieringsgraad laat zien welk deel van het totale vermogen van een bedrijf is gefinancierd met ingehouden winsten en reserves uit het verleden.

Formule:
→ zie formularium

Zelf gegenereerde financieringsmiddelen (13 + 14) / Totaal vermogen (10/49)

Evolutie:

De zelffinancieringsgraad is hetzelfde gebleven omdat de zelf gegenereerde financieringsmiddelen ene hard gedaald is als het totaal vermogen gestegen is


Wat is de norm?:

Er is geen norm voor de zelffinancieringsgraad maar we moeten een negatieve ratio ABSOLUUT vermijden (wordt negatief via een negatieve teller)

Een negatieve ratio zou zeggen dat het bedrijf binnenkort failliet gaat

Het heeft niet echt zin om deze ratio te vergelijken met de rest van de sector omdat de ratio veel te maken heeft met de leeftijd van de onderneming en het bedrijf zelf → oudere ondernemingen hebben meer kans om winsten te maken en sommige bedrijven doen eenmaal heel andere dingen met hun winsten.

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

de evolutie is stabiel

Wat betekent dit voor de onderneming?:

17,42 van het totale vermogen bestaat uit winsten en reserves uit het verleden → is een positieve waarde dus gunstig

Advies als de zelffinancieringsgraad te laag is:

  • Maak meer winst (reserveer meer winst of draag meer winsten over)

  • Bouw het vreemd vermogen een beetje af

25
New cards
<p>Wat is het effect van een herwaardering op de graad van financiële onafhankelijkheid?:</p>

Wat is het effect van een herwaardering op de graad van financiële onafhankelijkheid?:

Een herwaardering zorgt ervoor dat het terrein 500 000 euro meer waard is

Een herwaardering wordt geregistreerd onder herwaarderingsmeerwaarden waardoor de rubriek eigen vermogen toeneemt met 500 000 en het balanstotaal ook stijgt

Als resultaat neemt de graad van financiële onafhankelijkheid toe (grotere noemer met zelfde teller)

26
New cards
<p>Bespreek de interestdekking van Van Zon in 2023:</p>

Bespreek de interestdekking van Van Zon in 2023:

Wat betekent het?:

De interestdekking geeft aan hoe vaak uit de winst de rente kan worden betaald.

Formule:
→ zie formularium

EBIT (9901 + 66A -76A) / Financiële kosten (650 + 653 - 9126)

Evolutie:

de interestdekking is bijna verdubbeld in vergelijking met vorig jaar → dit is een gunstige evolutie


Wat is de norm?:

de norm van de interestdekking is minimaal >1 en geadviseerd >3

4 is optimaal

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

De interest dekking is bijna verdubbeld omdat de EBIT is verhoogt en de financiële kosten zijn gedaald

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Het is zeer gunstig voor de onderneming, het betekent dat de EBIT 6,94 hoger is dan de financiële kosten en dat de rente 6,94 uit de winst betaald kan worden

Advies als de interestdekking te laag is:

  • Zorg ervoor dat de EBIT toeneemt via meer verkopen of een daling van kosten

  • Onderhandel de interestvoet

  • Ga minder leningen aan met interestbetalingen

27
New cards
<p>Bespreek de dekking van het vreemd vermogen door de cash flow voor Van Zon in 2023:</p>

Bespreek de dekking van het vreemd vermogen door de cash flow voor Van Zon in 2023:

Wat betekent het?:

De dekking van het vreemd vermogen door de cashflow geeft aan hoe goed een onderneming haar schulden kan terugbetalen met de cashflow die ze genereert.

Formule:
→ zie formularium

Uitgebreide cashflow (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8 - 650 - 653 + 9126 - 67/77) / Vreemd vermogen (16 + 17/49)

Evolutie:

Een sterke stijging in vgl met 2022


Wat is de norm?:

Er is geen norm → hangt af van de sector en kapitaalstructuur van de onderneming

Hoe hoger hoe beter, 10% is wel zwak → de onderneming heeft dan relatief veel schulden t.o.v. haar cashflow

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

de uitgebreide cashflow is sterk toegenomen → gunstig

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Er komt veel meer cashflow binnen die de onderneming kan gebruiken om haar schulden terug te betalen

Met de kasstroom van 1 jaar dan de onderneming 13,87% van het vreemd vermogen terugbetalen → het zou dus 7,21 jaren duren om het volledig VV af te betalen (als de kasstroom stabiel blijft en je die niet gaat uitkeren in de vorm van dividenden)

Advies als de dekking van het vreemd vermogen door de cashflow veel te laag is:

  • Verhoog de cashflow

  • Verminder de hoeveelheid vreemd vermogen in de onderneming

  • versterk het eigen vermogen

  • Zorg voor financiële herstructurering

28
New cards
<p>Bespreek de dekking van het vreemd vermogen LT door de cash flow voor Van Zon in 2023:</p>

Bespreek de dekking van het vreemd vermogen LT door de cash flow voor Van Zon in 2023:

Wat betekent het?:

De dekking van het vreemd vermogen door de cashflow geeft aan hoe goed een onderneming haar LT schulden kan terugbetalen met de cashflow die ze genereert.

Formule:
→ zie formularium

Uitgebreide cashflow (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8 - 650 - 653 + 9126 - 67/77) / Vreemd vermogen LT (16 + 17)

Evolutie:

Stijging in vgl met 2022


Wat is de norm?:

Minstens 10% → hier zitten we boven = gunstig

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

de uitgebreide cashflow is gestegen en het vreemd vermogen op LT is gedaald

Wat betekent dit voor de onderneming?:

We zitten boven de norm van 10% wat gunstig is → we hebben nog marge om nog extra LT schuld aan te gaan

Met de kasstroom van 1 jaar kunnen we 25,75% van het LT vreemd vermogen betalen

Binnen 3,88 jaar kunnen we het volledig VVLT afbetalen (als de kasstroom stabiel blijft en je die niet gaat uitkeren in de vorm van dividenden)

Advies als de dekking van het vreemd vermogen LT door de cashflow lager is dan 10%:

  • Verhoog de cashflow

  • Verminder de hoeveelheid vreemd vermogen op LT

  • Versterk het eigen vermogen

  • Zorg voor financiële herstructurering

29
New cards
<p>Bespreek de dekking van schulden &gt; 1 jaar die binnen het jaar vervallen door cash flow van Van Zon in 2023:</p>

Bespreek de dekking van schulden > 1 jaar die binnen het jaar vervallen door cash flow van Van Zon in 2023:

