1/44
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress

Oef 1 1. Los deze oefening op
uitgebreide vaste activa = 302 100, beperkt vlottende activa = 33 100, permanent vermogen = 240 825, vreemd vermogen op ten hoogste 1 jaar = 94 375
Nee, de uitgebreide vaste activa is niet ongeveer hetzelfde als het permanent vermogen en de beperkt vlottende activa is niet ongeveer gelijk aan het vreemd vermogen op ten hoogste 1 jaar
Nee, ze hebben vooral in materiele vaste activa geinvesteerd (risicovole vaste activa zou financiele vaste activa zijn en we hebben zeer weinig financieel vaste activa)
De vlottende activa zijn voldoende snel omzetbaar in geld, het zijn de voorraden die moeilijk omzetbaar zijn in geld
In andere woorden: Hebben we half EV en half VVLT? Nee, we hebben veel meer schulden dan eigen vermogen
Verhoog je eigen vermogen door meer winsten te maken, meer winst over te dragen en behouden als financieringsbron, Herschik de schulden, desinvesteer (verkoop de vaste activa die je niet nodig hebt zodat het EV stijgt en je makkelijker schulden kan terugbetalen)

Oef 1 2. Herwerk deze resultatenrekening(?) bereken de EBIT en EBITDA
Als we interesse hebben in het resultaat met het bedrijfskarakter dan moeten we het resultaat en de geldstroom opsplitsen
EBIT = earnings before interest and taxes = 2 093 207
EBITDA = earnings before interest, taxes , depriciation and amortization = 3 143 085

Waarbij moet je kijken naar de impact van een verandering in waarde of verandering in het afschrijvingsritme?
De EBITDA wordt NIET veranderd door meer waardeverminderingen of afschrijvingen

De revisor stelt vast dat de volgende aanpassingen nog moeten gebeuren:
Een waardevermindering op voorraden van 8 000 euro dient nog geregistreerd te worden
Een voorziening van 20 000 euro dient nog aangelegd te worden
Registreer de aanpassingen in de balans en resultatenrekening wetende dat de winst van het boekjaar volledig wordt overgedragen en de vennootschapsbelastingen betaald worden in het volgende boekjaar
Er ontbreekt een waardevermindering op de voorraad van 8 000 en een voorziening van 20 000, dit zijn beide kosten dus de winst voor belasting daalt met 28 000 euro
De resultatenrekening:
Winst voor belastingen = 55 000 - 28 000 = 27 000
Waardeverminderingen = 15 000 + 8 000 = 23 000
Voorzieningen = + 20 000
We kunnen de vennootschapsbelasting niet vergeten, deze bedraagt 25%:
(winst voor belastingen - extra kosten) x 25% = nieuwe vennootschapsbelasting
(55 000 - 28 000) x 25% = 6 750
de nieuwe winst na belastingen = 27 000 - 6 750 = 20 250
de omzet blijft 600 000 euro
De balans:
los nog eens op zelf


Bespreek de algemene liquiditeit van Leonidas in 2023
Wat betekent het?
Nettobedrijfskapitaal KT= In welke mate zijn de vlottende activa voldoende om de KT schulden te dekken?
Nettobedrijfskapitaal LT= Zijn de LT financieringsmiddelen voldoende om de vaste/langdurige activa te financieren?
Formule:
→ zie formularium
Beperkt vlottend actief (29/58 - 29) – vreemd vermogen op KT (42/48 + 492/3)
of
Permanent vermogen (10/15 + 19 + 16 + 17) – Uitgebreide vaste activa (20 + 21/28 + 29)
Evolutie:
stijging op zowel KT als LT
Wat is de norm?:
De norm is gewoon om groter dan 0 te zijn, als je meer dan 0 hebt heb je genoeg middelen om de dagdagelijkse activiteiten te dekken
Waarom is het verandert?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
KT:
De beperkt vlottende activa stijgen:
€24.045.529 → €28.441.515
Dat is een stijging van ongeveer €4,40 miljoen.
Het VVKT stijgt eveneens:
€15.565.547 → €16.075.951
Dat is slechts ongeveer €0,51 miljoen.
De activa die op relatief korte termijn beschikbaar zijn, stijgen veel sterker dan de kortlopende schulden. Daardoor neemt de financiële buffer op KT toe en stijgt het netto bedrijfskapitaal met ongeveer €3,89 miljoen.
LT:
Permanent vermogen:
€25.217.144 → €30.712.072 → stijgt met €5,49 miljoen.
Uitgebreide vaste activa:
€16.737.162 → €18.346.508 → stijgt met €1,61 miljoen.
Het permanente vermogen neemt dus veel sterker toe dan de uitgebreide vaste activa.
Daarom stijgt het NBK: €8,48 miljoen → €12,37 miljoen.
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Het netto bedrijfskapitaal is in beide jaren positief → het permanente vermogen is groter dan de uitgebreide vaste activa
De vaste activa worden dus volledig met langetermijnmiddelen gefinancierd en er blijft een overschot aan permanent vermogen beschikbaar voor de financiering van vlottende activa
De stijging van het netto bedrijfskapitaal wordt vooral veroorzaakt doordat het permanente vermogen stijgt van €25,22 miljoen naar €30,71 miljoen, terwijl de uitgebreide vaste activa minder sterk toenemen, van €16,74 miljoen naar €18,35 miljoen.
Financieringsbuffer op lange termijn wordt groter.

Bespreek de nettobedrijfskapitaalbehoefte van Leonidas in 2023
Wat betekent het?
Nettobedrijfskapitaalbehoefte = de middelen die we nodig hebben voor de uitvoering van de dagelijkse activiteiten
Formule:
→ zie formularium
Vlottende bedrijfsactiva (3 + 40/41 + 490/1) – Vlottende bedrijfspassiva (42/48 – 43 + 492/3)
Evolutie:
in zowel 2022 als 2023 is de nettobedrijfskapitaalbehoefte negatief, een negatieve waarde is bij deze ratio goed, het betekent dat we geen tekort aan nettobedrijfskapitaal hebben maar zelfs een overschot
Wat is de norm?:
Een negatieve of positieve waarde kan beide goed zijn, het is heel sector gebonden (vgl met de rest van de sector)
Waarom is het verandert?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
De nettobedrijfskapitaalbehoefte is licht gestegen maar is nog steeds positief, er is dus geen financiering nodig
Het overschot aan nettobedrijfskapitaal is afgenomen door een toename aan voorraden en een daling van de handelsschulden (door deze af te betalen)
Wat betekent dit voor de onderneming?:
De onderneming zit goed bij deze ratio.
Advies als de nettobedrijfskapitaalbehoefte positief zou zijn:
Minder betalingsuitstel toelaten aan klanten
Minder voorraden aanhouden
Sneller voorraden roteren
Meer betalingsuitstel vragen aan leveranciers

Bespreek de nettokas van Leonidas in 2023:
Wat betekent het?
De nettokas toont ons of er voldoende kasmiddelen zijn om de dagelijkse activiteiten te financieren
Formule:
→ zie formularium
Nettobedrijfskapitaal – Nettobedrijfskapitaalbehoefte
of
Geldbeleggingen (50/53) + Liquide middelen (54/58) – Financiële schulden op ten hoogste één jaar (43)
Evolutie:
De nettokas is gestegen in vgl met 2022
Wat is de norm?:
De norm van de nettokas is > 0
zolang dat de nettokas hoger is dan 0, hebben we genoeg middelen voor de dagdagelijkse activiteiten
Waarom is het verandert?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
ons nettobedrijfskapitaal is gestegen of onze nettobedrijfskapitaalbehoefte is gedaald
of
onze geldbeleggingen en liquide middelen zijn gestegen of onze financiële schulden zijn gedaald
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Er is voldoende cash voor de dagelijkse activiteiten
MAAR: het is nadelig om te veel cash in de onderneming te hebben (dus als de nettokas te hoog is) want dan zit het geld stof te verzamelen in de onderneming idpv dat het geïnvesteerd wordt in nuttig wordt gebruikt
Advies bij een te lage nettokas:
Verlaag de behoefte aan nettobedrijfskapitaal
zorg dat er meer liquide middelen in de onderneming geraken via bv een LT lening

Bespreek de nettokas ratio van Leonidas in 2023:
Wat betekent het?
Toont hoe zwaar de nettokas weegt ten opzichte van de actieve bedrijfsactiviteiten op KT.
Formule:
→ zie formularium
Nettokas / Beperkt vlottend actief (29/58 - 29)
Evolutie:
Het nettokasratio is in 2023 lichtjes gestegen
Wat is de norm?:
de norm is > 0 en het is belangrijk om te vergelijken met sectorgenoten
Waarom is het verandert?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
Stijging van de nettokas of daling van ons beperkt vlottend actief
Wat betekent dit voor de onderneming?:
de onderneming zit boven de norm en op hetzelfde niveau als sectorgenoten
Advies als de nettokas en het ratio veel te hoog zijn:
meer dividenden uitkeren
investeren in meer rendabele activa
Advies als de nettokas en het ratio veel te laag zijn:
de behoefte aan nettokas verkleinen (klanten minder betalingsuitstel geven, leveranciers om meer betalingsuitstel vragen)
meer liquide middelen aanhouden (minder dividenden uitkeren, LT lening aangaan)

