1/34
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen over verworven immuniteit, B- en T-cellen, antigeenpresentatie, adhesiemoleculen en activatiemechanismen zoals besproken in de colleges.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is het belangrijkste verschil in specificiteit tussen aangeboren en verworven immuniteit?
De aangeboren immuniteit is niet-specifiek, terwijl de verworven immuniteit pathogeen- en antigeen-specifiek is.
Waarom komt de verworven immuunrespons trager op gang dan de aangeboren respons?
Omdat slechts enkele B- en T-cellen het juiste epitoop herkennen en eerst geactiveerd, geprolifereerd en gedifferentieerd moeten worden.
Welke twee grote types lymfocyten staan centraal in de verworven immuniteit?
B-lymfocyten en T-lymfocyten.
Wat produceren B-cellen maar T-cellen niet?
Antistoffen (immunoglobulinen).
Welke receptor herkent een antigeen rechtstreeks: de B-celreceptor of de T-celreceptor?
De B-celreceptor herkent het antigeen rechtstreeks.
Wat is er nodig opdat een T-cel een antigeen kan herkennen?
Het antigeen moet gepresenteerd worden in complex met een MHC-molecuul.
Welke T-celpopulatie is CD4⁺ en fungeert als helper?
De CD4-positieve T-helper-cellen.
Welke T-celpopulatie is CD8⁺ en cytotoxisch?
De CD8-positieve cytotoxische T-cellen.
Noem twee subtypes van CD4-helper-T-cellen.
Voorbeelden: TH1, TH2, TH17, folliculaire T-helper (Tfh) of regulatorische T-cellen (Treg).
Wat is immunologisch geheugen?
Het vermogen van de verworven immuniteit om bij een tweede blootstelling sneller en krachtiger te reageren dankzij resterende antistoffen en memory B- en T-cellen.
In welk orgaan rijpen T-lymfocyten?
In de thymus (zwezerik).
Welke onderzoeker toonde aan dat er aparte B- en T-celpopulaties bestaan?
Jacques Miller.
Wat is het ‘professioneel’ antigeen-presenterend celtype dat naïeve T-cellen kan activeren?
De dendritische cel.
Welke molecule controleert een helper-T-cel om te verifiëren dat een dendritische cel van een ontstekingsplaats komt?
Het co-stimulerende molecuul B7 op de dendritische cel (herkend door CD28 op de T-cel).
Welke klassen MHC bestaan er en welk type antigeen presenteren zij typisch?
MHC-I presenteert endogeen (intracellulair) antigeen; MHC-II presenteert exogeen (extracellulair) antigeen.
Wat is een naïeve T-cel?
Een maturen T-cel die nog nooit zijn specifiek antigeen heeft herkend.
Via welke speciale bloedvatstructuren komen naïeve lymfocyten de lymfeknoop binnen?
Via de high endothelial venules (HEV’s).
Welke molecuulfamilie zorgt voor zwakke ‘rolling’ interacties van lymfocyten op endotheel?
Selectines (bijvoorbeeld L-selectine op lymfocyten, E-selectine op endotheel).
Welke molecuulfamilie zorgt voor sterke adhesie tussen lymfocyt en endotheel of APC?
Integrines (bv. LFA-1 op T-cellen).
Met welke ligand bindt LFA-1 typisch op endotheel en APC’s?
Met ICAM-1 (en ICAM-2).
Wat triggert de overgang van een integrine naar zijn hoge-affiniteitsvorm?
Signalen van chemokinen of van de T-celreceptor zorgen voor ‘inside-out’ activatie en openklappen van de integrine.
Tot welke structurele superfamilie behoren ICAM-1, VCAM-1 en de T-celreceptor?
Tot de immunoglobuline-superfamilie (Ig-superfamilie).
Wat gebeurt er met een dendritische cel na opname van een pathogeen in de periferie?
Hij wordt geactiveerd, verandert zijn chemokinereceptoren (o.a. naar CCR7) en migreert via lymfe naar de drainerende lymfeknoop om antigeen te presenteren.
Welke drie cellen worden ‘professionele’ APC’s genoemd?
Dendritische cellen, macrofagen en B-cellen.
Welke van de professionele APC’s kan een volledig naïeve T-cel activeren?
Alleen de dendritische cel.
Welk co-stimulatiesignaal is essentieel voor volledige activatie van een B-cel door een T-helper?
Binding van CD40-ligand (op de T-cel) aan CD40 (op de B-cel).
Welk belangrijk cytokine van TH2/Tfh-cellen stimuleert B-cellen tot antistofproductie?
Interleukine-4 (IL-4).
Wat zijn plasmacellen?
Gedifferentieerde B-cellen die grote hoeveelheden antistoffen uitscheiden.
Welk adhesiemolecuul op geactiveerde T-cellen bindt aan VCAM-1 op ontstoken endotheel?
De integrine VLA-4.
Hoe kan een B-cel antigeen internaliseren?
Door binding van het antigeen aan zijn B-celreceptor, gevolgd door receptor-gemedieerde endocytose.
Waarom geeft een multivalent antigeen soms T-celonafhankelijke B-celactivatie?
Omdat herhaalde epitopen tegelijk veel B-celreceptoren crosslinken, wat een sterk genoeg signaal oplevert om antistoffen te produceren zonder T-celhulp.
Wat is het risico van B-celactivatie via sterke PRR-signalen zonder T-celcontrole?
Productie van aspecifieke of zelf-reactieve antistoffen, wat kan leiden tot auto-immuunreacties.
Hoe dragen antistoffen bij aan fagocytose van pathogenen?
Door opsonisatie: ze bedekken het pathogeen, wat de binding aan Fc- en/of complementreceptoren op fagocyten vergemakkelijkt.
Welke twee signalen zijn minimaal nodig voor B-celactivatie (T-afhankelijk)?
1) Antigeenbinding aan de B-celreceptor; 2) Co-stimulatie via CD40 plus cytokinen van een geactiveerde T-helper-cel.
Wat is het belangrijkste kenmerk van een memory B- of T-cel?
Hij blijft langdurig in het lichaam en reageert bij hernieuwde blootstelling sneller en krachtiger dan bij de primaire respons.