Wat betekent het?:

De dekking van schulden > 1 jaar die binnen het jaar vervallen door cashflow meet of de onderneming voldoende cashflow genereert om de aflossing van haar langlopende schulden die dit jaar vervallen te betalen

Formule:
→ zie formularium

Uitgebreide cashflow (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8 - 650 - 653 + 9126 - 67/77) / Vreemd vermogen LT < 1jr (42)

Evolutie:

stijging in vgl met 2022


Wat is de norm?:

Norm > 1 → in 2023 hebben we een ratio van 6,07 = zeer gunstig

De KT schulden kunnen worden terugbetaald

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

De uitgebreide cashflow is sterk gestegen

Wat betekent dit voor de onderneming?:

De onderneming genereert 6,07 keer zoveel cashflow als nodig is om de aflossingen van haar LT schulden te betalen → voor elke 1 euro aan aflossingen die ze dit jaar moet betalen heeft de onderneming 6,07 euro aan cashflow

Advies als de dekking van schulden > 1 jaar die binnen het jaar vervallen door cash flow lager is dan 1:

  • Zorg voor een toename van cashflow (door bv. meer verkopen)

  • Zorg voor een daling van de kaskosten

30
New cards
<p>Los op:</p>

Los op:

  1. Bereken de oorspronkelijke zelffinancieringsgraad

formule; Zelf gegenereerde financieringsmiddelen (13 + 14) / Totaal
vermogen (10/49)

geg:

  • Reserves = 6 000 000 euro

  • Overgedragen resultaat = 10 000 000 euro

  • Balanstotaal = 40 000 000 euro

Zelf gefinancierde middelen = 6 000 000 + 10 000 000 = 16 000 000

dus: de zelffinancieringsgraad = 16 000 000 / 40 000 000 = 40%

Oef i:

Er wordt een waardevermindering van 300 000 euro geboekt → waardevermindering is een kost, de winst verlaagt en de waarde van de activa verlaagt

  1. de winst daalt met 300 000 → 80% wordt overgedragen, 20% wordt uitgedeeld als dividend

→ de overgedragen winst daalt met 300 000 × 80% = 240 000 euro

→ het dividend daalt met 300 000 × 20% = 60 000 euro

de reserves veranderen niet

de zelffinancieringsgraad daalt tot 15 760 000

  1. Wat gebeurt er met het balanstotaal?

→ de waardevermindering vermindert het actief

de activa daalt met 300 000 → 40 000 000 - 300 000 = 39 700 000

  1. bereken het nieuwe ratio

15 760 000 / 39 700 000 = 0,39697 = 39,70%

conclusie: De zelffinancieringsgraad daalt van 40% naar 39,70% omdat het eigen vermogen en het balans totaal gedaald zijn (maar de teller is iets meer gedaald)

Oef ii:

Nu wordt er geen waardevermindering geboekt maar wel een voorziening van 300 000 euro

→ deze voorziening is ook een kost en doet de winst dalen met 300 000

  1. bereken de nieuwe teller

80% van de winst wordt overgedragen

dus de nieuwe teller wordt 15 760 000

  1. Wat gebeurt er met het balanstotaal

Er veranderd nu iets aan de PASSIEF zijde (want het is een voorziening)

de activa verandert niet, de voorzieningen stijgen met 300 000 en het eigen vermogen daalt met 300 000 → het passief verschuift gewoon en het balanstotaal blijft gewopn 40 000 000

  1. Bereken het nieuwe ratio = 15 760 000 / 40 000 000 = 39,40% → de zelffinancieringsgraad daalt

Waarom daalt de zelffinancieringsgraad iets meer in oef ii dan in oef i?: De teller daalt in beide gevallen evenveel maar in oef ii blijft de noemer hetzelfde terwijl in oef i de noemer afneemt waardoor de zelffinancieringsgraad hoger uitkomt

31
New cards
<p>Bespreek het bruto en netto verloopmarge voor belastingen van Lotus in 2023:</p><p>Zie slides pp!</p>

Bespreek het bruto en netto verloopmarge voor belastingen van Lotus in 2023:

Zie slides pp!

Wat betekent het?:

  • Het bruto verkoopmarge vóór belastingen is het verschil tussen de verkoopopbrengst en de directe kostprijs van de verkochte goederen of diensten, vóór aftrek van belastingen en andere bedrijfskosten. → Het houdt geen rekening met niet kaskosten

  • Netto verkoopmarge vóór belastingen is de winst die overblijft na aftrek van alle bedrijfs- en operationele kosten van de omzet, maar vóór aftrek van belastingen. → Het houdt wel rekening met niet kaskosten.

Formule:
→ zie formularium

  • Bruto: EBITDA (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8) / Verkopen (70 + 74 - 740)

  • Netto: EBIT (9901+66A - 76A) / Verkopen (70 + 74 - 740)

Evolutie:

Lichte daling in vgl met 2022 → ongunstig

! Bespreek ook welk marge meer daalt dan het ander!

Als de netto verkoopmarge vóór belastingen sterker daalt dan de bruto verkoopmarge vóór belastingen, wijst dit erop dat de financiële opbrengsten zijn gedaald en/of de financiële kosten zijn gestegen. De financiële resultaten hebben de winst dus extra negatief beïnvloed.
Wat is de norm?:

Er is geen vaste norm maar best > 0 , het hangt af van de sector → vergelijk met sectorgenoten

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

Lichte daling EBITDA/EBIT of lichte stijging verkopen

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Lotus bevind zich in het derde kwartiel voor beide ratios wat zeer goed is maar de dalende evolutie is negatief en kan wijzen op financiele problemen

Bruto: per 100 euro omzet is er een bedrijfwinst voor niet-kaskosten van 9,90 euro

Advies als de bruto en/of netto verkoopmarge voor belastingen zeer laag of zelfs negatief is:

Bruto:

  • Verhoog de omzet door meer te verkopen of de verkoopprijzen te herzien.

  • Verlaag de kostprijs van de verkochte goederen of diensten (goedkoper inkopen, efficiënter produceren).

  • Beperk de bedrijfskosten (personeel, energie, administratie, marketing, ...).

  • Verbeter de operationele efficiëntie om de bedrijfswinst te verhogen.

Netto:

Netto verkoopmarge kan negatief zijn als je een jaar veel investeringen hebt maar laat dit op 1 keer, volgend jaar moet je terug een positief resultaat hebben

  • Neem dezelfde maatregelen als voor de bruto verkoopmarge.

