MBK H1; Cellen weefsels en vloeistoffen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/78

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:16 AM on 7/25/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

79 Terms

1
New cards

onderdelen vh lichaam van klein naar groot (8)

  1. Atomen

  2. moleculen

  3. (cel)organellen

  4. cellen

  5. weefsels

  6. organen

  7. orgaanstelsels

  8. organisme

2
New cards

waaruit bestaan atomen & waar bevinden ze zich

  • protonen (positief geladen; bevinden zich i/d kern)

  • neutronen (ongeladen; bevinden zich i/d kern)

  • electronen (negatief geladen; bewegen rondom de kern)

3
New cards

wat zijn atomen

kleinste bouwstenen van materie; alles in de wereled is opgebouwd vanuit atomen. Atomen zijn enkelvoudige elementen (voorbeeld: H = waterstof; O=zuurstor; etc)

4
New cards

Moleculen bestaan uit … en zijn verbonden via …

bestaan uit groepjes atomen die aan elkaar vast zitten (via chemische verbindingen); bijv water = H2O

5
New cards

Voorbeelden van moleculen

  • vetten

  • eiwitten

  • koolhydraten

  • DNA

  • Vitamines

  • etc

6
New cards

(Cel)organellen; wat zijn het

onderdelen binnen een cel die een eigen taak hebben

7
New cards

(Cel)organellen; waaruit bestaan ze

  • eiwitten (structurele eiwitten en enzymen; bijv in ribosomen, mitochondrien, en celmembraam)

  • vetten (fotolipiden; bijv celmembraam, endoplasmatisch reticulum en het golgiapparaat zijn hieruit opgebouwd)

  • nucleinezuren (kern bevat DNA en RNA; ribosomen bevatten rDNA=ribosomaal DNA)

  • koolhydraten; soms aanwezig aan de buitenkant van celmembramen als suikerketens

8
New cards

Welke celorganellen zijn er (8)

  1. Celmembraam

  2. cytoplasma

  3. mitochondrien

  4. celkern

  5. ribosomen

  6. endoplasmatisch reticulum

  7. golgiapparaat

  8. lysosomen

9
New cards

Celmembraam; wat is het en wat doet het

IS: dun vliesje wat de cel omsluit

DOET: beveiliging, als een poort; laat zuurstof en voedingsstoffen binnen en houdt indringers en afvalstoffen buiten

10
New cards

Cytoplasma; wat is het en wat doet het

Is: geleiachtige vloestof in de cel

doet: werkvloer; hier drijven alle onderdelen vd cel in en vinden reacties plaats zoals maken van energie en eiwitten

11
New cards

Mitochondrien; wat is het en wat doet het

IS: Energiecentrale

Doet: voedingsstoffen omzetten in energie (ATP) zodat de cel zijn werk kan doen

12
New cards

Celkern; wat is het en wat doet het

Is: het bestuur/directeur; bevat DNA oftwel de gebruiksaanwijzing vh lichaam

Doe/regelt: welke eiwitten de cel maakt, wanneer hij deelt etc

13
New cards

Ribosomen; wat is het en wat doet het

Is:

Doet: lezen stukjes DNA via RNA en maken eiwitten

waar: zweven in het cytoplasma of op het endoplasmatisch reticulum

14
New cards

endoplasmatisch reticulum; ; wat is het en wat doet het

Doet: helpt bij het maken en vervoeren van eiwitten en vetten

15
New cards

Golgiapparaat; wat is het en wat doet het

Is: Fabriek met lopende band en verzendafdeling

Doet: sorteert, verpakt en verstuurt eiwitten naar waar ze nodig zijn

16
New cards

Lysosomen; wat is het en wat doet het

Is: schoonmaker

Doet: breken afval en oude onderdelen af zodat ze gerecycled kunnen worden

17
New cards

Cel; ; wat is het

kleinste functionele eenheid van leven; mini fabriekje

18
New cards

Cel; hoe werkt het (7 stappen)

  1. neem zuustof en voeding op

  2. maakt daar energie van (in de mitochondrien)

  3. gebruikt DNA in de kern om eiwitten aan te sturen

  4. bouwt eiwitten met ribosomen

  5. verstuurt eiwitten via het endoplasmatisch reticulum en golgiapparaat

  6. ruimt afval op mbv lysosomen

  7. verdeelt zich indien nodig

19
New cards

belangrijke cellen in het (honden)lichaam (7)