Bespreek de current-ratio (liquiditeit in ruime zin) voor Leonidas in 2023:
Wat betekent het?:
De current ratio toont ons of de vlottende activa volstaan om de KT schulden te betalen
Formule:
→ zie formularium
Beperkt vlottend actief (29/58- 29) / Vreemd vermogen op korte termijn (42/48 + 492/3)
Evolutie:
De current ratio is in 2023 licht gestegen
Wat is de norm?:
De norm voor de current ratio is > 1
Hoe hoger de current ratio, hoe beter de liquiditeitspositie is meestal de regel.
Als de uitkomst lager is dan 1, betekent het dat er meer vreemd vermogen op KT dan vlottende activa in de onderneming aanwezig zijn. Een current ratio lager dan 1 is daarom niet goed.
Het is ook handig om dit ratio te vergelijken met andere spelers in de sector en om deze in een bepaald kwartiel te plaatsen
Waarom is het verandert?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
Het beperkt vlottend actief is gestegen of het vreemd vermogen op KT is gedaald
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Dit is goed voor de onderneming, de current ratio bevind zich in het derde kwartiel → goed of niet?
Advies als de current ratio kleiner is dan 1 :
Meer liquide middelen verzamelen
Meer vorderingen creëren door meer te verkopen
De KT schulden afbouwen
Stell Leonidas heeft een current ratio van 1,77
Q1 = 0,86
Q2 = 1,21
Q3 = 2,09
Bij welk kwartiel hoort het cijfer van Leonidas?
Het current ratio van Leonidas hoort in Kwartiel 3

Bespreek de acid-ratio (liquiditeit in enge zin) voor Leonidas:
Wat betekent het?:
De acid ratio geeft weer of de meest liquide vlottende activa volstaan voor de betaling van onze KT schulden
Formule:
→ zie formularium
Meest liquide vlottende activa (40/41 + 50/53 + 54/58) / Schulden op ten hoogste één jaar (42/48)
Evolutie:
De acid ratio van Leonidas is in 2023 licht gestegen
Wat is de norm?:
De norm voor de acid ratio is > 1
Als de acid ratio 1 is of hoger dan heeft het bedrijf voldoende liquide middelen heeft om aan zijn KT verplichtingen te voldoen, zonder afhankelijk te zijn van de verkoop van voorraad.
Waarom is het verandert?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
We hebben meer meest vlottende liquide vaste activa of we hebben minder schulden op KT
Wat betekent dit voor de onderneming?:
De onderneming is hier comfortabel en bevind zich in Q3
Advies als de acid ratio kleiner is dan 1:
Meer liquide middelen aanhouden via bv een extra lening of meer winsten
Meer vorderingen creëren door meer te verkopen
KT schulden afbouwen

Bespreek de rotatie aangekochte goederen voor Leonidas:
Wat betekent het?:
Het aantal keren dat de aangekochte voorraden vernieuwd worden tijdens een jaar
Formule:
→ zie formularium
Kosten verbruikte voorraden (60) / Aangekochte voorraden (30/31 + 34 + 36)
Evolutie:
In 2023 is de rotatie van de aangekochte goederen (voorraden) licht gedaald
Wat is de norm?:
Er is geen vaste norm, hoe hoger deze ratio → hoe hoger de rotatie → hoe gunstiger
bv. ratio = 2 → de aangekochte voorraden worden 2 keer per jaar vernieuwd (elke 182,5 dagen)
ratio = 8 → de aangekochte voorraden worden 8 keer per jaar vernieuwd (elke 45,63 dagen) = beter
Waarom is het verandert?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
we hebben meer voorraden aangekocht of we hebben meer aangekochte voorraden verbruikt
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Het betekent dat de voorraad aangekochte goederen 7 keer per jaar wordt vernieuwd in 2023 (het wordt vernieuwd om de 52,04 dagen)
de aangekochte voorraden worden dus minder vaak vernieuwd dan in 2022 = ongunstige evolutie en we zitten in het 2de kwartiel
Advies als de rotatie aangekochte goederen te laag is:
Houd minder voorraden aan
Probeer betere afspraken te maken met leveranciers en gebruik JIT (just-in-time)

Bespreek de rotatie geproduceerde voorraden voor Leonidas:
Wat betekent het?:
Het aantal keren dat de geproduceerde voorraden vernieuwd worden tijdens een jaar
Formule:
→ zie formularium
Kostprijs van de verkopen (60/66A - 66A - 71 – 72- 740 -9125) / Geproduceerde voorraden (32 + 33 + 35 + 37)
Evolutie:
De rotatie van de geproduceerde voorraden is hoger in 2023, dit is een gunstige evolutie en we bevinden ons in het derde kwartiel
Wat is de norm?:
Hoe hoger de rotaties hoe beter
Waarom is het verandert?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
De kostprijs van de verkopen is gestegen of de hoeveelheid geproduceerde voorraden is gedaald
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Het betekent dat de geproduceerde voorraden 45,31 keer per jaar worden vernieuwd (elke 8,05 dagen)
Advies als de rotatie geproduceerde voorraden ongunstig is:
Hou minder geproduceerde voorraden aan
Verkoop meer voorraad

Bespreek het aantal dagen klantenkrediet voor Leonidas:
Wat betekent het?:
Het gemiddeld aantal dagen tussen het moment dat de goederen geleverd worden en wanneer de klanten betalen.
Formule:
→ zie formularium
Handelsvorderingen < 1jr (40 + 9150) / Verkopen incl. Btw ((70 + 74 - 740 + 9146) / 365)
Evolutie:
Het aantal dagen klantenkrediet is in 2023 gestegen → een ongunstige evolutie
Wat is de norm?:
We willen zo min mogelijk betalingsuitstel aan onze klanten geven.
Een zo laag mogelijke waarde en een plek in het 1ste kwartiel is het meest gunstig
Waarom is het verandert?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
we hebben meer handelsvorderingen of we hebben minder verkocht (en betaald gekregen)
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Advies als het aantal dagen klantenkrediet ongunstig is:
volg klantdebiteuren strikter op
sta een financiële korting toe als klanten je niet terug kunnen betalen
Vergelijk het klantenkrediet met het leverancierskrediet
aantal dagen KK < aantal dagen LK
Bespreek het aantal dagen leverancierskrediet voor Leonidas:
Wat betekent het?:
Het gemiddeld aantal dagen tussen het moment dat de goederen ontvangen worden en de betaling van de goederen aan de leverancier.
Formule:
→ zie formularium
Handelsschulden < 1jr (44) / Aankopen incl. Btw ((600/8 + 61 + 9145) / 365)
Evolutie:
Het aantal dagen leverancierskrediet is gedaald in 2023 → ongunstige evolutie
Een hogere waarde is hier gunstiger → uitstel betaling van leveranciers
Wat is de norm?:
Hogere waardes zijn gunstiger, je wilt hier in het derde kwartiel zitten
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
de handel schulden op KT zijn toegenomen of de aankopen zijn afgenomen
Wat betekent dit voor de onderneming?:
De onderneming krijgt gemiddeld 25,57 dagen betalingsuitstel van haar leveranciers → er is marge voor verbetering
Advies als het aantal dagen leverancierskrediet ongunstig is:
Ga in onderhandeling met je leveranciers om meer betalingsuitstel te krijgen
Vraag voor een financiële korting bij je leveranciers
Vergelijk het klantenkrediet met het leverancierskrediet
aantal dagen KK < aantal dagen LK

Is het nog mogelijk om de behoefte aan nettobedrijfskapitaal te verbeteren bij Leonidas?
Ja, we kunnen;
de voorraadrotatie aangekochte voorraden nog verbeteren → verhogen
het aantal dagen klantenkrediet verminderen door minder betalingsuitstel toe te laten
het aantal dagen leverancierskrediet verhogen door meer betalingsuitstel aan te vragen
JIT toepassen

Opgave

Los op:
Current ratio zonder de aanpassingen van de revisor = 1,53
Acid ratio zonder de aanpassing van de revisor = 0,77
Current ratio na de aanpassing van de revisor:
Correctie voorraad
de voorraad daalt met 3 000 waardoor de vlottende activa ook met 3 000 daalt
deze aanpassing beinvloed de current ratio maar niet de acid ratio (de acid ratio telt de voorraden niet mee)
Dubieuze vordering
de vordering is 2 420 euro inclusief 21% btw
haal eerst de btw eruit → 2 420 / 1,21 = 2 000
de onderneming verwacht slechts 25% te innen → 2 000 × 25% = 500
→ = een waardevermindering van 1 500 euro
de handelsvorderingen (40/41) dalen met 1 500 euro → 10 895 - 1 500 = 9 395
de totale vlottende activa worden dan: 22 354 - 3 000 - 1 500 = 17 854
Nu kunnen we de nieuwe ratios berekenen:
Nieuw current ratio = 17 854 / (14 503 + 142) = 1,22
Nieuw acid ratio = (9 395 + 269) / 14 503 = 0,67

