Hoofdstuk 2: De celcyclus bij eukaryoten

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/79

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards over de celcyclus, mitose, meiose en de verschillen tussen dierlijke en plantaardige celdeling.

Last updated 2:26 PM on 6/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

80 Terms

1
New cards

Interfase

De groeifase van de celcyclus waarin de cel normale functies vervult, eiwitten synthetiseert en zich voorbereidt op de celdeling.

2
New cards

DNA-replicatie

Het proces tijdens de SS-fase waarbij het DNADNA wordt verdubbeld.

3
New cards

G1-fase (gap 1)

Fase van groei van de cel met een toename van het cytoplasma en aanmaak van proteïne en nucleotiden voor DNADNA-replicatie.

4
New cards

S-fase

Fase binnen de interfase waarin de DNADNA-replicatie plaatsvindt.

5
New cards

G2-fase (gap 2)

Fase waarin controle en reparatie van gerepliceerd DNADNA plaatsvindt en extra histonen en membraanmateriaal worden aangemaakt.

6
New cards

Mitose

Het proces van celkerndeling waarbij nieuwe kernen worden gevormd.

7
New cards

Cytokinese

De deling van het cytoplasma over de dochtercellen.

8
New cards

Mitotische deling

De combinatie van mitose en cytokinese.

9
New cards

Meiotische deling

De combinatie van meiose en cytokinese.

10
New cards

Gameten

Voortplantingscellen of geslachtscellen, zoals eicellen en zaadcellen.

11
New cards

G0-fase (gap 0)

Fase waarin cellen zich bevinden die in de interfase blijven en zich niet verder delen.

12
New cards

Histonen

Eiwitten die in extra mate worden aangemaakt tijdens de G2G2-fase ter voorbereiding op de celdeling.

13
New cards

Centrosoom

Structuur in dierlijke cellen die wordt verdubbeld tijdens de G2G2-fase.

14
New cards

Profase

De eerste fase van de mitose waarin chromosomen condenseren en de spoelfiguur zich begint te vormen.

15
New cards

Metafase

De fase waarin alle chromosomen zich in het evenaarsvlak van de cel bevinden.

16
New cards

Anafase

De fase waarin de zusterchromatiden uit elkaar gaan en naar de polen worden getrokken.

17
New cards

Telofase

De laatste fase van de mitose waarin nieuwe kernmembranen worden gevormd rond de groepen chromosomen.

18
New cards

Kinetochoor

Een structuur van eiwitten ter hoogte van een centromeer waaraan trekdraden zich hechten.

19
New cards

Zusterchromatiden

De twee identieke helften van een verdubbeld chromosoom die bij elkaar worden gehouden door cohesine-eiwitten.

20
New cards

Cohesine-eiwitten

Eiwitten die zusterchromatiden bij elkaar houden ter hoogte van het centromeer tot ze tijdens de anafase afbreken.

21
New cards

Trekdraden

Onderdelen van de spoelfiguur die hechten op de kinetochoren om chromatiden te verplaatsen.

22
New cards

Steundraden

Onderdelen van de spoelfiguur die contact maken met elkaar in het midden en helpen de cel te verlengen.

23
New cards

Tubuline-eiwitten

De afzonderlijke eiwitten waaruit de spoelfiguur wordt afgebroken tijdens de telofase.

24
New cards

Nucleolus

Structuur binnen de celkern die opnieuw wordt gevormd tijdens de telofase voor de aanmaak van rRNArRNA.

25
New cards

Chromatinedraden

De vorm waarin chromosomen zich ontvouwen binnen de nieuwe celkern tijdens de telofase.

26
New cards

Vroege profase

Stadium waarin verdere opvouwing van chromosomen zichtbaar wordt en de transcriptie van DNADNA stopt.

27
New cards

Late profase

Stadium waarin het kernmembraan wordt afgebroken en trekdraden aan kinetochoren hechten.

28
New cards

Evenaarsvlak

De denkbeeldige lijn in het midden van de cel waar chromosomen zich verzamelen tijdens de metafase.

29
New cards

Asterfiguren

De poolstructuren die tijdens de anafase van elkaar weg worden geduwd waardoor de cel verlengt.

30
New cards

Insnoering

Het proces bij dierlijke cellen waarbij het celmembraan naar binnen wordt getrokken om de cel te delen.

31
New cards

Haploïd

Cellen met een enkelvoudige set chromosomen, zoals gameten.

32
New cards

Diploïd

Cellen met een dubbele set chromosomen (2n2n), zoals menselijke lichaamscellen.

33
New cards

Lichaamscel (voor interfase)

Een menselijke cel met 4646 chromosomen die elk uit 11 chromatide bestaan.

34
New cards

Lichaamscel (na interfase)

Een menselijke cel met 4646 chromosomen die elk uit 22 zusterchromatiden bestaan (9292 chromatiden in totaal).

35
New cards

Dochtercel (na mitose)

Een cel met 4646 chromosomen en 4646 chromatiden, identiek aan de moedercel.

36
New cards

Poolkapjes

De uiteinden van de spoelfiguur bij plantencellen, die geen centriolen of asterfiguren hebben.

37
New cards

Celplaat

Structuur die bij plantencellen vanuit het midden nieuwe celmembranen en celwanden vormt tijdens de cytokinese.

