termenlijst Griekse en Romeinse religie

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/158

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

159 Terms

1
New cards

Aedes

L: woord voor tempelgebouw, zie het Griekse ‘naos’ en ook het Latijnse‘templum’ voor het onderscheid met ‘aedes’.

2
New cards

Agalma

G: godenbeelden

3
New cards

Apotropaïsch

G = afwerend, Apollo kan de pest brengen maar ookafweren en wordt dan aanroepen als Apollo Apotropaios, ook gebruikt voor rituelen,amuletten en alles wat geacht wordt iets af te wenden

4
New cards

Ara

L altaar, zie G bomos

5
New cards

Archigallus

G-L zie gallus, hoofdpriester van de cultus van Magna Mater

6
New cards

Arvales

(fratres arvales) L: gemeenschap van 12 priesters voor de cultus voor Dea Dia:Romeinse godin van de landbouw en het koren; NB ‘arvum’ is een geploegd veld, een akker, itt. Braakland. Een belangrijk heiligdom bevond zich buiten Rome waar oude inscripties bewaard zijn, waardoor het ‘carmen arvale’ (het lied van de Arvales) in archaïschLatijn (218 vot); later ook aan Augustus verbonden; de keizers waren vanaf dan altijd lid vandit broederschap.

7
New cards

Asebeia

G onvroomheid; ‘a’ is een alpha privativumdat wijst op de afwezigheid van iets (vgl. a-theïsme); ‘sebein-sebeia’ verwijst naar het niet of niet correct uitvoeren vanrituele handelingen; maar ook naar de correcte attitude tegenover de goden en de familie, misschien te verbinden met ‘sebas’ = ‘vrees’ ? Zie ook eusebeia G en pietas L

8
New cards

Augur

L : Romeinse priesters (9 later 16 in getale) die de goddelijke tekenen interpreteren om de wil van de goden te kennen; onderscheid tussen augurium oblativum (‘spontaan’ aangeboden door de goden) en augurium impetrativum (gevraagd door de mens, bekomen na observatie): de vlucht van vogels, het eetgedrag van kippen,…; cfr. nu nog ‘inaugureren’ en infra ook ‘auspiciën’

9
New cards

Auspiciën

< avis (mv. aves) = vogel, en specere / spicere = kijken, meerdere vormen, bij elke belangrijke private (huwelijk) en vooral publieke gelegenheid werden eerst de auspiciën genomen door de augur, cfr. inaugureren, vaak een magistraat

10
New cards

Bomos

G altaar, zie L ara

11
New cards

Caerimonia

verwijst naar de handelingen, ‘ritus’ zoals in “ritu Graeco” naar de algemene manier waarop de procedures verlopen, dus waar het moderne woordgebruik ‘rite’ en ‘ritueel’ gebruikt, zouden antieke Romeinen ‘ceremonieel’ zeggen.

12
New cards

Cella

L de ruimte in een tempel waar het cultus-beeld stond

13
New cards

Chthonios

G aarde, grond, onderaards, cfr. autochtoon (van de eigen grond, lokaal)

14
New cards

Epiclese

G is de aanroeping van een god voor hulp maar is ook de term
voor de toevoeging die specifieert welke concrete rol of macht van de betrokken godheid
aanroepen wordt: zoals Zeus van de agora (agoraios) of van de polis (polieus) of van de eed
(horkios): telkens een specifieke manifestatie van “de” godheid Zeus, waardoor één en
dezelfde godheid eigenlijk heel verschillende functies kan vervullen en eigenlijk soms zelfs
zeer verschillende identiteiten kan aannemen. Een ‘epitheton’ wordt in de meer algemene
literaire zin gebruikt voor een kenmerk zoals “de snelvoetige Achilles”

15
New cards

Eusebeia

G de juiste attitude tegenover de goden en de familie, het correct uitvoeren van de voorgeschreven rituele handelingen, cfr. asebeia G en pietas L

16
New cards

Extispicium

L de exta zijn de opperste organen (lever, hart, longen), spicere is kijken, cfr. ‘inspecteren’: vorm van divinatie door het observeren van de ingewanden van een offerdier, G voor lever is hepar, hepatos, cfr. hepatitis, hepato-scopie is dan het inspecteren van de lever

