ZSO: Normal childbirth- textbook without pictures and zso additional tasks

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/145

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:18 PM on 9/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

146 Terms

1
New cards

Waarom is kennis van de foetale schedel belangrijk bij de baring?

De foetale schedel is het grootste deel van de foetus dat geboren wordt. Als het hoofd geboren is, volgen de schouders en het lichaam normaal gesproken spontaan.

2
New cards

Zijn de botten van de foetale schedel bij de geboorte volledig verbeend?

Nee. De verbening van de 5 botten van het foetale hoofd is bij de geboorte nog onvolledig.

3
New cards

Wat is een sutuur?

Een sutuur is de verbinding of naad tussen twee schedelbeenderen.

4
New cards

Wat is een fontanel?

Een fontanel ontstaat op een plaats waar twee of meer schedelnaden samenkomen.

5
New cards

Waarom zijn suturen en fontanellen belangrijk tijdens de baring?

Ze maken het mogelijk dat de schedelbeenderen enigszins over elkaar heen schuiven tijdens de baring.

Hierdoor kan het hoofd gemakkelijker door het bekken.

6
New cards

Hoe heet het over elkaar heen schuiven van de schedelbeenderen tijdens de baring?

Moulage / moulding

7
New cards

Welke twee factoren van het foetale hoofd zijn belangrijk voor een normale geboorte?

Moulding van de schedel en de positie van het foetale hoofd.

8
New cards

Hoe kan de presentatie en positie van het foetale hoofd tijdens de baring worden beoordeeld?

Met een vaginaal toucher, waarbij de zorgverlener de fontanellen en schedelnaden voelt ten opzichte van het bekken van de moeder.

9
New cards

Wat is caput succedaneum?

Oedeem (zwelling) van het onderhuidse weefsel van het diepst gelegen deel van de foetale schedel tijdens de baring.

10
New cards

Waar kan caput succedaneum op wijzen?

Het wordt beschouwd als een teken van effectieve baarmoedercontracties.

11
New cards

Wat kan er gebeuren met de beoordeling van de positie van het hoofd bij veel moulding en een groot caput succedaneum?

Het kan moeilijker worden om de positie van het foetale hoofd te bepalen.

12
New cards

Wat is de meest voorkomende positie van het foetale hoofd?

Occiput anterior (OA): het achterhoofd (occiput, bij de kleine fontanel) wijst richting de symphysis pubis.

13
New cards

Uit welke botten bestaat het bekken?

Uit 4 botten: het sacrum, het coccyx en 2 innominate bones/heupbeenderen.

14
New cards

Uit welke drie delen bestaat elk innominate bone?

Ilium, ischium en pubis.

15
New cards

Welke vier gewrichten heeft het bekken?

1 symphysis pubis, 2 sacro-iliacale gewrichten en 1 sacro-coccygeaal gewricht.

16
New cards

Wat houdt de gewrichten van het bekken bij elkaar?

Sterke ligamenten

17
New cards

Wat gebeurt er met de bekkenbanden tijdens de zwangerschap?

Onder invloed van hormonen worden de ligamenten slapper, waardoor er iets meer beweging van het bekken mogelijk is. Dit kan meer ruimte geven voor het foetale hoofd tijdens de passage.

18
New cards

Welke vier typen bekken worden onderscheiden?

Gynaecoid, android, anthropoid en platypelloid.

19
New cards

Wat zijn de kenmerken van een gynaecoid bekken?

Bekkeningang: rond/ovaal

Sacrum: goed gekromd

Bekkenholte: rond en relatief groot

Spinae ischiadicae: niet prominent

Subpubische hoek: ongeveer 90°

Bevalling: geen specifieke problemen tijdens de baring


<p><strong>Bekkeningang:</strong> rond/ovaal</p><p><strong>Sacrum:</strong> goed gekromd</p><p><strong>Bekkenholte:</strong> rond en relatief groot</p><p><strong>Spinae ischiadicae:</strong> niet prominent</p><p><strong>Subpubische hoek:</strong> ongeveer 90°</p><p><strong>Bevalling:</strong> geen specifieke problemen tijdens de baring</p><p></p>
20
New cards

Wat zijn de kenmerken van een android bekken?

