Biochemie - Deel 4 - glycolyse en gluconeogenese

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/69

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:11 PM on 8/24/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

70 Terms

1
New cards

wat is metabolisme?

het geheel aan chemische reacties de in de cellen plaatsvinden, anabolisme + katabolisme,

2
New cards

Wat is het centraal metabolisme?

het geheel aan chemische reacties die betrokken zijn bij energie-stockage en -regeneratie en die deze energie gebruiken voor biosynthese

3
New cards

wat is anabolisme?

alle chemische reacties die instaan voor de synthese van complexe organische moleculen

4
New cards

wat is katabolisme

alle reacties die instaan voor de afbraak van complexe moleculen, met terzelfertijd energiegeneratie

5
New cards

fototrofen vs. chemotrofen

fototrofen: licht als energiebron

chemotrofen: oxidoreductie-reacties als energiebron

6
New cards

autotrofen vs. heterotrofen

autotrofen: organismen die zelf alle organische metabolieten kunnen synthetiseren uit CO2

heterotrofen: halen alle organische metabolieten uit andere verbindingen, op te nemen via voeding

7
New cards

lithotrofen vs. organotrofen

lithotrofen: anorganische elektronendonor nodig (vb. ammoniumion)

organotrofen: organische elektronendonor nodig (vb. glucose)

8
New cards

aëroob vs. strikt anaëroob vs. facultatief anaëroob

aëroob: zuurstofgas is de terminale elektronenacceptor

strikt anaëroob: zuurstofgas is toxisch, andere elektronenacceptor nodig

facultatief anaëroob: zuurstofgas kan elektronenacceptor zijn maar een andere stof is ook mogelijk

9
New cards

wat is acetyl CoA

acetyl co-enzyme A is een metabole drager die instaat voor de acyltransfer

10
New cards

waarom is een pathway/ reactiesequentie exergonisch in de richting dat het doorlopen wordt?

het moet passief/ zonder veel energie-toename kunnen verlopen

11
New cards

waarom is er wederzijdse regulatie op een metabolische pathway

zodat er geen nutteloze reacties doorgaan wanneer beide routes in hetzelfde celcompartiment zouden doorgaan

12
New cards

wat is biologische oxidatie en wat is het verschil met chemische oxidatie?

biologische oxidatie: een deel van de vrijgekomen energie kan worden vastgelegd in elektronencarriers (omzetting naar chemische energie) en kan dan gebruikt worden voor andere chemische reacties, het gebruikt dus de elektronentransportketen opdat er zo weinig mogelijk directe transfer naar zuurstofgas zou zijn

bij chemische oxidaties komt de energie vrij als warmte waarbij deze energie niet meer gebruikt kan worden voor andere chemische reacties, dit komt niet voor in de cel omdat de temperatuur anders teveel zou stijgen en de cellen zou doden

13
New cards

welke moleculen transporteren vrije energie

fosfaatmoleculen met hoge energie (NTPs)

gereduceerde co-enzymen: NAD(P)+ , FAD+

14
New cards

remming en activatie van enzymen in katabolische reacties?

katabolische reacties= afbraakreacties + energie-generatie

remming door ATP

activatie door AMP of ADP

15
New cards

remming en activatie van enzymen in anabolische reacties?

remming door AMP of ADP

activatie door ATP

16
New cards

stadia in metabolisme

  1. polymeren afbreken tot monomeren

  2. monomeren afbreken tot intermediairen + vorming van ATP

  3. katabolisme: afbraak van intermediairen tot CO2 en water + ATP-vorming

  4. Anabolisme: biosynthese van intermediairen en verbruik van ATP


17
New cards

een levend organisme (en dus alle levende cellen) is (zijn) een open systeem

er kan zowel warmte als massa uitgewisseld worden

18
New cards

waarom zijn fosfaatverbindingen zo energierijk?

fosfaten zijn negatief geladen → de fosfaatgroepen stoten elkaar af → om binding te behouden moet er veel energie aanwezig zijn in die binding

19
New cards

verschil tussen ATP en NAD(P)+/ FAD+

ATP is een energiedrager, draagt fosfaatgroepen over

de andere twee zijn elektronendragers

20
New cards

hoe kan ATP gesynthetiseerd worden?

