1/29
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Vacuole
Geef stevigheid en kleur, alleen plantaardige cel
Plastide
Chloroplasten - chlorofyl (groen)
Chromoplasten - Xanthofyl (geel), Caroteen (oranje), rode kleurstoffen
Leukoplasten - opslag vetten, eiwitten of zetmeel
In de celkern
Chromosomen
Kernlichaampje
Chromosomen
Lange DNA moleculen om eiwitten heen gewikkeld
DNA
Bevat informatie over bouw van eiwitten, die erfelijke informatie vecatten
Kernlichaampje
Maakt delen ribosomen, verlaten via kernporiën
Ribosomen
Maken eiwitten met info van het DNA
Endoplasmatisch reticulum
Sluit aan op het celmembraan, uitgebreid netwerk van dubbele membranen met afgeplatte holten en kanaaltjes
Glas endoplasmatisch reticulum
Speelt een rol bij stofwisseling
Ruw endoplasmatisch reticulum
Ribosomen geven hier hun eiwitten af in de holten, die worden verpakt in blaasjes en afgesnoerd. Hierna gaan ze naar het golgisysteem.
Golgisysteem
Opeengestapelde platte membranen, blaasjes van RER opgevangen en eiwitten worden bewerkt tot definitieve vorm. Ze verlaten de cel via exocytose.L
Lysosomen
Gevuld met enzymen (soort eiwit), en blijft in de cel om voedings- of afvalstoffen in andere blaasjes af te breken.
Secretie
Het afgeven van stoffen door een cel
exocytose / endocytose
Blaasje stoffen versmelt met membraan en komt aan de andere kant
Cel in - endocytose
Cel uit - exocytose
Mitochondriën
Sterk geplooid binnenmembraan, waar ze ATP maken door verbranding van glucose
ATP-moleculen
Word als energie gebruikt in de cel
Chloroplasten
Gestapelde platte blaasjes, chlorofyl en enzymen zetten CO2 en water om in zuurstof en glucose met behulpt van licht
Cytoskelet
Netwerk van eiwitvezels, zorgt dat cel zijn vorm behoudt, verandert of kan verplaatsen door het vormen van uitstulpingen
Ciliën (trilharen)
Kunnen signalen waarnemen en doorgeven aan de cel
Voortbeweging
Brengen van voedseldeeltjes naar de celmond
Flagel (zweephaar)
Eencelligen en voorplantingscellen kunnen een flagel hebben voor voortbeweging
Motoreiwitten
Transporteren organellen of blaasjes met eiwitten door de cel over het cytoskelet
Membranen
Dubbele laag fosfolipiden, met eiwitmoleculen er tussen
Hydrofiele fosfaatgroep staat naar buiten
Hydrofobe vetzuurketens staan naar binnen
Membraaneiwitten
Transport van stoffen
Receptoreiwitten
Hebben koolhydraatketens en spelen rol bij herkenning van de cel door eiwitten in het membraan van een andere cel
Celcyclus
G1 - S - G2 - M - G0
Celcyclus - G1-fase
Plasmaroet en aanmaak eiwitten voor DNA kopieëren
Celcyclus - S-fase
DNA-replicatie
Celcyclus - G2-fase
Groei en aanmaak eiwitten voor mitose
Celcyclus - M-fase
Mitose en celdeling
Celcyclus - G0-fase
Opnieuw cyclus, rust of specialiseren