Los op:
zie vorige flashcard

Los op:
Geg:
Beginvoorraad: 400 eenheden × €1.000 = €400.000
Aankoop 30 maart: 1.400 × €1.100 = €1.540.000
Aankoop 6 mei: 800 × €1.200 = €960.000
Verkoop: 1.900 eenheden
Verkoopprijs: €2.100 per eenheid
400 + 1 400 + 800 = 2 600 = hoeveel eenheden er in totaal beschikbaar zijn
2 600 - 1 900 = 700 eenheden = de eindvoorraad
FIFO (first in first out)
de 1 900 verkochte eenheiden worden dus opgesplitst in:
400 × 1 000 = 400 000
1 400 × 1 100 = 1 540 000
100 × 1 200 = 120 000
kostprijs verkochte goederen = 400 000 + 1 540 000 + 120 000 = 2 060 000
700 × 1 200 = 840 000 = eenheden die overblijven
LIFO (last in first out)
de 1 900 verkochte eenheden bestaan uit:
800 × 1 200 = 960 000
1 100 × 1 100 = 1 210 000
de kostprijs van de verkochte goederen: 960 000 + 1 210 000 = 2 170 000
de eindvoorraad bestaat dan uit:
300 × 1 100 = 330 000
400 × 1 000 = 400 000
= 330 000 + 400 000 = 730 000
Voorraad rotaties
Formule: Rotatie aangekochte voorraden = kosten verbruikte voorraden (60) / aangekochte voorraden (30/31 + 34 + 36)
Bij FIFO = kostprijs verkochte goederen = 2 060 000
de aangekochte voorraden tijdens het jaar zijn: 1 400(1 100) + 800(1 200) = 2 500 000
dus: De rotatie FIFO = 2 060 000 / 2 500 000 = 0,824
Bij LIFO = kostprijs van de verkochte goederen = 800(1 200) + 1 100(1 100) = 2 170 000
de aankopen blijven 2 500 000
dus: Rotatie bij LIFO = 2 170 000 / 2 500 000 = 0,868
De voorraadrotatie is groter bij LIFO dan bij FIFO omdat de aankoopprijzen stijgen → bij LIFO worden de duurste (meest recent aangekochte) goederen eerst verkocht waardoor de kosten van de eerst verkochte voorraad hoger zijn
Rotatie LIFO > Rotatie FIFO

Bespreek de algemene schuldgraad en graad van financiële onafhankelijkheid van Horeca Van Zon:
Wat betekent het?:
De algemene schuldgraad en de graad van financiële onafhankelijkheid tonen het evenwicht aan tussen het vreemd en eigen vermogen
Algemene schuldgraad: zegt welk deel van het totale vermogen van een onderneming gefinancierd is met vreemd vermogen. → Het geeft een beeld over het evenwicht tussen vreemd en eigen vermogen
Graad van financiële onafhankelijkheid: De graad van financiële onafhankelijkheid geeft aan in welke mate een onderneming met eigen vermogen is gefinancierd (en dus onafhankelijk is van schuldeisers) → zegt ons ook of we extra schulden aankunnen
Formule:
→ zie formularium
Algemene schuldgraad: Vreemd vermogen (16 + 17/49) / Totaal vermogen (10/49)
Graad van financiële onafhankelijkheid: Eigen vermogen (10/15+19) / Totaal vermogen (10/49)
Evolutie:
In 2023 is de algemene schuldgraad zeer lichtjes gestegen en de graad van financiële onafhankelijk lichtjes gedaald
Wat is de norm?:
De algemene schuldgraad moet tussen de 1,5 euro VV per 1 euro EV en 3 euro VV per 1 euro EV liggen (tussen de 60% en 75%)
De graad van financiële onafhankelijkheid moet tussen de 25% en 40% liggen
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
De algemene schuldgraad is zeer lichtjes gestegen, waarschijnlijk omdat we ietsje meer VV zijn gaan gebruiken, we bevinden ons voor beide jaren in het 4de kwartiel wat slecht is → hoe lager de algemene schuldgraad, hoe minder VV we gebruiken en hoe beter het is voor de onderneming, we willen dus graag in het 1ste kwartiel zitten
De graad van financiële onafhankelijkheid is ook lichtjes gedaald omdat we iets meer VV zijn gaan gebruiken idpv EV, we zitten hier ook in het 1ste kwartiel wat slecht is → hoe hoger de graad van financiële onafhankelijkheid, hoe meer EV we gebruiken idpv VV, hoe beter voor de onderneming, we willen dus graag in het 4de kwartiel zitten
Wat betekent dit voor de onderneming?:
De onderneming zou best veel minder VV gebruiken en meer EV gebruiken
Het blijft wel belangrijk om evenwicht te vinden tussen het goedkope vreemd vermogen en het duurdere eigen vermogen
Omdat het eigen vermogen zo duur is liggen aandeelhouders niet per se wakker van het gebruik van goedkoop VV van de onderneming
Advies als de algemene schuldgraad veel hoger is dan de graad van financiële onafhankelijkheid (zoals hier):
Krik het eigen vermogen op via een kapitaalverhoging, meer winst realiseren of inhouden
Verminder het vreemd vermogen door schulden terug te betalen (indien er voldoende cash is)

Bespreek de lange termijn schuldgraad van Horeca Van Zon:
Wat betekent het?:
De langetermijnschuldgraad geeft aan hoeveel langlopende schulden een onderneming heeft in verhouding tot haar vermogen.
Het is dus een maatstaf voor de financiële afhankelijkheid van schulden op lange termijn.
Formule:
→ zie formularium
Vreemd vermogen LT (16 + 17) / Permanent vermogen
(10/15 + 19 + 16 + 17
Evolutie:
de langetermijnschuldgraad is in 2023 lichtjes gedaald
Wat is de norm?:
ongeveer 50% en tussen 33% en 66%
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
de LT schulden (VV op LT) is lichtjes afgenomen
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Dit betekent dat 70,20% van het permanent vermogen uit LT schulden bedraagt → dit is iets te veel, we mikken op ongeveer 50% en tussen de 33% en 66%
Advies als de lange termijn schuldgraad te hoog ligt:
Bouw het aandeel LT schulden af door meer eigenvermogen te voorzien (kapitaal verhogingen, meer winst draaien, meer winst inhouden, verminder de hoeveelheid VV door schulden terug te betalen)

Bespreek de gearing van Horeca Van Zon:
Wat betekent het?:
Gearing geeft aan hoeveel netto financiële schuld een onderneming heeft in verhouding tot haar eigen vermogen.
(Netto financiële schuld is hoeveel financiële schuld een bedrijf echt overhoudt als je rekening houdt met het geld dat het direct beschikbaar heeft)
Formule:
→ zie formularium
Netto financiële schuld (17 + 42 + 43 - 50/53 - 54/58) / Eigen vermogen (10/15 + 19)
Evolutie:
De gearing van Van Zon is in 2023 gedaald maar bevind zich nog steeds boven de norm
Wat is de norm?:
Een ratio tussen 25% en 50% wordt als optimaal beschouwd.
Dit geeft aan dat een bedrijf financieel verantwoord is en continu streeft naar een gezonde balans tussen vreemd vermogen en eigen vermogen om de activiteiten te financieren.
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
Netto financiële schuld (17 + 42 + 43 -50/53 - 54/58) / Eigen
vermogen (10/15 + 19)
Wat betekent dit voor de onderneming?:
De financiële schuld van Van Zon is 2,36 keer het eigen vermogen wat zeer hoog is
→ normaal gezien wil je ongeveer +50% eigen vermogen en - 50% netto financiële schuld
Een gearing ratio van 50% of hoger geeft aan dat het bedrijf schulden gebruikt om zijn activiteiten te financieren → Zorgt ervoor dat de onderneming in financiële moeilijkheden of zelfs faillissementen kan raken tijdens economische recessies of hogere rentetarieven.
Advies als de gearing te hoog ligt:
Verminder de netto financiële schuld (bankschulden)
Verhoog het eigen vermogen (kapitaal verhoging, meer winst maken, meer winst inhouden,…)