  1. substraatniveaufosforylering (dit is een anaeroob proces, glycolyse en citroenzuurcyclus)

    1. hoogenergetische fosfordonoren zoals fosfo-enolpyruvaat

    2. fosfagenen (fosfocreatine en fosfoarginine)

  2. oxidatieve fosforylering (aeroob proces, elektronentransportketen)


21
New cards

substraatniveaufosforylering met hoogenergetische fosfordonoren is mogelijk omdat

het afgeven van een fosfaatgroep aan ADP een exergonische reactie is, het energetisch gunstiger en gebeurt spontaan

22
New cards

wat zijn fosfagenen? (geef een vb.)

het zijn hoogenergetische fosfaatmoleculen die dienen als energieopslag in de spieren

vb. fosfocreatine

23
New cards

wat is het functionele verschil tussen ATP en fosfagenen?

ATP is een energiedrager

fosfagenen is een energie-reservoir

24
New cards

verschillen van energietransfer voor alle NTPs

ATP: universele energiedrager

GTP: energiedrager voor eiwitsynthese

UTP: energiedrager voor koolhydraatsynthese

CTP: energiedrager voor lipidensynthese

25
New cards

wat is de functie van nucleosidedifosfokinase?

het enzym vormt NTPs (nucleosidetrifosfaten) uit ATP

het verplaats een fosfaatgroep van ATP naar NDP

<p>het enzym vormt NTPs (nucleosidetrifosfaten) uit ATP</p><p>het verplaats een fosfaatgroep van ATP naar NDP</p>
26
New cards

wat is de functie van pyrofosfatase

het enzym splits pyrofosfaat in twee fosfaatgroepen

<p>het enzym splits pyrofosfaat in twee fosfaatgroepen </p>
27
New cards

wat is de functie van adenylaatkinase?

het enzym zet AMP om in ADP met verbruik van 1 ATP

<p>het enzym zet AMP om in ADP met verbruik van 1 ATP</p>
28
New cards

de meeste metabolische energie komt van

de oxidatie van substraten

29
New cards

wat is substraatniveaufosforylering?

ATP-synthese doordat er een enzymgekatalyseerde reactie plaatsvindt waarbij een fosfaatgroep van het substraat overgedragen wordt aan ADP

30
New cards

substraatniveaufosforylering is een … proces

anaëroob

31
New cards

wat is oxidatieve fosforylering?

ATP-synthese met behulp van een protonengradiënt en ATPase, bij de elektronentransportketen worden er heel veel protonen in de intermembranaire ruimte gepompt, deze kunnen via ATPase opnieuw de mitochondriale matrix ingaan, hierbij komt veel energie vrij die ATPase gebruikt om een fosfaatgroep aan ADP te binden met de vorming van ATP

32
New cards

stappen in koolhydraatmetabolisme

  1. glycolyse

  2. oxidatieve decarboxylering

  3. citroenzuurcyclus

  4. elektronentransportketen + oxidatieve fosforylering


33
New cards

wat zijn snelle koolhydraten

eenvoudige koolhydraten, monosachariden en disachariden, een directe energiebron

34
New cards

wat zijn trage koolhydraten

meervoudige koolhydraten, polysachariden, complexere molecule met energie-opslag

35
New cards

de glycolyse is een … proces

anaëroob

36
New cards

anaërobe micro-organismen halen alle energie uit

de glycolyse

37
New cards

waar vindt de glycolyse plaats?

in het cytosol zowel in aërobe als anaërobe cellen

! het is een anaëroob proces

38
New cards

netto-reactie van de glycolyse

knowt flashcard image
39
New cards

andere naam voor de glycolyse

Embden-Meyerhof-Parnas pathway/ EMP-pathway

40
New cards

reacties van de glycolyse (in woorden)