  • Beperk de financiële kosten, bijvoorbeeld door schulden af te bouwen of goedkopere financiering te zoeken.

  • Probeer de financiële opbrengsten te verhogen.

32
New cards
<p>Bespreek de bruto en netto rendabiliteit van de totale activa voor belastingen van Lotus in 2023:</p>

Bespreek de bruto en netto rendabiliteit van de totale activa voor belastingen van Lotus in 2023:

Wat betekent het?:

  • De bruto rendabiliteit van het totale activa voor belastingen geeft aan hoe efficiënt een onderneming haar totale activa gebruikt om winst uit de bedrijfsactiviteiten te behalen voor de financiële kosten en belastingen.

Bruto: Een winst van € X vóór financiële kosten en belastingen wordt gerealiseerd per € 100 aan ingezette middelen (totale activa).

  • De netto rendabiliteit van de totale activa voor de belastingen meet hoeveel nettowinst een onderneming genereert met haar totale activa voor belastingen.

Netto: Een winst van € X vóór belastingen (na aftrek van de financiële kosten) wordt gerealiseerd per € 100 aan ingezette middelen (totale activa).

Formule:
→ zie formularium

  • Bruto: Bruto resultaat voor belastingen en financiële kosten (9904 + 67/77 + 650 + 653 - 9126 + 630 + 631/4 + 635/8 + 660 + 661 + 662 + 663 - 760 - 761 - 762 - 763) / Totale activa (20/58)

  • Netto: Netto resultaat voor belastingen en financiële kosten (9904 + 67/77 + 650 + 653 - 9126) / Totale activa (20/58)

Evolutie:

Beide zijn iets gestegen in vgl met 2022

Wat is de norm?:

Vergelijk met de bedrijven in de sector → hoe hoger hoe beter, je bevindt je dus liefst in Q3 of Q4

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

  • De onderneming gebruikt haar activa efficiënter dan het jaar voordien.

  • Er wordt meer winst gerealiseerd per euro geïnvesteerd vermogen.

De rendabiliteit is dus verbeterd.

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Als de ratio stijgt:

  • de onderneming gebruikt haar activa efficiënter;

  • de winstgevendheid verbetert;

  • investeerders en kredietverstrekkers zullen dit doorgaans positief beoordelen.

Als de ratio daalt:

  • de activa leveren minder rendement op;

  • de onderneming creëert minder winst met dezelfde investeringen;

  • dit kan wijzen op inefficiënt gebruik van activa of stijgende kosten.

Advies als de bruto en/of netto rendabiliteit van de totale activa voor belastingen te laag is:

Bruto:

  • Verhoog de omzet.

  • Verhoog de brutomarge (prijzen verhogen of kosten verlagen).

  • Verlaag de operationele kosten.

  • Gebruik activa efficiënter.

  • Verkoop overtollige of niet-productieve activa.

  • Investeer enkel in activa die voldoende rendement opleveren.

Netto:

  • Verbeter de operationele winst.

  • Verlaag de financiële kosten (bv. leningen herfinancieren of schulden afbouwen).

  • Verminder overtollige activa.

  • Verhoog de omzet zonder de activa evenredig te laten stijgen.

  • Verbeter het werkkapitaal (snellere inning van klanten, lagere voorraden).

  • Optimaliseer de financieringsstructuur zodat minder intresten moeten worden betaald.

33
New cards
<p>Bespreek de bruto en netto rendabiliteit van de bedrijfsactiva voor belastingen van Lotus in 2023:</p>

Bespreek de bruto en netto rendabiliteit van de bedrijfsactiva voor belastingen van Lotus in 2023:

Wat betekent het?:

  • De bruto rendabiliteit van de bedrijfsactiva vóór belastingen meet hoe efficiënt de bedrijfsactiva worden ingezet om winst uit de bedrijfsactiviteiten te genereren, voor financiële kosten en belastingen.

  • De netto rendabiliteit van de bedrijfsactiva voor belastingen meet hoeveel winst voor belastingen (na aftrek van de financiële kosten) een onderneming behaalt met haar bedrijfsactiva.

Formule:
→ zie formularium

  • Bruto: EBITDA (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8) / Bedrijfsactiva (20 + 21 + 22/27 + 3 + 40/41 + 490/1)

  • Netto: EBIT (9901 + 66A - 76A) / Bedrijfsactiva (20 + 21 + 22/27 + 3 + 40/41 + 490/1)

Evolutie:

Zowel bruto als netto gestegen → bruto iets meer dan netto maar we focussen ons vooral op het netto

Wat is de norm?:

Vergelijk met de bedrijven in de sector → hoe hoger hoe beter, je bevindt je dus liefst in Q3 of Q4

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

De rendabiliteit kan veranderen doordat:

  • EBITDA of EBIT stijgt of daalt.

  • De bedrijfsactiva stijgen of dalen.

  • De verkoopmarge verandert.

  • De rotatie van de bedrijfsactiva verandert.

Volgens de DuPont-analyse geldt:

Rendabiliteit bedrijfsactiva = Verkoopmarge × Rotatie van de bedrijfsactiva

Je onderzoekt dus welke van deze twee factoren de verandering veroorzaakt.

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Een stijging van de rendabiliteit betekent dat de onderneming haar bedrijfsactiva efficiënter gebruikt en meer winst behaalt per €100 bedrijfsactiva.

Een daling betekent dat de bedrijfsactiva minder winst opleveren of minder efficiënt worden ingezet.

De rendabiliteit van de bedrijfsactiva kan op twee manieren worden verbeterd:

  • een hogere verkoopmarge realiseren

  • de rotatie van de bedrijfsactiva verhogen (meer omzet realiseren met dezelfde bedrijfsactiva).

Advies als de bruto en/of netto rendabiliteit van de totale activa voor belastingen te laag is:

Bruto:

  • Verhoog de omzet.

  • Verhoog de brutoverkoopmarge.

  • Verlaag de operationele kosten.

  • Gebruik de bedrijfsactiva efficiënter.

  • Verkoop of schrap niet-productieve bedrijfsactiva.

  • Verhoog de rotatie van de bedrijfsactiva (meer omzet met dezelfde activa).

Netto:

  • Verhoog de EBIT door de operationele winst te verbeteren.

  • Verlaag de financiële kosten.

  • Verhoog de nettoverkoopmarge.

  • Verhoog de rotatie van de bedrijfsactiva.

  • Optimaliseer de financieringsstructuur.

  • Gebruik de bedrijfsactiva efficiënter zodat elke euro geïnvesteerd in bedrijfsactiva meer winst oplevert.

