1/37
Deze flashcards behandelen de belangrijkste gramnegatieve bacteriën uit de medische microbiologie, inclusief hun morfologie, identificatiekenmerken en pathogene eigenschappen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Taxonomie
De indeling van organismen bestaande uit Familie (eindigt op –alis), Geslacht (genus), Species (soort), Subspecies en Serotype.
STAM
De kleinste eenheid binnen een bacteriesoort.
O-antigeen
Somatisch antigeen gelegen op specifieke lipopolysachariden in de celwand.
H-antigeen
Flagellair antigeen dat zich op de zweepstaartjes (flagellen) van een bacterie bevindt.
K-antigeen
Kapselantigeen, meestal bestaande uit specifieke polysachariden, die soms de somatische antigenen bedekken.
Enterobacterales
Een familie van gramnegatieve staven die facultatief aëroob, glucose fermenterend, oxidase negatief en katalase positief zijn.
MacConkey agar
De meest gebruikte selectieve (galzouten en kristalviolet) en differentiële (lactose) voedingsbodem voor de isolatie van Enterobacteriaceae.
Kligler-medium
Een testmedium gebruikt voor identificatie op basis van glucose- en lactosefermentatie, gasvorming en H2S-productie.
Escherichia coli
De meest frequent geïsoleerde pathogene bacterie in klinische laboratoria; vaak oorzaak van urineweginfecties (cystitis) en septicemie.
HUS (Hemolytisch Uremisch Syndroom)
Een complicatie van EHEC-infectie gekenmerkt door hemolytische anemie, trombocytopenie en acuut nierfalen t.g.v. Shiga-toxine.
Shigella
Een onbeweeglijke pathogene darmparasiet die dysenterie (invasieve darminfectie met bloed en slijm) veroorzaakt.
Salmonella enterica
De hoofdtype van het geslacht Salmonella met meer dan 2000 serotypen, waaronder Typhi en Enteritidis.
WIDAL-test
Een serologische test voor het opsporen van agglutininen tegen Salmonella O, H en Vi antigenen in het serum.
Yersinia enterocolitica
Verwekker van gastro-enteritis die een pseudo-appendiculair syndroom kan veroorzaken (abdominale pijn lijkend op appendicitis).
CIN-agar
Selectieve bodem voor Yersinia die mannitol bevat en kolonies vormt met een rood centrum na 48 uur.
Proteus species
Bacteriën die bekend staan om hun vermogen om uit te zwermen op vaste voedingsbodems en hun sterke urease-activiteit die nierstenen kan bevorderen.
FAD (TDA) test
Een test voor de desaminering van fenylalanine of tryptofaan, positief bij Proteus, Morganella en Providencia.
Klebsiella
Enterobacteriaceae bekend om hun uitgesproken slijmerige kolonies op MacConkey-agar en hun onbeweeglijkheid.
Serratia
Een geslacht binnen de Enterobacterales dat uniek is door een positieve DNA'se reactie.
Pasteurella multocida
Bacterie die vaak wondinfecties veroorzaakt na honden- of kattenbeten; groeit niet op MacConkey-agar.
Vibrio cholerae
Kommavormige gramnegatieve staaf die cholera veroorzaakt, gekenmerkt door massale waterige diarree ("rijstwater").
TCBS-agar
Thiosulfaat Citraat Bile Sucrose agar, specifiek gebruikt voor de isolatie van Vibrio's uit feces.
Pseudomonas aeruginosa
Strikte aërobe, glucose oxiderende bacterie die pyocyanine (blauwgroen pigment) en pyoverdine (geelgroen) produceert.
Burkholderia cepacia
Belangrijke nosocomiale pathogeen, vooral berucht voor chronische luchtweginfecties bij mucoviscidose-patiënten.
Stenotrophomonas maltophilia
Oxidase negatieve, strikt aërobe bacterie met een sterke ammoniakgeur in cultuur; vaak multiresistent.
Acinetobacter
Onbeweeglijke, gramnegatieve staven die vaak een cocco-bacillaire vorm aannemen in klinisch materiaal.
Haemophilus influenzae
Bacterie die factor V (NAD) en factor X (hemine) vereist voor groei; veroorzaakt o.a. meningitis en epiglottitis.
Satellitisme
Fenomeen waarbij Haemophilus groeien in de nabijheid van Staphylococcus aureus omdat deze factor V produceert.
Campylobacter jejuni
De meest frequente oorzaak van bacteriële diarree in België, vaak overgebracht via onvoldoende verhit kippenvlees.
Helicobacter pylori
Bacterie die maag- en duodenumulcers veroorzaakt en overleeft in de maag door de productie van een krachtig urease om NH3 vrij te maken.
Legionella pneumophila
Verwekker van de veteranenziekte, verspreid via aërosolen uit watersystemen; vereist BCYE-agar voor groei.
Bordetella pertussis
De strikt menselijke verwekker van kinkhoest (pertussis) die het trilhaarepitheel van de luchtwegen verlamt.
Brucella
Zoonotische bacterie die undulerende koorts veroorzaakt; overgedragen via direct contact met dieren of besmette melkproducten.
HACEK-groep
Groep moeilijk kweekbare ("fastidious") gramnegatieve staven die zeldzame verwekkers zijn van endocarditis.
Bacteroides fragilis
Een anaërobe gramnegatieve bacterie die deel uitmaakt van de normale darmflora en vaak betrokken is bij intra-abdominale abcessen.
Neisseria meningitidis
De meningokok; een gramnegatieve, koffieboonvormige diplokok die meningitis en fulminante septicemie veroorzaakt.
Neisseria gonorrhoeae
De gonokok; verwekker van gonorree (SOA), meestal te zien als intracellulaire diplokokken in een gramkleuring van urinaire etter.
Moraxella catarrhalis
Gramnegatieve diplokok die biochemisch gekenmerkt wordt door een positieve DNA'se en tributyrine-hydrolyse test.