1/51
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
genregulatie
enkel voorzien aan de nood van het moment
meer differentiatie → meer specifiek genengebruik
tijdelijk gebruik van sommige genen

promotor
controleert de transcriptie van verwante eiwitten, startplaats
operator
bindingsplaats voor regeleiwitten
regulatoren
codeert voor een regeleiwit
onderdrukking
repressor bindt op operator → transcriptie wordt verhinderd
transcriptie
inductor bindt op repressor, die laat los → … kan beginnen
operon
organisatie van 2/meer genen onder controle 1 promotor
kan een groep genen als geheel tot expressie brengen als leefomstandigheden daarom vragen
repressor
regeleiwit dat bindt op de operator die voor de genen ligt → transcriptie verhinderen
inductor
de stof die ervoor zorgt dat: de repressor loskomt van de operator + RNA-polymerase kan starten met transcriptie van de genen
celdifferentiatie
het tot expressie brengen van welbepaalde genen dat leidt tot het ontstaan van sterk gedefinieerde cellen
enzymdeficiënties
een aandoening waarbij het lichaam een specifiek enzym niet of in onvoldoende mate aanmaakt, of waarbij het enzym niet goed werkt. Hierdoor kunnen bepaalde stoffen niet worden afgebroken of omgezet, wat leidt tot gezondheidsproblemen.
bv: Lactasedeficiëntie
mutatie en epigenetische modificatie
kenmerken van organismen die het resultaat zijn van een interactie tussen genetische factoren (nature) en omgevingsfactoren (nurture)
mutatie
verandering in DNA:
erfelijk: germinale mutaties
niet erfelijk: somatische mutaties
indeling o.b.v. oorzaak:
spontaan
geïnduceerd
indeling o.b.v. organisatieniveau:
genmutaties
chromosoommutatie
genoommutatie
spontante mutatie
= mutatie van DNA die ergens willekeurig ontstaat, uit het niets
bv: DNA-polymerase, breuken in het DNA
geïnduceerde mutatie
chemisch (alcohol, asbest, teer, …)
fysisch (UV-straling, ioniserende straling, …)
biologisch (virussen, bacteriën, schimmels, …)
genmutatie
1/enkele nucleotiden in een gen zijn gewijzigd
3 types:
Deletie
Insertie
Substitutie
deletie (genmutaties)
1/meer nucleotiden worden verwijderd (mutatie)
insertie (genmutaties)
1/meer nucleotiden worden ingevoegd (mutatie)
substitutie (genmutaties)
een basenpaar wordt vervangen door een ander basenpaar
1 basenpaar vervangen = puntmutatie
vb: Sikkelcelanemie
Sikkelcelanemie
1 aminozuurketen verandert de quaternaire structuur van hemoglobine + moleculen vormen ketens
(vervormde rode bloedcellen + minder goed zuurstoftransport)
voorbeeld van substitutie van genmutaties
chromosoommutaties
structuur van een chromosoom verandert.
Als DNA-breuken optreden in 1/beide strengen → fragmenten verkeerd aan elkaar gezet worden
4 groepen:
deletie
insertie
inversie
translocatie
vb: Cri-du-chatsyndroom, philadelphiasyndroom
deletie (chromosoommutaties)
deel chromosoom wordt verwijderd (1/enkele nucleotiden)
voorbeeld = cri-du-chatsyndroom
insertie (chromosoommutaties)
nucleotidesequentie uit één chromosoom wordt toegevoegd aan een ander chromosoom
inversie (chromosoommutaties)
bepaalde sequentie met omgekeerde oriëntatie in chromosoom
translocatie (chromosoommutaties)
sequentie wordt uitgewisseld tussen 2 chromosomen
voorbeeld: philadelphiasyndroom
cri-du-chatsyndroom
syndroom dat de ontwikkeling van het strottenhoofd tegenhoudt. Door de slechte ontwikkeling maken kinderen “katachtige schreeuwgeluiden
philadelphiasyndroom
een chronische vorm van leukemie, vorm van translatie bij chromosoommutaties
= ongecontroleerde deling van beenmergcellen = teveel witte bloedcellen = leukemie
stuk chromosoom 9 < - > chromosoom 22
genoommutaties
verandering in aantal chromosomen.
