Frans 1 - Vocabulaire général nécessaire dans la vie professionnelle (les rencontres)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/40

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:56 PM on 8/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

41 Terms

1
New cards

la rencontre

de ontmoeting

2
New cards

l'acceuil (m)

het onthaal

3
New cards

la réception (ex. d'un hôtel)

de receptie (vb van een hotel)

4
New cards

bienvenue!

welkom!

5
New cards

accueillir qqn

iemand onthalen

6
New cards

recevoir qqn`

iemand ontvangen

7
New cards

saluer

begroeten

8
New cards

(se) serrer la main

elkaar de hand schudden

9
New cards

enchanté!

aangenaam!

10
New cards

heureux (heureuse) de faire votre connaissance

aangename kennismaking

11
New cards

appeler par son prénom

bij de voornaam noemen

12
New cards

vouvoyer/tutoyer

met "u" aanspreken/met "jou"aanspreken

13
New cards

engager la conversation

het gesprek beginnen

14
New cards

une réunion

een vergadering

15
New cards

tenir une réunion

een vergadering houden

16
New cards

mener la réunion

de vergadering leiden

17
New cards

assister à une réunion

een vergadering bijwonen

18
New cards

l'ordre du jour

de agenda van een vergadering

19
New cards

compte-rendu

het verslag/ de notulen van vergadering

20
New cards

rédiger le compte-rendu

het verslag maken

21
New cards

présent,présente

aanwezig

22
New cards

absent, absente

afwezig

23
New cards

prendre rendez-vous

een afspraak maken

24
New cards

fixer une date pour un rendez-vous

een datum vastleggen voor een afspraak

25
New cards

reporter un rendez-vous

een afspraak verplaatsen naar een latere datum

26
New cards

annuler un rendez-vous

een afspraak annuleren

27
New cards

les coordonnées (f)

de persoonlijke gegevens

28
New cards

un interlocuteur, une interlocutrice

een de gesprekspartner

29
New cards

face-à-face

face-to-face

30
New cards

un exposé

een uiteenzetting

31
New cards

un séminaire

een seminarie

32
New cards

le congrès

het congres

33
New cards

un participant, un participante

een deelnemer, een deelneemster

34
New cards

(se) diviser (ex. en groupes)

(zich) verdelen (bvb in groepjes)

35
New cards

une tasse (de café/de thé)

een kopje (koffie/thee)

36
New cards

une boisson fraîche

een drankje, iets fris om te drinken

37
New cards

de l'eau (f)

water

38
New cards

le repas

de maaltijd

39
New cards

le petit-déjeuner

het ontbijt

40
New cards

le déjeuner/le lunch

de lunch

41
New cards

le dîner

het avondmaal