Week 6 IC5

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/58

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:07 PM on 5/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

59 Terms

1
New cards

Welke substraten gebruikt het lichaam vanaf de start van een duurinspanning?

Vet, spierglycogeen en bloedglucose.

2
New cards

Hoe en waarom verandert de bijdrage van vet aan de energievoorziening naarmate een duurinspanning vordert?

De bijdrage van vet aan de energievoorziening neemt toe vanwege de onbeperkte voorraad.

3
New cards

Hoe en onder welke omstandigheden verandert de rol van bloedglucose tijdens een duurinspanning?

De rol van bloedglucose wordt groter naarmate de inspanning langer duurt en de voorraad spierglycogeen afneemt.

4
New cards

Wanneer en waardoor ontstaat een hongerklop?

Dit ontstaat wanneer de totale koolhydraatvoorraad is uitgeput.

5
New cards

Wat is de status en de regulatielast van glucose voor spieren tijdens inspanning?

Het is een essentieel substraat voor spieren tijdens inspanning; de bloedglucosespiegel wordt zeer strikt gereguleerd.

6
New cards

Welke mechanismen en stoffen reguleren de glucoseregulatie?

De Randle cyclus (behandeld in het hoorcollege) en diverse hormonen reguleren dit proces.

7
New cards

Wat is de specifieke rol van glucagon in de tekst?

Speelt een rol in de regulatie (verdere details niet gespecificeerd in de tekst).

8
New cards

Wat zijn de functies van insuline en wat is de uitzonderingsstatus van dit hormoon tijdens inspanning?

Het stimuleert de opbouw van vet, de opname van glucose en de opslag van glucose als glycogeen. Het wordt als enige hormoon uit deze lijst niet afgegeven tijdens inspanning.

9
New cards

Wat initieert adrenaline voornamelijk?

Het initieert voornamelijk de vetstofwisseling.

10
New cards

Welke functie heeft cortisol ten opzichte van een ander hormoon?

Het ondersteunt glucagon.

11
New cards

Wat is het exacte mechanisme en de werking van cortisol?

Zorgt voor gluconeogenese en glycogenolyse. Stimuleert eiwitafbraak om aminozuren te leveren voor gluconeogenese.

12
New cards

Wat voor type hormoon is groeihormoon en wanneer wordt het afgegeven?

Een anabool hormoon dat tijdens inspanning wordt afgegeven.

13
New cards

Wat is het mechanisme en de werking van groeihormoon?

Remt de afgifte van glucose (vergelijkbaar met insuline) en stimuleert de afbraak van vetweefsel.

14
New cards

Bron: Robertson, R. P. (2017), Deficient Endogenous Glucose Production During Exercise After Total Pancreatectomy/Islet Autotransplantation 72 1

15
New cards

Bron: Sara Grassi, Biorender. (z.j.) Metabolic correlation between muscle, liver, and adipose tissue [Illustratie]

16
New cards

Wat gebeurt er met de insulineafgifte tijdens inspanning?

Tijdens inspanning neemt de afgifte van insuline af.

17
New cards

Wat is het doel van de dalende insulineafgifte tijdens inspanning?

Voorkomen dat glucose naar niet-essentiële organen of inactieve spieren gaat. Glucose gaat hierdoor specifiek naar de actieve spieren.

18
New cards

Wat is de eerste stap in het mechanisme van insuline-afhankelijke GLUT4-expressie in rust?

Stap 1: Insuline is aanwezig.

19
New cards

Wat is de tweede stap in het mechanisme van insuline-afhankelijke GLUT4-expressie in rust?

Stap 2: GLUT4 verplaatst zich naar het celmembraan van de spier.

20
New cards

Wat is de derde stap in het mechanisme van insuline-afhankelijke GLUT4-expressie in rust?

Stap 3: Glucose wordt opgenomen.

21
New cards

Wat is de eerste stap in het mechanisme van insuline-onafhankelijke GLUT4-expressie tijdens inspanning?

Stap 1: Tijdens inspanning stijgen de intracellulaire concentraties van calcium, stikstofmonoxide (NO) en AMPK.

