H2 en H3. indeling van het recht en bronnen van het recht

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/43

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:05 PM on 6/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

44 Terms

1
New cards

Materiële rechtsbron

Alle bronnen die de inhoud en de verklaring van een rechtsregel vormen, zoals sociaaleconomische verhoudingen, geschiedenis of rechtsfilosofie.

2
New cards

Formele rechtsbron

De uiterlijke verschijningsvorm van het recht; de plaats waar de rechtsregels daadwerkelijk geschreven of ongeschreven terug te vinden zijn.

3
New cards

Ratio legis

De 'wil van de wetgever' of de achterliggende bedoeling en uitleg van een wet, gebruikt door rechters bij interpretatie.

4
New cards

Formele wet

Elke akte of handeling van de wetgevende macht die officieel de titel 'Wet', 'Decreet' of 'Ordonnantie' draagt.

5
New cards

Materiële wet

Elke rechtsregel met een algemene draagwijdte en duurzaamheid, uitgevaardigd door een daartoe bevoegde overheid.

6
New cards

Zuiver formele wet

Een akte van de wetgevende macht die niet algemeen of duurzaam is, maar eenmalig of persoonlijk van aard (bijv. de begrotingswet of naturalisatiewet).

7
New cards

Beschikking

Een overheidsbeslissing met een individuele strekking die een materiële wet toepast op een specifiek concreet geval (bijv. de benoeming van een ambtenaar).

8
New cards

Grondwet

De fundamentele wet (hoogste interne norm) die de staatsmachten inricht en de essentiële grondrechten en vrijheden van burgers vastlegt.

9
New cards

Pré-constituante

De drie takken van de Federale wetgevende macht (Koning, Kamer en Senaat) die samen bepalen welke grondwetsartikelen vatbaar zijn voor wijziging.

10
New cards

Constituante

Het nieuw verkozen parlement dat samen met de Koning de bevoegdheid heeft om de herzienbare artikelen van de Grondwet effectief te wijzigen.

11
New cards

Internationaal verdrag

Een schriftelijk akkoord gesloten tussen staten of internationale organisaties dat wordt beheerst door het volkenrecht.

12
New cards

Verdrag zonder directe werking

Een verdragsbepaling die enkel rechten en plichten schept tussen de verdragssluitende staten en niet rechtstreeks door de burger kan worden ingeroepen.

13
New cards

Verdrag met directe werking

Een verdragsbepaling waarvan de rechten en plichten onmiddellijk gelden voor de burger en die primeert op de nationale wetgeving en Grondwet.

14
New cards

EU-verordening

Een Europese norm met een algemene draagwijdte die verbindend is in al zijn onderdelen en rechtstreeks van toepassing is in elke lidstaat.

15
New cards

EU-richtlijn

Een Europese norm die enkel verbindend is ten aanzien van het te bereiken resultaat; de nationale overheid kiest zelf de vorm en middelen voor de omzetting.

16
New cards

Verticale directe werking

De uitzondering waarbij een niet tijdig omgezette, duidelijke EU-richtlijn door een burger rechtstreeks tegen de overheid kan worden ingeroepen.

17
New cards

Gewone wet

Een federale wet die tot stand komt met een volstrekte meerderheid (helft + 1) van de stemmen in de Kamer (en eventueel de Senaat).

18
New cards

Bijzondere meerderheidswet

Een communautaire wet voor fundamentele zaken (zoals staatshervormingen) die een dubbele versterkte meerderheid vereist in beide taalgroepen.

19
New cards

Wetsontwerp

Een wetgevingsinitiatief dat uitgaat van de Koning (de regering).

20
New cards

Wetsvoorstel

Een wetgevingsinitiatief dat uitgaat van een parlementslid (Kamer of Senaat).

21
New cards

Inoverwegingneming

De filterstemming in het parlement om wetsvoorstellen te weren die ongrondwettelijk zijn of de openbare orde schaden.

22
New cards

Amendement

Een voorgestelde wijziging, schrapping of toevoeging van artikelen in een lopende tekst van een wetsontwerp of wetsvoorstel.

