Flash cards - Nederlands

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/14

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deel 3 - les 30: Taallab

Last updated 4:48 PM on 9/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

15 Terms

1
New cards

Aantonen (ww)

Bewijzen dat iets waar is of de juistheid van iets laten zien.

2
New cards

Aanvinken (ww)

Ergens een vinkje bij zetten.

3
New cards

Beoordelen (ww)

Zich een oordeel vormen over iets of iemand.

4
New cards

Ontwikkelen (ww)

Het proces van geleidelijke groei, verandering of vooruitgangen.

5
New cards

Opsommen (ww)

Het achter elkaar of op de rij af noemen van verschillende dingen of punten.

6
New cards

Overlopen (ww)

  1. Overstromen;

  2. Doornemen;

  3. Overstappen naar de tegenpartij;

  4. Iemand betrappen;

  5. Sterk vervuld zijn van.


7
New cards

Registreren (ww)

Het officieel vastleggen van gegevens, personen of zaken in in een lijst, systeem of register.

8
New cards

Toepassen (ww)

Het in praktijk brengen, gebruiken of benutten van iets.

9
New cards

Het advies (znw)

Een raad, aanbeveling of mening die je iemand geeft om te helpen bij een beslissing.

10
New cards

Het alternatief (znw)

Een andere mogelijkheid, optie of keuze naast de bestaande.

11
New cards

De versie (znw)

Een specifieke uitvoering, variant of editie van iets.

12
New cards

Beknopt (bvnw)

Kort en bondig.

13
New cards

Correct (bvnw)

Foutloos. Precies zoals het hoort. In overeenstemmingn met de werkelijkheid.

14
New cards

Dergelijk (bvnw)

Van die soort of van datgene wat erop lijkt.

15
New cards

Overbodig (bvnw)

Dat iets onnodig is of niet strikt noodzakkelijk is omdat het al aanwezig is of geen extra waarde toevoegt.