1/78
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
onderdelen vh lichaam van klein naar groot (8)
Atomen
moleculen
(cel)organellen
cellen
weefsels
organen
orgaanstelsels
organisme
waaruit bestaan atomen & waar bevinden ze zich
protonen (positief geladen; bevinden zich i/d kern)
neutronen (ongeladen; bevinden zich i/d kern)
electronen (negatief geladen; bewegen rondom de kern)
wat zijn atomen
kleinste bouwstenen van materie; alles in de wereled is opgebouwd vanuit atomen. Atomen zijn enkelvoudige elementen (voorbeeld: H = waterstof; O=zuurstor; etc)
Moleculen bestaan uit … en zijn verbonden via …
bestaan uit groepjes atomen die aan elkaar vast zitten (via chemische verbindingen); bijv water = H2O
Voorbeelden van moleculen
vetten
eiwitten
koolhydraten
DNA
Vitamines
etc
(Cel)organellen; wat zijn het
onderdelen binnen een cel die een eigen taak hebben
(Cel)organellen; waaruit bestaan ze
eiwitten (structurele eiwitten en enzymen; bijv in ribosomen, mitochondrien, en celmembraam)
vetten (fotolipiden; bijv celmembraam, endoplasmatisch reticulum en het golgiapparaat zijn hieruit opgebouwd)
nucleinezuren (kern bevat DNA en RNA; ribosomen bevatten rDNA=ribosomaal DNA)
koolhydraten; soms aanwezig aan de buitenkant van celmembramen als suikerketens
Welke celorganellen zijn er (8)
Celmembraam
cytoplasma
mitochondrien
celkern
ribosomen
endoplasmatisch reticulum
golgiapparaat
lysosomen
Celmembraam; wat is het en wat doet het
IS: dun vliesje wat de cel omsluit
DOET: beveiliging, als een poort; laat zuurstof en voedingsstoffen binnen en houdt indringers en afvalstoffen buiten
Cytoplasma; wat is het en wat doet het
Is: geleiachtige vloestof in de cel
doet: werkvloer; hier drijven alle onderdelen vd cel in en vinden reacties plaats zoals maken van energie en eiwitten
Mitochondrien; wat is het en wat doet het
IS: Energiecentrale
Doet: voedingsstoffen omzetten in energie (ATP) zodat de cel zijn werk kan doen
Celkern; wat is het en wat doet het
Is: het bestuur/directeur; bevat DNA oftwel de gebruiksaanwijzing vh lichaam
Doe/regelt: welke eiwitten de cel maakt, wanneer hij deelt etc
Ribosomen; wat is het en wat doet het
Is:
Doet: lezen stukjes DNA via RNA en maken eiwitten
waar: zweven in het cytoplasma of op het endoplasmatisch reticulum
endoplasmatisch reticulum; ; wat is het en wat doet het
Doet: helpt bij het maken en vervoeren van eiwitten en vetten
Golgiapparaat; wat is het en wat doet het
Is: Fabriek met lopende band en verzendafdeling
Doet: sorteert, verpakt en verstuurt eiwitten naar waar ze nodig zijn
Lysosomen; wat is het en wat doet het
Is: schoonmaker
Doet: breken afval en oude onderdelen af zodat ze gerecycled kunnen worden
Cel; ; wat is het
kleinste functionele eenheid van leven; mini fabriekje
Cel; hoe werkt het (7 stappen)
neem zuustof en voeding op
maakt daar energie van (in de mitochondrien)
gebruikt DNA in de kern om eiwitten aan te sturen
bouwt eiwitten met ribosomen
verstuurt eiwitten via het endoplasmatisch reticulum en golgiapparaat
ruimt afval op mbv lysosomen
verdeelt zich indien nodig
belangrijke cellen in het (honden)lichaam (7)
Epitheelcellen;
Spiercellen
Zenuwcellen (neuronen)
Bloedcellen
Bindweefselcellen
Vetcellen
kraakbeencellen
Epitheelcellen; functie en waar bevinden ze zich
functie: bescherming
waar: huid, binnenkant darmen, luchtwegen
Spiercellen; functie en waar bevinden ze zich
beweging
skeletspieren, hartspier, orgaanspieren
Zenuwcellen; functie en waar bevinden ze zich
doorgeven van informatie via electische signalen
hersenen, ruggemerg, zenuwen
Bloedcellen (3) functie
rode bloedcellen: vervoer zuurstof en energie
witte bloedcellen; verdedigen tegen infecties
bloedplaatjes; helpen bij bloedstolling (bij verwondingen)
Bindweefselcellen (bijv fibroblasten); functie en waar bevinden ze zich
geven steun, produceren collageen
tussen organen, onder de huid, pezen
Vetcellen (adipocyten); functie en waar bevinden ze zich
energieopslag, isolatie, bescherming
onder de huid, rondom organen
kraakbeencellen; functie en waar bevinden ze zich
stevigheid en structuur;
