NE - Spelling [T]

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 11:11 AM on 9/13/24
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

21 Terms

1
New cards

Wat geeft aan een persoonsvorm?

  1. Aantal personen (enkelvoud of meervoud);

  2. de persoon/ personen (1e, 2e, of 3e persoon);

  3. de tijd (tegenwoordige of verleden tijd).

2
New cards

Hoe kun je een persoonsvorm vinden?

Door de tijd van de zin veranderen (die dat verandert zijn de persoonsvormen).

3
New cards

Wat kan de vorm zijn een tegenwoordige tijd werkwoord?

  • Stam (‘ik’, en ‘… je/ jij’);

  • stam + t (‘je/ jij’, ‘hij/ zij/ het’);

  • infinitief (‘we/ wij’, ‘jullie, ze’).

4
New cards

Wat kan de vorm zijn een verleden tijd werkwoord?

  • Stam + te/ ten (als het laatste letter van the ‘infinitief - en’ eindigt met: t, k, f, s, c, h, p, en x);

  • stam + de/ den (als het laatste letter van the ‘infinitief - en’ eindigt NIET met: t, k, f, s, c, h, p, en x);

  • werkwoord verandering (wanneer het is een onregelmatige/ sterke werkwoorden).

5
New cards

Welke regels hebben die Engelse werkwoorden?

De zelfde als Nederlandse werkwoorden.

6
New cards

Wat gebruiken we als het werkwoord is geen persoonsvorm?

  • Infinitief = hele werkwoord;

  • gebiedende wijs = stam;

  • onvoltooid deelwoord = infinitief + d/ de;

  • voltooid deelwoord = ge/ ve/ be + stam + t/ d/ en.

7
New cards

Wanneer gebruiken we infinitief?

Wanneer de PV is de hulp werkwoorden ‘kunnen’, ‘willen’ of ‘zullen’ (en ‘te’).

8
New cards

Wanneer gebruiken we gebiedende wijs?

Wanneer het wordt gebruikt als een bestelling (die betekent dat het kan de eerste WW van een zijn zijn), en je kan dit zien wanneer er zijn geen OW.

9
New cards

Wanneer gebruiken we onvoltooid deelwoord?

Wanneer de actie is NIET voltooid/ klaar, en je kan dit zien wanneer er zijn twee WW die gebeurde op dezelfde moment.

10
New cards

Wanneer gebruiken we voltooid deelwoord?

Wanneer de actie is voltooid/ klaar, en je kan dit zien wanneer een HWW in de zin staat).

11
New cards

Hoe maakt je een voltooid deelwoord naar een bijvoeglijk naamwoord?

Door ‘-e’ na te zetten, maar niet wanneer er staan “een” voor de woord.

12
New cards

Wat gebeurt er met WW die heeft een VZ bij een PV?

De VZ gaat achter het WW (zaait in).

13
New cards

Wat gebeurt er met WW die heeft een VZ bij een VD?

Je zet de ‘ge’ tussen de VZ en WW (ingezaaid).

14
New cards

Wat moet er zijn bij Engelse werkwoorden?

Er moet zijn de ‘uitgans-e’ (bij OD en BN).

15
New cards

Wat gebruikt je wanneer er het WW is een persoonsvorm?

  • Tegenwoordige tijd (TT);

  • verleden tijd (VT).

16
New cards

Wat gebruikt je wanneer er het WW is geen persoonsvorm?

  • Infinitief;

  • gebiedende wijs;

  • onvoltooid deelwoord (OD);

  • voltooid deelwoord (VD);

  • bijvoeglijk naamwoord (BN).

17
New cards

Wat gebeurde met ‘ui’ bij VT met sterke WW?

De klinker ‘ui’ wordt ‘oo’.

18
New cards

Wat gebeurde met ‘i’ bij VT met sterke WW?

De klinker ‘i’ wordt ‘o’.

19
New cards

Wat gebeurde met ‘e’ bij VT met sterke WW?

De klinker ‘e’ wordt ‘a’.

20
New cards

Wat gebeurde met ‘ie’ bij VT met sterke WW?

De klinker ‘ie’ wordt ‘oo’.

21
New cards

Wat gebeurde met ‘ij’ bij VT met sterke WW?

De klinker ‘ij’ wordt ‘ee’.