34
New cards

Leg de DuPont-analyse uit:

De DuPont-analyse is een methode om te begrijpen waarom de rendabiliteit van de bedrijfsactiva hoog of laag is. In plaats van enkel naar het eindcijfer te kijken, splits je de rendabiliteit op in twee onderdelen:

  • Verkoopmarge

  • Rotatie bedrijfsactiva

Rendabiliteit van de bedrijfsactiva = verkoopmarge x rotatie bedrijfsactiva

Hoe interpreteer je de DuPont-analyse?:

Wanneer de rendabiliteit verandert, kijk je welke factor de oorzaak is.

Situatie 1: De verkoopmarge stijgt

De onderneming verdient meer winst op elke verkoop.

Mogelijke oorzaken:

  • hogere verkoopprijzen

  • lagere productiekosten

  • lagere bedrijfskosten.

Situatie 2: De rotatie stijgt

De onderneming gebruikt haar bedrijfsactiva efficiënter

Mogelijke oorzaken:

  • hogere omzet

  • minder voorraden

  • machines worden intensiever gebruikt

  • minder overtollige activa.

Situatie 3: Beide stijgen

Dit is de ideale situatie.

De onderneming:

  • verdient meer per verkoop

  • gebruikt haar activa efficiënter.

De rendabiliteit stijgt dan meestal sterk.

Volgens DuPont kan je de rendabiliteit van de bedrijfsactiva maar op 2 manieren verbeteren:

1. Het verkoopmarge verhogen door: verkoopprijzen te verhogen, aankoopkosten te verlagen, productie efficiënter te maken, operationele kosten te verminderen.

2. De rotatie van de bedrijfsactiva te verhogen door: meer omzet te realiseren met dezelfde activa te creëren, overtollige activa te verkopen, voorraden te verminderen, machines efficiënter te gebruiken, klanten sneller te laten betalen.

De DuPont-analyse toont of een verandering in de rendabiliteit te wijten is aan een verandering in de winstgevendheid (verkoopmarge), de efficiëntie van de activa (rotatie) of een combinatie van beide.

35
New cards
<p>Bespreek de netto rendabiliteit van het eigen vermogen voor en na belastingen voor Lotus in 2023:</p>

Bespreek de netto rendabiliteit van het eigen vermogen voor en na belastingen voor Lotus in 2023:

Wat betekent het?:

  • Voor belastingen: De netto rendabiliteit van het eigen vermogen vóór belastingen meet hoeveel winst voor belastingen een onderneming behaalt met het door de aandeelhouders geïnvesteerde eigen vermogen.

Er wordt een winst vóór belastingen van € X gerealiseerd voor elke €100 eigen vermogen.

  • Na belastingen: De netto rendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen meet hoeveel nettowinst een onderneming behaalt met het door de aandeelhouders geïnvesteerde eigen vermogen.

Er wordt een nettowinst van € X gerealiseerd voor elke €100 eigen vermogen.

Formule:
→ zie formularium

  • Voor belastingen: Resultaat voor belastingen (9904 + 67/77) / Eigen vermogen (10/15 + 19)

  • Na belastingen: Resultaat na belastingen (9904) / Eigen vermogen (10/15 + 19)

Evolutie:

Lichte daling in vgl met 2022

Wat is de norm?:

Vergelijk met de bedrijven in de sector → hoe hoger hoe beter, je bevindt je dus liefst in Q3 of Q4

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

  • het resultaat vóór of na belastingen stijgt of daalt;

  • het eigen vermogen stijgt of daalt.

Een stijging van de winst verhoogt de rendabiliteit, terwijl een stijging van het eigen vermogen zonder een evenredige winststijging de rendabiliteit doet dalen.

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Een stijgende netto rendabiliteit van het eigen vermogen betekent dat de onderneming meer winst genereert met hetzelfde eigen vermogen. Dit is gunstig voor de aandeelhouders, omdat hun investering een hoger rendement oplevert.

Een dalende netto rendabiliteit betekent dat de aandeelhouders minder rendement behalen op hun geïnvesteerde vermogen. Dit kan de onderneming minder aantrekkelijk maken voor (potentiële) investeerders

Advies als de netto rendabiliteit van het eigen vermogen voor of na belastingen te laag is:

Voor belastingen:

  • Verhoog het resultaat voor belastingen

  • Verhoog de omzet

  • Verlaag de operationele kosten

  • Verlaag de financiële kosten (interestlasten)

  • Gebruik het eigen vermogen efficiënter

  • Investeer enkel in projecten die een voldoende hoog rendement opleveren

  • Optimaliseer de financieringsstructuur

Na belastingen:

  • Verhoog de nettowinst

  • Verhoog de omzet

  • Verlaag de operationele kosten

  • Verlaag de financiële kosten

  • Optimaliseer de belastingdruk binnen de wettelijke mogelijkheden

  • Gebruik het eigen vermogen efficiënter

  • Investeer in rendabele projecten

  • Behoud voldoende winst door een doordacht dividendbeleid

36
New cards

Stel dat Lotus nog een extra waardevermindering op voorraden moet aanleggen, zal hierdoor:

  1. De brutoverkoopmarge wijzigen?

  1. De bruto rendabiliteit op de bedrijfsactiva wijzigen?:

  1. Bruto verkoopmarge = EBITDA (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8) / Verkopen (70 + 74 - 740)

    Een waardevermindering is een niet-kaskost → de EBITDA veranderd niet

    Er veranderd ook niks aan de verkopen

    → de bruto verkoopmarge blijft dus hetzelfde

    (de netto verkoopmarge verandert wel want deze gebruikt de EBIT)

  2. Bruto rendabiliteit op de bedrijfsactiva = EBITDA (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8) / Bedrijfsactiva (20 + 21 + 22/27 + 3 + 40/41 + 490/1)

    Een waardevermindering is een niet-kaskost → EBITDA veranderd niet

    De bedrijfsactiva verminderen wel door de waardevermindering die de boekwaarde doet dalen

    → de bruto rendabiliteit op de bedrijfsactiva neemt dus toe (stijging rendement op de bedrijfsactiva)