in het skelet (neus, gewrichten,
Levensduur cellen; Neuronen hersenen
levenslang (worden bij schade meestal niet vervangen)
Levensduur cellen; hartspiercellen
jaren tot levenslang (kleine mate v vernieuwing, 1% / jaar bij wolwassenen)
Levensduur cellen; Skeletspiercellen
Levenslang (kunnen bij schade herstellen via satellietcellen
Levensduur cellen; rode bloedcellen
120 dagen
Levensduur cellen; witte bloedcellen (neutrofielen en lymfocyten)
uren tot jaren; neutrofielen 2 dagen, lymfocyten maanden tot jaren
Levensduur cellen; bloedplaatjes
7-10 dagen; worden afgebroken in de milt
Levensduur cellen; huidcellen
2-4 weken
darmepitheel cellen
3-5 dagen
Levensduur cellen; Levercellen
300-500 dagen (goede regeneratie bij schade)
Levensduur cellen; Longepitheel
weken tot maanden
Levensduur cellen; vetcellen
8-10 jaar; worden langzaam vervangen maar kunnen sterk veranderen in volume
Levensduur cellen; botcellen
10-20 jaar
Levensduur cellen; sperma
2-3 weken;l worden continu aangemaakt
eicellen
worden niet nieuw aangemaakt;
Dupliceren van cellen; naam
Mitose
Fasen celdeling (5)
profase
metafase
anafase
telofase
cytokinese
celdeling fase: Profase. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;
Fase 1
chromatine condenseert tot zichtbare chromosomen
spoelfiguur vormt zich
kernmembraam begint af te breken
celdeling fase: Metafase. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;
Fase 2
Chromosomen lijnen op ih midden vd cel (equatoriale vlak)
spoeldraden hechten zich aan de centromeren
celdeling fase: Anafase. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;
Fase 3
Zusterchromatiden worden van elkaar getrokken naar tegenoverliggende polen vd cel
celdeling fase: Telofase. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;
Fase 4
chromatiden (nu weer chromosomen) bereiken de polen
kernmembraam vormt zich opnieuw
chromosomen condenseren terug naar chromatine
celdeling fase: Cytokinese. Welke fase van 5 en wat gebeurt er;
Fase 5
Cytoplasma deelt zich, waardoor er 2 genetisch identieke (dochter)cellen ontstaan
Weefsels; 4 hoofdtypen
Epitheelweefsel
bindweefsel
spierweefsel
zenuwweefsel
Epitheel weefsel; waar bevindt het zich
huid (opperhuid of epidermis)
bekleding mond, neus en luchtwegen
bekleding maag en darmen
binnenkant blaas en urinewegen
klieren zoals speeksel en zweetklieren
Epitheel weefsel; functies (afhankelijk van type en locatie)
bescherming (tegen beschadiging, uitdroging en binnendringende ziekteverwekkers etc)
opname v voedingsstoffen
secretie v slijm, zweetm hormonen
transport (bijv trilhaartjes luchtwegen)
zintuigelijke functie (bijv reukepitheel)
Epitheel weefsel; soorten (4)
Plaveiselepitheel (bloedvaten, longblaasjes)
kubisch epitheel (blokvormig bijv in klieren)
cilindrisch epitheel (langwerpig bijv in de darmen)
meerlagig/enkelvoudig (afh van aantal cellagen)
Bindweefsel; bestaat uit (3)
cellen
vezels (bijv collageen en elastine)
tussenstof (de matrix)
Bindweefsel functies (5)
verbinden spieren met botten (pezen)
verbinden botten onderling (gewrichtsbanden/ligamenten)
ondersteunt organen (vb omhulsel rond nieren en lever)
opslag energie (vet; vetweefsel is een vorm van bindweefsel)
speelt rol in afweer (bevat afweercellen)
voorbeelden van Bindweefsel ih lichaam
pezen
gewrichtsbanden
losmazig bindweefsel (rondom bloedvaten en organen)
botweefsel (=steunweefsel)
Steunweefsel is een vorm van …weefsel
Bindweefsel
Vormen/voorbeelden van Steunweefsel (3)
kraakbeen (oorschelpen, neusbeen, tussen gewrichten)
bot
tandweefsel
Spierweefsel, soorten (3) en hun werking/eigenschappen
willekeurig/dwarsgestreept spierweefsel; skeletspieren; kunnen bewust worden aangestuurd
onwillekeurig/glad spierweefsel; spieren in de organen zoals maag, darmen, blaas; werken automatisch, dus kunnen niet door de hersenen worden aangestuurd
hartspierweefsel; is dwarsgestreept maar willekeurig, dus kan niet door de hersenen worden aangestuurd
Zenuwstelsel - onderdelen (2)
Centraal zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg)
Perifeer zenuwstelsel (zenuwen in het lichaam)
Zenuwweefsel - functie