oorzaak = fout tijdens meiose
non-disjunctie: monosomie, trisomie
non-disjunctie
homologe chromosomen en zusterchromatiden worden niet uit elkaar getrokkken
monosomie
1 chromosoom te weinig
vb: syndroom van Turner
trisomie
1 chromosoom te veel
vb: syndroom van Down, sundroom van kliknefelter
syndroom van turner
uitsluitend bij vrouwen
monosomie in geslachtschromosomen door non-disjunctie tijdens gametogenese
kleine gestalte, brede nek met huidplooi, laag ingeplante oren en lage haarlijn
onderontwikkelde eierstokken → onvruchtbaar
syndroom van Down
trisomie
door non-disjunctie smelt een gameet met extra chromosoom met een normale gameet → 1 extra chromosoom 21
syndroom van Klinefelter
enkel bij mannen
1 extra X-chromosoom = trisomie door non-disjunctie
(47, XXY)
→ opvallend lange armen en benen, kleine teelballen → laag testosterongehalte → verminderde lichaamsbeharing + weinig ontwikkelde spiermassa
alle mannan = onvruchtbaar + soms borstontwikkeling + moeilijkheden lezen, schrijven, spelling, wiskunde
epigenetische modificatie
= verandering t.g.v. omgevingsfactoren, wijzigingen op methylgroepen op de nucleotiden of histonen eiwitten
kan erfelijk of niet-erfelijk zijn
methylering (mutatie)
best onderzochte niet-erfelijke epigenetische modificatie
de methylering die op de ouderlijke DNA-strengen aanwezig is, worden gekopieerd op de nieuwe strengen → doorgegeven via mitose aan de volgende generatie cellen
bv: verschil koningin mier & werkster)
herprogrammering
erfelijke epigenetische modificatie
= het verwijderen en vervolgens opnieuw aanbrengen van methyleringen tijdens de ontwikkeling van een embryo
(vaak op muizen getest)
histonenacetylering
modificatie van de histonen
op histonen zitten histonstaarten (aminozuurketens) die uitsteken uit het nucleosoom
enzymen kunnen daarop verschillende groepen vasthechten → grote variatie in modificaties
afhankelijk van welke groepen waar aangechecht = genexpressie verhoogd/verlaagd
DNA-methylering
methylgroep wordt gebonden op het nucleotide cytosine (net voor guanine) verandert ruimtelijke structuur van chromatine naar een compacte vorm
hetzelfde in de complementaire streng
… zorgt ervoor dat het gen niet overgeschreven wordt
methylgroep plaatsen/wegnemen = enzymen
natuurlijke genoverdracht
bacteriën onderling
virussen
Agrobacterium tumefaciens
agrobacterium tumefaciens
een plasmide (klein stuk bacterie), dat autonome kankergezwellen bij voornamelijk tweezaadlobbige planten veroorzaakt
plasmide
cirkelvormig DNA, een klein stuk van een bacterie
bacteriofaag
virus die bacteriën infecteren
kunstmatige genoverdracht
door de mens gestuurde uitwisseling van erfelijk materiaal (DNA of RNA) tussen organismen
restrictie-enzymen
DNA-ligasen
werkwijze: transgene (genen komen van elders) vector (= overbrenger v/h erfelijk materiaal met een recombinant (nieuwe combinatie) plasmide
!zonder dat de bacteriën in contact gekomen zijn!
restrictie-enzymen
knippen de DNA-streng door op een bepaalde plek bij bepaalde nucleotidenvolgordes
DNA ligasen
plak-enzymen
een essentieel enzym dat fungeert als de "lijm" van het erfelijk materiaal
landbouw en voedingsindustrie
toepassing gentechnologie:
insectresistentie (massale sterfte insecten tegengaan)
herbicideresistentie (onkruid kan bespuiting overleven)
hogere voedingswaarden
geneeskunde
toepassing van gentechnologie
waardevolle eiwitten worden geproduceerd (insuline, vaccin,…)
gentherapie (DNA in cellen repareert, vervangt of uitschakelt)
biotechnieken
DNA PCR (prenataal afwijkingen opsporen)
DNA-gelektroforese (daderidentificaite)
DNA sequencing (kankeronderzoek)
DNA-fingerprint
DNA sequencing
bepalen van basensequentie + aflezen
na PCR en gelelektroforese
2 types:
klassieke ketenterminatiemethode
automatische ketenterminatiemethode
DNA PCR
dna vermeerderen
DNA-gelelektroforese
DNA zichtbaar maken en scheiden volgens lengte