Thema 2 lesstof

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/51

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:18 PM on 8/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

52 Terms

1
New cards

internationale migratie

mensen gaan een leven opbouwen elders en overschrijden daarbij een landsgrens

2
New cards

push - en pullfactoren bij migratie

redenen om een land te verlaten en naar een bepaald land te verhuizen, zoals verschillen tussen arm en rijk, verschillen in werkgelegenheid, conflicten/oorlogen, sociale netwerken spelen een grote rol: migranten gaan bij voorkeur naar plaatsen waar al landgenoten zijn

3
New cards

migratietheorieen gebasseerd op het relationelekeuzeperspectief

onderscheid push- en pullfactoren voor emigratie: mensen zouden reizen van arme naar werlvarende gebieden en van onveilige naar veilige gebieden. in de praktijk migreren echter juist niet de allerarmsten (zij hebben de middelen niet); migranten zijn vaak mensen die via verhalen/sociale media kennis hebben van mogelijkheden elders

4
New cards

familie afweging

migreren is vaak niet een individuele afweging (bv 1 zoon laten migreren als investering voor de hele familie

5
New cards

kettingmigratie

netwerken van migranten die met elkaar verbonden zijn door familiebanden, vriendschappen of een gedeelde geboortestreek, maken het voor migranten na hen makkelijker om ook te komen en aantrekkelijker om naar hetzelfde land te gaan

6
New cards

irreguliere of illegaal verblijven migranten

migranten die niet (of niet meer) de toestemming hebben te verblijven in het land waar ze zijn

7
New cards

migrant vs expat

vaak worden westerse migranten (kennismigranten) sneller expat genoemd. een voorbeeld van hoe klasse/herkomst het gebruikte label kleurt (denk aan de conflictsociologie en labelingtheorie)

8
New cards

minderheid

een categorie mensen die zich in fysiek of cultureel opzicht onderscheidt, een kleinere groep in de samenleving vormt en vaak door de samenleving geisoleerd en achtergesteld wordt.

9
New cards

kenmerken minderheidsgroep

  • een gedeelde identiteit gebasseerd op fysieke/culturele kenmerken

  • vaak (niet altijd) gepaart met achterstelling/achterstand

behoren tot een minderheidsgroep kan werken als een masterstatus die de persoonlijke prestaties van een individu overschaduwt

10
New cards

inwoner met een migratieachtergrond (voormalig allochtoon)

een persoon van wie minstens 1 ouder in het buitenland is geboren

11
New cards

superdiversiteit

de meerderheid van de bevolking is afkomstig uit een veelheid aan landen van herkomst, waardoor een mengeling is ontstaan van talen, culturen, religies, gewoonten en sociale posities. kenmerkend voor grote steden (bv a’dam), waar het onderscheid meerderheid vs minderheid niet meer goed opgaat

12
New cards

etniciteit (cultureel begrip)

een algemene term die verwijst naar een gedeelde culturele achtergrond of erfenis. (mensen definieren zichzelf of anderen als leden van een etnische categorie op basis van gemeenschappelijke voorouders, taal en religie.) - sinds 2022 werken ze met geboren in nl/herkomstland ipv westers/niet-westers

13
New cards

ras (ten onrechte suggestie van overgeerfde biologische eigenschappen)

een sociaal geconstrueerde categorie mensen die bepaalde en in de ogen van de leden van de samenleving belangrijke, overgeerfde biologische eigenschappen gemeen zouden hebben. biologisch gezien is er nauwelijks basis voor rassen: slechts een klein aantal genen bepaalt de uiterlijke kenmerken, en er bestaat meer genetische variatie in een ras dan tussen rassen.