Bekkeningang: hartvormig

Sacrum: recht

Bekkenholte: diep

Spinae ischiadicae: prominent

Subpubische hoek: kleiner dan 90°


<p><strong>Bekkeningang:</strong> hartvormig</p><p><strong>Sacrum:</strong> recht</p><p><strong>Bekkenholte:</strong> diep</p><p><strong>Spinae ischiadicae:</strong> prominent</p><p><strong>Subpubische hoek:</strong> kleiner dan 90°</p><p></p>
21
New cards

Welke problemen tijdens de baring kunnen bij een android bekken voorkomen?

Het android bekken bevordert een occiput posterior-positie en kan deep transverse arrest veroorzaken.


👶 Het hoofdje is al ver naar beneden → staat nog zijwaarts → kan niet goed verder draaien of indalen → daardoor kan de bevalling moeilijker verlopen.


  • Deep = het hoofdje is al diep in het bekken gezakt.

  • Transverse = het hoofdje staat dwars: het achterhoofd wijst naar de zijkant van het bekken.

  • Arrest = het hoofdje daalt niet verder en draait niet goed door.


<p>Het android bekken bevordert een occiput posterior-positie en kan deep transverse arrest veroorzaken.</p><p></p><p><span data-name="baby" data-type="emoji">👶</span><span> Het hoofdje is al ver naar beneden → staat nog </span><strong>zijwaarts</strong><span> → kan </span><strong>niet goed verder draaien of indalen</strong><span> → daardoor kan de bevalling moeilijker verlopen.</span></p><p></p><ul><li><p><strong>Deep</strong> = het hoofdje is al <strong>diep in het bekken</strong> gezakt.</p></li><li><p><strong>Transverse</strong> = het hoofdje staat <strong>dwars</strong>: het achterhoofd wijst naar de zijkant van het bekken.</p></li><li><p><strong>Arrest</strong> = het hoofdje <strong>daalt niet verder</strong> en draait niet goed door.</p></li></ul><p></p>
22
New cards

Wat zijn de kenmerken van een anthropoid bekken?

Bekkeningang: lang-ovaal

Sacrum: lang

Bekkenholte: diep en sterk uitgehold

Spinae ischiadicae: niet prominent

Subpubische hoek: breed (> 90°)

Baring: geen specifieke problemen tijdens de baring


23
New cards

Wat zijn de kenmerken van een platypelloid bekken?

Bekkeningang: plat/niervormig

Bekkenholte: plat

Spinae ischiadicae: ondiep

Subpubische hoek: stomp


24
New cards

Welk probleem kan voorkomen bij een platypelloid bekken?

De positie die het hoofd inneemt om in te dalen (occipitoanterior of occipitoposterior) kan tot aan de geboorte blijven bestaan.

25
New cards

Welk type bekken komt volgens het textbook het meest voor bij witte vrouwen?

Het gynaecoid bekken, ongeveer 60%.

26
New cards

Welke percentages noemt het textbook voor anthropoid en android bij witte vrouwen?

Ongeveer 30% anthropoid en 12% android.

27
New cards

Welk bekken komt relatief vaker voor bij Afrikaanse en Aziatische vrouwen?

Het android bekken.

28
New cards

Welk percentage vrouwen heeft volgens het textbook een platypelloid bekken?

Ongeveer 3%, onafhankelijk van etniciteit.

29
New cards

Wat is de true pelvis en waarom is deze belangrijk?

Het true pelvis of kleine bekken ligt onder de linea terminalis (grens) en is het deel van het bekken dat belangrijk is voor de baring.




30
New cards

Waaruit bestaan de wanden van het true pelvis?

Gedeeltelijk uit bot en gedeeltelijk uit ligamenten.

31
New cards

Welke drie denkbeeldige vlakken worden in het true pelvis onderscheiden?

bekkeningang / brim

bekkenholte / cavity

bekkenuitgang


32
New cards

Welke structuur bevindt zich ter hoogte van de mid-pelvis?

De spinae ischiadicae (zitbeenstekels).