Bespreek de zelffinancieringsgraad van Van Zon:
Wat betekent het?:
De zelffinancieringsgraad laat zien welk deel van het totale vermogen van een bedrijf is gefinancierd met ingehouden winsten en reserves uit het verleden.
Formule:
→ zie formularium
Zelf gegenereerde financieringsmiddelen (13 + 14) / Totaal vermogen (10/49)
Evolutie:
De zelffinancieringsgraad is hetzelfde gebleven omdat de zelf gegenereerde financieringsmiddelen ene hard gedaald is als het totaal vermogen gestegen is
Wat is de norm?:
Er is geen norm voor de zelffinancieringsgraad maar we moeten een negatieve ratio ABSOLUUT vermijden (wordt negatief via een negatieve teller)
Een negatieve ratio zou zeggen dat het bedrijf binnenkort failliet gaat
Het heeft niet echt zin om deze ratio te vergelijken met de rest van de sector omdat de ratio veel te maken heeft met de leeftijd van de onderneming en het bedrijf zelf → oudere ondernemingen hebben meer kans om winsten te maken en sommige bedrijven doen eenmaal heel andere dingen met hun winsten.
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
de evolutie is stabiel
Wat betekent dit voor de onderneming?:
17,42 van het totale vermogen bestaat uit winsten en reserves uit het verleden → is een positieve waarde dus gunstig
Advies als de zelffinancieringsgraad te laag is:
Maak meer winst (reserveer meer winst of draag meer winsten over)
Bouw het vreemd vermogen een beetje af

Wat is het effect van een herwaardering op de graad van financiële onafhankelijkheid?:
Een herwaardering zorgt ervoor dat het terrein 500 000 euro meer waard is
Een herwaardering wordt geregistreerd onder herwaarderingsmeerwaarden waardoor de rubriek eigen vermogen toeneemt met 500 000 en het balanstotaal ook stijgt
Als resultaat neemt de graad van financiële onafhankelijkheid toe (grotere noemer met zelfde teller)

Bespreek de interestdekking van Van Zon in 2023:
Wat betekent het?:
De interestdekking geeft aan hoe vaak uit de winst de rente kan worden betaald.
Formule:
→ zie formularium
EBIT (9901 + 66A -76A) / Financiële kosten (650 + 653 - 9126)
Evolutie:
de interestdekking is bijna verdubbeld in vergelijking met vorig jaar → dit is een gunstige evolutie
Wat is de norm?:
de norm van de interestdekking is minimaal >1 en geadviseerd >3
4 is optimaal
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
De interest dekking is bijna verdubbeld omdat de EBIT is verhoogt en de financiële kosten zijn gedaald
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Het is zeer gunstig voor de onderneming, het betekent dat de EBIT 6,94 hoger is dan de financiële kosten en dat de rente 6,94 uit de winst betaald kan worden
Advies als de interestdekking te laag is:
Zorg ervoor dat de EBIT toeneemt via meer verkopen of een daling van kosten
Onderhandel de interestvoet
Ga minder leningen aan met interestbetalingen

Bespreek de dekking van het vreemd vermogen door de cash flow voor Van Zon in 2023:
Wat betekent het?:
De dekking van het vreemd vermogen door de cashflow geeft aan hoe goed een onderneming haar schulden kan terugbetalen met de cashflow die ze genereert.
Formule:
→ zie formularium
Uitgebreide cashflow (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8 - 650 - 653 + 9126 - 67/77) / Vreemd vermogen (16 + 17/49)
Evolutie:
Een sterke stijging in vgl met 2022
Wat is de norm?:
Er is geen norm → hangt af van de sector en kapitaalstructuur van de onderneming
Hoe hoger hoe beter, 10% is wel zwak → de onderneming heeft dan relatief veel schulden t.o.v. haar cashflow
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
de uitgebreide cashflow is sterk toegenomen → gunstig
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Er komt veel meer cashflow binnen die de onderneming kan gebruiken om haar schulden terug te betalen
Met de kasstroom van 1 jaar dan de onderneming 13,87% van het vreemd vermogen terugbetalen → het zou dus 7,21 jaren duren om het volledig VV af te betalen (als de kasstroom stabiel blijft en je die niet gaat uitkeren in de vorm van dividenden)
Advies als de dekking van het vreemd vermogen door de cashflow veel te laag is:
Verhoog de cashflow
Verminder de hoeveelheid vreemd vermogen in de onderneming
versterk het eigen vermogen
Zorg voor financiële herstructurering

Bespreek de dekking van het vreemd vermogen LT door de cash flow voor Van Zon in 2023:
Wat betekent het?:
De dekking van het vreemd vermogen door de cashflow geeft aan hoe goed een onderneming haar LT schulden kan terugbetalen met de cashflow die ze genereert.
Formule:
→ zie formularium
Uitgebreide cashflow (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8 - 650 - 653 + 9126 - 67/77) / Vreemd vermogen LT (16 + 17)
Evolutie:
Stijging in vgl met 2022
Wat is de norm?:
Minstens 10% → hier zitten we boven = gunstig
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
de uitgebreide cashflow is gestegen en het vreemd vermogen op LT is gedaald
Wat betekent dit voor de onderneming?:
We zitten boven de norm van 10% wat gunstig is → we hebben nog marge om nog extra LT schuld aan te gaan
Met de kasstroom van 1 jaar kunnen we 25,75% van het LT vreemd vermogen betalen
Binnen 3,88 jaar kunnen we het volledig VVLT afbetalen (als de kasstroom stabiel blijft en je die niet gaat uitkeren in de vorm van dividenden)
Advies als de dekking van het vreemd vermogen LT door de cashflow lager is dan 10%:
Verhoog de cashflow
Verminder de hoeveelheid vreemd vermogen op LT
Versterk het eigen vermogen
Zorg voor financiële herstructurering

Bespreek de dekking van schulden > 1 jaar die binnen het jaar vervallen door cash flow van Van Zon in 2023:
Wat betekent het?:
De dekking van schulden > 1 jaar die binnen het jaar vervallen door cashflow meet of de onderneming voldoende cashflow genereert om de aflossing van haar langlopende schulden die dit jaar vervallen te betalen
Formule:
→ zie formularium
Uitgebreide cashflow (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8 - 650 - 653 + 9126 - 67/77) / Vreemd vermogen LT < 1jr (42)
Evolutie:
stijging in vgl met 2022
Wat is de norm?:
Norm > 1 → in 2023 hebben we een ratio van 6,07 = zeer gunstig
De KT schulden kunnen worden terugbetaald
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
De uitgebreide cashflow is sterk gestegen
Wat betekent dit voor de onderneming?:
De onderneming genereert 6,07 keer zoveel cashflow als nodig is om de aflossingen van haar LT schulden te betalen → voor elke 1 euro aan aflossingen die ze dit jaar moet betalen heeft de onderneming 6,07 euro aan cashflow
Advies als de dekking van schulden > 1 jaar die binnen het jaar vervallen door cash flow lager is dan 1:
Zorg voor een toename van cashflow (door bv. meer verkopen)
Zorg voor een daling van de kaskosten

Los op:
Bereken de oorspronkelijke zelffinancieringsgraad
formule; Zelf gegenereerde financieringsmiddelen (13 + 14) / Totaal
vermogen (10/49)
geg:
Reserves = 6 000 000 euro
Overgedragen resultaat = 10 000 000 euro
Balanstotaal = 40 000 000 euro
Zelf gefinancierde middelen = 6 000 000 + 10 000 000 = 16 000 000
dus: de zelffinancieringsgraad = 16 000 000 / 40 000 000 = 40%
Oef i:
Er wordt een waardevermindering van 300 000 euro geboekt → waardevermindering is een kost, de winst verlaagt en de waarde van de activa verlaagt
de winst daalt met 300 000 → 80% wordt overgedragen, 20% wordt uitgedeeld als dividend
→ de overgedragen winst daalt met 300 000 × 80% = 240 000 euro
→ het dividend daalt met 300 000 × 20% = 60 000 euro
de reserves veranderen niet
de zelffinancieringsgraad daalt tot 15 760 000
Wat gebeurt er met het balanstotaal?
→ de waardevermindering vermindert het actief
de activa daalt met 300 000 → 40 000 000 - 300 000 = 39 700 000
bereken het nieuwe ratio
15 760 000 / 39 700 000 = 0,39697 = 39,70%
conclusie: De zelffinancieringsgraad daalt van 40% naar 39,70% omdat het eigen vermogen en het balans totaal gedaald zijn (maar de teller is iets meer gedaald)
Oef ii:
Nu wordt er geen waardevermindering geboekt maar wel een voorziening van 300 000 euro
→ deze voorziening is ook een kost en doet de winst dalen met 300 000
bereken de nieuwe teller
80% van de winst wordt overgedragen
dus de nieuwe teller wordt 15 760 000
Wat gebeurt er met het balanstotaal
Er veranderd nu iets aan de PASSIEF zijde (want het is een voorziening)
de activa verandert niet, de voorzieningen stijgen met 300 000 en het eigen vermogen daalt met 300 000 → het passief verschuift gewoon en het balanstotaal blijft gewopn 40 000 000
Bereken het nieuwe ratio = 15 760 000 / 40 000 000 = 39,40% → de zelffinancieringsgraad daalt
Waarom daalt de zelffinancieringsgraad iets meer in oef ii dan in oef i?: De teller daalt in beide gevallen evenveel maar in oef ii blijft de noemer hetzelfde terwijl in oef i de noemer afneemt waardoor de zelffinancieringsgraad hoger uitkomt