14
New cards

Intersectionaliteitsdenken

het nadenken over hoe de wisselwerking tussen meerdere kenmerken zoals etniciteit, klasse, gender vormen van achterstelling en discriminatie (of juist privilege) tot gevolg heeft voor bepaalde categorieen mensen.

dit kan zowel dubbele achterstelling als privilege blootleggen, bv. witte, hoogopgeleide mannen

15
New cards

Kimberle Crenshaw (zwarte Amerikaanse juriste)

liet zien dat zwarte vrouwen in rechtzaken vaak moesten kiezen tussen een claim op rassendiscriminatie of op vrouwendiscriminatie, terwijl hun ervaring een combinatie van beide was

16
New cards

Wekker en Lutz (2001)

in NL intersectionaliteitsdenken was kruispuntdenken

17
New cards

vooroordeel

een rigide generalisatie over een persoon of een categorie mensen, kan positief of negatief zijn; is functioneel (vereenvoudigt de wereld, versnelt beslissingen) maar risicovol (leidt tot onterechte veroordeling). niemand is volledig vrij van vooroordelen, omdat ze cultureel verankerd zijn

18
New cards

stereotype

een overtrokken beschrijving die wordt toegepast op elk individu dat tot een bepaalde categorie behoort. een specifiek soort vooroordeel. minderheden kunnen hier veel nadeel van ondervinden. (bv op de werkvloer, bij sollicitaties)

19
New cards

sociale afstandschaal (Bogardus)

meet vooroordelen door mensen te vragen hoe dichtbij (van aangetrouwd familielid tot zou niet in het land toegelaten moeten worden) zij leden van een bepaalde categorie zouden accepteren.

20
New cards

sociale afstandsschaal onderzoek uitkomsten (1925 t/m 2011)

  • de sociale acceptatie van minderheden over de decennia is toegenomen

  • mensen tegenwoordig minder verschil zien tussen diverse minderheidsgroepen onderling

  • na 9/11 sociale acceptatie van moslims/arabieren afnam

21
New cards

contacthypothese (Allport)

vooroordelen worden onder bepaalde voorwaarden tegengegaan als leden van verschillende groepen meer contacten hebben over en weer.

(NL onderzoek nuanceert dit: in wijken met veel etnische diversiteit blijkt het onderlinge vertrouwen soms juist af te nemen, mede omdat mensen in de praktijk weinig echt contact met elkaar hebben ondanks de fysieke nabijheid)

22
New cards

racisme

de overtuiging dat een bepaalde raciale en/of etnische categorie van nature inferieur of superieur is aan een andere. een extreme, schade vorm van vooroordeel

23
New cards

instutioneel racisme

het systematisch uitsluiten of discrimineren op basis van geschreven maar vooral ongeschreven regels, tradities, gedrag en omgangsvormen. zit ingebakken in het functioneren van instituties (scholen, belastingdienst, politie, bedrijfsleven - vb. de toeslagenaffaire)

24
New cards

theorie oorsprong vooroordelen: zondeboktheorie

vooroordelen komen voort uit frustratie bij mensen in achterstandssituaties, die dit afreageren op een zondebok

25
New cards

theorie oorsprong vooroordelen: autoritaire persoonlijkheid (Adorno)

extreme vooringenomenheid is een persoonlijkheidseigenschap van bepaalde (vooral streng/conventioneel opgevoede) mensen, die de samenleving zien als een ‘‘van nature’’ competitief systeem waarin de ‘‘betere’’ mensen de zwakkeren mogen overheersen

26
New cards

theorie oorsprong vooroordelen: cultuurtheorie (Bogardus)

iedereen is in zekere mate bevooroordeeld omdat vooroordelen geworteld zijn in de cultuur - je leert binnen je cultuur dat sommige categorieen beter/slechter zijn dan andere

27
New cards

theorie oorsprong vooroordelen: conflicttheorie

vooroordelen worden door machtige mensen gebruikt als middel om anderen te onderdrukken/verdeeld te houden, zodat de ondergeschikten zich niet kunnen verenigen voor hun gemeenschappelijke belangen