  1. Epitheelcellen;

  2. Spiercellen

  3. Zenuwcellen (neuronen)

  4. Bloedcellen

  5. Bindweefselcellen

  6. Vetcellen

  7. kraakbeencellen

20
New cards

Epitheelcellen; functie en waar bevinden ze zich

functie: bescherming

waar: huid, binnenkant darmen, luchtwegen

21
New cards

Spiercellen; functie en waar bevinden ze zich

beweging

skeletspieren, hartspier, orgaanspieren

22
New cards

Zenuwcellen; functie en waar bevinden ze zich

doorgeven van informatie via electische signalen

hersenen, ruggemerg, zenuwen

23
New cards

Bloedcellen (3) functie

  1. rode bloedcellen: vervoer zuurstof en energie

  2. witte bloedcellen; verdedigen tegen infecties

  3. bloedplaatjes; helpen bij bloedstolling (bij verwondingen)

24
New cards

Bindweefselcellen (bijv fibroblasten); functie en waar bevinden ze zich

geven steun, produceren collageen

tussen organen, onder de huid, pezen

25
New cards

Vetcellen (adipocyten); functie en waar bevinden ze zich

energieopslag, isolatie, bescherming

onder de huid, rondom organen

26
New cards

kraakbeencellen; functie en waar bevinden ze zich

stevigheid en structuur;

in het skelet (neus, gewrichten,

27
New cards

Levensduur cellen; Neuronen hersenen

levenslang (worden bij schade meestal niet vervangen)

28
New cards

Levensduur cellen; hartspiercellen

jaren tot levenslang (kleine mate v vernieuwing, 1% / jaar bij wolwassenen)

29
New cards

Levensduur cellen; Skeletspiercellen

Levenslang (kunnen bij schade herstellen via satellietcellen

30
New cards

Levensduur cellen; rode bloedcellen

120 dagen

31
New cards

Levensduur cellen; witte bloedcellen (neutrofielen en lymfocyten)

uren tot jaren; neutrofielen 2 dagen, lymfocyten maanden tot jaren

32
New cards

Levensduur cellen; bloedplaatjes

7-10 dagen; worden afgebroken in de milt

33
New cards

Levensduur cellen; huidcellen

2-4 weken

34
New cards

darmepitheel cellen

3-5 dagen

35
New cards

Levensduur cellen; Levercellen

300-500 dagen (goede regeneratie bij schade)

36
New cards

Levensduur cellen; Longepitheel

weken tot maanden

37
New cards

Levensduur cellen; vetcellen

8-10 jaar; worden langzaam vervangen maar kunnen sterk veranderen in volume

38
New cards

Levensduur cellen; botcellen

10-20 jaar

39
New cards

Levensduur cellen; sperma

2-3 weken;l worden continu aangemaakt

40
New cards

eicellen

worden niet nieuw aangemaakt;

41
New cards

Dupliceren van cellen; naam

Mitose

42
New cards

Fasen celdeling (5)

  1. profase

  2. metafase

  3. anafase

  4. telofase

  5. cytokinese

43
New cards

celdeling fase: Profase. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;

Fase 1

  • chromatine condenseert tot zichtbare chromosomen

  • spoelfiguur vormt zich

  • kernmembraam begint af te breken

44
New cards

celdeling fase: Metafase. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;

Fase 2

  1. Chromosomen lijnen op ih midden vd cel (equatoriale vlak)

  2. spoeldraden hechten zich aan de centromeren

45
New cards

celdeling fase: Anafase. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;

Fase 3

Zusterchromatiden worden van elkaar getrokken naar tegenoverliggende polen vd cel

46
New cards

celdeling fase: Telofase. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;

Fase 4

  • chromatiden (nu weer chromosomen) bereiken de polen

  • kernmembraam vormt zich opnieuw

  • chromosomen condenseren terug naar chromatine

47
New cards

celdeling fase: Cytokinese. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;

Fase 5

Cytoplasma deelt zich, waardoor er 2 genetisch identieke (dochter)cellen ontstaan