37
New cards
<ol><li><p>De onderneming opteerde voor de FIFO voorraadwaarderingsmethode. Indien de onderneming zou gekozen hebben voor de LIFO methode zou de eindvoorraad 6 000 euro hoger zijn geweest dan bij FIFO. Hoeveel bedragen de rendabiliteitsratio’s indien de onderneming LIFO zou hebben toegepast</p></li><li><p>De onderneming heeft een dubieuze vordering van 14 520 euro (inclusief 21% btw) waarop geen waardevermindering in X7 werd geregistreerd. Echter verwacht men om slechts 40% van de vordering te kunnen innen. Hoeveel bedragen de rendabiliteitsratio’s indien de onderneming deze waardevermindering zou hebben aangelegd?</p></li><li><p>De onderneming heeft er niet voor geopteerd om een terrein te herwaarderen met 100 000 euro. Stel dat de onderneming wel het terrein zou herwaarderen, hoeveel bedragen de rendabiliteitsratio’s?</p></li></ol><p></p>
  1. De onderneming opteerde voor de FIFO voorraadwaarderingsmethode. Indien de onderneming zou gekozen hebben voor de LIFO methode zou de eindvoorraad 6 000 euro hoger zijn geweest dan bij FIFO. Hoeveel bedragen de rendabiliteitsratio’s indien de onderneming LIFO zou hebben toegepast

  2. De onderneming heeft een dubieuze vordering van 14 520 euro (inclusief 21% btw) waarop geen waardevermindering in X7 werd geregistreerd. Echter verwacht men om slechts 40% van de vordering te kunnen innen. Hoeveel bedragen de rendabiliteitsratio’s indien de onderneming deze waardevermindering zou hebben aangelegd?

  3. De onderneming heeft er niet voor geopteerd om een terrein te herwaarderen met 100 000 euro. Stel dat de onderneming wel het terrein zou herwaarderen, hoeveel bedragen de rendabiliteitsratio’s?

  1. Als we FIFO zouden vervangen door LIFO zou de eindvoorraad €6.000 hoger zijn.

Een hogere eindvoorraad betekent:

  • verbruik daalt met €6 000

  • bedrijfswinst stijgt met €6 000

Nieuwe resultaten

Resultaat voor belastingen + financiële kosten = 700 000 + 6 000 = 706 000

Resultaat voor belastingen = 600 000 + 6 000 = 606 000

Belasting (30%) = 181 800

Nettowinst = 606 000 − 181 800 = 424 200

De voorraad stijgt eveneens met €6 000

Nieuwe activa = 10 006 000

Eigen vermogen stijgt ook met de extra winst = 4 004 20

De nieuwe ratio’s berekenen:

Netto rendabiliteit totale activa

706 000 / 10 006 000 = 7,06%

Netto rendabiliteit eigen vermogen na belastingen

424 200 / 4 004 200 = 10,59%

LIFO (hogere eindvoorraad) → winst en activa stijgen, waardoor beide rendabiliteiten licht stijgen.

  1. De waardevermindering op de dubieuze vordering

Vordering = 14 520 inclusief 21% btw

Eerst exclusief btw berekenen → 14 520 / 1,21 = 12 000 euro

Men verwacht slechts 40% te innen = 60% verlies

Waardevermindering = 12 000 × 60% = 7 200 euro

Nieuwe resultaten

Resultaat voor belastingen + financiële kosten = 700 000 − 7 200 = 692 800

Resultaat voor belastingen = 600 000 − 7 200 = 592 800

Belasting = 177 840

Nettowinst = 414 960

De handelsvordering daalt ook met €7 200

Nieuwe activa = 9 992 800

Eigen vermogen = 4 000 000 − 5 040 = 3 994 960 (omdat de nettowinst 5 040 lager is)

Nieuwe ratio's Netto rendabiliteit totale activa = 692 800 / 9 992 800 = 6,93%

Netto rendabiliteit eigen vermogen = 414 960 / 3 994 960 = 10,39%

Waardevermindering op een vordering → winst en activa dalen, waardoor beide rendabiliteiten dalen

  1. Herwaardering van het terrein

Herwaardering van €100 000

Een herwaardering is geen opbrengst.

Dus:

  • winst verandert niet

  • activa stijgen

  • herwaarderingsmeerwaarde komt in het eigen vermogen

Nieuwe activa = 10 100 000

Nieuw eigen vermogen = 4 100 000

Resultaten blijven hetzelfde

Netto rendabiliteit totale activa = 700 000 / 10 100 000 = 6,93%

Netto rendabiliteit eigen vermogen 420 000 / 4 100 000 = 10,24%

Herwaardering van een terrein → de winst verandert niet, maar activa en eigen vermogen stijgen. Daardoor dalen beide rendabiliteitsratio's, omdat de noemer groter wordt terwijl de teller gelijk blijft

38
New cards
<ol><li><p>Welke onderneming geniet het meest van de financiële hefboomwerking?</p></li><li><p>Hoeveel is de kostprijs van het vreemd vermogen bij A en B?</p></li><li><p>Hoeveel bedraagt het nettorendement op de totale activa?</p></li><li><p>Hoeveel bedraagt gegeven de financiële hefboommultiplicator het nettorendement op het eigen vermogen voor belastingen</p></li><li><p>Stel dat de bedrijfswinst 100 zou bedragen idpv 200, welke onderneming zal dan het hoogste rendement op het eigen vermogen voor belastingen realiseren? Leg uit zonder berekeningen</p></li></ol><p></p>
  1. Welke onderneming geniet het meest van de financiële hefboomwerking?

  2. Hoeveel is de kostprijs van het vreemd vermogen bij A en B?

  3. Hoeveel bedraagt het nettorendement op de totale activa?

  4. Hoeveel bedraagt gegeven de financiële hefboommultiplicator het nettorendement op het eigen vermogen voor belastingen

  5. Stel dat de bedrijfswinst 100 zou bedragen idpv 200, welke onderneming zal dan het hoogste rendement op het eigen vermogen voor belastingen realiseren? Leg uit zonder berekeningen

Via de gegevens kunnen we het eigen en vreemd vermogen van elke onderneming uit de graad van financiële onafhankelijkheid halen:

A: EV = 300, VV = 700

B: EV = 600, VV = 400

C: EV = 1000, VV = 0

Vraag 1 Welke onderneming geniet het meest van de financiële hefboomwerking?

De financiële hefboom = ROE / ROA

We berekenen eerst de ROA = (resultaat voor belastingen + interesten) / totale activa

Voor alle drie bedrijven bedraagt de ROA 20%

Vervolgens berekenen we de ROE vóór belastingen:

A: 112,5 / 300 = 37,5%

B: 150 / 600 = 25%

C: 200 / 1000 = 20%

Nu berekenen we de financiële hefboom

A: 37,5 / 20 = 1,875

B: 25 / 20 = 1,25

C: 20 / 20 = 1

Conclusie: A geniet het meest van de financiële hefboomwerking, omdat zij de meeste schulden gebruikt en de schulden goedkoper zijn dan het rendement op de activa.