Artsen en verloskundigen gebruiken de zitbeenstekels (ischial spines) om te beoordelen hoe ver het hoofdje van de baby in het bekken is ingedaald.

33
New cards

Waarvoor worden foetale stations gebruikt?

Om te beschrijven hoe ver het voorliggende deel van de baby, meestal het hoofd, door het bekken is ingedaald.

34
New cards

Waar ligt station 0?

Ter hoogte van de spinae ischiadicae. Dit is het niveau van de mid-pelvis en het smalste deel van het binnenste bekken.

35
New cards

Hoe worden de stations boven en onder de spinae ischiadicae verdeeld?

In vijf stappen (cm) boven en onder de spinae.

36
New cards

Wat betekent station -5?

Het hoofd bevindt zich ter hoogte van de bekkeningang.

37
New cards

Wat betekent station +5?

Het foetale hoofd is zichtbaar in de vulva.

38
New cards

Wat is een andere manier om de indaling van het hoofd te beschrijven?

Met de vlakken van Hodge.

39
New cards

Welk Hodge-vlak komt overeen met station 0?

Hodge 3.

40
New cards

Wanneer heeft de grootste diameter van het foetale hoofd de bekkeningang gepasseerd?

Wanneer het hoofd is afgedaald tot station 0/Hodge 3 of verder en het hoofd in de meest voorkomende occiput-anterior (OA) positie ligt.

41
New cards

Wat betekent het passeren van de grootste diameter van het hoofd door de bekkeningang?

Bij een normaal gevormde bekkenuitgang kan het kind dan vaginaal geboren worden, ervan uitgaande dat er verder geen problemen zijn.

42
New cards

Wat wordt bedoeld met de zachte weefsels van het bekken?

Weefsels die de bekkenbotten en organen ondersteunen, omringen of met elkaar verbinden.

43
New cards

Welke structuren behoren tot het zachte geboortekanaal?

Onder andere de cervix, vaginawanden en bekkenbodem.

44
New cards

Welke soorten weefsels bevinden zich in het zachte geboortekanaal?

Spieren, zenuwen, bloedvaten, ligamenten, fascia en huid.

45
New cards

Wat is het verschil tussen ligging, presentatie, houding, positie en station?

Ligging (lie) = hoe de lengteas van de baby ligt ten opzichte van de moeder. Presentatie = welk deel van de baby voorligt bij de bekkeningang. Houding (attitude) = hoe bijvoorbeeld het hoofd ten opzichte van de romp ligt. Positie (position) = waar bijvoorbeeld het achterhoofd (occiput) gericht is ten opzichte van het bekken van de moeder. Station = hoe diep/hoe ver het voorliggende deel in het bekken is ingedaald.

46
New cards

Absolutely! I’ll use exactly this format from now on: term

definition, with one flashcard per row and no bullets or extra formatting. Wat betekent foetale ligging (foetal lie)?

47
New cards

Hoe vaak worden de foetale harttonen beluisterd tijdens de actieve fase?

Minstens elke 30 minuten, gedurende 1 minuut na een contractie. Naarmate de baring vordert, wordt vaker geausculteerd.

48
New cards

Waarom moet ook de maternale pols regelmatig worden gecontroleerd?

Om de maternale en foetale hartslag van elkaar te onderscheiden.

49
New cards

Wat is de normale baseline van de foetale hartfrequentie?

110–160 bpm.

50
New cards

Wat is de normale variabiliteit van de foetale hartfrequentie?

5–25 bpm.

51
New cards

Waardoor kunnen deceleraties tijdens contracties ontstaan?

Navelstreng wordt samengedrukt → er stroomt tijdelijk minder bloed/zuurstof naar de baby → hartslag daalt.

Hoofdje van de baby wordt samengedrukt → dit prikkelt bepaalde zenuwen → hartslag daalt tijdelijk.

52
New cards

Wanneer zijn deceleraties tijdens een contractie niet direct pathologisch?

Wanneer de foetale hartfrequentie direct na de contractie herstelt.

53
New cards

Wanneer is EFM geïndiceerd bij deceleraties?