48
New cards

Weefsels; 4 hoofdtypen

  1. Epitheelweefsel

  2. bindweefsel

  3. spierweefsel

  4. zenuwweefsel

49
New cards

Epitheel weefsel; waar bevindt het zich

  • huid (opperhuid of epidermis)

  • bekleding mond, neus en luchtwegen

  • bekleding maag en darmen

  • binnenkant blaas en urinewegen

  • klieren zoals speeksel en zweetklieren

50
New cards

Epitheel weefsel; functies (afhankelijk van type en locatie)

  1. bescherming (tegen beschadiging, uitdroging en binnendringende ziekteverwekkers etc)

  2. opname v voedingsstoffen

  3. secretie v slijm, zweetm hormonen

  4. transport (bijv trilhaartjes luchtwegen)

  5. zintuigelijke functie (bijv reukepitheel)

51
New cards

Epitheel weefsel; soorten (4)

  • Plaveiselepitheel (bloedvaten, longblaasjes)

  • kubisch epitheel (blokvormig bijv in klieren)

  • cilindrisch epitheel (langwerpig bijv in de darmen)

  • meerlagig/enkelvoudig (afh van aantal cellagen)

52
New cards

Bindweefsel; bestaat uit (3)

  1. cellen

  2. vezels (bijv collageen en elastine)

  3. tussenstof (de matrix)

53
New cards

Bindweefsel functies (5)

  1. verbinden spieren met botten (pezen)

  2. verbinden botten onderling (gewrichtsbanden/ligamenten)

  3. ondersteunt organen (vb omhulsel rond nieren en lever)

  4. opslag energie (vet; vetweefsel is een vorm van bindweefsel)

  5. speelt rol in afweer (bevat afweercellen)

54
New cards

voorbeelden van Bindweefsel ih lichaam

  • pezen

  • gewrichtsbanden

  • losmazig bindweefsel (rondom bloedvaten en organen)

  • botweefsel (=steunweefsel)

55
New cards

Steunweefsel is een vorm van …weefsel

Bindweefsel

56
New cards

Vormen/voorbeelden van Steunweefsel (3)

  • kraakbeen (oorschelpen, neusbeen, tussen gewrichten)

  • bot

  • tandweefsel

57
New cards

Spierweefsel, soorten (3) en hun werking/eigenschappen

  1. willekeurig/dwarsgestreept spierweefsel; skeletspieren; kunnen bewust worden aangestuurd

  2. onwillekeurig/glad spierweefsel; spieren in de organen zoals maag, darmen, blaas; werken automatisch, dus kunnen niet door de hersenen worden aangestuurd

  3. hartspierweefsel; is dwarsgestreept maar willekeurig, dus kan niet door de hersenen worden aangestuurd

58
New cards

Zenuwstelsel - onderdelen (2)

  1. Centraal zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg)

  2. Perifeer zenuwstelsel (zenuwen in het lichaam)

59
New cards

Zenuwweefsel - functie

zorgt voor communicatie in het lichaam; verwerkt informatie uit de omgeving en het lichaam zelf en stuurt signalen naar spieren, klieren en organen. Uitgesplitst:

  • ontvangen van prikkels van de zintuigen

  • verwerken van info van hersenen en ruggenmerg

  • aansturen van spierbewegingen (bijv kopen, bijten, knijpen etc)

  • reguleren van onbewuste processen zoals hartslag, ademhaling en spijsvertering

  • snel reageren op gevaar (reflexen)

60
New cards

(Belangrijke) celtypen in zenuwweefsel (2)

  1. Neuronen (zenuwcellen)

  2. Gliacellen (steuncellen)

61
New cards

Neuronen - onderdelen (4) met hun functie

  1. cellichaam (soma); bevat kern en celorganellen

  2. Dendrieten; korte uitlopers die informatie ontvangen

  3. Axon; lange uitlopers die signalen doorgeven naar andere cellen

  4. (sommige axonen zijn omgeven door een) myelineschede (vetachtige laag) die de geleiding versnelt

62
New cards

Gliacellen - functie en belangrijke typen (4)

Zenuwweefsel; ondersteunt en beschermt neuronen

Typen:

  1. Astrocyten - zorgen voor voeding en bescherming

  2. Oligodendrocyten - vormen myeline in het CZS

  3. Schwann cellen - vormen myeline in het PZS

  4. Microgliacellen - ruimen afval op en bestrijden infecties

63
New cards

Lichaamsvloeistoffen - soorten (10)