Vraag 2 Kostprijs vreemd vermogen

Formule: Financiele kosten / VV

A: 700 / 87,5 = 12,5%

B: 50 / 400 = 12,5%

Vraag 3 Netto rendement op totale activa

Formule: Netto resultaat voor belastingen en financiële kosten (9904 + 67/77 + 650 + 653 - 9126) / Totale activa (20/58)

Voor alle drie 20%

A = 20%

B = 20%

C = 20%

Vraag 4 Netto rendement op eigen vermogen vóór belastingen

Gebruik

ROE = FH × ROA

A: 1,875 × 20% = 37,5%

B: 1,25 ×20% = 25%

C: 1×20% = 20%

Vraag 5 Stel dat de bedrijfswinst slechts 100 bedraagt

Nieuwe EBIT =100 → Intresten blijven gelijk.

A:

Winst vóór belastingen = 100−87,5 = 12,5

ROE = 12,5/300 = 4,17%

B:

100−50 = 50

ROE = 50/600 = 8,33%

C:

100−0 = 100

ROE = 100/1000 = 10%

Dus onderneming C behaalt nu het hoogste rendement op het eigen vermogen.

Waarom?:

Bij een lagere bedrijfswinst blijven de interestkosten van A en B gelijk.

Daardoor "eten" de interesten een groot deel van de winst op.

C heeft geen schulden en dus ook geen interestkosten.

Wanneer de winst daalt:

  • ondernemingen met veel schulden worden het zwaarst getroffen;

  • ondernemingen zonder schulden behouden een hoger rendement.

Dit toont mooi het risico van een hoge financiële hefboom:

  • bij hoge winsten werkt de hefboom in het voordeel van de aandeelhouders;

  • bij lage winsten werkt dezelfde hefboom in hun nadeel.

39
New cards
<p>Bespreek de bruto toegevoegde waarde, de toegevoegde waarde marge en de verdeling van de bruto toegevoegde waarde van Lotus in 2023:</p>

Bespreek de bruto toegevoegde waarde, de toegevoegde waarde marge en de verdeling van de bruto toegevoegde waarde van Lotus in 2023:

Wat betekent het?:

  • Bruto TW: De bruto toegevoegde waarde geeft weer hoeveel nieuwe waarde de onderneming zelf creëert tijdens het productieproces.

    Ze is het verschil tussen de waarde van de productie en het intermediair verbruik (goederen en diensten die bij andere ondernemingen worden aangekocht).

  • TW Marge: De toegevoegde waardemarge geeft aan welk percentage van de waarde van de productie door de onderneming zelf wordt gecreëerd.

    Van elke €100 waarde productie blijft €25,79 toegevoegde waarde over.

  • Verdeling bruto TW:

Aandeel personeel: welk percentage van de toegevoegde waarde naar de werknemers gaat in de vorm van lonen en sociale lasten.

Aandeel uitrusting: welk deel van de toegevoegde waarde nodig is voor afschrijvingen (verbruik van vaste activa).

Aandeel VV: welk deel van de toegevoegde waarde naar de kredietverstrekkers gaat onder de vorm van interesten.

Aandeel overheid: welk deel van de toegevoegde waarde via belastingen naar de overheid gaat.

Aandeel EV: welk deel van de toegevoegde waarde uiteindelijk als winst overblijft voor de aandeelhouders.

Formules:
→ zie formularium

  • Bruto TW: Waarde productie (70 + 71 + 72 + 74 - 740) - Intermediair verbruik (60 + 61)

  • TW marge: Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 - 740 - 60 - 61) / Waarde productie (70 + 71 + 72 + 74 - 740)

  • Verdeling bruto TW:

Aandeel van het personeel: Personeelskosten (62 + 635) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)

Aandeel uitrusting: Bedrijfs niet-kaskosten (630 + 631/4 + 635/8 – 635 ) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)

Aandeel VV: Financiële kosten vreemd vermogen (650 + 653) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)

Aandeel overheid: Belastingen (640 + 67/77) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)

Aandeel EV: Toegevoegde winst of verlies (saldo) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)

Evolutie:

Bruto TW: De bruto toegevoegde waarde is gestegen ten opzichte van 2022

Lotus Bakeries creëert in 2023 een bruto toegevoegde waarde van €98.230.411. Deze waarde wordt vervolgens verdeeld over: het personeel, uitrusting, de overheid, de vermogensverschaffers, de aandeelhouders

TW Marge: Lotus Bakeries creëert €25,79 bruto toegevoegde waarde per €100 waarde productie. → minder dan in 2022

Verdeling bruto TW:

Aandeel personeel: Gestegen tegenover 2022 → een groter deel van de gecreerde waarde gaat naar de wn

Aandeel uitrusting: Gestegen → de onderneming gebruikt meer kapitaal goederen of investeert meer dan vorig jaar

Aandeel VV: blijft hetzelfde → de interestlast is zeer beperkt

Aandeel overheid: gedaald

Aandeel EV: gedaald → Ondanks de hogere toegevoegde waarde blijft een kleiner percentage over als winst voor de aandeelhouders, omdat een groter deel naar personeel en afschrijvingen gaat.

Wat is de norm?:

  • Bruto TW:

Er is geen vaste norm → Hoe hoger de bruto toegevoegde waarde, hoe meer waarde de onderneming creëert = hoe hoger hoe beter

De absolute waarde vergelijk je vooral doorheen de tijd of met andere ondernemingen in de sector

  • TW Marge: Vergelijk met sectorgenoten, hoe hoger de sector hoe gunstiger

  • Verdeling bruto TW: geen norm, gewoon vgl met vorige boekjaren en op sector niveau

Waarom is het veranderd?:

Kijk naar de onderdelen van de formule.

  • Bruto TW:

De bruto toegevoegde waarde stijgt wanneer:

  • de waarde van de productie stijgt;

  • het intermediair verbruik daalt;

  • of wanneer de productie sterker stijgt dan het intermediair verbruik.

  • TW Marge:

De TW marge verandert wanneer:

  • de bruto toegevoegde waarde stijgt of daalt;

  • de waarde van de productie stijgt of daalt.

In dit geval stijgt de bruto toegevoegde waarde, maar de waarde van de productie stijgt iets sterker, waardoor de marge licht daalt.

Wat betekent dit voor de onderneming?:

Bruto TW: Een stijgende bruto toegevoegde waarde betekent dat de onderneming meer economische waarde creëert. Hierdoor kan ze meer middelen verdelen onder personeel, overheid, financiers en aandeelhouders.