Wanneer in de eerste fase deceleraties ná contracties worden gehoord met een Pinard of Doppler. EFM wordt dan gebruikt om de ernst van de hartfrequentiedaling te beoordelen.

54
New cards

Wat is het beleid rond een admission-CTG bij laag-risico vrouwen?

Een routine admission-CTG wordt niet aanbevolen bij vrouwen met een laag risico op complicaties.

55
New cards

Waarom wordt admission-CTG niet routinematig gebruikt bij laag-risico vrouwen?

Er is geen aangetoond voordeel voor de perinatale uitkomst en het kan leiden tot meer interventies, waaronder ongeveer 20% meer risico op een sectio caesarea.

56
New cards

Wat adviseren de WHO en NICE over EFM bij een ongecompliceerde zwangerschap?

Geen routinematige EFM. Intermitterende auscultatie is de voorkeursmethode, omdat EFM bij laag risico meer interventies kan veroorzaken zonder verbetering van de perinatale uitkomst.

57
New cards

Wanneer begint en eindigt de tweede fase van de baring?

De tweede fase begint bij volledige ontsluiting en persdrang en eindigt met de geboorte van de foetus.

58
New cards

Hoe ontstaat de persdrang?

Druk van het foetale hoofd of de vliezen stimuleert zenuwreceptoren in de bekkenbodem, waardoor persdrang ontstaat.

59
New cards

Hoe veranderen de uteruscontracties tijdens de tweede fase?

Ze worden sterker en langer, maar kunnen minder frequent worden. Hierdoor kunnen moeder en foetus tussendoor herstellen.

60
New cards

Wat gebeurt er met de bekkenbodem tijdens de indaling van het foetale hoofd?

Het hoofdje daalt → het drukt op de bekkenbodem → de spieren rekken uit, worden dunner en worden naar de zijkanten gedrukt → er ontstaat ruimte voor het hoofdje om geboren te worden.

61
New cards

Hoe helpt ontspanning van de bekkenbodem tijdens het persen?

Relaxatie van de bekkenbodem vermindert de weerstand en helpt de tweede fase van de baring te versnellen. Een zichtbaar teken is het openen van de anus, soms met verlies van feces.

62
New cards

Welke factoren beïnvloeden de duur van de tweede fase?

Onder andere: pariteit, uitgesteld persen, epidurale analgesie, maternale BMI, geboortegewicht, occiput posterior-positie en foetale station bij volledige ontsluiting.

63
New cards

Hoe lang duurt de tweede fase gemiddeld bij nulliparae en multiparae?

Ongeveer 70% van de nulliparae bevalt binnen 1 uur en >90% van de multiparae binnen 30 minuten. Er bestaan echter geen harde absolute tijdslimieten.

64
New cards

Wanneer kan een langere tweede fase acceptabel zijn en wanneer kan beëindiging nodig zijn?

Een langere tweede fase kan acceptabel zijn als er progressie is (verdere indaling, geen cefalopelviene disproportie) en de foetale conditie goed blijft. Beëindiging kan nodig zijn bij bijvoorbeeld maternale uitputting. Bij multiparae neemt bij een tweede fase >2 uur het risico op een ongunstige neonatale uitkomst toe.

65
New cards

Welke houdingen zijn mogelijk tijdens de tweede fase van de baring?

Bij afwezigheid van complicaties kiest de vrouw zelf haar houding, bijvoorbeeld: rugligging met gebogen knieën (dorsale lithotomie), zijligging (Sims), (half)zittend/geboortestoel, hurkhouding, handen-en-knieën (all fours), staand of waterbevalling.

Wat zijn de twee methoden om de geboorte van het foetale hoofd te begeleiden?

66
New cards

Wat is het doel van de hands-on-methode?

Het doel is het voorkomen van ernstige perineale rupturen door het perineum tijdens de geboorte van het foetale hoofd te ondersteunen, bij voorkeur met een warme doek.

67
New cards

Hoe wordt de hands-on-methode uitgevoerd?

Eén hand ondersteunt het perineum, bij voorkeur met een warme doek, terwijl de andere hand op het foetale hoofd wordt geplaatst.

