1/60
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
inhoud
1 — algemeen
2 — passief transport
3 — actief transport
1 — ALGEMEEN
intra- en extracellulair — schema
bloedplasma; Na en Cl
interstitiële vloeistof; geen proteïnen
intracellulair vloeistof; Na lager en K hoger
[Na] - [K] - [Ca]
[Na+] hoog extracellulair
[K+] is hoog intracellulair
[Ca2+] is in rust (niet gestimuleerde cel) zeer laag intracellulair
membraantransport
membraan = semi-permeabele barrière
mechanismen nodig om bepaalde stoffen door te laten
vb. via gespecialiseerde eiwitten
membraantransport — schema
vereisten
energie
fysiek
passief transport; downhill
diffusie
elektrodiffusie
osmose (H2O)
filtratie
gefaciliteerde diffusie
poriën
kanalen
carriers
convectie
actief transport; uphill
primair
secundair
te kennen waarden
2 — PASSIEF TRANSPORT
membraantransport — schema
diffusie
netto driftbeweging; hoge → lage conc.
merk op; individuele moleculen bewegen willekeurig; Brownse beweging
2 types;
simpel
gefaciliteerd
diffusie — wet v Fick
Jx ~ dCx / dx = Px * ( [X]out - [X]in )
Jx = flux
Px = permeabiliteit
[mM / (cm² * s)]
opm; gefaciliteerde diffusie is verzadigbaar
diffusie — beïnvloedende factoren
lipide oplosbaarheid
grootte moleculen
dikte celmembraan
concentratiegradiënt
oppervlakte membraan
samenstelling lipidelaag
diffusie — permeabiliteit
laag
ionen
hoog
grote concentratiegradiënt
hoge olie-water partitiecoëfficiënt; morfine vs heroïne
elektrodiffusie
diffusie voor geladen deeltjes
gaat door tot evenwichtspotentiaal is bereikt
krijgen te maken met;
chemische gradiënt
elektrische gradiënt
elektrodiffusie — evenwichtspotentiaal
= Nernst-potentiaal
= Eion
potentiaal waarbij netto ionenflux = 0
chemische gradiënt = - elektrische gradiënt
elektrodiffusie — chemische gradiënt
ΔGc = RT * ln([X]in / [X]out)
Gibbs vrije energie
elektrodiffusie — elektrische gradiënt
ΔE = zF (Ein - Eout) = zFE
trans membraan potentiaal
elektrodiffusie — Nernstvergelijking
chemische gradiënt = - elektrische gradiënt
ΔGc = -ΔE
Eequilibrium = (RT/zF) * ln([X]out / [X]in)
R = 8,314 J/mol*K
T = temp in K
z = lading ion
F = cte Faraday = 96.485 C/mol
[mV]
elektrodiffusie — effectieve kracht op ion
Vm - Eequilibrium
bij werking externe kracht
elektrodiffusie — RMP
= rustmembraanpotentiaal
= Vm
cel in rust; geen contractie of secretie
vnl K+ naar binnen/buiten in rust; Na+ in mindere mate
→ RMP ligt dichter bij EK dan ENa
elektrodiffusie — concentraties
elektrodiffusie — permeabiliteit (Px)
= conductantie (in deze context)
G = 1/R
= mogelijkheid van een membraan om ionen te laten passeren
elektrodiffusie — beïnvloedende factoren (4)
concentratie ionen intra- en extracellulair
temperatuur
lading ion
arbeid vereist om lading te scheiden
elektrodiffusie — wet v Fick
elektrodiffusie — Goldman-Hodgkin-Katz vergelijking
Vm = (RT/F) * ln ((px[ion]o + px[ion]o) / (px[ion]i + px[ion]i))
met px ∝ Dxβx/d
Dx = diffusie coëfficiënt
βx = partitie coëfficiënt
d = dikte membraan
realistischere versie v/d Nernst vergelijking
let op; bij neg lading draaien o(utside) en i(nside) om
elektrodiffusie — gevaren
[K+]o = 5mM
bij toename;
depolarisatie (RMP positiever)
bij afname;
hyperpolarisatie (RMP negatiever)
depolarisatie neuronaal systeem → hartstilstand
osmose (H2O)
milieu
isotoon; evenwicht
hypotoon; H2O binnen → zwelling
hypertoon; H2O buiten → krimping
wordt gecorrigeerd door cellulaire volumregulatie
osmose — cellulaire volumregulatie
RVI
= regulatory volume increase
hypertoon milieu; krimping
opname osmolieten
RVD
= regulatory volume decrease
hypotoon milieu; zwelling
