Geschiedenis

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/38

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

39 Terms

1
New cards

Wie was Napoleon Bonaparte?

Franse keizer die Nederland in de Franse tijd (1795-1813) bezette.

2
New cards

Wat gebeurde er in 1813 in Nederland?

Napoleon wordt verslagen en uit Nederland verdreven.

3
New cards

Wat is het Soeverein Vorstendom der Nederlanden?

Voorlopige staatsvorm voordat Nederland een koninkrijk werd, van 1813 tot 1815.

4
New cards

Wat besloot het Congres van Wenen in 1815?

Dat Nederland, België en Luxemburg samen zouden worden gevoegd.

5
New cards

Wie was de eerste koning van het Koninkrijk der Nederlanden?

Willem I, die van 1815 tot 1840 regeerde.

6
New cards

Wat was het resultaat van de Belgische Opstand in 1830?

België scheidde zich af van Nederland en werd een zelfstandig land.

7
New cards

Wat gebeurde er onder Willem II in 1848?

Hij stond onder druk van revoluties een nieuwe grondwet toe.

8
New cards

Wie was Thorbecke?

Liberale politicus en schrijver van de grondwet van 1848.

9
New cards

Wat reduceerde de Grondwet van 1848?

De macht van de koning en gaf het parlement de hoogste macht.

10
New cards

Wat is een parlementaire democratie?

Bestuur waarbij het parlement, gekozen door het volk, de hoogste macht heeft.

11
New cards

Wat was het censuskiesrecht?

Alleen rijke mannen die een bepaald bedrag aan belasting betaalden, mochten stemmen.

12
New cards

Wat is algemeen kiesrecht?

Stemrecht voor iedereen, dat in 1917 voor mannen en in 1919 ook voor vrouwen werd ingevoerd.

13
New cards

Wat betekende industrialisatie in de 19e eeuw?

De overgang van handmatige productie naar machines en fabrieken.

14
New cards

Waarom was de stoommachine belangrijk?

Het maakte fabrieken en treinen sneller en efficiënter.

15
New cards

Wat was de eerste stoomtrein en wanneer reed deze?

De eerste stoomtrein reed in 1839 tussen Haarlem en Amsterdam.

16
New cards

Wat waren de steenkoolmijnen in Limburg?

Ze zorgden voor energie voor fabrieken en markeerden de opkomst van mijnbouw in Nederland.

17
New cards

Wat waren gilden?

Oude ambachtsverenigingen met strenge regels, afgeschaft door liberalen.

18
New cards

Wat kenmerkt een vrijemarkteconomie?

Een economisch systeem waarbij ondernemers zo min mogelijk beperkingen van de overheid ervaren.

19
New cards

Wat is handelskapitalisme?

Een economie waarin handel en investeringen in bedrijven de belangrijkste bronnen van rijkdom zijn.

20
New cards

Wat is infrastructuur?

Wegen, spoorlijnen en kanalen die Willem I liet aanleggen om de economie te versterken.

21
New cards

Waarom groeide de Rotterdamse haven?

Rotterdam groeide als een belangrijke haven voor handel en industrie.

22
New cards

Wat is de sociale kwestie?

Het probleem van armoede en slechte leef- en werkomstandigheden van arbeiders in de 19e eeuw.

23
New cards

Wat was kinderarbeid?

Kinderen moesten lange dagen werken in fabrieken, mijnen en werkplaatsen.

24
New cards

Wat was het Kinderwetje van Van Houten?

De eerste wet die kinderarbeid beperkte, ingevoerd in 1874.

25
New cards

Wat zijn vakbonden?

Organisaties van arbeiders die opkwamen voor betere lonen en werkomstandigheden.

26
New cards

Wat is socialisme?

Een politieke stroming die streeft naar meer gelijkheid en betere omstandigheden voor arbeiders.

27
New cards

Wie was Karl Marx?

Duitse denker en grondlegger van het socialisme en communisme.

28
New cards

Wat is klassenstrijd?

Het idee van Karl Marx dat de arbeidersklasse zou strijden tegen de rijke klasse.

29
New cards

Wat is sociaaldemocratie?

Een vreedzame vorm van socialisme die via wetten verbeteringen wilde bereiken.

30
New cards

Wat is de SDAP?

De Sociaaldemocratische Arbeiderspartij, opgericht in 1894 om op te komen voor arbeidersrechten en algemeen kiesrecht.

31
New cards

Wat zijn stakingen?

Acties waarbij arbeiders stoppen met werken om betere werkomstandigheden af te dwingen.

32
New cards

Wat houdt sociale wetgeving in?

Wetten die de omstandigheden van arbeiders verbeteren, zoals kortere werktijden en betere huisvesting.

33
New cards

Wat waren de Revoluties van 1848?

Een serie revoluties in Europa voor meer democratie en vrijheid.

34
New cards

Wat zijn de relletjes in Nederland in 1848?

Kleine opstanden die leidden tot de beslissing van Willem II om een nieuwe grondwet toe te staan.

35
New cards

Wat is kiesrechtuitbreiding?

De stapsgewijze uitbreiding van het stemrecht vanaf 1848 tot algemeen kiesrecht in 1919.

36
New cards

Wat zijn grondrechten?

Basisrechten zoals vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid, vastgelegd in de grondwet.

37
New cards

Wat is liberalisme?

Een politieke stroming die pleit voor vrijheid, weinig overheidsbemoeienis en economische groei.

38
New cards

Wat is confessionalisme?

Een politieke stroming gebaseerd op christelijke waarden.

39
New cards

Wat is de schoolstrijd?

Een conflict tussen liberalen en confessionelen over de financiering van bijzonder onderwijs.