1/72
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Vibrio fischeri
een gramnegatieve, mariene bacterie die een symbiotische relatie aangaat met de dwerginktvis (Euprymna scolopes) en bekendstaat om het produceren van bioluminescentie in het lichtgevende orgaan van de gastheer
Quorum sensing
proces waarbij bacteriën communiceren en genexpressie afstemmen op basis van hun populatiedichtheid, gebruikmakend van chemische signaalmoleculen (autoinducers)
Autoinducers
chemische signaalmoleculen die door bacteriën worden geproduceerd en uitgescheiden om hun populatiedichtheid te meten en met elkaar te communiceren
Symbiontisch
samenlevend, waarbij twee of meer verschillende organismen (of mensen) langdurig samenwerken en minimaal één partij voordeel heeft
feromonen
vluchtige chemische signaalmoleculen die door dieren, insecten en mensen worden uitgescheiden om te communiceren met soortgenoten
Endocriene cel-cel communicatie
Lange afstand relatie door bloedbaan, hormonen die aangemaakt worden in gespecialiseerde klieren
Paracriene cel-cel communicatie
Liganden binden op nabij gelegen cellen, neuronen (synaptische communicatie), neurotransmitters binden op receptoren op post-synaptische neuronen
Cytokines
Boodschappersmoleculen die worden aangemaakt
Neurotransmitters
Specifieke cytokines voor neuronen
Hematopoietische stamcellen
multipotente cellen in het beenmerg die alle bloedcellen produceren
Autocriene cel-cel communicatie
Liganden werken in op dezelfde cellen waardoor ze gesecreteerd werden
IL-2
Interleukine-2 (een eiwit/cytokine in het immuunsysteem), geproduceerde door T-lymfocyt en werkt er ook op in
Aberrante autocriene signalisatie
Cel blijft ongecontroleerd groeisignalen sturen naar zichzelf, wat vaak tot een tumor lijdt
Moleculaire complementariteit
et principe waarbij moleculen, zoals DNA-strengen of eiwitten, door hun specifieke vorm en chemische eigenschappen (zoals waterstofbruggen) op elkaar passen als een "sleutel-slot" mechanisme
Ionaire interacties
sterke elektrostatische aantrekkingskrachten tussen positief geladen ionen (kationen) en negatief geladen ionen (anionen)
Van der Waals interacties
zwakke, niet-covalente aantrekkingskrachten tussen moleculen of atomen, veroorzaakt door tijdelijke of permanente ladingsverschillen (dipolen)
Effectorspecificiteit
Binding van eenzelfde ligand op eenzelfde receptor op verschillende celtypes kan verschillende effecten hebben / zelfde ligand op op verschillende receptor ander effect
Pleiotropie
het verschijnsel waarbij één enkel signaalmolecuul (ligand) verschillende effecten kan hebben op verschillende typen cellen, of zelfs op dezelfde cel, afhankelijk van de context en de aanwezige receptoren
Affiniteit
Interactie tussen ligand en receptor karakteristieken van interactie
Catecholine
neurotransmitter, hydrofiel, receptor is membraangebonden
Prostaglandine
lipofiel, receptor is membraan gebonden
Tyroxine
lipofiel, receptor is intracellulair
Cortisol
steroïd, lipofiel, receptor is intracellulair
-
Receptor is intracellulair
Conformationele wijziging
Structuurwijziging
Adaptoren
essentiële moleculen die fungeren als koppelstukken. Ze binden aan receptoren in de celmembraan en verbinden deze met andere eiwitten of structuren, waardoor signalen van buitenaf worden doorgegeven aan het binnenste van de cel.
Oligomere clusters
tijdelijke of stabiele verbindingen van moleculen (vaak eiwitten of eiwit-lipide complexen) die zich op nanoschaal organiseren in celmembranen of als specifieke chemische structuren
Signaalplatformen
zijn gespecialiseerde gebieden waar signaalmoleculen en receptoren samenkomen om cellulaire communicatie mogelijk te maken.
TNF-R
Tumor necrosis factor receptor, het afweersysteem activeert (cytokine) en zo helpt infecties te bestrijden
IL1-R
Interleukine-1 receptor, een cytokinereceptor die interleukine-1 (IL-1) bindt en een sleutelrol speelt bij ontstekingsreacties en immuunrespons
TLRs
Toll- like receptoren, essentiële eiwitten van het aangeboren immuunsysteem die fungeren als patroonherkenningsreceptoren (PRR's).