  1. alfa-D-glucose → alfa-D-glucose-6-fosfaat, hexokinase

  2. alfa-D-glucose-6-fosfaat ←→ alfa-D-fructose-6-fosfaat, isomerase

  3. alfa-D-fructose-6-fosfaat → alfa-D-fructose-1,6-fosfaat, fosfofructokinase

  4. alfa-D-fructose-1,6-fosfaat ←→ dihydroxyacetonfosfaat + D-glyceraldehyde-3-fosfaat , aldolase

  5. dihydroxyacetonfosfaat ←→ D-glyceraldehyde-3-fosfaat , triosefosfaatisomerase

  6. D-glyceraldehyde-3-fosfaat ←→ 1,3-bifosfoglyceraat, glyceraldehyde-3-fosfaat-dehydrogenase

  7. 1,3-bifosfoglyceraat ←→ 3-fosfoglyceraat, fosfoglyceraatkinase

  8. 3-fosfoglyceraat ←→ 2-fosfoglyceraat, fosfoglyceraatmutase

  9. 2-fosfoglyceraat ←→ fosfo-enolpyruvaat, enolase

  10. fosfo-enolpyruvaat → pyruvaat, pyruvaatkinase


41
New cards

welke reacties in de glycolyse verbruiken ATP

reactie 1 en 3

42
New cards

welke reacties in de glycolyse zorgen voor substraatniveaufosforylatie

reactie 7 en reactie 10

43
New cards

welke reacties van de glycolyse zijn endergonisch

reactie 2, reactie 4, reactie 5, reactie 6, reactie 8

44
New cards

controlepunten/ regulatiepunten in de glycolyse

reactie 1: hexokinase

reactie 3: het enzym fosfofructokinase

reactie 10: het enzym wordt ge(de)activeerd door (de)fosorylatie

dit zijn de drie irreversibele reacties van de glycolyse

45
New cards

alle intermediairen van de glycolyse zijn gefosforyleerd, dit houdt in:

dat ze allemaal een negatieve lading hebben en dat ze dus niet door membranen kunnen

dat de fosfaatgroepen dienen als herkenningspunten voor de enzymen

46
New cards

hormonale regulatie van de glycolyse, geef een vb van activatie en van remming

glucagon komt op gang bij lage serumglucose waarden en stopt de glycolyse

insuline komt op gang bij hoge bloedsuikerwaarden en activeert de glycolyse

47
New cards

wat weet je over hexokinase

hexokinase is een enzym dat werkzaam is in de glycolyse, het zet alfa-D-glucose om naar alfa-D-glucose-6-fosfaat en is dus een transferase (het verplaats de fosfaatgroep van ATP naar glucose)

het enzym heeft isozymen: er is per celtype een andere variant aanwezig van het enzym dat zijn eigen kinetische en regulatorische eigenschappen heeft

inhibitie door glucose-6-fosfaat

dit enzym is een van de enzymatische controlepunten van de glycolyse

48
New cards

wat weet je over fosfofructokinase

het is een enzym dat werkzaam is in de glycolyse, het is een tetrameer enzym waarvan de samenstelling weefselafhankelijk is (enzymkinetiek dus ook weefselafhankelijk)

het is een allosterisch enzym met een allosterische bindingsplaats voor AMP of ADP (activatie) OF er kan ook ATP op binnen (inhibitie), het wordt geremd door citraat uit de citroenzuurcyclus

ATP moet samen met fructose-6-fosfaat binden op actieve plaats om reactie te laten doorgaan

49
New cards

wat weet je over pyruvaatkinase

het is een tetrameer enzym waarvan de samenstelling weefselafhankelijk is

activatie door defosforylering

inhibitie/ remming door fosforylering

feedforward stimulatie: fructose-1,6-bifosfaat (uit reactie 2) stimuleert pyruvaatkinase

remming door hoge concentratie aan ATP en door hoge concentratie aan alanine

alanine kan snel reageren tot pyruvaat via transaminatie

50
New cards

anaërobe wegen na de glycolyse

pyruvaat omzetten naar lactaat via melkzuurdehydrogenase

pyruvaat omzetten naar ethanol via alcoholdehydrogenase

51
New cards

aërobe wegen na de glycolyse?

pyruvaat omzetten naar acetyl CoA (zodat het door membraan kan) en oxidatie in citroenzuurcyclus (+ oxidatie van NADH) in mitochondria

