GDR - Arresten week 1

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/5

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

6 Terms

1
New cards

Blaauboer/Berlips

  • onderscheid absolute en relatieve rechten

  • de persoonlijke verplichtingen van een goed gaan niet over op degene die dat goed onder bijzondere titel verkrijgt.

  • enkel de actieve zijde (rechten)

  • passieve zijde (plichten) niet

  • hoofdregel! er zijn uitzonderingen

2
New cards

Teixeira de Mattos

  • oneigenlijke vermenging art. 3:109 jo. 3:119

  • Ontstaat geen nieuwe zaak, blijven zelfstandig voortbestaan

  • zaken niet individualiseerbaar, bewijsprobleem

3
New cards

Glencore 2

natrekking: bestanddeel vorming art. 3:4 lid 2 (fysieke verbondenheid) (materiele)

  1. fysieke gevolgen van betekenis (beschadiging van betekenis)

  2. onevenredige kosten/inspanningen (hoge kosten of inspanning)

4
New cards

Dépex/curatoren Bergel cs

natrekking art. 3:4 lid 1 (volgens verkeersopvattingen) (ideële)

  1. afstemmingscriterium (bestanddeel speciaal afgestemd op hoofdzaak?)

  2. voltooiingscriterium (hoofdzaak compleet is zonder kleinere zaak?)

5
New cards

Portacabin

natrekking art. 3:3 jo. 5:20 (onroerend met de grond)

  • ‘duurzaam met de grond verenigd'

  1. Naar haar aard en inrichting geschikt om duurzaam ter plaatse te blijven;

  2. De naar buiten kenbare bedoeling van de bouwer of opdrachtgever;

  3. Dat er een technische mogelijkheid is om het gebouw te verplaatsen is niet van belang;

  4. De verkeersopvattingen zijn niet een zelfstandige maatstaf bij beantwoording van de vraag of een zaak onroerend is.

6
New cards

Landjepik

Verjaring

  • schadevergoeding in nature (6;103)

  • inbezitkrijging: naar verkeersopvattingen en niet vereist dat rechthebbende kennis had van de bezitsdaden, voldoende als het naar buiten toe kenbaar is.