1/14
Deel 3 - les 30: Taallab
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Aantonen (ww)
Bewijzen dat iets waar is of de juistheid van iets laten zien.
Aanvinken (ww)
Ergens een vinkje bij zetten.
Beoordelen (ww)
Zich een oordeel vormen over iets of iemand.
Ontwikkelen (ww)
Het proces van geleidelijke groei, verandering of vooruitgangen.
Opsommen (ww)
Het achter elkaar of op de rij af noemen van verschillende dingen of punten.
Overlopen (ww)
Overstromen;
Doornemen;
Overstappen naar de tegenpartij;
Iemand betrappen;
Sterk vervuld zijn van.
Registreren (ww)
Het officieel vastleggen van gegevens, personen of zaken in in een lijst, systeem of register.
Toepassen (ww)
Het in praktijk brengen, gebruiken of benutten van iets.
Het advies (znw)
Een raad, aanbeveling of mening die je iemand geeft om te helpen bij een beslissing.
Het alternatief (znw)
Een andere mogelijkheid, optie of keuze naast de bestaande.
De versie (znw)
Een specifieke uitvoering, variant of editie van iets.
Beknopt (bvnw)
Kort en bondig.
Correct (bvnw)
Foutloos. Precies zoals het hoort. In overeenstemmingn met de werkelijkheid.
Dergelijk (bvnw)
Van die soort of van datgene wat erop lijkt.
Overbodig (bvnw)
Dat iets onnodig is of niet strikt noodzakkelijk is omdat het al aanwezig is of geen extra waarde toevoegt.