Kaarten: frans voc: Graphiques | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/90

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:18 PM on 8/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

91 Terms

1
New cards

un graphique

een grafiek

2
New cards

un graphique à courbe

een lijngrafiek

3
New cards

une courbe

een curve

4
New cards

une droite

een rechte lijn

5
New cards

l'axe X / axe horizontal

de X-as (2x)

6
New cards

l'axe Y / axe vertical

de Y-as (2x)

7
New cards

un diagramme

een diagram / grafiek

8
New cards

un diagramme circulaire / un camembert / un secteur circulaire

een cirkeldiagram (3x)

9
New cards

un diagramme à barres / un histogramme à barres

een staafdiagram (2x)

10
New cards

une infographie

een infographic

11
New cards

une répartition

een onderverdeling

12
New cards

une classification

een classificatie / indeling

13
New cards

une évolution

een evolutie

14
New cards

montrer (introduction) / illustrer / visualiser / informer sur

tonen / verduidelijken / zichtbaar maken / informeren over

15
New cards

montrer (tendance générale)

aantonen

16
New cards

indiquer / révéler

de aandacht vestigen op (2x)

17
New cards

faire ressortir

iets duidelijk tot uitdrukking brengen / iets onderstrepen

18
New cards

représenter / reprendre

voorstellen / weergeven

19
New cards

constater / remarquer / observer / noter

vaststellen / opmerken / observeren (4x)

20
New cards

une analyse détaillée / un examen approfondi des données - des chiffres - du graphique

een gedetailleerde analyse / grondige analyse van de gegevens - de cijfers - de grafiek

21
New cards

s'apercevoir de qqc / se rendre compte de qqc

zich bewust worden van / iets inzien / iets beseffen (2x)

22
New cards

de plus / en outre

bovendien (2x)

23
New cards

enfin / finalement / pour terminer

ten slotte (3x)

24
New cards

en ce qui concerne X / quant à X

wat betreft X (2x)

25
New cards

pour commencer

om te beginnen

26
New cards

commençons par

laten we beginnen met

27
New cards

tout d'abord

allereerst

28
New cards

ensuite

vervolgens

29
New cards

en conclusion / pour conclure / en résumé

kortom / in één woord (3x)

30
New cards

être de (chiffre) / s'élever à / se situer à / se chiffrer à

bedragen (4x)

31
New cards

atteindre son sommet / son plafond / son point culminant

zijn hoogtepunt / bovengrens / maximum bereiken

32
New cards

être à son niveau record / son maximum

op zijn hoogste niveau/ maximum zijn

33
New cards

atteindre son seuil inférieur / son plancher / son point le plus bas

zijn ondergrens / dieptepunt bereiken (3x)

34
New cards

avoir passé le cap de

de kaap van ... overschreden hebben

35
New cards

avoir dépassé la barre de

de drempel van ... overschrijden hebben

36
New cards

être passé sous la barre de

is onder de drempel van ... gegaan

37
New cards

franchir le seuil de

de grens van ... bereiken/ overschrijden

38
New cards

une hausse

een stijging

39
New cards

une petite amélioration

een kleine verbetering

40
New cards

une ferme amélioration

een grote verbetering

41
New cards

s'améliorer

verbeteren

42
New cards

une reprise assez faible

een vrij zwak herstel

43
New cards

une reprise spectaculaire

een spectaculair herstel

44
New cards

connaître une reprise

een herstel kennen

45
New cards

une faible augmentation

een kleine / lichte stijging/ toename

46
New cards

une hausse à peine perceptible / une montée légère

een nauwelijks waarneembare stijging

47
New cards

une forte augmentation

een sterke stijging/ toename

48
New cards

augmenter / enregistrer une augmentation

stijgen / toenemen

49
New cards

une mince progression

een kleine vooruitgang

50
New cards

une progression sensible / une nette progression

een voelbare / duidelijke vooruitgang

51
New cards

progresser

vooruitgaan / vorderen

52
New cards

une croissance rapide

een snelle groei

53
New cards

connaître une croissance rapide

een snelle groei kennen

54
New cards

un net redressement

een duidelijk herstel

55
New cards

une baisse

een daling

56
New cards

une baisse très légère

een zeer lichte daling

57
New cards

une baisse constante

een voortdurende daling

58
New cards

un ralentissement

een vertraging

59
New cards

se ralentir

vertragen

60
New cards

une diminution assez faible

een vrij lichte daling

61
New cards

diminuer légèrement

licht dalen

62
New cards

une forte diminution

een sterke daling

63
New cards

un recul important

een belangrijke achteruitgang

64
New cards

reculer

achteruitgaan

65
New cards

une chute (vertigineuse)

een (duizelingwekkende) daling

66
New cards

chuter

dalen

67
New cards

un effondrement

een sterke daling / keldering

68
New cards

s'effondrer

sterk dalen / kelderen

69
New cards

une dégradation,

een verslechtering

70
New cards

doubler

verdubbelen

71
New cards

tripler

verdrievoudigen

72
New cards

quadrupler

verviervoudigen

73
New cards

une fluctuation

een schommeling

74
New cards

une stabilité / un maintien / une stagnation

een stabiliteit / instandhouding / stilstand

75
New cards

fluctuer / connaître des fluctuations

schommelen (2x)

76
New cards

osciller entre ... et ...

schommelen tussen ... en ...

77
New cards

varier de ... à ...

variëren van ... tot ...

78
New cards

se stabiliser / se maintenir / stagner / rester stable / inchangé / stationnaire / ne pas bouger

stabiliseren / standhouden / stagneren / stabiel blijven / niet veranderen

79
New cards

être dû à

te wijten zijn aan

80
New cards

s'expliquer par/ trouver son explication, zich verklaren door

uitgelegd kunnen worden door (2x)

81
New cards

résulter de

het resultaat zijn van

82
New cards

provenir de

voortkomen uit

83
New cards

suite à

naar aanleiding van

84
New cards

à cause de

door / omwille van

85
New cards

grâce à

dankzij

86
New cards

causer / provoquer

veroorzaken (2x)

87
New cards

entraîner

met zich meebrengen

88
New cards

avoir pour conséquence / effet

als gevolg / effect hebben

89
New cards

être à l'origine de

aan de basis liggen van

90
New cards

un taux d'intérêt

een interestvoet

91
New cards

un dividende

een winstaandeel