1/20
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Aanbodlijn
Een lijn die het verband tussen de prijs van een product en de aangeboden hoeveelheid van dat product weergeeft.
Afzet
De hoeveelheid verkochte producten in een bepaalde periode.
Break-evenafzet
De afzet waarbij geen winst en geen verlies wordt gemaakt.
Break-evenomzet
De omzet waarbij de winst precies nul is. Break-evenomzet = break-evenafzet × verkoopprijs.
Ceteris paribus
Als de overige omstandigheden gelijk blijven.
Collectieve aanbodlijn
Een lijn die het verband weergeeft tussen de prijs en de totaal aangeboden hoeveelheid van alle aanbieders. Dit is de optelling van alle individuele aanbodlijnen.
Constante kosten
Kosten die niet veranderen als er meer of minder wordt verkocht of geproduceerd.
Consumentenprijs
De verkoopprijs vermeerderd met btw en andere prijsverhogende belastingen.
Gemiddelde opbrengst (GO)
De opbrengst per verkocht product.
Gemiddelde totale kosten (GTK)
De totale kosten per eenheid product.
Gemiddelde winst (GW)
De winst per product. GW = GO - GTK.
Individuele aanbodlijn
Een lijn die het verband weergeeft tussen de prijs van een product en de aangeboden hoeveelheid van één aanbieder.
Marginale kosten (MK)
De extra kosten als er één eenheid product meer wordt geproduceerd en verkocht.
Marginale opbrengst (MO)
De extra opbrengst als er één eenheid product meer wordt geproduceerd en verkocht.
Marginale winst (MW)
De extra winst als er één eenheid product meer wordt geproduceerd en verkocht. MW = MO - MK.
Producentensurplus
Het verschil tussen de feitelijke marktprijs en de minimale prijs die producenten willen ontvangen om de extra kosten te dekken.
Totale kosten (TK)
De totale variabele kosten (TVK) + totale constante kosten (TCK). TK = TVK + TCK.
Totale opbrengst (TO)
De afzet × verkoopprijs. TO = p × q.
Totale winst (TW)
De totale opbrengst (TO) - totale kosten (TK). TW = TO - TK.
Variabele kosten
Kosten die veranderen als er meer of minder wordt verkocht of geproduceerd.
Verkoopbereidheid
De minimale prijs die een producent wil ontvangen voordat hij bereid is het product te verkopen.