17
New cards

Fanum

L een gewijd stuk land, een heiligdom, cfr. ‘fanaticus’: wie of wat behoort tot een fanum, dus toegewijd, later de betekenis van ‘fanatiek’ of ‘extreem’ toegewijd, cfr. ook ‘profaan’: wat zich voor en dus buiten het heiligdom bevindt, wie of wat niet toegewijd aan een godheid of ingewijd is in een cultus Fastus L (mv. fasti, verzwegen ‘dies’: dag), een dag in de Romeinse kalender waarop men wel (fastus) of niet (nefastus) bepaalde juridische handelingen mocht stellen, ‘fas’ is wat toegelaten is, ‘nefas’ is wat verboden is qua handeling, vandaar ‘nefastus’ als verboden en ook ongelukbrengend

18
New cards

Feriae

L feestdag, religieuze feestdag, bv. de feriae Marti op 1 maart luidden de klassieke start van het nieuwe jaar in (men begon te tellen vanaf maart cfr. onze negende maand ‘september’ is letterlijk in het Latijn ‘de zevende’ (L septem = 7); ‘october’ de achtste (L octo = 8) omdat men telde vanaf “onze derde” maand, die waarop men opnieuw oorlog begon te voeren, toegewijd aan Mars: maart); vanaf het midden van de tweede eeuw vot liet men het jaar starten vanaf januari

19
New cards

Flamen

L priester van een bepaalde godheid, doorgaans toegevoegd welke god: zo bv. de flamen dialis (van Jupiter) of flamen martialis (Mars) of Quirinalis (Quirinus), later ook de naam voor priesters van de keizercultus.

20
New cards

Gallus

G (mv. galli), zie ook ‘archigallus’, vernoemd naar een rivier in het huidige Turkije, geen verband met Gallië, de galli waren eunuchen-priesters in de cultus vanCybele.

21
New cards

Genius

L beschermgeest, etymologisch ‘de verwekker’, (cfr. genesis), elke man heeft er een maar in de familiecultus werd vooral de genius van de pater familias vereerd; voor de vrouw sprak men van ‘Iuno’; discussie of er één genius is voor een familie die dan van pater familias op pater familias overgaat, dan wel louter individueel en dus oorspronkelijk sterfelijk gedacht zoals het individu; soms ziet men ook de genius van een overledenen aanroepen, cfr. Griekse daimon

22
New cards

Haruspex

L (mv. haruspices), persoon die aan haruspicina doet, het bekijken

23
New cards

Holocaust

G offer waarbij het offerdier volledig verbrand werd, cfr. ‘holos’ = geheel, zoals in holisme, en ‘caust’ komt van kaieien, branden, verbranden.

24
New cards

Immolatio

L letterlijk met mola (meel) besprenkelen van een dier voor een offer,ook algemeen voor elk offer.

25
New cards

Inauguratio

L zie augur, het inwijden, inaugureren van een nieuwe priester waarbij men een positief teken vraagt van de goden.

26
New cards

Incubatio

L enkoimèsis G letterlijk ‘slapen in’, praktijk vooral maar niet uitsluitend in de cultus van Asklepios (Aesculaap) om te slapen in een heiligdom in afwachting van een droom waarin de godheid tot de sterveling (meestal patiënt) sprak en een medische analyse maakte en genezing bood / iets anders onthulde

27
New cards

Immolatio

L het voorbereiden en toewijden van het offerdier door het te bestrooien met “mola salsa” een mengsel van meel en zout, is dus niet het eigenlijke doden van het dier, wat “immoler” (F) en “immolate” (E) later in de moderne talen is gaan betekenen

28
New cards

Katharsis

G zuivering, reiniging, beroemd gebruikt door Aristoteles om het effect van de tragedie aan te duiden, maar oorspronkelijk rituele reiniging

29
New cards

Lar

L (mv. lares) lararium (heiligdom voor de lares), oorsprong onduidelijk, zowel beschermgoden van landelijke streken als van wegen en kruispunten, beschermers van reizigers, later ook huisgoden, ‘lar familiaris’ voor elk huishouden, zie ook ‘penates’

30
New cards

Libatio

L Plengoffer, het uitgieten van wijn, of melk of een honingmengsel voor de goden, zie spondè G

31
New cards

Mantis

G ziener, mv. ‘manteis’;mantiek is dan de kunst van het zien van de wil van de goden, en het voorspellen via allerlei “middelen”: het lezen van de hand (cheiro-mantie), het oproepen van de doden (necro-mantie), het interpreteren van patronen in water (hydro-mantie), etc.

