1/21
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Hoe creëerde de boeren meer landbouw?
bossen, heide en overstromingsgebied ontginnen.
te migreren naar West-Europa ook daar te ontginnen.
Vooruitgang landbouw:
sterkere materiaal: ijzer i.p.v. hout.
verbeterde landbouw technieken
ontginnen
Open landbouwsamenleving
overschotten → verkoop markt
beroepsspecialisatie → ambachten
Negatieve gevolgen groei:
minder constructie hout
brood zeer duur: een zijdige voeding.
plattenland:
bevolkingsgroei → ontginning → betere werktuigen en organisatie → landbouw overschotten → beroepsspecialisatie.
Stad lokale handel:
schoenen, brood, kleding, werktuigen, vlees, gedroogde vis, leer.
Regionale handel import:
Graan, groente, hout, ijzer, riet, steen, vee, wol.
Regionale handel export:
kleding, schoenen, werktuigen.
Langeafstandshandel:
Import: Specerijen, zijde. Export: lakens.
Welke standen zijn er?
Clerus, Adel en de Derde stand.
Wat doen ze voor elkaar?
Clerus bidt voor Adel, Adel beschermt Derde stand en Derde stand werkt voor Clerus. En omgekeerd.
Stand, leden taak:
Clerus geestelijke bidden.
Adel edellieden beschermen
Derde stand boeren werken.
Wat zijn patriciërs?
De elite.
Wie zijn de ambachtslui?
Ambachtslui waren vakmensen in de middeleeuwen (bv. bakkers, smeden, wevers)
Wat is solidariteit?
Solidariteit betekent dat mensen elkaar helpen binnen een groep, bv. ambachtslui die elkaar steunen bij ziekte, werkverlies of problemen.
Wie waren de dagloners?
Dagloners waren arme arbeiders die per dag betaald werden, geen vast werk hadden en vaak het zwaarste, minst betaalde werk deden.
Wie waren de marginalen?
Marginalen waren mensen die aan de rand van de samenleving leefden: bedelaars, zwervers, zieken, mensen zonder werk of zonder vaste woonplaats.
Eerste middeleeuwen sociale ongelijkheid:
drie standen
clerus
adel
de derde stand → boeren
= standenmaatschappij
Tweede middeleeuwen sociale ongelijkheid:
Drie standen
clerus
adel
de derde stand → boeren, patriciërs, ambachtslui, dagloners, marginalen.
= standenmaatschappij
Waarom Brugge in de 14de eeuw het handelsknooppunt van West-Europa werd.
Handel kwam vanuit Italië, Engeland en het noorden over zee Brugge en werd door verhandeld.
Wat is geldeconomie?
Een geldeconomie in de geschiedenis betekent dat mensen niet langer ruilen maar vooral met munten betalen voor goederen en diensten.
Wat betekent Maritieme?
Handel over de zee.