zorgt voor communicatie in het lichaam; verwerkt informatie uit de omgeving en het lichaam zelf en stuurt signalen naar spieren, klieren en organen. Uitgesplitst:
ontvangen van prikkels van de zintuigen
verwerken van info van hersenen en ruggenmerg
aansturen van spierbewegingen (bijv kopen, bijten, knijpen etc)
reguleren van onbewuste processen zoals hartslag, ademhaling en spijsvertering
snel reageren op gevaar (reflexen)
(Belangrijke) celtypen in zenuwweefsel (2)
Neuronen (zenuwcellen)
Gliacellen (steuncellen)
Neuronen - onderdelen (4) met hun functie
cellichaam (soma); bevat kern en celorganellen
Dendrieten; korte uitlopers die informatie ontvangen
Axon; lange uitlopers die signalen doorgeven naar andere cellen
(sommige axonen zijn omgeven door een) myelineschede (vetachtige laag) die de geleiding versnelt
Gliacellen - functie en belangrijke typen (4)
Zenuwweefsel; ondersteunt en beschermt neuronen
Typen:
Astrocyten - zorgen voor voeding en bescherming
Oligodendrocyten - vormen myeline in het CZS
Schwann cellen - vormen myeline in het PZS
Microgliacellen - ruimen afval op en bestrijden infecties
Lichaamsvloeistoffen - soorten (10)
bloed
lymfe
speeksel
maag- en darmsappen
urine
zweet
traanvoccht
slijm
synoviaalvocht
cerebrospinaal vocht
Bloed - functie en bestanddelen (4)
Functie: vervoer van stoffen
Bestanddelen: rode en witte bloedcellen, bloedplaatjes, bloedplasma
Lymfe - functie en bestanddelen (4)
Functie: afvoer van afvalstoffen en overtollig vocht
Bestanddelen: lymfocieten (witte bloedcellen), water, eiwitten en vetten
Speeksel - functie en bestanddelen (4)
Functie: maakt voedsel nat, start de vertering, beschermt het gebit
Bestanddelen: water, enzymen (vb amylase), slijm, antistoffen
Maag- en darmsappen - functie en bestanddelen (4)
Functie: verteren van voedsel
Bestanddelen: zouten, enzymen, maagzuur (HCI), slijm
Urine - functie en bestanddelen (4)
Functie: uitscheiden afvalstoffen
Bestanddelen: water, ureum, zouten, creatine
Zweet - functie (2) en bestanddelen (3)
Functie: reguleert lichaamstemperatuur, voert zouten af
Bestanddelen: water, zouten (voorn natrium), ureum
Traanvocht - functie (2) en bestanddelen (4)
Functie: beschermen en bevochtigen vd ogen
Bestanddelen: water, zout, enzymen, antistoffen
Slijm - functie en bestanddelen
Functie: beschermt en bevochtigt slijmvliezen in de neus, longen, darmen etc
Bestanddelen: water, slijmstoffen (mucinen), enzymen, afweercellen
Synoviaalvocht - functie en bestanddelen
Functie: smeert en beschermt gewrichten
Bestanddelen: hyaluronzuur, eiwitten, water
Cerebrospinaal vocht - functie (2) en bestanddelen (4)
Functie: beschermt hersenen en ruggenmerg tegen schokken en voert afvalstoffen af
Bestanddelen: water, zouten, glucose, weinig eiwitten
Weefselherstel - wanneer (4)
Bij:
verwonging
na operatie
ontsteking
slijtage
Weefselherstel - fases (3)
inflammatiefase
Proliferatiefase
Remodelleringsfase
Inflammatiefase bij weefselherstel - duur, wat er gebeurt (3) en kenmerken (4)
Duur: 0-3 dagen;
Wat er gebeurt:
bloedvaten vernauwen zich en daarna verwijden ze zich;
ontstekingscellen komen naar de juiste plek.
Witte bloedcellen (neutrofielen en macrofagen) ruimen bacterien en dode cellen op.
Kenmerken: roodheid, warmte, zwelling, pijn
Proliferatiefase bij weefselherstel - duur, wat er gebeurt (4)
Duur: dag 3- 2 a 3 weken
wat er gebeurt:
nieuwe bloedvaatjes groeien in het beschadigde gebied
fibroblasen maken collageen aan (basis van nieuw bindweefsel)
epitheelcellen groeien over het wondoppervlak vd huid heen
er ontstaat granulatieweefsel; tijdelijk weefsel met veel cellen en bloedvaatjes
Remodelleringsfase bij weefselherstel - duur, wat er gebeurt (4)
Duur: weken tot soms jaren
Wat er gebeurt:
overtollig weefsel wordt afgebroken
collageenweefsels worden sterker en beter georganiseerd
bij huid: littekenweefsel neemt af
bij andere weefsels: functie wordt deels hersteld (maar zelden volledig)
vormen van (weefsel)herstel (2)
regeneratie; oorspronkelijke weefselstructuur keert terug
littekengenezing (vervanging door bindweefsel, bijv bij diepe of ernstige schade)