  1. bloed

  2. lymfe

  3. speeksel

  4. maag- en darmsappen

  5. urine

  6. zweet

  7. traanvoccht

  8. slijm

  9. synoviaalvocht

  10. cerebrospinaal vocht

64
New cards

Bloed - functie en bestanddelen (4)

Functie: vervoer van stoffen

Bestanddelen: rode en witte bloedcellen, bloedplaatjes, bloedplasma

65
New cards

Lymfe - functie en bestanddelen (4)

Functie: afvoer van afvalstoffen en overtollig vocht

Bestanddelen: lymfocieten (witte bloedcellen), water, eiwitten en vetten

66
New cards

Speeksel - functie en bestanddelen (4)

Functie: maakt voedsel nat, start de vertering, beschermt het gebit

Bestanddelen: water, enzymen (vb amylase), slijm, antistoffen

67
New cards

Maag- en darmsappen - functie en bestanddelen (4)

Functie: verteren van voedsel

Bestanddelen: zouten, enzymen, maagzuur (HCI), slijm

68
New cards

Urine - functie en bestanddelen (4)

Functie: uitscheiden afvalstoffen

Bestanddelen: water, ureum, zouten, creatine

69
New cards

Zweet - functie (2) en bestanddelen (3)

Functie: reguleert lichaamstemperatuur, voert zouten af

Bestanddelen: water, zouten (voorn natrium), ureum

70
New cards

Traanvocht - functie (2) en bestanddelen (4)

Functie: beschermen en bevochtigen vd ogen

Bestanddelen: water, zout, enzymen, antistoffen

71
New cards

Slijm - functie en bestanddelen

Functie: beschermt en bevochtigt slijmvliezen in de neus, longen, darmen etc

Bestanddelen: water, slijmstoffen (mucinen), enzymen, afweercellen

72
New cards

Synoviaalvocht - functie en bestanddelen

Functie: smeert en beschermt gewrichten

Bestanddelen: hyaluronzuur, eiwitten, water

73
New cards

Cerebrospinaal vocht - functie (2) en bestanddelen (4)

Functie: beschermt hersenen en ruggenmerg tegen schokken en voert afvalstoffen af

Bestanddelen: water, zouten, glucose, weinig eiwitten

74
New cards

Weefselherstel - wanneer (4)

Bij:

  • verwonging

  • na operatie

  • ontsteking

  • slijtage

75
New cards

Weefselherstel - fases (3)

  1. inflammatiefase

  2. Proliferatiefase

  3. Remodelleringsfase

76
New cards

Inflammatiefase bij weefselherstel - duur, wat er gebeurt (3) en kenmerken (4)

Duur: 0-3 dagen;

Wat er gebeurt:

  • bloedvaten vernauwen zich en daarna verwijden ze zich;

  • ontstekingscellen komen naar de juiste plek.

  • Witte bloedcellen (neutrofielen en macrofagen) ruimen bacterien en dode cellen op.

Kenmerken: roodheid, warmte, zwelling, pijn

77
New cards

Proliferatiefase bij weefselherstel - duur, wat er gebeurt (4)

Duur: dag 3- 2 a 3 weken

wat er gebeurt:

  • nieuwe bloedvaatjes groeien in het beschadigde gebied

  • fibroblasen maken collageen aan (basis van nieuw bindweefsel)

  • epitheelcellen groeien over het wondoppervlak vd huid heen

  • er ontstaat granulatieweefsel; tijdelijk weefsel met veel cellen en bloedvaatjes

78
New cards

Remodelleringsfase bij weefselherstel - duur, wat er gebeurt (4)

Duur: weken tot soms jaren

Wat er gebeurt:

  • overtollig weefsel wordt afgebroken

  • collageenweefsels worden sterker en beter georganiseerd

  • bij huid: littekenweefsel neemt af

  • bij andere weefsels: functie wordt deels hersteld (maar zelden volledig)

79
New cards

vormen van (weefsel)herstel (2)

  • regeneratie; oorspronkelijke weefselstructuur keert terug

  • littekengenezing (vervanging door bindweefsel, bijv bij diepe of ernstige schade)