Inleiding in de sociologie: Hoofdstuk 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/24

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de kernbegrippen uit het eerste hoofdstuk over de aard en definities van sociologie, waaronder de sociologische verbeelding, waarneming en sociale structuren.

Last updated 1:27 PM on 7/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

25 Terms

1
New cards

Sociologie

De wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert in hun ontstaan, voortbestaan en verandering, evenals het sociale handelen van mensen in interactie hiermee.

2
New cards

Emmanual Joseph Sieyès

Franse denker uit de 18e en vroege 19e eeuw, auteur van 'Qu’est-ce que le tiers état?', die de term sociologie introduceerde in het kader van volkssoevereiniteit.

3
New cards

Auguste Comte

Franse denker uit de 19e eeuw die de term sociologie heruitvond en de basis legde voor een empirische en beschrijvende wetenschap van de samenleving.

4
New cards

Normatieve benadering

Een benadering die voorschrijft hoe de samenleving zou moeten zijn, in plaats van enkel te beschrijven hoe deze feitelijk is.

5
New cards

Posities

De specifieke plaatsen binnen een sociaal systeem (zoals beroepsposities) die gepaard gaan met een bepaalde taakverdeling of arbeidsdeling.

6
New cards

Rollen

Het gedrag en de verwachtingen die gekoppeld zijn aan specifieke posities in de samenleving.

7
New cards

Status

De mate van waardering of aanzien die aan een bepaalde positie in de samenleving wordt toegekend.

8
New cards

Formele leiders

Leiders die via officiële kanalen en reglementen op hun positie in een groep of organisatie terecht zijn gekomen.

9
New cards

Informele leiders

Leden van een groep die het meeste gezag hebben op basis van hun kwaliteiten of vaardigheden, zonder officiële aanstelling.

10
New cards

Sociological imagination

Term van Charles Wright Mills voor het vermogen om te begrijpen dat individuele ervaringen in verband staan met maatschappelijke krachten en de historische context.

11
New cards

Selectieve waarneming

Het proces waarbij we de overvloed aan informatie reduceren, ordenen en interpreteren vanuit onze eigen positie, belangen en kennis.

12
New cards

Socialisatieproces

Het proces waarbij een individu zich in de omgang met anderen en de cultuur van zijn omgeving de nodige waarden en normen eigen maakt.

13
New cards

Referentiekaders

Een 'sociale bril' gevormd door eerdere ervaringen die bepaalt hoe we de werkelijkheid waarnemen; het is individueel maar bevat vaak gedeelde culturele patronen.

14
New cards

Self-fulfilling prophecies

Een situatie waarbij een aanvankelijk onjuist beeld van de werkelijkheid leidt tot gedrag dat dit beeld uiteindelijk werkelijkheid maakt.

15
New cards

Pygmalioneffect

Het verschijnsel waarbij hoge verwachtingen van een leidinggevende of leraar leiden tot betere prestaties van de persoon in kwestie.

16
New cards

Stereotypes

Gefixeerde en vereenvoudigde voorstellingen over (leden van) andere groepen die niet op feiten zijn gebaseerd en vaak leiden tot veralgemening.

17
New cards

Common sense

Kennis op basis van gezond verstand en persoonlijke ervaringen die gericht is op praktische en onmiddellijke antwoorden in het dagelijks leven.

18
New cards

Latentedeprivatiemodel

Model van Jahoda dat stelt dat arbeid naast inkomen (manifeste functie) ook latente functies heeft, zoals het structureren van tijd en het bieden van sociale contacten.

19
New cards

Positionele structuur

De zichtbare structuur van de samenleving die blijkt uit interacties, communicatiepatronen en de relaties tussen verschillende actoren.

20
New cards

Symbolische structuur

De dieperliggende structuur van de samenleving bestaande uit waarden, normen, doelstellingen en verwachtingen.

21
New cards

Waarden

Collectieve opvattingen over wat wenselijk is, zoals wat goed of kwaad en mooi of lelijk is.

22
New cards

Normen

Collectieve bindende gedragsregels, zoals wetten, reglementen, taboes en gewoonten, die het menselijk handelen sturen.

23
New cards

Instituties

Stabiele patronen van handelen en omgang omdat iedereen deze gewend is en verwacht, zoals het huwelijk of het onderwijs.

24
New cards

Sociaal handelen

Handelen dat (on)rechtstreeks wordt beïnvloed door het handelen van anderen, wat de basis vormt voor sociale interacties en relaties.

25
New cards

Xenofobie

Vreemdelingenhaat, waarvan onderzoek aantoont dat de houding hiertegenover sterk samenhangt met de aard en het niveau van iemands algemene vorming of onderwijs.