32
New cards

Miasma

G rituele bezoedeling, pollutie, rituele bevlekking, zie ook katharsis

33
New cards

Monstrum

L een teken (cfr. monstrans, wat men toont) dat als een goddelijke boodschap begrepen werd, bv. een afwijking bij de geboorte van een dier, vandaar modern ‘monster’

34
New cards

Nomizomena

G ta nomizomena: de traditionele riten zoals voorgeschreven door deplaatselijke gebruiken en gewoontes (nomos = wet, gebruik), zie ook ta patria

35
New cards

Naos

G woord voor tempelgebouw, als woonplaats voor de goden: ‘naein’ = wonen; zie aedes en templum

36
New cards

Numen

L ‘de wil van een godheid’, etymologisch verwant met ‘nuere’ en ‘nutus’: knikken. Het is ook een onzijdig woord dat in een zeer algemene zin ‘godhdeid’ kan betekenen, maar de oorsprong ligt in de etymologie van het knikken en de wilsbeschikking, niet in een on-persoonlijk, pre-theïstisch stadium van de Romeinse godsdienst, zoals men vroeger dacht wanneer men het vergeleek met onpersoonlijke concepten zoals het ‘mana’ van de Polynesiërs.

37
New cards

Omen

L omina mv., cfr. omineus, een voorteken, wat iets voorafschaduwt, in de Oudheid neutraal, pas in moderne tijden heeft ‘omen’ een negatieve bijklank gekregen, maar oorspronkelijk kon het omen zowel positieve als negatieve zaken betekenen

38
New cards

Patria

G, doorgaans in mv. ‘ta patria’, de gebruiken van de voorvaders (pater =vader) of voorouders, de traditionele riten, zie ook ta nomizomena (nomos = wet, gebruik)

39
New cards

Penates

L beschermers van de voedselvoorraad en de voorraadkast (‘penus’):huisgoden naast de meer algemene Lares zie s.v.

40
New cards

Pietas

L de correcte attitude en het vervullen van alle plichten tegenover degoden en de familie, zo wordt Aeneas ‘pius’ genoemd om alle redenen (hij redt zijn vader en de huisgoden uit het brandende Troje en vervult een goddelijk gebod) cfr. eusebeia G

41
New cards

Pomerium

L de grens, de lijn tussen de stad en het omringende platteland (ager), belangrijk voor religieuze en politieke afbakening, de etymologie van dit woord is onduidelijk, het zou met de stadsmuren te maken kunnen hebben (na of voor de muur: post murum of pro muro) maar dit is onzeker. Beroemd is Romulus die met de ploeg de omtrekken van “zijn” Rome trok. Dit gebruik gaat wellicht op de Etrusken terug.

42
New cards

Pontifex

L (mv. pontifices) Romeinse priesters, aan het hoofd van het college van 9 en later 16 priesters met brede bevoegdheid stond de ‘pontifex maximus’ (later titel van de paus, maar er was geen vergelijkbare functie in de antieke Romeinse culten). De etymologie is wellicht ‘weg-bereider’ (pons = pad, fex, facere = maken).

43
New cards

Prodigium

L een wonderlijk teken. In de moderne talen heeft het een positieve betekenis gekregen (denk aan prodigious, child prodigy) maar in de Romeinse Oudheid was het doorgaans een teken gezonden door de goden om aan te duiden dat de verstandhouding met de goden (de ‘pax deorum’) verstoord was. Dit kon gaan om een misvorming bij een geboorte, een blikseminslag

44
New cards

Sacrificium

L sacer, sacra + facere / ficere: een offer brengen, G thysia

45
New cards

Salii

L (van salire = dansen) 12 dansende, springende priesters die een schild bewaarden dat uit de hemel gevallen zou zijn, in de tempel van Mars bewaard werd en de voorspoed van Rome verzekerde; 11 schilden waren exacte kopieën om te verdoezelen welk schild “het ware” was, cfr. het eveneens uit de hemel gevallen beeldje (Palladium) dat Troje beschermde (en door de Grieken gestolen werd).

46
New cards

Sive deo sive deae

L formule NB fout in handboek p. 24, moet ‘deae’ zijn en niet ‘dea’: “aan U, weze U een god of een godin”, die wijst op de wens om in riten geen “procedure- fouten” toe te laten, maximaal inclusief te zijn

47
New cards

Spondè

G plengoffer, het mv. spondai kan ook ‘bestand’ of ‘verdrag’ betekenen, zie ook libatio

48
New cards

Supplicatio

L offer van wierook en wijn (ture ac vino) als dank aan de goden of ook om gevaar af te wenden, iets af te smeken.

49
New cards

Tauroctonie

G letterlijk ‘het doden van de stier’ centrale mythe in de Mithras-cultus, afgebeeld in de mithraea, correspondeert niet met een echte rite in deze cultus, dus niet te verwarren met het taurobolium.