Bespreek het bruto en netto verloopmarge voor belastingen van Lotus in 2023:
Zie slides pp!
Wat betekent het?:
Het bruto verkoopmarge vóór belastingen is het verschil tussen de verkoopopbrengst en de directe kostprijs van de verkochte goederen of diensten, vóór aftrek van belastingen en andere bedrijfskosten. → Het houdt geen rekening met niet kaskosten
Netto verkoopmarge vóór belastingen is de winst die overblijft na aftrek van alle bedrijfs- en operationele kosten van de omzet, maar vóór aftrek van belastingen. → Het houdt wel rekening met niet kaskosten.
Formule:
→ zie formularium
Bruto: EBITDA (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8) / Verkopen (70 + 74 - 740)
Netto: EBIT (9901+66A - 76A) / Verkopen (70 + 74 - 740)
Evolutie:
Lichte daling in vgl met 2022 → ongunstig
! Bespreek ook welk marge meer daalt dan het ander!
Als de netto verkoopmarge vóór belastingen sterker daalt dan de bruto verkoopmarge vóór belastingen, wijst dit erop dat de financiële opbrengsten zijn gedaald en/of de financiële kosten zijn gestegen. De financiële resultaten hebben de winst dus extra negatief beïnvloed.
Wat is de norm?:
Er is geen vaste norm maar best > 0 , het hangt af van de sector → vergelijk met sectorgenoten
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
Lichte daling EBITDA/EBIT of lichte stijging verkopen
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Lotus bevind zich in het derde kwartiel voor beide ratios wat zeer goed is maar de dalende evolutie is negatief en kan wijzen op financiele problemen
Bruto: per 100 euro omzet is er een bedrijfwinst voor niet-kaskosten van 9,90 euro
Advies als de bruto en/of netto verkoopmarge voor belastingen zeer laag of zelfs negatief is:
Bruto:
Verhoog de omzet door meer te verkopen of de verkoopprijzen te herzien.
Verlaag de kostprijs van de verkochte goederen of diensten (goedkoper inkopen, efficiënter produceren).
Beperk de bedrijfskosten (personeel, energie, administratie, marketing, ...).
Verbeter de operationele efficiëntie om de bedrijfswinst te verhogen.
Netto:
Netto verkoopmarge kan negatief zijn als je een jaar veel investeringen hebt maar laat dit op 1 keer, volgend jaar moet je terug een positief resultaat hebben
Neem dezelfde maatregelen als voor de bruto verkoopmarge.
Beperk de financiële kosten, bijvoorbeeld door schulden af te bouwen of goedkopere financiering te zoeken.
Probeer de financiële opbrengsten te verhogen.

Bespreek de bruto en netto rendabiliteit van de totale activa voor belastingen van Lotus in 2023:
Wat betekent het?:
De bruto rendabiliteit van het totale activa voor belastingen geeft aan hoe efficiënt een onderneming haar totale activa gebruikt om winst uit de bedrijfsactiviteiten te behalen voor de financiële kosten en belastingen.
Bruto: Een winst van € X vóór financiële kosten en belastingen wordt gerealiseerd per € 100 aan ingezette middelen (totale activa).
De netto rendabiliteit van de totale activa voor de belastingen meet hoeveel nettowinst een onderneming genereert met haar totale activa voor belastingen.
Netto: Een winst van € X vóór belastingen (na aftrek van de financiële kosten) wordt gerealiseerd per € 100 aan ingezette middelen (totale activa).
Formule:
→ zie formularium
Bruto: Bruto resultaat voor belastingen en financiële kosten (9904 + 67/77 + 650 + 653 - 9126 + 630 + 631/4 + 635/8 + 660 + 661 + 662 + 663 - 760 - 761 - 762 - 763) / Totale activa (20/58)
Netto: Netto resultaat voor belastingen en financiële kosten (9904 + 67/77 + 650 + 653 - 9126) / Totale activa (20/58)
Evolutie:
Beide zijn iets gestegen in vgl met 2022
Wat is de norm?:
Vergelijk met de bedrijven in de sector → hoe hoger hoe beter, je bevindt je dus liefst in Q3 of Q4
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
De onderneming gebruikt haar activa efficiënter dan het jaar voordien.
Er wordt meer winst gerealiseerd per euro geïnvesteerd vermogen.
De rendabiliteit is dus verbeterd.
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Als de ratio stijgt:
de onderneming gebruikt haar activa efficiënter;
de winstgevendheid verbetert;
investeerders en kredietverstrekkers zullen dit doorgaans positief beoordelen.
Als de ratio daalt:
de activa leveren minder rendement op;
de onderneming creëert minder winst met dezelfde investeringen;
dit kan wijzen op inefficiënt gebruik van activa of stijgende kosten.
Advies als de bruto en/of netto rendabiliteit van de totale activa voor belastingen te laag is:
Bruto:
Verhoog de omzet.
Verhoog de brutomarge (prijzen verhogen of kosten verlagen).
Verlaag de operationele kosten.
Gebruik activa efficiënter.
Verkoop overtollige of niet-productieve activa.
Investeer enkel in activa die voldoende rendement opleveren.
Netto:
Verbeter de operationele winst.
Verlaag de financiële kosten (bv. leningen herfinancieren of schulden afbouwen).
Verminder overtollige activa.
Verhoog de omzet zonder de activa evenredig te laten stijgen.
Verbeter het werkkapitaal (snellere inning van klanten, lagere voorraden).
Optimaliseer de financieringsstructuur zodat minder intresten moeten worden betaald.

Bespreek de bruto en netto rendabiliteit van de bedrijfsactiva voor belastingen van Lotus in 2023:
Wat betekent het?:
De bruto rendabiliteit van de bedrijfsactiva vóór belastingen meet hoe efficiënt de bedrijfsactiva worden ingezet om winst uit de bedrijfsactiviteiten te genereren, voor financiële kosten en belastingen.
De netto rendabiliteit van de bedrijfsactiva voor belastingen meet hoeveel winst voor belastingen (na aftrek van de financiële kosten) een onderneming behaalt met haar bedrijfsactiva.
Formule:
→ zie formularium
Bruto: EBITDA (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8) / Bedrijfsactiva (20 + 21 + 22/27 + 3 + 40/41 + 490/1)
Netto: EBIT (9901 + 66A - 76A) / Bedrijfsactiva (20 + 21 + 22/27 + 3 + 40/41 + 490/1)
Evolutie:
Zowel bruto als netto gestegen → bruto iets meer dan netto maar we focussen ons vooral op het netto
Wat is de norm?:
Vergelijk met de bedrijven in de sector → hoe hoger hoe beter, je bevindt je dus liefst in Q3 of Q4
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
De rendabiliteit kan veranderen doordat:
EBITDA of EBIT stijgt of daalt.
De bedrijfsactiva stijgen of dalen.
De verkoopmarge verandert.
De rotatie van de bedrijfsactiva verandert.
Volgens de DuPont-analyse geldt:
Rendabiliteit bedrijfsactiva = Verkoopmarge × Rotatie van de bedrijfsactiva
Je onderzoekt dus welke van deze twee factoren de verandering veroorzaakt.
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Een stijging van de rendabiliteit betekent dat de onderneming haar bedrijfsactiva efficiënter gebruikt en meer winst behaalt per €100 bedrijfsactiva.
Een daling betekent dat de bedrijfsactiva minder winst opleveren of minder efficiënt worden ingezet.
De rendabiliteit van de bedrijfsactiva kan op twee manieren worden verbeterd:
een hogere verkoopmarge realiseren
de rotatie van de bedrijfsactiva verhogen (meer omzet realiseren met dezelfde bedrijfsactiva).
Advies als de bruto en/of netto rendabiliteit van de totale activa voor belastingen te laag is:
Bruto:
Verhoog de omzet.
Verhoog de brutoverkoopmarge.
Verlaag de operationele kosten.
Gebruik de bedrijfsactiva efficiënter.
Verkoop of schrap niet-productieve bedrijfsactiva.
Verhoog de rotatie van de bedrijfsactiva (meer omzet met dezelfde activa).
Netto:
Verhoog de EBIT door de operationele winst te verbeteren.
Verlaag de financiële kosten.
Verhoog de nettoverkoopmarge.
Verhoog de rotatie van de bedrijfsactiva.
Optimaliseer de financieringsstructuur.
Gebruik de bedrijfsactiva efficiënter zodat elke euro geïnvesteerd in bedrijfsactiva meer winst oplevert.
Leg de DuPont-analyse uit:
De DuPont-analyse is een methode om te begrijpen waarom de rendabiliteit van de bedrijfsactiva hoog of laag is. In plaats van enkel naar het eindcijfer te kijken, splits je de rendabiliteit op in twee onderdelen:
Verkoopmarge
Rotatie bedrijfsactiva
Rendabiliteit van de bedrijfsactiva = verkoopmarge x rotatie bedrijfsactiva
Hoe interpreteer je de DuPont-analyse?:
Wanneer de rendabiliteit verandert, kijk je welke factor de oorzaak is.
Situatie 1: De verkoopmarge stijgt
➡ De onderneming verdient meer winst op elke verkoop.
Mogelijke oorzaken:
hogere verkoopprijzen
lagere productiekosten
lagere bedrijfskosten.
Situatie 2: De rotatie stijgt
➡ De onderneming gebruikt haar bedrijfsactiva efficiënter
Mogelijke oorzaken:
hogere omzet
minder voorraden
machines worden intensiever gebruikt
minder overtollige activa.
Situatie 3: Beide stijgen
➡ Dit is de ideale situatie.
De onderneming:
verdient meer per verkoop
gebruikt haar activa efficiënter.
De rendabiliteit stijgt dan meestal sterk.
Volgens DuPont kan je de rendabiliteit van de bedrijfsactiva maar op 2 manieren verbeteren:
1. Het verkoopmarge verhogen door: verkoopprijzen te verhogen, aankoopkosten te verlagen, productie efficiënter te maken, operationele kosten te verminderen.
2. De rotatie van de bedrijfsactiva te verhogen door: meer omzet te realiseren met dezelfde activa te creëren, overtollige activa te verkopen, voorraden te verminderen, machines efficiënter te gebruiken, klanten sneller te laten betalen.
De DuPont-analyse toont of een verandering in de rendabiliteit te wijten is aan een verandering in de winstgevendheid (verkoopmarge), de efficiëntie van de activa (rotatie) of een combinatie van beide.