22
New cards

Wat is de tweede stap in het mechanisme van insuline-onafhankelijke GLUT4-expressie tijdens inspanning?

Stap 2: Deze stoffen stimuleren de GLUT4 receptoren in het cytoplasma.

23
New cards

What is de derde stap in het mechanisme van insuline-onafhankelijke GLUT4-expressie tijdens inspanning?

Stap 3: GLUT4 verplaatst zich naar het celmembraan, onafhankelijk van insuline.

24
New cards

Wat is het na-effect van GLUT4 en waartoe leidt dit na de inspanning?

GLUT4 blijft na de inspanning nog ongeveer twee uur op het celmembraan aanwezig, wat leidt tot een verhoogde glucoseopname in spierweefsel na inspanning.

25
New cards

Wat houdt de behandeling van type I diabetes mellitus in en wanneer en waarom wordt deze specifiek toegepast?

Insulinetherapie (kortwerkend of langwerkend) om natuurlijke regulatie na te bootsen. Vaak geïnjecteerd vlak voor een maaltijd om de natuurlijke insuline-piek te imiteren.

26
New cards

Wat is het mechanisme en het gevolg van de complicatie bij type I diabetes mellitus bij inspanning na de maaltijd?

Mechanisme: Insulinespiegel blijft hoog door de injectie voor het ontbijt. Organen nemen veel glucose op en spieren verbruiken veel glucose tijdens het sporten. De glucosespiegel in het bloed daalt.

27
New cards

Welke belemmering treedt er op in de lever bij deze complicatie en wat is de oorzaak hiervan?

De lever kan niet adequaat nieuwe glucose produceren, omdat glycogeenafbraak de aanwezigheid van zowel insuline als glucagon vereist.

28
New cards

Welke specifieke klachten treden er op bij deze complicatie?

Pijnlijke benen, oververhit gevoel, trillerig, hongerig, moe, geagiteerd.

29
New cards

Hoe kan deze complicatie worden voorkomen?

Bloedglucosespiegel controleren voor en na inspanning, insulineschema aanpassen, of een glucoserijke drank innemen.

30
New cards

Wat is het mechanisme van hypoinsulinemie bij type I diabetes mellitus?

Mechanisme: De lever produceert grote hoeveelheden glucose. Vetweefsel geeft veel vetzuren af aan het bloed.

31
New cards

Wat is het effect van hypoinsulinemie op de spieren?

Glucoseopname wordt bemoeilijkt; spieren schakelen over op vetzuurverbranding.

32
New cards

Wat is het uiteindelijke gevolg van hypoinsulinemie?

Kan leiden tot hyperglykemie en ketoacidose.

33
New cards

Wat is de pathologie van type II diabetes mellitus?

Er is sprake van insulineresistentie.

34
New cards

Wat is de eerste stap in het mechanisme van type II diabetes mellitus?

Stap 1: Een grote hoeveelheid vetweefsel produceert specifieke stoffen (IL-6, TNF-a, en een verlaagde hoeveelheid adiponectine).

35
New cards

Wat is de tweede stap in het mechanisme van type II diabetes mellitus?

Stap 2: Deze stoffen remmen de GLUT4 transporter.

36
New cards

Wat is de derde stap in het mechanisme van type II diabetes mellitus?

Stap 3: Glucose kan minder makkelijk die spieren binnendringen, wat leidt tot grotere fluctuaties in de bloedsuikerspiegel.

37
New cards

Welke therapie blijkt effectief te zijn bij type II diabetes mellitus?

Afvallen en bewegen blijken effectief.

38
New cards

Wat is het exacte bewegingsadvies voor gezonde volwassenen?

Minimaal 150 minuten per week matig tot zwaar intensief bewegen. Twee keer per week bot- en spierversterkende oefeningen.

39
New cards

Wat is het exacte bewegingsadvies voor kinderen en wat is het doel ervan?

Minimaal 60 minuten per dag bewegen voor optimale gezondheid.

40
New cards

Wat is het advies omtrent bewegen tijdens zwangerschap en borstvoeding?

Geen contra-indicaties; veilig en biedt gezondheidsvoordelen voor moeder en kind.

