1/23
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen, theorieën en methodieken van perspectiefgerichte orthopedagogische communicatie gebaseerd op het boek 'Tevreden tijd'.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
PRIMA-perspectief
De eerste pijler van perspectiefgericht werken die de richting aangeeft waarin mensen willen groeien door de vraag 'waar hoop je op?' centraal te stellen.
Possibilisme
De tweede pijler die gericht is op het ontsluieren en valideren van wat al hoop geeft en wat bijdraagt aan de gewenste toekomst.
Progressie
De derde pijler die extra aandacht schenkt aan kleine signalen van hoop en het ontdekken van wat iemand kan blijven doen of meer kan doen.
Solution Focused Brief Therapy (SFBT)
De therapeutische stroming van Steve de Shazer en Insoo Kim Berg die de basis vormt voor het perspectiefgericht werken.
Respair
De terugkeer van hoop na een periode van wanhoop.
OREN-interventie
Een geheugensteuntje voor verdiepende vragen bestaande uit: Ontlokken, Rol van de ander, Eigen aandeel en Nieuwe situatie/engagement.
Pathways thinking
Het voorstellingsvermogen van een individu om effectieve wegen naar een doel te bedenken (Snyder).
Agency thinking
Gedachten zoals 'ik kan dit' die het geloof in eigen capaciteiten weergeven om wegen naar een doel te bewandelen (Snyder).
Niet-weten
Een houding waarbij de professional de cliënt erkent als de inhoudsexpert van zijn of haar eigen leven en gedachten.
Confirmation bias
Een bevestigend vooroordeel waarbij men op zoek gaat naar informatie die de eigen ideeën bevestigt en minder aandachtig luistert naar wat werkelijk telt voor de ander.
Leeg luisteren
Een techniek waarbij de luisteraar de eigen oordelen, meningen en adviezen aan de kant zet om open te staan voor het verhaal van de ander.
Session Rating Scale (SRS)
Een instrument van Duncan & Miller dat de kwaliteit van de samenwerkingsrelatie meet via vier visueel analoge schalen van elk 10cm.
Autonomie
Eén van de drie psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan, waarbij de persoon vrij beslist over zijn handelen.
Moetivatie
Gecontroleerde motivatie waarbij men dingen doet onder druk of controle, wat op lange termijn minder oplevert en energie kost.
Aangeleerde hulpeloosheid
Het verschijnsel waarbij mensen zich passief opstellen omdat ze niet ervaren welke handelingen effectief zijn in het bereiken van een doel.
Broaden-and-build-theorie
Theorie van Barbara Fredrickson die stelt dat positieve emoties het denk- en handelingsvermogen verbreden en helpen bij het opbouwen van hulpbronnen.
Groeimindset
De overtuiging van Carol Dweck dat men steeds kan groeien, ervaring kan opdoen en dat inspanning essentieel is om ergens beter in te worden.
Find, remind and bind
Theorie van Algoe over dankbaarheid: het vinden in nieuw contact, het herinneren aan de waarde van de ander en het binden in de relatie.
RADIO-geheugensteuntje
Systeem voor het versterken van sociale contacten: Reanimeren, Activeren, Deblokkeren, Intensiveren en Onderhouden.
Negativiteitsbias
Het psychologische verschijnsel waarbij negatieve gebeurtenissen en informatie makkelijker worden opgemerkt en onthouden dan positieve.
The peak-end rule
De psychologische regel dat mensen een ervaring vooral onthouden op basis van de intense momenten (the peak) en de afloop (the end).
IKEA-effect
Het verschijnsel waarbij iemand meer waardering heeft voor een resultaat naarmate hij er zelf meer zorg en inspanning aan heeft besteed.
Wankelmoed
De moed om te wankelen en eerlijk uit te komen voor beperkingen, fouten en het feit dat men niet op alles een antwoord heeft.
10-10-10 aanpak
Een methode om actie te stimuleren door te vragen wat men kan uitproberen in de komende 10 uren, 10 dagen en 10 weken.