23
New cards

Bekrachtiging

De rechtshandeling waarbij de Koning optreedt als wetgevende macht en zijn akkoord verklaart met de door het parlement aangenomen tekst.

24
New cards

Afkondiging

De plechtige handeling waarbij de Koning als hoofd van de uitvoerende macht bevestigt dat de wet bestaat en het bevel geeft deze uit te voeren.

25
New cards

Decreet

Een norm met dezelfde rechtskracht als een formele federale wet, uitgevaardigd door een gemeenschaps- of gewestparlement (behalve Brussel).

26
New cards

Ordonnantie

De wetkrachtige norm van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die onderworpen is aan een beperkt rechterlijk en bestuurlijk toezicht.

27
New cards

Wetskrachtig koninklijk besluit

Een besluit van de Koning (uitvoerende macht) dat op basis van een volmachtenwet tijdelijk de kracht van een wet krijgt.

28
New cards

Reglementair koninklijk besluit

Een besluit van de uitvoerende macht dat een algemene rechtsregel (zoals de wegcode) invoert ter uitvoering van een wet.

29
New cards

Ministerieel besluit

Een maatregel van een minister die belast is met de louter technische modaliteiten ter uitvoering van wetten en koninklijke besluiten.

30
New cards

Algemeen rechtsbeginsel (ARB)

Een ongeschreven, ontdekt principe dat door iedereen als bindend wordt ervaren en net onder de wet (maar boven het KB) staat in de hiërarchie.

31
New cards

Materiële motiveringsplicht

Het beginsel van behoorlijk bestuur dat vereist dat een beslissing steunt op feiten die echt bestaan en die de rechtshandeling verantwoorden.

32
New cards

Machtsafwending

Het onwettig gebruiken van een bestuursbevoegdheid voor een ander doel dan het specifieke algemeen belang waarvoor de bevoegdheid werd toegekend.

33
New cards

Rechtszekerheidsbeginsel

Het principe dat de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk moet zijn, zodat burgers de gevolgen van hun handelingen kunnen inschatten.

34
New cards

Non-retroactiviteitsbeginsel

Het verbod op terugwerkende kracht; materiële wetten gelden in principe alleen voor de toekomst.

35
New cards

Rechtspraak

Het geheel van arresten en vonnissen uitgesproken door hoven, rechtbanken en administratieve rechtscolleges.

36
New cards

Lex specialis derogat lege generali

De interpretatieregel die stelt dat een specifieke, bijzondere regel voorrang heeft op een algemene regel.

37
New cards

Lex posterior derogat priori

De interpretatieregel die stelt dat een nieuwere, latere regel voorrang heeft op een oudere regel met gelijke rechtskracht.

38
New cards

Authentieke interpretatie

De verduidelijking van een onduidelijke norm door het wetgevende orgaan zelf via een nieuwe wet of decreet met terugwerkende kracht.

39
New cards

Theorie van het rechtsmisbruik

De rechtsfiguur die stelt dat men een subjectief recht niet mag uitoefenen op een manier die een normaal, voorzichtig persoon te buiten gaat.

40
New cards

Gewoonterecht

Niet-geschreven rechtsregels die ontstaan door herhaalde toepassing (materieel) en de overtuiging dat dit juridisch verplicht is (moreel).

41
New cards

Pseudowetgeving

Interne documenten zoals omzendbrieven of dienstnota's die bedoeld zijn om ambtenaren te helpen bij een uniforme toepassing van de wet.

42
New cards

Paralegale normen

Niet-juridische, technische of deontologische normen ontwikkeld door beroepsverenigingen die soms via wetgeving relevant worden (bijv. brandblusstickers).

43
New cards

Rechtsleer (doctrine)

Het geheel van gepubliceerde opvattingen en analyses van rechtsgeleerden in handboeken en artikelen; het is niet bindend maar coördinerend.

44
New cards

Individuele billijkheid

Een open norm waarmee de rechter in een specifiek geval de hardheid van de geschreven wet kan milderen voor een individu (nooit contra legem).