TW Marge:

  • Een hogere toegevoegde waardemarge betekent dat de onderneming meer waarde creëert met haar productieproces.

  • Een lagere toegevoegde waardemarge betekent dat een groter deel van de productie bestaat uit aangekochte goederen en diensten, waardoor minder waarde binnen de onderneming zelf wordt gecreëerd.

Advies als:

De bruto TW te laag is:

  • Verhoog de productie en/of omzet.

  • Verlaag het intermediair verbruik.

  • Onderhandel betere aankoopprijzen.

  • Verhoog de efficiëntie van het productieproces.

  • Verminder materiaal- en energieverliezen.

De TW marge te laag is:

  • Verhoog de verkoopprijzen indien mogelijk.

  • Verlaag de aankoopkosten.

  • Verminder het intermediair verbruik.

  • Verhoog de efficiëntie van het productieproces.

  • Verhoog de productiviteit.

  • Focus op producten met een hogere toegevoegde waarde.

De verdeling bruto TW:

Advies als het aandeel personeel te hoog is

  • Verhoog de arbeidsproductiviteit.

  • Automatiseer waar mogelijk.

  • Optimaliseer de personeelsplanning.

  • Investeer in opleiding zodat werknemers efficiënter werken.

  • Verhoog de omzet zonder de personeelskosten evenredig te laten stijgen.

Een hoog aandeel personeelskosten is niet altijd negatief. Bij dienstverlenende of arbeidsintensieve ondernemingen is dit vaak normaal.

Advies als het aandeel uitrusting te hoog is:

  • Gebruik machines en installaties efficiënter.

  • Verhoog de bezettingsgraad van de productiecapaciteit.

  • Stel niet-noodzakelijke investeringen uit.

  • Investeer enkel in activa die voldoende rendement opleveren.

  • Controleer de afschrijvingspolitiek.

Advies als het aandeel vreemd vermogen te hoog is:

  • Verminder de schuldenlast.

  • Herfinancier leningen tegen een lagere rente.

  • Verhoog het eigen vermogen.

  • Verbeter de kasstromen zodat minder geleend moet worden.

  • Onderhandel gunstigere kredietvoorwaarden.

Advies als het aandeel overheid te hoog is:

  • Optimaliseer de belastingdruk binnen de wettelijke mogelijkheden.

  • Maak gebruik van fiscale aftrekken of investeringsaftrekken.

  • Plan investeringen fiscaal efficiënt.

Let op: Een hoog aandeel overheid kan ook gewoon het gevolg zijn van een hoge winst. Dat is dus niet per se negatief.

Advies als het aandeel eigen vermogen te laag is:

  • Verhoog de winstgevendheid.

  • Verlaag de operationele kosten.

  • Verhoog de omzet.

  • Verbeter de marges.

  • Beperk de financiële kosten.

  • Voer een doordacht dividendbeleid zodat meer winst in de onderneming blijft.

  • Investeer in rendabele projecten.

40
New cards

Ben je akkoord met de volgende stellingen of niet?:

  1. Een toename van de schuldgraad heeft altijd een gunstige invloed op de rendabiliteit

  2. Een onderneming moet streven naar een zo hoog mogelijke acid ratio (liquiditeit in enge zin)

  1. Niet akkoord. Een hogere schuldgraad is alleen gunstig wanneer de onderneming een positieve financiële hefboom heeft (FH > 1 of ROE > ROA). Bij een negatieve financiële hefboom verlaagt een hogere schuldgraad de rendabiliteit.

  2. Niet akkoord. Een te hoge acid ratio betekent dat veel middelen onbenut of weinig rendabel zijn. Een onderneming moet streven naar een voldoende, maar niet overdreven hoge liquiditeit.

41
New cards

Het betalen van de energiekosten voor het gebruiken van de machines en installaties verlaagt:

  1. De kasstroom uit operationele activiteiten

  2. De kasstroom uit investeringsactiviteiten

  3. De kasstroom uit financieringsactiviteiten

  4. Geen enkele kasstroom

  1. De kasstroom uit operationele activiteiten

Energiekosten zijn bedrijfskosten die voortvloeien uit de dagelijkse bedrijfsactiviteiten. Ze behoren dus tot de operationele activiteiten.

Wanneer de onderneming de energiefactuur betaalt stroomt er geld uit de onderneming

42
New cards

Het uitbetalen van een dividend aan de aandeelhouders verlaagt:

  1. De kasstroom uit operationele activiteiten

  2. De kasstroom uit investeringsactiviteiten

  3. De kasstroom uit financieringsactiviteiten

  4. Geen enkele kasstroom

  1. De kasstroom uit financieringsactiviteiten

Een dividend is een uitkering van winst aan de aandeelhouders.

Wanneer de onderneming het dividend uitbetaalt:

  • er verlaat geld de onderneming (kasuitgave)

  • deze betaling heeft te maken met de financiering van de onderneming (vergoeding van de vermogensverschaffers) en niet met de dagelijkse bedrijfsactiviteiten.

Daarom daalt de kasstroom uit financieringsactiviteiten

43
New cards

Het aanleggen van een waardevermindering op vorderingen verlaagt:

  1. De kasstroom uit operationele activiteiten

  2. De kasstroom uit investeringsactiviteiten

  3. De kasstroom uit financieringsactiviteiten

  4. Geen enkele kasstroom

  1. Geen enkele kasstroom

Een waardevermindering op vorderingen is een boekhoudkundige kost, maar geen kasuitgave.

De onderneming betaalt op dat moment geen geld. Ze erkent enkel dat een deel van een openstaande vordering waarschijnlijk niet meer zal worden geïnd.

44
New cards
<ol><li><p>Stel de kasstroom volgens de directe methode op in het jaar x1, en maak een onderscheid tussen kasstromen uit operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten. Interpreteer de kasstromen</p></li><li><p>Hoeveel bedraagt het eindsaldo van liquide middelen, als het beginsaldo 40 000 euro bedraagt bij de start van het boekjaar,</p></li><li><p>Interpreteer de kasstromen</p></li></ol><p></p>
  1. Stel de kasstroom volgens de directe methode op in het jaar x1, en maak een onderscheid tussen kasstromen uit operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten. Interpreteer de kasstromen

  2. Hoeveel bedraagt het eindsaldo van liquide middelen, als het beginsaldo 40 000 euro bedraagt bij de start van het boekjaar,

  3. Interpreteer de kasstromen

Kasstroom uit operationele activiteiten = €317.000 (positief):

De onderneming genereert voldoende kasmiddelen uit haar normale bedrijfsactiviteiten. Dit is een gunstig signaal, aangezien de operationele activiteiten de belangrijkste bron van kasmiddelen vormen. De onderneming kan haar dagelijkse werking financieren zonder afhankelijk te zijn van bijkomende leningen of de verkoop van activa.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten = – €102.000 (negatief):

De onderneming investeert meer dan ze desinvesteert. De negatieve kasstroom wordt veroorzaakt door de aankoop van winkelrekken en een magazijn. Dit is doorgaans een positief signaal, omdat de onderneming investeert in haar toekomstige groei en productiecapaciteit.