afgifte osmolieten
opm; waterflux volgt osmotische flux (indien aanwezigheid transportsystemen)
osmose — celvolume wordt bepaald door (3)
osmolariteit medium
cellulaire volumeregulatie
chemisch vs. elektrisch evenwicht = Donnan evenwicht
gefaciliteerde diffusie — kenmerken
passief transport; met gradiënt mee
reversibel; bij omkering gradiënt
selectiviteit tov substraat
verzadigbaar
gefaciliteerde diffusie — opdeling
poriën (pores)
kanalen (channels)
K+, Na+, Ca2+ (tetrameer van 4-(pseudo)-subeenheden)
H+ (monomeer)
carriers
mobiele membraan oplosbare carriers
transmembraan proteinen
opm; drijvende kracht is steeds elektro-chemische gradiënt
gefaciliteerde diffusie — verschillen
gefaciliteerde diffusie — poriën
altijd open
maar wel selectief
gefaciliteerde diffusie — kanalen
gating proces
= opent/sluit actief door stimulus;
Δ Vm
Δ [messenger]; vb. cAMP, Ca2+
ligand; vb. capsaicin, PiP2
mechanisch; membraanspanning
kanalen — types (4)
voltage-gated
ligand-gated (extracellulair)
ligand-gated (intracellulair)
mechanically gated
ionkanalen — opbouw
hexameer
vb. connexines in gap junctions
pentameer
vb. nAChR, GABA, glycine
(pseudo)tetrameer
vb. Kv, Nav, Cav, glutamaat
trimeer
dimeer
vb. Cl-kanalen
opm; α-subunits zijn steeds hoofdonderdeel
ionkanaal — werking
porie = gate (open/dicht)
sensormechanisme (voltagesensor)
ionkanaal — kenmerken (5)
snel
6×106 ionen/sec.
selectief
door selectiviteitsfilter
gating; (in)activatie
spanningsgevoelig
ligand-geopereerd
second messenger gevoelig
mechanosensitief
verzadigbaar
inhibitie
kanaalblok
antagonist (bij ligandgevoelige kanalen)
Nav — syndromen en ziektes
meestal gelinkt aan pijn en hartaandoeningen
maar ook;
epilepsie
kankers
anosmia = niet meer kunnen ruiken (long-covid)
gating ionkanaal — patch-clamp
wat; techniek om single channel stromen, en dus ook gating te bestuderen
methode;
contact met membraan adhv glazen pipet met zilverelektrode
cel wordt onderdeel v. elektrisch circuit → metingen uitvoeren
types stroom (4)
microscopisch
door één kanaal
bepaald door Em en single channel conductantie
macroscopisch
door duizenden kanalen
bepaald door Em , single channel conductantie en aantal open kanalen
positief
= uitwaarts
negatief
= inwaarts
gefaciliteerde diffusie — carriers
passief; met gradiënt mee
dmv uniporter (transporteiwit)
steeds open aan één kant; nooit beide kanten tegelijk open (cyclisch verloop)
verzadigbaar
carriers — uniporter
= permease
enzymen die transport katalyseren
saturatie treedt op bij hoge conc; meeste carriers zijn bezet
K = half-maximale flux
affiniteit = 1/K
carriers — SLC
= solute carrier
vb. GLUT1
poriën, kanalen en carriers — samengevat
3 — ACTIEF TRANSPORT
membraantransport — schema
actief tansport
primair actief transport (ATPases)
P-type (Na-K pomp, Ca2+ pompen…)
F- en V-type (F0F1 ATPase in mitochondria, V-type H+ pump…)
ATP-binding cassette (ABC) transporters (CFTR,…)
secundair actief transport
co-transporter (symporter)
anti-porter (exchangers)
PRIMAIR ACTIEF TRANSPORT
ATPase
afbraak ATP
vrijkomen E
P-type
P-type — Na-K pomp
F-type
F-type — F0F1 ATPase
V-type
ABC
primair actief transport — kenmerken (7)
kan tegen elektro-chemische gradiënt in
ATP afhankelijk
transporteiwit kan;
geïnhibeerd worden
geactiveerd worden
selectiviteit (niet allemaal – ABC)
verzadigbaar
competitiviteit: indien er affiniteit is voor meerdere substanties, zal de aanwezigheid van 1 substantie het transport van de andere substantie inhiberen
grootteorde transportsnelheid; 10×103 ionen of moleculen per seconde
SECUNDAIR ACTIEF TRANSPORT