Bespreek de netto rendabiliteit van het eigen vermogen voor en na belastingen voor Lotus in 2023:
Wat betekent het?:
Voor belastingen: De netto rendabiliteit van het eigen vermogen vóór belastingen meet hoeveel winst voor belastingen een onderneming behaalt met het door de aandeelhouders geïnvesteerde eigen vermogen.
Er wordt een winst vóór belastingen van € X gerealiseerd voor elke €100 eigen vermogen.
Na belastingen: De netto rendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen meet hoeveel nettowinst een onderneming behaalt met het door de aandeelhouders geïnvesteerde eigen vermogen.
Er wordt een nettowinst van € X gerealiseerd voor elke €100 eigen vermogen.
Formule:
→ zie formularium
Voor belastingen: Resultaat voor belastingen (9904 + 67/77) / Eigen vermogen (10/15 + 19)
Na belastingen: Resultaat na belastingen (9904) / Eigen vermogen (10/15 + 19)
Evolutie:
Lichte daling in vgl met 2022
Wat is de norm?:
Vergelijk met de bedrijven in de sector → hoe hoger hoe beter, je bevindt je dus liefst in Q3 of Q4
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
het resultaat vóór of na belastingen stijgt of daalt;
het eigen vermogen stijgt of daalt.
Een stijging van de winst verhoogt de rendabiliteit, terwijl een stijging van het eigen vermogen zonder een evenredige winststijging de rendabiliteit doet dalen.
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Een stijgende netto rendabiliteit van het eigen vermogen betekent dat de onderneming meer winst genereert met hetzelfde eigen vermogen. Dit is gunstig voor de aandeelhouders, omdat hun investering een hoger rendement oplevert.
Een dalende netto rendabiliteit betekent dat de aandeelhouders minder rendement behalen op hun geïnvesteerde vermogen. Dit kan de onderneming minder aantrekkelijk maken voor (potentiële) investeerders
Advies als de netto rendabiliteit van het eigen vermogen voor of na belastingen te laag is:
Voor belastingen:
Verhoog het resultaat voor belastingen
Verhoog de omzet
Verlaag de operationele kosten
Verlaag de financiële kosten (interestlasten)
Gebruik het eigen vermogen efficiënter
Investeer enkel in projecten die een voldoende hoog rendement opleveren
Optimaliseer de financieringsstructuur
Na belastingen:
Verhoog de nettowinst
Verhoog de omzet
Verlaag de operationele kosten
Verlaag de financiële kosten
Optimaliseer de belastingdruk binnen de wettelijke mogelijkheden
Gebruik het eigen vermogen efficiënter
Investeer in rendabele projecten
Behoud voldoende winst door een doordacht dividendbeleid
Stel dat Lotus nog een extra waardevermindering op voorraden moet aanleggen, zal hierdoor:
De brutoverkoopmarge wijzigen?
De bruto rendabiliteit op de bedrijfsactiva wijzigen?:
Bruto verkoopmarge = EBITDA (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8) / Verkopen (70 + 74 - 740)
Een waardevermindering is een niet-kaskost → de EBITDA veranderd niet
Er veranderd ook niks aan de verkopen
→ de bruto verkoopmarge blijft dus hetzelfde
(de netto verkoopmarge verandert wel want deze gebruikt de EBIT)
Bruto rendabiliteit op de bedrijfsactiva = EBITDA (9901 + 66A - 76A + 630 + 631/4 + 635/8) / Bedrijfsactiva (20 + 21 + 22/27 + 3 + 40/41 + 490/1)
Een waardevermindering is een niet-kaskost → EBITDA veranderd niet
De bedrijfsactiva verminderen wel door de waardevermindering die de boekwaarde doet dalen
→ de bruto rendabiliteit op de bedrijfsactiva neemt dus toe (stijging rendement op de bedrijfsactiva)

De onderneming opteerde voor de FIFO voorraadwaarderingsmethode. Indien de onderneming zou gekozen hebben voor de LIFO methode zou de eindvoorraad 6 000 euro hoger zijn geweest dan bij FIFO. Hoeveel bedragen de rendabiliteitsratio’s indien de onderneming LIFO zou hebben toegepast
De onderneming heeft een dubieuze vordering van 14 520 euro (inclusief 21% btw) waarop geen waardevermindering in X7 werd geregistreerd. Echter verwacht men om slechts 40% van de vordering te kunnen innen. Hoeveel bedragen de rendabiliteitsratio’s indien de onderneming deze waardevermindering zou hebben aangelegd?
De onderneming heeft er niet voor geopteerd om een terrein te herwaarderen met 100 000 euro. Stel dat de onderneming wel het terrein zou herwaarderen, hoeveel bedragen de rendabiliteitsratio’s?
Als we FIFO zouden vervangen door LIFO zou de eindvoorraad €6.000 hoger zijn.
Een hogere eindvoorraad betekent:
verbruik daalt met €6 000
bedrijfswinst stijgt met €6 000
Nieuwe resultaten
Resultaat voor belastingen + financiële kosten = 700 000 + 6 000 = 706 000
Resultaat voor belastingen = 600 000 + 6 000 = 606 000
Belasting (30%) = 181 800
Nettowinst = 606 000 − 181 800 = 424 200
De voorraad stijgt eveneens met €6 000
Nieuwe activa = 10 006 000
Eigen vermogen stijgt ook met de extra winst = 4 004 20
De nieuwe ratio’s berekenen:
Netto rendabiliteit totale activa
706 000 / 10 006 000 = 7,06%
Netto rendabiliteit eigen vermogen na belastingen
424 200 / 4 004 200 = 10,59%
LIFO (hogere eindvoorraad) → winst en activa stijgen, waardoor beide rendabiliteiten licht stijgen.
De waardevermindering op de dubieuze vordering
Vordering = 14 520 inclusief 21% btw
Eerst exclusief btw berekenen → 14 520 / 1,21 = 12 000 euro
Men verwacht slechts 40% te innen = 60% verlies
Waardevermindering = 12 000 × 60% = 7 200 euro
Nieuwe resultaten
Resultaat voor belastingen + financiële kosten = 700 000 − 7 200 = 692 800
Resultaat voor belastingen = 600 000 − 7 200 = 592 800
Belasting = 177 840
Nettowinst = 414 960
De handelsvordering daalt ook met €7 200
Nieuwe activa = 9 992 800
Eigen vermogen = 4 000 000 − 5 040 = 3 994 960 (omdat de nettowinst 5 040 lager is)
Nieuwe ratio's Netto rendabiliteit totale activa = 692 800 / 9 992 800 = 6,93%
Netto rendabiliteit eigen vermogen = 414 960 / 3 994 960 = 10,39%
Waardevermindering op een vordering → winst en activa dalen, waardoor beide rendabiliteiten dalen
Herwaardering van het terrein
Herwaardering van €100 000
Een herwaardering is geen opbrengst.
Dus:
winst verandert niet
activa stijgen
herwaarderingsmeerwaarde komt in het eigen vermogen
Nieuwe activa = 10 100 000
Nieuw eigen vermogen = 4 100 000
Resultaten blijven hetzelfde
Netto rendabiliteit totale activa = 700 000 / 10 100 000 = 6,93%
Netto rendabiliteit eigen vermogen 420 000 / 4 100 000 = 10,24%
Herwaardering van een terrein → de winst verandert niet, maar activa en eigen vermogen stijgen. Daardoor dalen beide rendabiliteitsratio's, omdat de noemer groter wordt terwijl de teller gelijk blijft