Vrije kasstroom = €215.000 (positief)

Na financiering van de dagelijkse werking én de investeringen blijft er nog €215.000 aan vrije kasmiddelen over. De onderneming beschikt dus over voldoende middelen om schulden af te lossen, dividenden uit te keren of toekomstige investeringen te financieren.

Kasstroom uit financieringsactiviteiten = €94.000 (positief)

De onderneming heeft meer financiering aangetrokken dan terugbetaald. Dit komt door een nieuwe lening en een kapitaalverhoging, die groter zijn dan de leningaflossing en de uitbetaalde dividenden. Hierdoor neemt de beschikbare kaspositie toe.

Netto kasstroom van de periode = €309.000 (positief)

De totale kasmiddelen van de onderneming nemen tijdens het boekjaar met €309.000 toe. De onderneming genereert dus netto meer kasmiddelen dan ze uitgeeft.

Eindsaldo liquide middelen = €349.000

De onderneming sluit het boekjaar af met €349.000 aan liquide middelen. Dit wijst op een sterke liquiditeitspositie, waardoor de onderneming haar kortetermijnverplichtingen gemakkelijker kan nakomen en voldoende financiële ruimte heeft voor toekomstige investeringen of onverwachte uitgaven.

<p>Kasstroom uit operationele activiteiten = €317.000 (positief):</p><p>De onderneming genereert voldoende kasmiddelen uit haar normale bedrijfsactiviteiten. Dit is een gunstig signaal, aangezien de operationele activiteiten de belangrijkste bron van kasmiddelen vormen. De onderneming kan haar dagelijkse werking financieren zonder afhankelijk te zijn van bijkomende leningen of de verkoop van activa.</p><p></p><p>Kasstroom uit investeringsactiviteiten = – €102.000 (negatief): </p><p>De onderneming investeert meer dan ze desinvesteert. De negatieve kasstroom wordt veroorzaakt door de aankoop van winkelrekken en een magazijn. Dit is doorgaans een positief signaal, omdat de onderneming investeert in haar toekomstige groei en productiecapaciteit.</p><p></p><p>Vrije kasstroom = €215.000 (positief)</p><p>Na financiering van de dagelijkse werking én de investeringen blijft er nog €215.000 aan vrije kasmiddelen over. De onderneming beschikt dus over voldoende middelen om schulden af te lossen, dividenden uit te keren of toekomstige investeringen te financieren.</p><p></p><p>Kasstroom uit financieringsactiviteiten = €94.000 (positief)</p><p>De onderneming heeft meer financiering aangetrokken dan terugbetaald. Dit komt door een nieuwe lening en een kapitaalverhoging, die groter zijn dan de leningaflossing en de uitbetaalde dividenden. Hierdoor neemt de beschikbare kaspositie toe.</p><p></p><p>Netto kasstroom van de periode = €309.000 (positief)</p><p>De totale kasmiddelen van de onderneming nemen tijdens het boekjaar met €309.000 toe. De onderneming genereert dus netto meer kasmiddelen dan ze uitgeeft.</p><p></p><p>Eindsaldo liquide middelen = €349.000</p><p>De onderneming sluit het boekjaar af met €349.000 aan liquide middelen. Dit wijst op een sterke liquiditeitspositie, waardoor de onderneming haar kortetermijnverplichtingen gemakkelijker kan nakomen en voldoende financiële ruimte heeft voor toekomstige investeringen of onverwachte uitgaven.</p>
45
New cards
<p>Los op:</p>

Los op:

Stap 1: Classificeer de verrichtingen

Verrichting

Soort kasstroom

Ontvangsten uit verkopen €6.000.000

Operationele activiteiten

Terugbetaling lange termijn lening €300.000

Financieringsactiviteiten

Kapitaalverhoging €70.000

Financieringsactiviteiten

Betaling leveranciers €3.400.000

Operationele activiteiten

Betaling dividenden €700.000

Financieringsactiviteiten

Ontvangst korte termijn lening €200.000

Financieringsactiviteiten

Investering gebouw €900.000

Investeringsactiviteiten

Omdat enkel de kasstroom uit financieringsactiviteiten wordt gevraagd, nemen we alleen de verrichtingen die betrekking hebben op de financiering van de onderneming mee.

Stap 2: Bereken de kasstroom uit financieringsactiviteiten Ontvangsten

Ontvangsten

Bedrag

Kapitaalverhoging

€70.000

Ontvangst korte termijn lening

€200.000

Totaal ontvangsten

70 000 + 200 000 = 270 000

Uitgaven

Uitgaven

Bedrag

Terugbetaling lange termijn lening

€300.000

Uitbetaling dividenden

€700.000

Totaal uitgaven

300 000 + 700 000 = 1 000 000

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

= 270 000 − 1 000 000 = −730 000

Dit betekent dat de onderneming tijdens het boekjaar meer geld heeft uitgegeven aan haar financiering dan ze heeft ontvangen.

Hoewel de onderneming:

  • een kapitaalverhoging van €70.000 heeft doorgevoerd;

  • en een korte termijn lening van €200.000 heeft ontvangen,

werden deze kasinstromen ruimschoots gecompenseerd door:

  • de terugbetaling van een lange termijn lening (€300.000);

  • en de uitbetaling van dividenden (€700.000).

Per saldo stroomt €730.000 uit de onderneming als gevolg van financieringsactiviteiten.

Conclusie

Een negatieve kasstroom uit financieringsactiviteiten is niet noodzakelijk ongunstig. In dit geval wijst ze erop dat de onderneming:

  • schulden aflost;

  • winst uitkeert aan haar aandeelhouders.

Dit kan zelfs een teken zijn van een financieel gezonde onderneming, op voorwaarde dat de operationele activiteiten voldoende kasmiddelen genereren om deze uitgaven te financieren.