28
New cards

discriminatie

de ongelijke behandeling van verschillende categorieen mensen, kan positief (voorkeursbeleid) of negatief zijn en subtiel of openlijk

29
New cards

verschil vooroordelen en discriminatie

  • vooroordelen verwijzen naar attitudes (denken)

  • discriminatie verwijst naar gedrag (handelen)

30
New cards

institutionele vooroordelen

vooroordelen die een onderdeel vormen van het functioneren van maatschappelijke instituties (scholen, belastingdienst, politie, bedrijfsleven) - vaak schadelijker dan individuele vooroordelen omdat ze systematisch zijn (bv. banken die vaker hypotheken afwijzen van minderheden bij gelijke condities)

31
New cards

vicieuze cirkel van vooroordelen en discriminatie

  1. vooroordelen en discriminatie ontstaan (vaak uit etnocentrisme of om economische uitbuiting te rechtvaardigen)

  2. dit leidt tot sociale achterstelling van de minderheid (lage positie in het sociale stratificatiesysteem)

  3. deze achtergestelde positie wordt vervolgens gezien als bewijs voor de (aangeboren) inferioriteit van de minderheid - dit zet een nieuwe cyclus van vooroordeel en discriminatie in beweging

32
New cards

positieve discriminatie

voorkeursbeleid om scheefgroei uit het verleden te compenseren door bij gelijke geschiktheid voorrang te geven aan een kandidaat uit een minderheidsgroep.

33
New cards

pluralisme

een situatie waarin mensen zich op basis van hun etnische achtergrond van elkaar onderscheiden, maar een gelijke sociale status hebben. mensen zijn gelijk onderdanks verschillen in uiterlijk/afkomst.

(in EU en VS zijn formeel alle mensen voor de wet gelijk. In de praktijk problematisch: - mensen hechten aan diversiteit maar willen in de praktijk dat toch iedereen gelijk is. - toleratie voor diversiteit heeft grenzen. - mensen met verschillende achtergronden hebben in de praktijk niet gelijke sociale status)

34
New cards

integratie

een persoon of groep is geintegreerd in de NL samenleving wanneer er sprake is van gelijke juridische positie, gelijkwaardige deelname op sociaaleconomisch terrein, kennis van de NL taal en wanneer gangbare waarden, normen en gedragspatronen worden gerespecteerd.

Nieuwkomers moeten bereid zijn te integreren, de samenleving moet integratie mogelijk maken. sinds 2010 ligt de nadruk meer op eigen verantwoordelijkheid/zelfredzaamheid

35
New cards

assimilatie

het proces waarmee minderheden zich langzamerhand de patronen van de dominante cultuur eigen maken (kledingstijl, waarden, religie, taal, vrienden). legt minder dan integratie nadruk op het tweezijdig karakter - het idee is vooral dat de minderheid zich aanpast. kritiek: suggereert dat de minderheid het probleem is

36
New cards

segregatie

de fysieke en sociale afscheiding van categorien mensen. Kan vrijwillig zijn (zelfsegregatie) maar is meestal een initiatief van de meerderheid die een minderheid uitsluit (wijken, scholen, beroepen, ziekenhuizen, begraafplaatsen)

37
New cards

De jure

bij wet vastgelegde segregatie

38
New cards

de facto

feitelijke segregatie

39
New cards

sociale menging

pogingen om wijken te laten bewonen door mensen uit verschillende lagen van de samenleving. bv. via woningstoewijzingsbeleid

40
New cards

genocide

het systematisch uitroeien van een bepaalde categorie mensen door een andere categorie (volkerenmoord). Extreme vorm van racisme/ectnocentrisme. vb. de holocaust, stalins zuiveringen, de oeigoeren in China.