Welke onderneming geniet het meest van de financiële hefboomwerking?
Hoeveel is de kostprijs van het vreemd vermogen bij A en B?
Hoeveel bedraagt het nettorendement op de totale activa?
Hoeveel bedraagt gegeven de financiële hefboommultiplicator het nettorendement op het eigen vermogen voor belastingen
Stel dat de bedrijfswinst 100 zou bedragen idpv 200, welke onderneming zal dan het hoogste rendement op het eigen vermogen voor belastingen realiseren? Leg uit zonder berekeningen
Via de gegevens kunnen we het eigen en vreemd vermogen van elke onderneming uit de graad van financiële onafhankelijkheid halen:
A: EV = 300, VV = 700
B: EV = 600, VV = 400
C: EV = 1000, VV = 0
Vraag 1 Welke onderneming geniet het meest van de financiële hefboomwerking?
De financiële hefboom = ROE / ROA
We berekenen eerst de ROA = (resultaat voor belastingen + interesten) / totale activa
Voor alle drie bedrijven bedraagt de ROA 20%
Vervolgens berekenen we de ROE vóór belastingen:
A: 112,5 / 300 = 37,5%
B: 150 / 600 = 25%
C: 200 / 1000 = 20%
Nu berekenen we de financiële hefboom
A: 37,5 / 20 = 1,875
B: 25 / 20 = 1,25
C: 20 / 20 = 1
Conclusie: A geniet het meest van de financiële hefboomwerking, omdat zij de meeste schulden gebruikt en de schulden goedkoper zijn dan het rendement op de activa.
Vraag 2 Kostprijs vreemd vermogen
Formule: Financiele kosten / VV
A: 700 / 87,5 = 12,5%
B: 50 / 400 = 12,5%
Vraag 3 Netto rendement op totale activa
Formule: Netto resultaat voor belastingen en financiële kosten (9904 + 67/77 + 650 + 653 - 9126) / Totale activa (20/58)
Voor alle drie 20%
A = 20%
B = 20%
C = 20%
Vraag 4 Netto rendement op eigen vermogen vóór belastingen
Gebruik
ROE = FH × ROA
A: 1,875 × 20% = 37,5%
B: 1,25 ×20% = 25%
C: 1×20% = 20%
Vraag 5 Stel dat de bedrijfswinst slechts 100 bedraagt
Nieuwe EBIT =100 → Intresten blijven gelijk.
A:
Winst vóór belastingen = 100−87,5 = 12,5
ROE = 12,5/300 = 4,17%
B:
100−50 = 50
ROE = 50/600 = 8,33%
C:
100−0 = 100
ROE = 100/1000 = 10%
Dus onderneming C behaalt nu het hoogste rendement op het eigen vermogen.
Waarom?:
Bij een lagere bedrijfswinst blijven de interestkosten van A en B gelijk.
Daardoor "eten" de interesten een groot deel van de winst op.
C heeft geen schulden en dus ook geen interestkosten.
Wanneer de winst daalt:
ondernemingen met veel schulden worden het zwaarst getroffen;
ondernemingen zonder schulden behouden een hoger rendement.
Dit toont mooi het risico van een hoge financiële hefboom:
bij hoge winsten werkt de hefboom in het voordeel van de aandeelhouders;
bij lage winsten werkt dezelfde hefboom in hun nadeel.

Bespreek de bruto toegevoegde waarde, de toegevoegde waarde marge en de verdeling van de bruto toegevoegde waarde van Lotus in 2023:
Wat betekent het?:
Bruto TW: De bruto toegevoegde waarde geeft weer hoeveel nieuwe waarde de onderneming zelf creëert tijdens het productieproces.
Ze is het verschil tussen de waarde van de productie en het intermediair verbruik (goederen en diensten die bij andere ondernemingen worden aangekocht).
TW Marge: De toegevoegde waardemarge geeft aan welk percentage van de waarde van de productie door de onderneming zelf wordt gecreëerd.
Van elke €100 waarde productie blijft €25,79 toegevoegde waarde over.
Verdeling bruto TW:
Aandeel personeel: welk percentage van de toegevoegde waarde naar de werknemers gaat in de vorm van lonen en sociale lasten.
Aandeel uitrusting: welk deel van de toegevoegde waarde nodig is voor afschrijvingen (verbruik van vaste activa).
Aandeel VV: welk deel van de toegevoegde waarde naar de kredietverstrekkers gaat onder de vorm van interesten.
Aandeel overheid: welk deel van de toegevoegde waarde via belastingen naar de overheid gaat.
Aandeel EV: welk deel van de toegevoegde waarde uiteindelijk als winst overblijft voor de aandeelhouders.
Formules:
→ zie formularium
Bruto TW: Waarde productie (70 + 71 + 72 + 74 - 740) - Intermediair verbruik (60 + 61)
TW marge: Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 - 740 - 60 - 61) / Waarde productie (70 + 71 + 72 + 74 - 740)
Verdeling bruto TW:
Aandeel van het personeel: Personeelskosten (62 + 635) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)
Aandeel uitrusting: Bedrijfs niet-kaskosten (630 + 631/4 + 635/8 – 635 ) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)
Aandeel VV: Financiële kosten vreemd vermogen (650 + 653) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)
Aandeel overheid: Belastingen (640 + 67/77) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)
Aandeel EV: Toegevoegde winst of verlies (saldo) / Bruto toegevoegde waarde (70 + 71 + 72 + 74 – 740 – 60 – 61)
Evolutie:
Bruto TW: De bruto toegevoegde waarde is gestegen ten opzichte van 2022
Lotus Bakeries creëert in 2023 een bruto toegevoegde waarde van €98.230.411. Deze waarde wordt vervolgens verdeeld over: het personeel, uitrusting, de overheid, de vermogensverschaffers, de aandeelhouders
TW Marge: Lotus Bakeries creëert €25,79 bruto toegevoegde waarde per €100 waarde productie. → minder dan in 2022
Verdeling bruto TW:
Aandeel personeel: Gestegen tegenover 2022 → een groter deel van de gecreerde waarde gaat naar de wn
Aandeel uitrusting: Gestegen → de onderneming gebruikt meer kapitaal goederen of investeert meer dan vorig jaar
Aandeel VV: blijft hetzelfde → de interestlast is zeer beperkt
Aandeel overheid: gedaald
Aandeel EV: gedaald → Ondanks de hogere toegevoegde waarde blijft een kleiner percentage over als winst voor de aandeelhouders, omdat een groter deel naar personeel en afschrijvingen gaat.
Wat is de norm?:
Bruto TW:
Er is geen vaste norm → Hoe hoger de bruto toegevoegde waarde, hoe meer waarde de onderneming creëert = hoe hoger hoe beter
De absolute waarde vergelijk je vooral doorheen de tijd of met andere ondernemingen in de sector
TW Marge: Vergelijk met sectorgenoten, hoe hoger de sector hoe gunstiger
Verdeling bruto TW: geen norm, gewoon vgl met vorige boekjaren en op sector niveau
Waarom is het veranderd?:
Kijk naar de onderdelen van de formule.
Bruto TW:
De bruto toegevoegde waarde stijgt wanneer:
de waarde van de productie stijgt;
het intermediair verbruik daalt;
of wanneer de productie sterker stijgt dan het intermediair verbruik.
TW Marge:
De TW marge verandert wanneer:
de bruto toegevoegde waarde stijgt of daalt;
de waarde van de productie stijgt of daalt.
In dit geval stijgt de bruto toegevoegde waarde, maar de waarde van de productie stijgt iets sterker, waardoor de marge licht daalt.
Wat betekent dit voor de onderneming?:
Bruto TW: Een stijgende bruto toegevoegde waarde betekent dat de onderneming meer economische waarde creëert. Hierdoor kan ze meer middelen verdelen onder personeel, overheid, financiers en aandeelhouders.
TW Marge:
Een hogere toegevoegde waardemarge betekent dat de onderneming meer waarde creëert met haar productieproces.
Een lagere toegevoegde waardemarge betekent dat een groter deel van de productie bestaat uit aangekochte goederen en diensten, waardoor minder waarde binnen de onderneming zelf wordt gecreëerd.
Advies als:
De bruto TW te laag is:
Verhoog de productie en/of omzet.
Verlaag het intermediair verbruik.
Onderhandel betere aankoopprijzen.
Verhoog de efficiëntie van het productieproces.
Verminder materiaal- en energieverliezen.
De TW marge te laag is:
Verhoog de verkoopprijzen indien mogelijk.
Verlaag de aankoopkosten.
Verminder het intermediair verbruik.
Verhoog de efficiëntie van het productieproces.
Verhoog de productiviteit.
Focus op producten met een hogere toegevoegde waarde.
De verdeling bruto TW:
Advies als het aandeel personeel te hoog is
Verhoog de arbeidsproductiviteit.
Automatiseer waar mogelijk.
Optimaliseer de personeelsplanning.
Investeer in opleiding zodat werknemers efficiënter werken.
Verhoog de omzet zonder de personeelskosten evenredig te laten stijgen.
Een hoog aandeel personeelskosten is niet altijd negatief. Bij dienstverlenende of arbeidsintensieve ondernemingen is dit vaak normaal.
Advies als het aandeel uitrusting te hoog is:
Gebruik machines en installaties efficiënter.
Verhoog de bezettingsgraad van de productiecapaciteit.
Stel niet-noodzakelijke investeringen uit.
Investeer enkel in activa die voldoende rendement opleveren.
Controleer de afschrijvingspolitiek.
Advies als het aandeel vreemd vermogen te hoog is:
Verminder de schuldenlast.
Herfinancier leningen tegen een lagere rente.
Verhoog het eigen vermogen.
Verbeter de kasstromen zodat minder geleend moet worden.
Onderhandel gunstigere kredietvoorwaarden.
Advies als het aandeel overheid te hoog is:
Optimaliseer de belastingdruk binnen de wettelijke mogelijkheden.
Maak gebruik van fiscale aftrekken of investeringsaftrekken.
Plan investeringen fiscaal efficiënt.
Let op: Een hoog aandeel overheid kan ook gewoon het gevolg zijn van een hoge winst. Dat is dus niet per se negatief.
Advies als het aandeel eigen vermogen te laag is:
Verhoog de winstgevendheid.
Verlaag de operationele kosten.
Verhoog de omzet.
Verbeter de marges.
Beperk de financiële kosten.
Voer een doordacht dividendbeleid zodat meer winst in de onderneming blijft.
Investeer in rendabele projecten.
Ben je akkoord met de volgende stellingen of niet?:
Een toename van de schuldgraad heeft altijd een gunstige invloed op de rendabiliteit
Een onderneming moet streven naar een zo hoog mogelijke acid ratio (liquiditeit in enge zin)
Niet akkoord. Een hogere schuldgraad is alleen gunstig wanneer de onderneming een positieve financiële hefboom heeft (FH > 1 of ROE > ROA). Bij een negatieve financiële hefboom verlaagt een hogere schuldgraad de rendabiliteit.
Niet akkoord. Een te hoge acid ratio betekent dat veel middelen onbenut of weinig rendabel zijn. Een onderneming moet streven naar een voldoende, maar niet overdreven hoge liquiditeit.
Het betalen van de energiekosten voor het gebruiken van de machines en installaties verlaagt:
De kasstroom uit operationele activiteiten
De kasstroom uit investeringsactiviteiten
De kasstroom uit financieringsactiviteiten
Geen enkele kasstroom
De kasstroom uit operationele activiteiten
Energiekosten zijn bedrijfskosten die voortvloeien uit de dagelijkse bedrijfsactiviteiten. Ze behoren dus tot de operationele activiteiten.
Wanneer de onderneming de energiefactuur betaalt stroomt er geld uit de onderneming
Het uitbetalen van een dividend aan de aandeelhouders verlaagt:
De kasstroom uit operationele activiteiten
De kasstroom uit investeringsactiviteiten
De kasstroom uit financieringsactiviteiten
Geen enkele kasstroom
De kasstroom uit financieringsactiviteiten
Een dividend is een uitkering van winst aan de aandeelhouders.
Wanneer de onderneming het dividend uitbetaalt:
er verlaat geld de onderneming (kasuitgave)
deze betaling heeft te maken met de financiering van de onderneming (vergoeding van de vermogensverschaffers) en niet met de dagelijkse bedrijfsactiviteiten.
Daarom daalt de kasstroom uit financieringsactiviteiten
Het aanleggen van een waardevermindering op vorderingen verlaagt:
De kasstroom uit operationele activiteiten
De kasstroom uit investeringsactiviteiten
De kasstroom uit financieringsactiviteiten
Geen enkele kasstroom
Geen enkele kasstroom
Een waardevermindering op vorderingen is een boekhoudkundige kost, maar geen kasuitgave.
De onderneming betaalt op dat moment geen geld. Ze erkent enkel dat een deel van een openstaande vordering waarschijnlijk niet meer zal worden geïnd.