38
New cards

Transportblaasje

Blaasjes met koolhydraatrijk materiaal die bij plantencellen versmelten tot een celplaat.

39
New cards

Microfilamenten

Structuren in dierlijke cellen die samentrekken om een insnoeringsgroeve te vormen.

40
New cards

Meiose

Celdeling die resulteert in haploïde dochtercellen en zorgt voor variatie bij geslachtelijke voortplanting.

41
New cards

Ongeslachtelijke voortplanting

Vorm van voortplanting zoals klonen waarbij alle individuen erfelijk identiek zijn.

42
New cards

Transcriptie

Het proces van het overschrijven van DNADNA dat niet mogelijk is tijdens de compacte vorm van chromosomen in de profase.

43
New cards

rRNA

Ribosomaal RNARNA dat door de nucleolus wordt aangemaakt om ribosomen te vormen.

44
New cards

Spoelfiguur

Geheel van trek- en steundraden dat zorgt voor de verplaatsing van chromosomen tijdens de deling.

45
New cards

Centromeer

De plaats op een chromosoom waar de twee zusterchromatiden aan elkaar vastzitten.

46
New cards

Condensatie

Het proces waarbij chromatinedraden zich opvouwen tot compacte chromosomen.

47
New cards

Homologe chromosomen

Paren van chromosomen (vaak voorgesteld met rood en blauw) die overeenkomstige informatie bevatten.

48
New cards

Centriolen

Structuren die ontbreken bij plantencellen maar aanwezig zijn bij dierlijke cellen voor de vorming van de spoelfiguur.

49
New cards

Actinefilamenten

Onderdeel van het cytoskelet dat betrokken is bij de celstructuur tijdens de profase van planten.

50
New cards

Microtubuli

De eiwitstructuren waaruit de spoelfiguur wordt opgebouwd.

51
New cards

Celwand

Stevige structuur bij plantencellen die insnoering verhindert en de vorming van een celplaat noodzakelijk maakt.

52
New cards

Variatie

Het resultaat van meiose dat belangrijk is voor het overleven van de soort bij veranderingen in de omgeving.

53
New cards

Eicellen

De vrouwelijke gameten gevormd via meiose.

54
New cards

Zaadcellen

De mannelijke gameten gevormd via meiose.

55
New cards

DNA-schade

Een mogelijke reden waarom cellen permanent in de G0G0-fase blijven.

56
New cards

Nucleotiden

Bouwstenen van DNADNA die worden aangemaakt tijdens de G1G1-fase.

57
New cards

Eiwitsynthese

Een kernactiviteit van de cel tijdens de normale werking in de interfase.

58
New cards

Groei en ontwikkeling

Het eerste genoemde belang van de mitotische celdeling.

59
New cards

Herstel

Functie van mitose gericht op het repareren van beschadigde weefsels.

60
New cards

Vervanging

Functie van mitose om afgestorven cellen in het organisme te vervangen.

61
New cards

Eukaryoten

Organismen met cellen die een celkern bezitten, waar de besproken celcyclus plaatsvindt.

62
New cards

Cytoplasmadeling

De letterlijke betekenis van de term cytokinese.

63
New cards

Celkerndeling

De algemene term voor processen zoals mitose en meiose.

64
New cards

Dochtercellen

De twee nieuwe cellen die ontstaan na de volledige celdeling.

65
New cards

Nucleus

De celkern waarin het genetisch materiaal zich bevindt.

66
New cards

Gap 1

De volledige naam voor de G1G1-fase.

67
New cards

Gap 2

De volledige naam voor de G2G2-fase.

68
New cards

Gap 0

De rustfase buiten de actieve celcyclus.

69
New cards

Ribosomen

Structuren gevormd door rRNArRNA die essentieel zijn voor eiwitproductie.

70
New cards

Klonen

Een vorm van ongeslachtelijke voortplanting waarbij nakomelingen genetisch identiek zijn.

71
New cards

Omkeerbaar (fase)

Kenmerk van de G0G0-fase wanneer er weer een nieuwe celdeling voorkomt.

72
New cards

Membraanmateriaal

Nodig voor de vorming van nieuwe celkernen en organellen, aangemaakt in de G2G2-fase.

73
New cards

Pool (cel)

De tegenovergestelde zijden van de cel waarnaar chromosomen worden getrokken tijdens de anafase.

74
New cards

Insnoeringsgroeve

De inkeping die ontstaat bij dierlijke cellen wanneer microfilamenten samentrekken.

75
New cards

Koolhydraatrijk materiaal

De inhoud van de blaasjes die de celplaat vormen bij planten.

76
New cards

Celverlenging

Proces in de anafase waarbij steundraden asterfiguren van elkaar wegduwen.

77
New cards

Continu proces

De aard van de mitotische celdeling, ondanks dat er onder de microscoop fasen te onderscheiden zijn.

78
New cards

Erfelijk identiek

Toestand van dochtercellen na mitose, tenzij er mutaties zijn opgetreden.

79
New cards

2n=42n = 4

Het aantal chromosomen in de cel op de voorbeeldafbeelding in de transcriptie.

80
New cards

Cytoskelet

Het netwerk van eiwitten dat opnieuw gevormd wordt in de telofase nadat de spoelfiguur is afgebroken.