Nicotinerge AchR
zijn eiwitten in het zenuwstelsel die reageren op de neurotransmitter acetylcholine. Ze spelen een cruciale rol bij signaaloverdracht in de hersenen en spieren.
G-eiwit
essentiële moleculaire schakelaars in cellen die signalen van buitenaf (zoals hormonen of neurotransmitters) omzetten in acties binnen de cel
PBS
Zoutoplossing
Ras
belangrijk eiwit in cellen dat functioneert als een moleculaire schakelaar
GEFs
Nodig, zijn regulerende eiwitten die celcommunicatie aansturen. Ze activeren zogeheten G-eiwitten door het inactieve molecuul GDP te vervangen door het actieve GTP. Hierdoor worden belangrijke processen in gang gezet, waaronder celgroei, celdeling en celbeweging
GAPs
Voor GTP hydroliseren, fungeert als de "uit-schakelaar" voor zogeheten G-eiwitten (GTPases). Deze kleine eiwitten sturen belangrijke processen aan in onze cellen, zoals celdeling, celbeweging en communicatie
Adaptoreiwitten
Bezitten zelf geen katalytische activiteit maar vervullen wel een brugfunctie tussen verschillende receptoreiwitten; bezitten vaak geconserveerde domeinen die instaan voor intermoleculaire interacties: SH2, SH3, PH,…; domeinen die specifiek gemaakt zijn voor eiwitten te laten interageren
Skeleteiwitten/ “scaffold” eiwitten
Brengen groepen eiwitten op een geordende manier samen zodat ze hun specifieke functie efficiënter kunnen uitvoeren; binden op eiwitten en gaan ze op een specifieke manier positioneren om hun functie beter te kunnen doen
Secundaire boodschappers
een tussenliggend molecuul in een cel dat helpt bij celcommunicatie. Wanneer een hormoon of neurotransmitter (de primaire boodschapper) zich aan de buitenkant van de cel hecht, zorgt de secundaire boodschapper ervoor dat het signaal snel naar de binnenkant van de cel wordt overgebracht om een reactie op gang te brengen
vasodilatatie
het proces waarbij de spieren in de wanden van bloedvaten zich ontspannen, waardoor de bloedvaten wijder worden
Agonist
Activeert receptor
Antagonist
Inhibeert receptor
TM regio’s
transmembraanregio van een receptor. Dit is het hydrofobe gedeelte van een membraaneiwit dat door de celmembraan (de lipiden dubbellaag) heen steekt en zorgt voor de verankering en signaaloverdracht van buiten naar binnen
C-terminus
het uiteinde van een eiwit of polypeptideketen. Het wordt gekenmerkt door een vrije, ongebonden carboxylgroep ((-COOH) of (-COO^{-})).
N-terminus
het beginpunt van een eiwit of polypeptideketen. Het is het uiteinde met een vrije, ongebonden aminogroep ((-NH_{2})
Heterotrimeer
macromolecuul (meestal een eiwit) dat is opgebouwd uit drie subeenheden (monomeren) waarvan er minstens één verschilt van de andere twee
Guanine nuclear type exchange factor
GEF's activeren zogeheten G-eiwitten (GTPases). Ze doen dit door het inactieve molecuul GDP (guanosinedifosfaat) los te koppelen, waarna het actieve GTP (guanosinetrifosfaat) zich kan binden; Dankzij deze activering kunnen G-eiwitten intracellulaire signalen doorgeven. Dit regelt allerlei belangrijke processen in de cel, zoals celdeling, celgroei en transport binnen de cel
Adrenerge receptoren
G-proteïne-gekoppelde membraanreceptoren op celoppervlakken die adrenaline en noradrenaline binden, essentieel voor het sympathische zenuwstelsel
PKA substraten
de specifieke eiwitten, enzymen en ionkanalen die worden gefosforyleerd door Proteïne Kinase A (PKA). PKA is een cruciaal enzym in de cel (cAMP-afhankelijk) dat cellulaire processen reguleert door fosfaatgroepen over te dragen op specifieke aminozuren
AKAPs
(A-Kinase Anchoring Proteins) zijn een groep steigersiwitten (scaffold proteins) in cellen. Hun belangrijkste functie is het binden aan proteïnekinase A (PKA) en dit enzym heel precies naar specifieke locaties binnen de cel te sturen
CREB
cAMP Response Element-Binding protein) is een cruciale transcriptiefactor in celcommunicatie. Het zet tijdelijke chemische signalen (zoals hormonen of neurotransmitters) aan de buitenkant van de cel om in langdurige veranderingen binnenin de cel, zoals het activeren van genen voor celgroei, overleving, en geheugenvorming
Histonacetyltranferase
epigenetische enzymen die acetylgroepen overdragen op specifieke lysine-aminozuren van histoneiwitten
Amplificatie
waarbij één enkel signaalmolecuul buiten de cel wordt versterkt tot een massale reactie binnenin de cel. Dit zorgt ervoor dat het lichaam razendsnel kan reageren op bijvoorbeeld hormonen of neurotransmitters
Redundantie
Verschillende receptoren voor verschillende liganden effect van binding is hetzelfde
Fosfodiësterase
is een enzymgroep die verantwoordelijk is voor de afbraak van cyclische nucleotiden ((cAMP) en (cGMP)). Deze moleculen fungeren als signaalstoffen in cellen, onder andere voor het ontspannen van spieren en het verwijden van bloedvaten.