50
New cards

Taurobolium

G stierenoffer in de cultus van Magna Mater Cybele, oorspronkelijk misschien een soort stierenvechten (bolium kan van ‘ballein’ gooien afgeleid zijn), later een publiek offer waarin de kracht van de stier (via het bloed en de testikels) geacht werd tijdelijke bescherming te bieden. Er zijn late en onbetrouwbare christelijke literaire beschrijvingen van het taurobolium als een heidense bloed-doop / vorm van private initiatie waarbij men het bloed over een persoon in een put liet lopen.

51
New cards

Temenos

G van ‘temnein’, snijden, afsnijden: de ruimte afgebakend voor de goden, sacraal gebied waarop altaren, tempelgebouwen e.d. gebouwd waren en waarbinnen de diverse religieuze regels golden.

52
New cards

Templum

L a deel van de hemel waarin men goddelijke tekenen observeert, b een ritueel afgelijnd stuk grond (bv van waaruit men de auspiciën observeert) en c een heiligdom, dat al of niet een gebouw omvatte waaraan het moderne woord ‘tempel’ refereert, cfr. aedes

53
New cards

Thysia

G offer, L sacrificium

54
New cards

Vates

L een zanger, profeet die in verzen de toekomst voorspelde, een dergelijke voorspelling is dan een ‘vaticinatio’

55
New cards

Votum

L belofte, gelofte, ‘ex voto’ is standaard uitdrukking dat men iets doet ter vervulling van een gelofte, en dan datgene dat men beloofd had (bv. de gave zelf, het votief-geschenk

56
New cards

Xoanon

archaïsch houten object, soms an-iconisch, soms een beeltenis van een godheid, wijst op mogelijkheid om goden op een non-anthropomorfe manier te “representeren”

57
New cards

Aphrodite

Venus

58
New cards

Apollo (Phoibos)

Apollo

59
New cards

Ares

Mars

60
New cards

Artemis

Diana

61
New cards

Athena

Minerva

62
New cards

Demeter

Ceres

63
New cards

Dionysos

Bacchus (geen olympische ?)

64
New cards

Hephaistos

Vulcanus

65
New cards

Hera

Juno

66
New cards

Hestia

Vesta

67
New cards

Hermes

Mercurius

68
New cards

Poseidon

Neptunus

69
New cards

Zeus

Jupiter

70
New cards

Ouranos

Uranus

71
New cards

Gaia

Tellus (Terra Mater)

72
New cards

Kronos

Saturnus

73
New cards

Rhea

Rhea (Cybele)

74
New cards

Hades

Pluto

75
New cards

Hecate

Hecate “trivia” (van de driesprong, ook Diana Trivia)

76
New cards

Persephone (Korè)

Proserpina

77
New cards

Asclepius

Aesculapius

78
New cards

Cybele

Magna Mater (ook Rhea, Demeter,)

79
New cards

Dikè

Iustitia

80
New cards

Erinyen

Furiae

81
New cards

Eros

Cupido

82
New cards

Fortuna

Tychè

83
New cards

Helios

Sol

84
New cards

Nikè

Victoria

85
New cards

Pan

Faunus

86
New cards

Selene

Luna

87
New cards

Tychè

Fortuna

88
New cards

Jupiter Dolichenus

< Baal van Dolichè in Syrië
89
New cards

Jupiter Heliopolitanus

< Baal van Heliopolis, Baalbek in Libanon
90
New cards

Quirinus / Romulus

vergoddelijkt als Quirinus (oorspronkelijk Sabijnse godheid, in trias met Jupiter & Mars)

91
New cards

openbaringsgodsdienst

is op een bepaald moment gestart, heeft een heilig boek,

obv het gezag van persoon of personen die een goddelijke openbaring hebben gehad.

92
New cards

ichtus

Iesous

Christos

Theou

Uios

Sotèr

93
New cards

eucharistie

bedanken

94
New cards

evangelie

blijde boodscha

95
New cards

christos

de gezalfde

96
New cards

Diesjenseitig

in deze wereld

97
New cards

orthopraxis

(dagelijkse) handelingen van de religie

belangrijk bij de griekse en romeinse godsdiensten

98
New cards

credo

geloofsbelijdenis

99
New cards

N.F.

F.

N.S.

N.C.

non fui

fui

non sum

non cura

= ik was niet, ik was, ik ben niet, het kan mij niet schelen

geen geloof in een hiernamaals

100
New cards

katabasis

tocht door de onderwereld