68
New cards

Wat wordt bij de hands-on-methode aan de moeder gevraagd tijdens de geboorte van het hoofd?

De moeder wordt gevraagd niet actief mee te persen, zodat de snelheid waarmee het hoofd wordt geboren kan worden gecontroleerd.

69
New cards

Hoe wordt bij de hands-on-methode de geboorte van de schouders gefaciliteerd?

Bij de hands-on-methode wordt de geboorte van de schouders geholpen door het hoofdje zijwaarts te laten buigen (laterale flexie).

70
New cards

Wat kenmerkt de hands-off- of hands-poised-methode?

De handen raken het perineum en het foetale hoofd niet aan. Het hoofd en de schouders kunnen spontaan geboren worden en de vrouw wordt begeleid bij gecontroleerd persen.

71
New cards

Welke methode heeft de voorkeur: hands-on of hands-off?

Er is onvoldoende bewijs om één van beide methoden te verkiezen.

72
New cards

Wat is het effect van warme kompressen op perineale rupturen?

Warme kompressen kunnen het risico op derde- en vierdegraads perineale rupturen verminderen.

73
New cards

Waarom kan een rechtopstaande houding tijdens het persen gunstig zijn?

De zwaartekracht kan helpen om de baby naar beneden en naar buiten te bewegen en er is minder kans op compressie van de aorta van de moeder, waardoor de zuurstoftoevoer naar de baby beter kan zijn.

74
New cards

Welke voordelen van een rechtopstaande baringshouding worden genoemd in een Cochrane-review?

Een zeer kleine verkorting van de tweede fase, vooral bij nulliparae, minder episiotomieën en minder kunstverlossingen.

75
New cards

Welke nadelen kunnen optreden bij een rechtopstaande baringshouding?

Er is een verhoogd risico op bloedverlies van meer dan 500 ml en mogelijk een verhoogd risico op tweedegraads perineale rupturen.

76
New cards

Wat moet bij een trage voortgang van de baring met de houding worden overwogen?

Variatie in houding moet worden overwogen, vooral wanneer de vrouw in rugligging ligt.

77
New cards

Wat is het effect van een rechtopstaande houding met een vrij sacrum op het bekken?

Een rechtopstaande houding met een vrij sacrum vergroot de beschikbare ruimte in het bekken, waardoor de baby gemakkelijker kan indalen en door het geboortekanaal kan bewegen.

78
New cards

Wanneer kan een baby in vertexligging vaginaal geboren worden op basis van de indaling?

Wanneer het voorliggende deel het nulpunt (station 0, Hodge 3) is gepasseerd.

79
New cards

Hoe diep moet het hoofd bij andere hoofdliggingen soms indalen?


Bij andere hoofdliggingen moet het hoofdje soms dieper indalen in het bekken om voldoende ruimte te vinden en goed door het geboortekanaal te kunnen bewegen.



80
New cards

Wat gebeurt er direct na de geboorte van de baby?

De baby wordt naar de buik van de moeder gebracht voor nauw huid-op-huidcontact en wordt warm toegedekt. Bij verticale baringshoudingen kan de moeder de baby ook zelf optillen.

81
New cards

Wanneer begint het 'gouden uur'?

Het gouden uur begint op het moment van de geboorte; tijdens dit eerste uur wordt huid-op-huidcontact geadviseerd.

82
New cards

Wanneer wordt de navelstreng afgeklemd en doorgeknipt?

Wanneer de pulsaties in de navelstreng zijn verdwenen, wordt de navelstreng afgeklemd en doorgeknipt.

83
New cards

Wat zijn de voordelen van uitgesteld afnavelen?

Uitgesteld afnavelen zorgt ervoor dat de baby in het begin meer hemoglobine en ijzer in het bloed heeft.

84
New cards

Hoe vaak moet de foetale hartfrequentie tijdens de tweede fase worden gecontroleerd?

De foetale hartfrequentie moet na elke contractie worden geausculteerd.

85
New cards

Welke foetale hartfrequentiepatronen zijn tijdens de tweede fase een reden tot bezorgdheid?

