Impulse/reflection (college 1)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/6

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

healthy psychology

Last updated 12:08 PM on 9/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

7 Terms

1
New cards

duale-systeem model

Soms vertonen mensen gedrag dat tegen hun lange termijn doelen in gaat, bijvoorbeeld ongezond eten terwijl ze willen afvallen. Dit komt doordat gedrag wordt bepaald twee systemen, het reflectieve systeem en het impuls systeem. Deze werken elkaar soms tegen. Bij impuls systeem zegt bijvoorbeeld ‘eet de taart’ en het reflectieve systeem zegt ‘niet eten want we willen gezond blijven’

2
New cards

impulsief systeem

  • snel

  • automatisch

  • associatief

  • gericht op directe beloning

  • weinig cognitieve inspanning

  • reageert op aantrekkelijke prikkels


3
New cards

reflectief systeem

  • langzamer

  • bewust/gecontroleerd

  • analytisch

  • gericht op langetermijndoelen

  • vereist cognitieve inspanning

  • evalueert consequenties en doelen


4
New cards

impulsieve processen

ontstaat onder andere doordat bepaalde objecten of situaties automatisch aantrekkelijke reacties oproepen. Impulsen zijn niet hetzelfde als gedrag, een sterke impuls betekent niet automatisch dat iemand eraan toegeeft.

  • bijv. je ziet lekker eten → verlangen om te eten


5
New cards

reflectieve processen

reflectieve systeem houdt rekening met persoonlijke doelen, normen en waarden, verwachtingen over de gevolgen en bewuste intenties. Zelfcontrole ontstaat wanneer het reflectieve systeem erin slaagt om gedrag overeenkomstig het langetermijndoel te sturen.

6
New cards

Waarom is zelfcontrole moeilijk?

hangt af van drie dingen:

  • impulsieve voorlopers: welke automatische verlangens of associaties zijn aanwezig?

  • reflectieve voorlopers: welke doelen, overtuigingen, normen en intenties heeft iemand?

  • boundary conditions


7
New cards

boundary conditions

factor die bepaalt wanneer een bepaald proces wel of niet leidt tot gedrag.

bijv:

  • situatie: hoeveel verleiding is er aanwezig

  • aandacht: ben je geconcentreerd op verleiding

  • cognitieve capaciteit: kan je op het moment goed nadenken

  • persoonlijk kernmerken: hoe sterk zijn impulsen of doelen

  • motivatie: hoe belangrijk is het langetermijn doel

  • zelfcontrole