41
New cards

Wat zijn de drie hoofdwetten bij training en wat houden ze in?

  • Overload: Uitdaging is vereist om sterker te worden.

  • Specificiteit: Training moet aansluiten bij het doel (bijv. fietsen vereist fietstraining, geen zwemtraining).

  • Reversibiliteit: Spiermassa verdwijnt bij het staken van training of gebruik.

42
New cards

Wat houdt de afgeleide wetmatigheid van individualiteit in?

Genetica beïnvloedt de effectiviteit van een training bij een individu.

43
New cards

Wat houdt de afgeleide wetmatigheid van optimale belasting in?

Er bestaat een specifieke optimale fysieke belasting per persoon.

44
New cards

Wat houdt de wet van verminderde meeropbrengst in?

Beginners boeken snel progressie; naarmate men meer traint, wordt verdere vooruitgang moeilijker.

45
New cards

Wat bepaalt de wet van Fick (VO2max)?

Bepaalt de maximale zuurstofopname.

46
New cards

Uit welke parameters bestaat de wet van Fick (VO2max)?

Slagvolume, hartfrequentie, en het arterio-veneuze zuurstofverschil.

47
New cards

Welk adaptatiemechanisme door training treedt er op binnen dagen en wat is de oorzaak?

Het slagvolume stijgt door een toename van het plasmavolume.

48
New cards

Welke adaptatiemechanismen door training treden er op binnen weken?

  • Het arterioveneus verschil verbetert door betere spierdoorbloeding.

  • Spieren nemen efficiënter zuurstof op uit het bloed en gebruiken dit efficiënter tijdens inspanning.

  • Het volume rode bloedcellen neemt toe, wat leidt tot meer zuurstofopname en een verdere stijging van het slagvolume.

49
New cards

Welk adaptatiemechanisme door training treedt er op binnen maanden en hoe werkt dit?

Aanpassing van het hart (hogere hartcompliantie leidt tot een groter slagvolume).

50
New cards

Wat is het mechanisme van supercompensatie en wanneer vindt dit plaats?

Prestatieverbetering na training ontstaat door anabole processen die tijdens de rustfase plaatsvinden (supercompensatie).

51
New cards

Wat is het belang van rust bij supercompensatie en wat gebeurt er bij een tekort hieraan?

Rust is cruciaal. Onvoldoende herstel leidt tot een negatief trainingseffect en afname van het prestatievermogen.

52
New cards

Wat zijn myokines en sinds wanneer is het bestaan ervan bekend?

Sinds eind jaren '90 is bekend dat contraherende spieren deze hormoonachtige stoffen uitscheiden.

53
New cards

Wat zijn de effecten van myokines?

Spierhypertrofie, vetverbranding, verhoogde insulinegevoeligheid, osteogenese, productie van anti-inflammatoire stoffen, bescherming tegen tumoren, en verbeterde pancreasfunctie.

54
New cards

Wanneer worden reactieve zuurstofradicalen vrijgemaakt?

Worden vrijgemaakt tijdens inspanning.

55
New cards

Wat zijn de effecten van reactieve zuurstofradicalen?

Stimuleren de toename van mitochondriën in actieve spieren, spierhypertrofie en angiogenese in de spieren.

56
New cards

Wat zijn de risico's van een lage fitheid, wat levert verandering hierin op en welke nevenwerking treedt er op?

Wetenschappelijk bewezen verhoogd sterfterisico. Starten met bewegen levert grote gezondheidswinst op en verkleint diverse risico's (hoewel het risico op letsel aan het bewegingsapparaat toeneemt).

57
New cards

Hoe verhoudt het risico van langdurig zitten zich tot het sterfterisico en hoe verhoudt dit zich tot een andere slechte gewoonte?

Hoe langer men zit, hoe hoger het sterfterisico (hoewel roken schadelijker blijft dan een passieve levensstijl).

58
New cards

Wat houdt de pandemie van inactiviteit in en wat is de oorzaak hiervan?

Totale inactiviteit stijgt doordat men minder tijd besteedt aan fysieke activiteit in de vrije tijd, tijdens transport, op het werk en in het huishouden.

59
New cards