Werkwoorden test 2

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/179

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 8:13 PM on 3/21/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

180 Terms

1
New cards
leben
leven
2
New cards
legen
leggen
3
New cards
leiden
lijden, schade ondervinden
4
New cards
leisten
presteren
5
New cards
leiten
besturen, (door)sturen, geleiden
6
New cards
lesen
lezen
7
New cards
lieben
houden van
8
New cards
liefern
leveren
9
New cards
liegen
liggen
10
New cards
lösen
losmaken, oplossen
11
New cards
machen
maken
12
New cards
meinen
denken, menen
13
New cards
melden
melden
14
New cards
mieten
huren
15
New cards
mitkommen
meekomen
16
New cards
mitteilen
meedelen
17
New cards
mögen
zin hebben, graag hebben
18
New cards
müssen
moeten
19
New cards
nehmen
nemen
20
New cards
nennen
noemen
21
New cards
nutzen
benutten
22
New cards
nützen
nuttig zijn, baten, benutten
23
New cards
öffnen
openen
24
New cards
planen
plannen maken, van plan zijn
25
New cards
prüfen
onderzoeken, testen, examineren
26
New cards
rad fahren
fietsen
27
New cards
rauchen
roken
28
New cards
reagieren
reageren
29
New cards
rechnen
rekenen
30
New cards
recht haben
gelijk hebben
31
New cards
reden
spreken, praten
32
New cards
reiben
raspen, wrijven
33
New cards
reichen
volstaan
34
New cards
reisen
reizen
35
New cards
renovieren
renoveren
36
New cards
reparieren
repareren
37
New cards
reservieren
reserveren
38
New cards
retten
redden
39
New cards
richten
richten
40
New cards
sagen
zeggen
41
New cards
schaffen
scheppen, creëren
42
New cards
schätzen
schatten
43
New cards
Schauen
kijken
44
New cards
scheinen
schijnen, lijken
45
New cards
scheitern
mislukken
46
New cards
schief gehen
verkeerd lopen
47
New cards
schlagen
slagen
48
New cards
schliessen
sluiten
49
New cards
schreiben
schrijven
50
New cards
sehen
zien
51
New cards
sein
zijn
52
New cards
setzen auf
mikken op
53
New cards
sich anhören wie
klinken als
54
New cards
sich belaufen auf
belopen
55
New cards
sich beruhigen
kalmeren, tot bedaren komen
56
New cards
sich beschäftigen mit
stilstaan bij
57
New cards
sich beschweren
zich bezighouden met klagen
58
New cards
sich bewerben (für)
solliciteren voor
59
New cards
sich eignen (für)
geschikt zijn voor
60
New cards
sich entschließen
een besluit nemen
61
New cards
sich entschuldigen
verontschuldigen
62
New cards
sich erkundigen
zich informeren
63
New cards
sich etwas gönnen
zich iets gunnen
64
New cards
sich freuen (auf)
zich verheugen op
65
New cards
sich leisten
zich veroorloven
66
New cards
sich unterhalten mit
spreken met
67
New cards
sich verabreden
een afspraak maken
68
New cards
sich verwählen
een verkeerd nummer kiezen
69
New cards
sich vorstellen
zich voorstellen
70
New cards
sichern
beveiligen, waarborgen
71
New cards
simulieren
simuleren
72
New cards
sinken
zinken, dalen
73
New cards
sitzen
zitten
74
New cards
sollen
moeten
75
New cards
sorgen
zorgen
76
New cards
sperren
blokkeren
77
New cards
spielen
spelen
78
New cards
sprechen
spreken
79
New cards
spüren
speuren, bespeuren
80
New cards
stammen aus
afkomstig zijn van/uit
81
New cards
stattfinden
plaatsvinden
82
New cards
stehen
staan
83
New cards
steigen
stijgen
84
New cards
steigern
verhogen, opvoeren
85
New cards
stellen
plaatsen, stellen
86
New cards
stimmen
kloppen
87
New cards
stören
storen
88
New cards
stoßen
stoten
89
New cards
studieren
studeren
90
New cards
suchen
zoeken
91
New cards
tanzen
dansen
92
New cards
teilen
delen, verdelen
93
New cards
teilnehmen
deelnemen
94
New cards
tragen
dragen
95
New cards
treffen
aantreffen, raken
96
New cards
treiben
drijven
97
New cards
treten
stappen, trappen
98
New cards
tun
doen
99
New cards
übernehmen
overnemen
100
New cards
überprüfen
controleren