41
New cards

Rite de passage

overgangsritueel (zoals geboorte, puberteit, huwelijk)

42
New cards

migratie als rite de passage

volgens transculturele systeemtherapie valt migratie ook onder een levensovergangsfase: je moet afscheid nemen van het oude en leren omgaan met het nieuwe, dit gaat gepaard met onzekerheid, verlies/verdriet, maar ook hoop en adaptatie

43
New cards

fase 1 migratie: seperatiefase (Van Gennep, Van Bekkum)

de overgang van oud naar nieuw staat centraal. Onzekerheid en rouw om het verlies van dierbaren/gewoonten, maar ook verlangen, euforie en hoop op nieuwe kansen

44
New cards

fase 2 migratie: liminele fase (limes=grens) (Van Gennep en Van Bekkum)

de migrant zit op de drempel: het oude is achtergelaten, maar er is nog geen verbinding met het nieuwe (nergens echt thuis). kwetsbare fase waarin psychische problemen makkelijker ontstaan, vooral bij oorlogstrauma of als migratie samenvalt met een kwetsbare leeftijdsfase (bv. puberteit) of discriminatie/racisme. tegelijk biedt het ‘lege’ karakter van deze fase ruimte voor creativiteit - nieuw gedrag/inzichten ontwikkelen (transitionele ruimte)

45
New cards

fase 3 migratie: re-integratiefase (Van Gennep, Van Bekkum)

het migrantensysteem vindt een nieuw evenwicht en verbindt zich op zinvolle wijze met het nieuwe leven. Verloopt persoonsafhankelijk: sommigen laten het oude volledig los, anderen trekken zich terug in geisoleerde gemeenschappen met behoud van herkomstcultuur

46
New cards

gestapeld verlies

bij elke nieuwe kwetsbare fase-overgang (bv geboorte van kind, overlijden van ouder) kan de oorspronkelijke verlieservaring van de migratie opnieuw gevoeld worden - vooral als eerdere verlieservaringen niet goed verwerkt zijn

47
New cards

enveloppement / beschermjassen

franse transculturele systeemtherapie-term voor het omhullen van iemand in de vertrouwde cultuur van herkomst (taal, eetgewoonten, beelden, rituelen) als veilige basis om zich te hernemen en te re-integreren

48
New cards

Maatschappelijke kwetsbaarheid (Cees Schuyt, 1995)

een zichzelf versterkend proces van mislukking en achterstelling - onvoldoende hulpbronnen om moeilijkheden het hoofd te bieden, waardoor problemen op 1 gebied uitgroeien tot problemen op meerdere gebieden (cumulatief effect)

49
New cards

drie aspecten van kwetsbaarheid

  1. structureel (armoede, huisvesting, opleiding)

  2. cultureel (waardeorientatie, opvoedingsmodellen, kloof tussen hulpvraag en hulpaanbod)

  3. cumulatief (problemen op het ene gebied versterken problemen op het andere

50
New cards

beschermende factoren

  • individueel (zelfbeeld, sociale competenties)

  • sociaal (gezinssituatie, ondersteunende relaties)

  • maatschappelijk niveau (voorzieningen, hulpverleners)

51
New cards

specifieke risicofactoren bij migranten

  • meervoudige kwetsbaarheid (meerdere levensfaseovergangen tegelijk, vb. migratie & puberteit)

  • te weinig ruimte voor het transitieproces

  • hoge verwachtingen vanuit de westerse/moderne samenleving (aanspreekbaarheid, zelfwerkzaamheid)

  • loyaliteits- en identiteitsconflicten (vooral bij jongeren: bonding binnen eigen groep vs bridging naar de nieuwe samenleving)

  • blinde vlek voor kracht van families

  • kwetsbaarheid door positieverandering (statusverlies na migratie)

  • onderwaardering (discriminatie op de arbeidsmarkt

52
New cards

Caleidescopisch kijken

het benadrukt dat je een persoon of situatie vanuit meerdere invalshoeken tegelijk moet bekijken. (niet alleen vanuit gender maar als gender, leeftijd, klasse, etc.)