GRKs
zijn enzymen die de celcommunicatie reguleren via G-eiwitgekoppelde receptoren (GPCR's). Ze voorkomen overstimulatie van de cel door de actieve receptor te fosforyleren (een fosfaatgroep toe te voegen), waarna het eiwit arrestine bindt om de receptor te desensibiliseren en de celbaan af te sluiten
GPCR kinasen
GPCR geactiveerd wordt door een signaalstof (zoals een hormoon of neurotransmitter), zendt deze een signaal door in de cel. Om te voorkomen dat de cel overprikkeld raakt, ondernemen GRK's direct actie: fosforylering, desensibilisatie, arrestine-binding, internalisatie
Mab
Monoclone anti body
Ib
Inhibitor
Epo-receptor
eiwit op cellen in het rode beenmerg. Het werkt als een slot dat geopend wordt door het hormoon EPO (erytropoëtine). Dit proces stimuleert het lichaam om extra rode bloedcellen aan te maken
JAKs
enzym-gekoppelde eiwitten die een cruciale rol spelen in celcommunicatie. Ze vangen chemische signalen (zoals cytokines en hormonen) van buiten de cel op en vertalen deze naar een actie in de celkern, zoals celgroei of het activeren van het afweersysteem
STAT factoren
STATs (Signal Transducers and Activators of Transcription): Eiwitten die in de cel zweven en fungeren als boodschappers
Endocytose
biologische proces waarbij een cel stoffen opneemt die te groot zijn om door het celmembraan te passeren. De celmembraan stulpt naar binnen en sluit de stof in. Er ontstaat zo een blaasje (vesikel) dat de stof naar de juiste plek in de cel transporteert
Familiale erythrocytose
is een zeldzame, erfelijke bloedziekte waarbij het beenmerg te veel rode bloedcellen aanmaakt of de afbraak ervan verstoord is. Hierdoor wordt het bloed dikker, wat kan leiden tot klachten als vermoeidheid, hoofdpijn en een verhoogd risico op trombose
SOCS eiwitten
een familie van eiwitten die fungeren als remmers van celsignalering. Ze zijn essentieel voor het in balans houden van het immuunsysteem en het voorkomen van ontstekingen
PAMPs
specifieke moleculaire structuren op of in ziekteverwekkers (zoals bacteriën, virussen en schimmels). Omdat deze structuren essentieel zijn voor de overleving van de ziekteverwekker, veranderen ze nauwelijks
Toll-like receptor
zijn eiwitten in ons afweersysteem die ziekteverwekkers zoals bacteriën, virussen en schimmels direct herkennen
TIR domeinen
Toll-IL1 receptor resistance) zijn specifieke, intracellulaire eiwitdomeinen in de celbiologie. Ze zijn cruciaal voor de signaaltransductie van het aangeboren immuunsysteem. Ze spelen een hoofdrol bij het doorgeven van gevarensignalen van buiten naar binnen de cel
DD domeinen
Dit eiwit MyD88 beschikt over zowel een TIR-domein als een eigen Death Domain (DD). Via het Death Domain rekruteert en activeert MyD88 vervolgens andere kinases (zoals IRAK-4) die óók voorzien zijn van een Death Domain; Kortom, het Death Domain is de specifieke schakel waarmee de immuunreceptor eiwitten aan elkaar klikt om de afweerrespons op gang te brengen