1/34
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
verstoring barriere
micro organismen die normaal op huid/slijmvliezen leven naar diepere weefsel gaan
afh van locatie verstoring barriere infectie
soorten directe beschadiging barriere
chirurgisch, traumatisch, brandwonden, insect, katheter, cytostatica
welke normaal op huid
s. aureus: primair pathogeen
s. pyogenes: primair pathogeen
s. epidermis: opportunistishc
welke normaal in darm
e. coli
bacteroides fragilis
clostridium
welke normaal in slijmvliezen
streptokokken
candida albicans
functionele verstoring barriere
urinekatheter/onvolledige blaasleging→ e coli
tekort maagzuur → salmonella en vibrio cholerae
tekort tranen (syndroom Sjörgen)
intubatie/mucus/cillia/hoestreflex/copd → streptococcus pneumoniae
breedspectrum antibiotica
normale microbiota verdwijnt → minder gevoelige nemen niche in bv candida albicans en clostridium difficile
candida albicans
commensaal op slijmvliezen, kan overgroei bij antibio
→ orale/oesofageale/vulvovaginale candidans
clostridium difficile
antibio→ overgroei→ toxinen→colonepitheel kapot → inflammatie → pseudomembraneuze colitis
pseudomembraan
mucus, fibrine, necrotisch materieaal, veel neutrofiele granulocyten
complement def hoe kom je eraan
genetisch: kan in verschillende routes
iatrogene complement def: door medische behandeling met bv eculizumab = monoklonaal antilichaam tegen C5 → geen terminale compelemtcomplex en MAC
niet altijd ziekte want kan goed compenseren
def in vroege complement componenten
in C2 - C4
vatbaarder voor extracellulaire bac want minder opsonisatie
def in terminale complement
in C5 - 9
geen MAC → vatbaarder voor Neisseria → meningokokkensepsis → LPS geeft sterke inflamm → shock en diffuse intravasale stolling → microtrombi, weefselisschemie, necrose
hypogammaglobulinen waardoor
X gebonden agammaglobulinemie → ontwikkeling B cellen verstoord
SCID → naast humoraal ook cellulaire afweer aangedaan
CVID: primair, te weinig goede Ig gemaakt, kan pas op latere leeftijd worden opgemerkt
secundair: antistof def bij B cel maligniteit (CLL, multipel myeloom)
iatrogene: rituximab = monoklonaal antilichaam tegen CD20 (B cellen)
antistoffen belangrijk voor afweer tegen
gekapselde bac want lastig te fagocyteren → antistoffen en complement belangrijk
milt
belangrijk bij verwijdering pathogenen uit bloed, vooral geopsoniseerde en gekapselde bac
asplenie =
geen milt hebben (congenitaal of chirurgisch)
functionele asplenie
functioneert niet maar is er wel
bv bij miltinfarcten
infectierisico bij weinig milt
gekapselde bac:
s. pneumoniae
neisseria mingitidis
heamophilus influenzae
en ernstigere malaria
functie milt
(gekapselde) bac uit circulatie halen
klaring parasieten uit erys → ernstig beloop malaria
neutrofielen en macrofagen voor
extracellulaire bac en schimmels
granulocytopenie waardoor
minder granulocyten door
bv cytostatica: beenmergproductie onderdrukt
geneesmiddelen/auto immuun → immuungemedieerd
gevolg granulocytopenie
commensale kunnen infectie veroorzaken
slijmvliesinfecties: necrotiserende gingivitis
welke micro organisme probleem bij granulocytopenie
s. aureus, s. epidermidis, e. coli, streptokokken, candida albicans, bac van huid en slijmvliezen
aspergillus fumigatus→ invasieve pulmonale aspergillose
granulocyten disfunctie door
chronische granulomateuze ziekte: fagocyten kunnen niet oxidatief killing doen
gluco corticoiden vermindert functie ook
invloed cellulaire immuniteit
vooral T (met hulp van macro)
afweer tegen intracellulair
oorzaken verminderde cellulaire afweer
congenitaal: SCID: cellulair en humoraal
hiv: minder Th
chemotherapie: cellijnen verminderd
immunosuppressiva: aantal/functie t verminderen
cellulaire immuniteit aangedaan, dan vatbaarder voor
intracellulaire bac: salmonella, legionella, tbc
virussen: herpes: CMV, EBV, HSV, VZV
parasieten: toxoplasma gondii en strongyloides stercoralis
toxoplasma gondii
hiv, dan encefalitis
strongyloides stercoralis
immunosupressie bv corticosteroiden → hyperinfectie
pneumocystis jirovecci
mindere cellulaire immuniteit → PCP
kenmerk HIV: CD4 aantal < 200 cellen per micro L
infectie van eigen huid/slijm
probleem met barriere of fagocyten
gekapselde bac
antistof def of miltstoornis
neisseria
probleem met complement
extra cell bac
bv aspergillus
fagocytenstoornis