52
New cards

melkzuurmetabolisme

=melkzuurfermentatie

je hebt NADH + H+ nodig als elektronendrager

komt voor in de spieren

enzym: lactaat dehydrogenase

<p>=melkzuurfermentatie</p><p>je hebt NADH + H<sup>+ </sup>nodig als elektronendrager</p><p>komt voor in de spieren</p><p>enzym: lactaat dehydrogenase </p>
53
New cards

ethanolmetabolisme

pyruvaat omzetten in acetaldehyde door pyruvaatdecarboxylase

en dan in ethanol door alcoholdehydrogenase

<p>pyruvaat omzetten in acetaldehyde door pyruvaatdecarboxylase </p><p>  en dan in ethanol door alcoholdehydrogenase</p>
54
New cards

wat is de functie van pyruvaatdecarboxylase

het omzetten van pyruvaat naar acetaldehyde

55
New cards

wat is de functie van alcoholdehydrogenase

het omzetten van acetaldehyde naar ethanol, het omzetten van ethanol naar acetaldehyde en het omzetten van acetaldehyde naar acetaat

56
New cards

wat is de gluconeogenese?

de vorming van glucose moleculen uit niet-koolhydraat precursoren

57
New cards

waar kan melkzuur (lactaat) omgezet worden in pyruvaat?

in de lever, onder anaërobe omstandigheden

58
New cards

de glycolyse en de gluconeogenese zijn elkaars tegenhangers, maar ze hebben wel andere enzymen die functioneel zijn bij de reacties, waarom?

op die manier zijn beide reactiesequenties apart van elkaar te reguleren

59
New cards

welke reacties van de glycolyse verlopen anders in de gluconeogenese en waarom?

reacties 1,3 en 10 omdat deze irreversibele reacties zijn

60
New cards

omzetting van di-, oligo- en polysachariden in monosachariden

via hydrolyse, bindingen breken met het vrijkomen van water

61
New cards

waar worden disachariden afgebroken in het lichaam

disachariden worden gehydrolyseerd in de dunne darm

62
New cards

wat zijn amylasen

een groep enzymen die bij de spijsvertering zetmeelketens verkleinen

alle amylasen verbreken alfa(1→4)glycosidebindingen

63
New cards

wat is alfa-amylase

het is een endoglycosidase, wat wilt zeggen dat het willekeurige alfa(1→4)glycosidebindingen binnenin de keten verbreekt en zo de zetmeelketen verkort tot dextrines en maltosen

64
New cards

wat zijn dextrines?

dextrines zijn kleine ketens die zowel alfa(1→4)glycosidebindingen bevat als alfa(1→6)glycosidebindingen

65
New cards

wat is bèta-amylase?

het is een exoglycosidase, het splitst een maltosemolule af aan het niet-reducerende uiteinde

66
New cards

wat is alfa(1→6)glucosidase?

het is een debranching enzym, het verbreekt de alfa(1→6)glycosidische bindingen op de dextrines

67
New cards

wat is glycogenolyse?

de afbraak/ het metabolisme van glycogeen

68
New cards

hoe gebeurt de glycogenolyse in de lever en de spieren?

door fosforolyse, een glucosemolecule wordt van de glycogeenketen afgehaald door het verbreken van een alfa(1→4)binding en reageert met een fosfaat tot glucose-1-fosfaat, wordt gekatalyseerd door glycogeenfosforylase

glucose-1-fosfaat wordt omgezet in glucose-6-fosfaat door fosfoglucomutase

er is een debranching enzym aanwezig dat bifunctioneel is:
het functioneert als een transferase doordat het 3 van de 4 overblijvende glucoses verplaatst naar het niet-reducerende einde via een nieuwe alfa(1→4)glycosidebinding

en het functioneert als alfa(1→6)glucosidase dat dat vierde glucosemolecuul verwijdert

69
New cards

wat is de functie van glycogeenfosforylase

het fosforyleert glucose om het vrij te stellen van glycogeen

70
New cards

wat is de functie van fosfoglucomutase

het zet glucose-1-fosfaat om in glucose-6-fosfaat