1/43
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Materiële rechtsbron
Alle bronnen die de inhoud en de verklaring van een rechtsregel vormen, zoals sociaaleconomische verhoudingen, geschiedenis of rechtsfilosofie.
Formele rechtsbron
De uiterlijke verschijningsvorm van het recht; de plaats waar de rechtsregels daadwerkelijk geschreven of ongeschreven terug te vinden zijn.
Ratio legis
De 'wil van de wetgever' of de achterliggende bedoeling en uitleg van een wet, gebruikt door rechters bij interpretatie.
Formele wet
Elke akte of handeling van de wetgevende macht die officieel de titel 'Wet', 'Decreet' of 'Ordonnantie' draagt.
Materiële wet
Elke rechtsregel met een algemene draagwijdte en duurzaamheid, uitgevaardigd door een daartoe bevoegde overheid.
Zuiver formele wet
Een akte van de wetgevende macht die niet algemeen of duurzaam is, maar eenmalig of persoonlijk van aard (bijv. de begrotingswet of naturalisatiewet).
Beschikking
Een overheidsbeslissing met een individuele strekking die een materiële wet toepast op een specifiek concreet geval (bijv. de benoeming van een ambtenaar).
Grondwet
De fundamentele wet (hoogste interne norm) die de staatsmachten inricht en de essentiële grondrechten en vrijheden van burgers vastlegt.
Pré-constituante
De drie takken van de Federale wetgevende macht (Koning, Kamer en Senaat) die samen bepalen welke grondwetsartikelen vatbaar zijn voor wijziging.
Constituante
Het nieuw verkozen parlement dat samen met de Koning de bevoegdheid heeft om de herzienbare artikelen van de Grondwet effectief te wijzigen.
Internationaal verdrag
Een schriftelijk akkoord gesloten tussen staten of internationale organisaties dat wordt beheerst door het volkenrecht.
Verdrag zonder directe werking
Een verdragsbepaling die enkel rechten en plichten schept tussen de verdragssluitende staten en niet rechtstreeks door de burger kan worden ingeroepen.
Verdrag met directe werking
Een verdragsbepaling waarvan de rechten en plichten onmiddellijk gelden voor de burger en die primeert op de nationale wetgeving en Grondwet.
EU-verordening
Een Europese norm met een algemene draagwijdte die verbindend is in al zijn onderdelen en rechtstreeks van toepassing is in elke lidstaat.
EU-richtlijn
Een Europese norm die enkel verbindend is ten aanzien van het te bereiken resultaat; de nationale overheid kiest zelf de vorm en middelen voor de omzetting.
Verticale directe werking
De uitzondering waarbij een niet tijdig omgezette, duidelijke EU-richtlijn door een burger rechtstreeks tegen de overheid kan worden ingeroepen.
Gewone wet
Een federale wet die tot stand komt met een volstrekte meerderheid (helft + 1) van de stemmen in de Kamer (en eventueel de Senaat).
Bijzondere meerderheidswet
Een communautaire wet voor fundamentele zaken (zoals staatshervormingen) die een dubbele versterkte meerderheid vereist in beide taalgroepen.
Wetsontwerp
Een wetgevingsinitiatief dat uitgaat van de Koning (de regering).
Wetsvoorstel
Een wetgevingsinitiatief dat uitgaat van een parlementslid (Kamer of Senaat).
Inoverwegingneming
De filterstemming in het parlement om wetsvoorstellen te weren die ongrondwettelijk zijn of de openbare orde schaden.
Amendement
Een voorgestelde wijziging, schrapping of toevoeging van artikelen in een lopende tekst van een wetsontwerp of wetsvoorstel.
Bekrachtiging
De rechtshandeling waarbij de Koning optreedt als wetgevende macht en zijn akkoord verklaart met de door het parlement aangenomen tekst.
Afkondiging
De plechtige handeling waarbij de Koning als hoofd van de uitvoerende macht bevestigt dat de wet bestaat en het bevel geeft deze uit te voeren.
Decreet
Een norm met dezelfde rechtskracht als een formele federale wet, uitgevaardigd door een gemeenschaps- of gewestparlement (behalve Brussel).
Ordonnantie
De wetkrachtige norm van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die onderworpen is aan een beperkt rechterlijk en bestuurlijk toezicht.
Wetskrachtig koninklijk besluit
Een besluit van de Koning (uitvoerende macht) dat op basis van een volmachtenwet tijdelijk de kracht van een wet krijgt.
Reglementair koninklijk besluit
Een besluit van de uitvoerende macht dat een algemene rechtsregel (zoals de wegcode) invoert ter uitvoering van een wet.
Ministerieel besluit
Een maatregel van een minister die belast is met de louter technische modaliteiten ter uitvoering van wetten en koninklijke besluiten.
Algemeen rechtsbeginsel (ARB)
Een ongeschreven, ontdekt principe dat door iedereen als bindend wordt ervaren en net onder de wet (maar boven het KB) staat in de hiërarchie.
Materiële motiveringsplicht
Het beginsel van behoorlijk bestuur dat vereist dat een beslissing steunt op feiten die echt bestaan en die de rechtshandeling verantwoorden.
Machtsafwending
Het onwettig gebruiken van een bestuursbevoegdheid voor een ander doel dan het specifieke algemeen belang waarvoor de bevoegdheid werd toegekend.
Rechtszekerheidsbeginsel
Het principe dat de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk moet zijn, zodat burgers de gevolgen van hun handelingen kunnen inschatten.
Non-retroactiviteitsbeginsel
Het verbod op terugwerkende kracht; materiële wetten gelden in principe alleen voor de toekomst.
Rechtspraak
Het geheel van arresten en vonnissen uitgesproken door hoven, rechtbanken en administratieve rechtscolleges.
Lex specialis derogat lege generali
De interpretatieregel die stelt dat een specifieke, bijzondere regel voorrang heeft op een algemene regel.
Lex posterior derogat priori
De interpretatieregel die stelt dat een nieuwere, latere regel voorrang heeft op een oudere regel met gelijke rechtskracht.
Authentieke interpretatie
De verduidelijking van een onduidelijke norm door het wetgevende orgaan zelf via een nieuwe wet of decreet met terugwerkende kracht.
Theorie van het rechtsmisbruik
De rechtsfiguur die stelt dat men een subjectief recht niet mag uitoefenen op een manier die een normaal, voorzichtig persoon te buiten gaat.
Gewoonterecht
Niet-geschreven rechtsregels die ontstaan door herhaalde toepassing (materieel) en de overtuiging dat dit juridisch verplicht is (moreel).
Pseudowetgeving
Interne documenten zoals omzendbrieven of dienstnota's die bedoeld zijn om ambtenaren te helpen bij een uniforme toepassing van de wet.
Paralegale normen
Niet-juridische, technische of deontologische normen ontwikkeld door beroepsverenigingen die soms via wetgeving relevant worden (bijv. brandblusstickers).
Rechtsleer (doctrine)
Het geheel van gepubliceerde opvattingen en analyses van rechtsgeleerden in handboeken en artikelen; het is niet bindend maar coördinerend.
Individuele billijkheid
Een open norm waarmee de rechter in een specifiek geval de hardheid van de geschreven wet kan milderen voor een individu (nooit contra legem).