1/37
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
Temperament
een individuele reactie wijzen die al op heel jonge leeftijd kan zien, die al in de aanleg is gegeven
Wat onderzochten Thomas en Chess (1977)
Hoe kinderen rond drie maand reageren door te observeren en interviews met ouders
Kenmerken van temperament zelf
relatief stabiel in de tijd
Grotendeels erfelijk
Wat kwam er uit het onderzoek van Thomas en Chess (1977)
Op basis van de interviews onderscheiden hun negen temperament kenmerken waarop elk individueel gescoord kan worden
Wat zijn de vijf belangrijkste temperamenten waar kinderen individueel op gescoord kunnen worden
Regelmaat
Stemming
Aanpassing
Toenadering en terugtrekking
Intensiteit
Regelmaat (temperament)
De voorspelbaarheid van eet, slaap en ontlasting gewoonten van het kind
Stemming (temperament)
Opgewekte en vriendelijke reacties vs onvriendelijk en onaangename reacties
Aanpassing (temperament)
Het gemak of de moeite hoe een kind zich aan een nieuwe situatie aanpast
Toenadering en terugtrekking (temperament)
Positief of negatieve wijze hoe het kind nieuwe prikkels reageert
Intensiteit (temperament)
Het energieniveau van het kind zowel positief als negatief
Welke drie temperament patronen kwam uit het onderzoek van Thomas en Chess (1977)
Het moeilijke kind 10%
Het gemakkelijke kind 40%
De langzamer starten 10/15%
Goodness of fit is van belang wat houd dit in
Een bepaalde klik tussen de ouder en het kind bijvoorbeeld
Risico factoren
moeilijke temperament
Laag ik IQ
Zwakke gezondheid
Prematuriteit (te vroeg geboorte)
Lage geboortegewicht
Zwangerschaps complicaties
Genetische afwijking
Instabiel gezin
Echtscheiding
Lage SES
Gebrekkig sociaal netwerk
Etniciteit
Beschermende factoren
makkelijk temperament
Hoog IQ
Gezond
Humor
Veilige hechting
Warme gezinsrelatie
Stabiel huwelijk
Redelijk het hoge SES
Opleidingsniveau van de ouder
Breed stabiel sociaal netwerk
Big five
Model wat persoonlijkheid kan omschrijven
= universeel
De big five verwijst naar vijftal persoonlijkheidsdimensies welke zijn dit
extraversie
Vriendelijkheid
Geweten volheid
Emotionele stabiliteit
Ideeën rijker dom
Hoeveel procent van de kinderen beschrijving vallen onder de big five
75 tot 85%
Wat dacht men vroeger over gehechtheid?
Hechting ging voornamelijk over voeding. Kinderen hechten zich aan de persoon van wie ze voeding krijgen, want daarvan zijn ze afhankelijk.
Welk onderzoek bewijst het tegendeel van wat men vroeger dacht over gehechtheid
Het onderzoek van Harlow
Wat was het onderzoek van Harlow (1985)
Hij experimenteerde met aapjes.
→ gaat het aapje eerder naar de warme/zacht/stoffen moeder of naar de ijzeren moeder die voeding geeft??
Wat was de uitslag van het onderzoek van Harlow (1958)
80% van het aapje bij de stoffen moeder en daarnaast krijgt hij de voeding van de ijzeren moeder
Wat veroorzaakt een tekort aan veilige hechting
Emotionelestoornissen
Hechtingstheorie van Bowlby
Basis van de hechtingstheorie die is gebaseerd op de evolutietheorie dus waarbij hechting bedoeld is als overlevingsmechanisme
Gezonde hechting is de basis voor
Exploratiegedrag als kind en latere zelfstandigheid
Het vermogen om wederkerige affectieve relaties aan te gaan
Gehechtheid
Onbedwingbare neiging bij ieder mensenkind om de nabijheid te zoeken van een beschermende volwassene in tijden van angst, spanning, honger, of verdriet.
0-5 maanden (ontwikkeling van gehechtheid)
Gehechtheid nog niet aanwezig
5-7 maanden (ontwikkeling van gehechtheid)
het kind heeft hechting voorkeur voor Ă©Ă©n of enkele vertrouwde opvoeders
7-12 maanden (ontwikkeling van gehechtheid)
Sterke voorkeur voor de gehechtheidsfiguur
1-4 jaar (ontwikkeling van Gehechtheid)
Scheidingsangst neemt af
Vanaf 4 jaar (ontwikkeling van gehechtheid)
Hechtingsgedrag neemt af
Waarvoor is het vereende situatie experiment van Ainsworth gebruikt?
Om een indeling te maken in het type hechting
Welke vier types van hechting zijn er
type A
Type B
Type C
Type D
Type A
onveilige gehecht
Meer exploratiegedrag
Vooral exploratie, ook tijdens afwezigheid van verzorger en eigenlijk ook niet bij terugkeer van verzorger
Circa 20%
Type B
veilig gehecht
In evenwicht (hechting en exploratiegedrag)
Eerst exploratie, dan stress bij afwezigheid verzorger, hechtingsgedrag bij terugkeer verzorger en daarna weer hervatten van exploratie
Circa 70%
Type C
Onveilig ambivalent gehecht
Meer hechtingsgedrag
Vooral hechtingsgedrag, weinig exploratiegedrag, hevige stress bij afwezigheid verzorger, ambivalent hechtingsgedrag bij terugkeer verzorger (boosheid en klampen), nauwelijks of geen hervatten exploratie
Circa 10%
Type D
gedesorganiseerd gehecht
Hechting en exploratiegedrag treden tegelijkertijd op → kortsluiting
Tegenstrijdig gedrag als resultaat van kortsluiting. Bijvoorbeeld verstarren, stereotiep gedrag en hevige angstreactie
Circa 15%
Anders dan gemiddeld (gehechtheid )
Leeftijd (zo jong mogelijk hechten, verminderd de kans op ruis)
Reactieve hechtingsstoornis (veel ouder zijn of emotioneel beschadigd)
worstelen met vinden van identiteit
Het adoptiekind, onderzoekers besteden veel aandacht aan de gehechtheid van geadopteerde kinderen en hun adoptieouders