Stel de kasstroom volgens de directe methode op in het jaar x1, en maak een onderscheid tussen kasstromen uit operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten. Interpreteer de kasstromen
Hoeveel bedraagt het eindsaldo van liquide middelen, als het beginsaldo 40 000 euro bedraagt bij de start van het boekjaar,
Interpreteer de kasstromen
Kasstroom uit operationele activiteiten = €317.000 (positief):
De onderneming genereert voldoende kasmiddelen uit haar normale bedrijfsactiviteiten. Dit is een gunstig signaal, aangezien de operationele activiteiten de belangrijkste bron van kasmiddelen vormen. De onderneming kan haar dagelijkse werking financieren zonder afhankelijk te zijn van bijkomende leningen of de verkoop van activa.
Kasstroom uit investeringsactiviteiten = – €102.000 (negatief):
De onderneming investeert meer dan ze desinvesteert. De negatieve kasstroom wordt veroorzaakt door de aankoop van winkelrekken en een magazijn. Dit is doorgaans een positief signaal, omdat de onderneming investeert in haar toekomstige groei en productiecapaciteit.
Vrije kasstroom = €215.000 (positief)
Na financiering van de dagelijkse werking én de investeringen blijft er nog €215.000 aan vrije kasmiddelen over. De onderneming beschikt dus over voldoende middelen om schulden af te lossen, dividenden uit te keren of toekomstige investeringen te financieren.
Kasstroom uit financieringsactiviteiten = €94.000 (positief)
De onderneming heeft meer financiering aangetrokken dan terugbetaald. Dit komt door een nieuwe lening en een kapitaalverhoging, die groter zijn dan de leningaflossing en de uitbetaalde dividenden. Hierdoor neemt de beschikbare kaspositie toe.
Netto kasstroom van de periode = €309.000 (positief)
De totale kasmiddelen van de onderneming nemen tijdens het boekjaar met €309.000 toe. De onderneming genereert dus netto meer kasmiddelen dan ze uitgeeft.
Eindsaldo liquide middelen = €349.000
De onderneming sluit het boekjaar af met €349.000 aan liquide middelen. Dit wijst op een sterke liquiditeitspositie, waardoor de onderneming haar kortetermijnverplichtingen gemakkelijker kan nakomen en voldoende financiële ruimte heeft voor toekomstige investeringen of onverwachte uitgaven.


Los op:
Stap 1: Classificeer de verrichtingen
Verrichting | Soort kasstroom |
|---|---|
Ontvangsten uit verkopen €6.000.000 | Operationele activiteiten |
Terugbetaling lange termijn lening €300.000 | Financieringsactiviteiten |
Kapitaalverhoging €70.000 | Financieringsactiviteiten |
Betaling leveranciers €3.400.000 | Operationele activiteiten |
Betaling dividenden €700.000 | Financieringsactiviteiten |
Ontvangst korte termijn lening €200.000 | Financieringsactiviteiten |
Investering gebouw €900.000 | Investeringsactiviteiten |
Omdat enkel de kasstroom uit financieringsactiviteiten wordt gevraagd, nemen we alleen de verrichtingen die betrekking hebben op de financiering van de onderneming mee.
Stap 2: Bereken de kasstroom uit financieringsactiviteiten Ontvangsten
Ontvangsten | Bedrag |
|---|---|
Kapitaalverhoging | €70.000 |
Ontvangst korte termijn lening | €200.000 |
Totaal ontvangsten
70 000 + 200 000 = 270 000
Uitgaven
Uitgaven | Bedrag |
|---|---|
Terugbetaling lange termijn lening | €300.000 |
Uitbetaling dividenden | €700.000 |
Totaal uitgaven
300 000 + 700 000 = 1 000 000
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
= 270 000 − 1 000 000 = −730 000
Dit betekent dat de onderneming tijdens het boekjaar meer geld heeft uitgegeven aan haar financiering dan ze heeft ontvangen.
Hoewel de onderneming:
een kapitaalverhoging van €70.000 heeft doorgevoerd;
en een korte termijn lening van €200.000 heeft ontvangen,
werden deze kasinstromen ruimschoots gecompenseerd door:
de terugbetaling van een lange termijn lening (€300.000);
en de uitbetaling van dividenden (€700.000).
Per saldo stroomt €730.000 uit de onderneming als gevolg van financieringsactiviteiten.
Conclusie
Een negatieve kasstroom uit financieringsactiviteiten is niet noodzakelijk ongunstig. In dit geval wijst ze erop dat de onderneming:
schulden aflost;
winst uitkeert aan haar aandeelhouders.
Dit kan zelfs een teken zijn van een financieel gezonde onderneming, op voorwaarde dat de operationele activiteiten voldoende kasmiddelen genereren om deze uitgaven te financieren.