Late deceleraties, het niet terugkeren naar de normale baseline en een afnemende beat-to-beat-variatie zijn tekenen van bezorgdheid.

86
New cards

Waardoor kunnen deceleraties die voor het eerst in de tweede fase optreden worden veroorzaakt?

Door compressie van de navelstreng of het foetale hoofd als gevolg van de indaling van het hoofd, waardoor vagale stimulatie ontstaat.

87
New cards

Hoe kan een verandering van de maternale houding helpen bij foetale deceleraties?

Een houdingsverandering kan compressie van de navelstreng verminderen en daardoor de foetale hartfrequentie verbeteren.

88
New cards

Wat is een episiotomie?

“Een episiotomie is een kleine knip in het gebied tussen de vagina en de anus om de opening groter te maken tijdens de bevalling.

89
New cards

Wanneer kan een episiotomie noodzakelijk zijn?

Incidenteel kan een episiotomie nodig zijn om de geboorte te versnellen bij vermoedelijke foetale nood of om het risico op ernstig vaginaal of perineaal trauma te verminderen.

90
New cards

Bij welke vrouwen kan een episiotomie worden overwogen om ernstig trauma te voorkomen?

Bij vrouwen met een eerdere anale sfincterbeschadiging na een bevalling of bij vrouwen met female genital mutilation (FGM).

  • wanneer de baby snel geboren moet worden vanwege problemen met de conditie van de baby.


91
New cards

Welke soort episiotomie kan bij FGM worden uitgevoerd?

Bij vrouwen met FGM kan een anterieure episiotomie worden uitgevoerd.

FGM → littekenweefsel kan de opening beperken → een anterieure incisie kan tijdens de bevalling extra ruimte naar voren creëren.

92
New cards

Welke toestemming is nodig voor een episiotomie?

Een episiotomie is een medische interventie waarvoor geïnformeerde toestemming van de moeder nodig is.

93
New cards

Hoe wordt een mediolaterale episiotomie geplaatst?

De incisie begint op of 1 cm boven het midden van de fourchette en wordt onder een hoek van 60° naar lateraal gericht.

94
New cards

Waarom wordt een mediolaterale episiotomie onder een hoek van 60° geplaatst?

Deze richting vermindert het risico op beschadiging van de anale sfincter en de klier van Bartholin.

95
New cards

Wat moet vóór het maken van een episiotomie worden gedaan?

Het perineum moet voldoende worden verdoofd.

96
New cards

Wat is het effect van selectief gebruik van episiotomie?

Selectief gebruik van episiotomie kan leiden tot ongeveer 30% minder vrouwen met ernstig perineaal of vaginaal trauma wanneer een ongecompliceerde vaginale geboorte wordt verwacht.

97
New cards

Wat is de derde fase van de baring?

De derde fase is de periode na de geboorte van de baby en eindigt met de geboorte van de placenta en de foetale vliezen.

98
New cards

Binnen hoeveel tijd wordt de placenta meestal geboren?

De placenta wordt meestal binnen 20 minuten na de geboorte van de baby geboren, maar tot 60 minuten wordt als normaal beschouwd.

99
New cards

Welke tekenen kunnen wijzen op het loslaten van de placenta?

Opnieuw optredende contractiepijn, vaginaal bloedverlies, verlenging van de navelstreng, het omhoogkomen van de uterus en verplaatsing van de uterus naar rechts.

100
New cards

Waarvoor wordt de Küstner-manoeuvre gebruikt?

De Küstner-manoeuvre wordt gebruikt om te beoordelen of de placenta van de uteruswand is losgekomen.


De Küstner-manoeuvre is een eenvoudige handeling om de placenta te controleren en al het verlorene van de baarmoederwand te hebben.

Heel simpel:

De zorgverlener druk boven het schaambeen op de buik.

Als de navelkracht naar buiten beweegt, kan dat in stand houden dat de placenta nog vast zit.

Als de navelsterkte niet mee naar binnen wordt getrokken, wijst erop dat de placenta waarschijnlijk loskomt.

👉 Kort gezegd: de Küstner-manoeuvre helpt beoordelen van de placenta los is van de baarmoederwand.