Sociale H6

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/13

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:49 PM on 8/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

14 Terms

1
New cards

cognitieve dissonantie

  • consonante gedachten

  • 3 manieren om ciognitieve dissonantie te verminderen

inconsistentie tussen 2 gedachten → wijkt af van zelfbeeld

  • ‘het valt wel mee’

  • 3 manieren:

    • 1. gedrag veranderen

    • 2. rechtvaardigen door 1 vd 2 cognities te veranderen

    • 3. rechtvaardigen door cognitie toe te voegen

=> gedrag veranderen OF gedachte veranderen OF extra rechtvaardiging toevoegen.

2
New cards

Zelfbevestiging

focussen op goede eigenschappen van jezelf om de aandacht af te leiden van iets slechts dat je hebt gedaan

3
New cards

Impact bias

overschatting van duur en impact van negatieve emoties vb. klaar met relatie → je denkt: "Ik ga hier maandenlang kapot van zijn." maar voel je sneller beter

4
New cards

cognitieve dissonantie - beslissingen

Na een belangrijke beslissing kan cognitieve dissonantie ontstaan.
Je hebt iets gekozen dat goede kanten heeft, maar ook iets afgewezen dat óók goede kanten heeft.
Om de dissonantie te verminderen, ga je de gekozen optie aantrekkelijker en de afgewezen optie minder aantrekkelijk vinden.
Bijvoorbeeld: “Mijn jas is eigenlijk veel mooier, die andere was toch niet zo speciaal.”

5
New cards

Lowballing (verkoopstechniek)

= eerst iemand laten akkoord gaan met een aantrekkelijke lage prijs en daarna de voorwaarden/prijs verslechteren.

Voorbeeld: "Deze auto kost €15.000."
→ Je zegt ja.
→ Daarna: "De korting geldt eigenlijk niet meer, dus het wordt €17.000."

Omdat je je beslissing al hebt genomen, ben je meer geneigd om toch door te gaan. => het gevoel geven dat iemands beslissing onherroepelijk is

6
New cards
  • Voet-tussen-de-deur

  • Deur-in-het-gezicht

  • Voet-tussen-de-deur Eerst een klein verzoek → daarna een groter verzoek. Voorbeeld: "Wil je een kleine flyer ophangen?" → Je zegt ja. → Later: "Wil je nu ook een groot reclamebord in je tuin?" → Je bent eerder geneigd ja te zeggen.

  • Deur-in-het-gezicht Eerst een heel groot verzoek → je zegt nee → daarna een kleiner verzoek. Voorbeeld: "Wil je €100 doneren?" → "Nee." → "Oké, wil je dan €10 doneren?" → Dat kleinere verzoek lijkt nu veel redelijker.

7
New cards
  • Zelfrechtvaardiging

  • Rechtvaardiging van inspanning

  • = manieren zoeken om jezelf ervan te overtuigen dat je gedrag of keuze logisch/juist was.

  • hoe harder iemand aan iets heeft gewerkt, hoe aantrekkelijker het voor deze wordt

8
New cards

Contra-attitudinale pleitbezorging

= is het proces waarbij mensen ertoe worden aangezet om publiekelijk een houding te verkondigen die tegen hun eigen houding ingaat

=> je hebt een eerste mening→ daarna moet je een tweede gedachte/mening waar je tegen bent publiekelijk zeggen → er onstaat een dissonantie tussen mening 1 en 2 → om dissonantie te verminderen begin je te denken dat 2e gedachte ‘niet zo slecht is’

=> spanning verminderen tussen dissonanties door je eigen attitude te veranderen.

→ vb.Je vindt een experiment saai. → Maar iemand vraagt je: "Vertel iedereen dat het experiment geweldig was." → Je doet dat. → Daarna kan je denken: "Misschien was het eigenlijk toch niet zo slecht." → Waarom? Omdat er dissonantie ontstaat: "Ik vind het saai"
vs. "Ik heb gezegd dat het geweldig was."

9
New cards
  • interne rechtvaardiging

  • externe rechtvaardiging

  • je verandert iets in jezelf

  • reden buiten mij vb. beloning

10
New cards

Ben Franklin-effect

We kunnen iemand aardiger gaan vinden nadat WIJ iets aardigs voor die persoon hebben gedaan.

→ Voorbeeld: Je vindt iemand eigenlijk niet leuk. Maar je helpt die persoon met zijn taak. → Daarna denk je: "Eigenlijk is die persoon best oké." → Waarom? → Je gedrag: "Ik heb hem geholpen." past niet goed bij: "Ik vind hem niet leuk." → Dus je vermindert de dissonantie door te denken: "Misschien vind ik hem toch wel aardig."

11
New cards

Waarom gaan we soms onze slachtoffers haten?

Als je iemand schade hebt berokkend, ontstaat:

"Ik ben een goed persoon”
"Ik heb deze persoon kwaad gedaan."

=> Dat veroorzaakt dissonantie.

Een manier om die spanning te verminderen is: het slachtoffer kleiner maken, de schuld geven of ontmenselijken.

→ Dan kan iemand denken: "Hij verdiende het toch."

→ Zo lijkt je eigen gedrag minder slecht.

Dit kan gevaarlijk worden omdat het verdere agressie of geweld kan rechtvaardigen.

12
New cards

Harde en lichte straf

Een harde straf zorgt er vooral voor dat je gedrag stopt omdat je bang bent om gestraft te worden.
Een lichte straf is niet genoeg om je gedrag volledig te verklaren, waardoor je zelf een reden gaat zoeken.

  • Bij een harde straf: “Als je het doet, krijg je een week geen tablet!” → Het kind doet het niet omdat het bang is voor de straf.

  • Bij een lichte straf: “Je mag daar niet mee spelen.” → Het kind denkt: “Waarom eigenlijk niet? Misschien is het gewoon niet goed om spullen van anderen te nemen.” => Het kind gaat zelf geloven dat het gedrag verkeerd is. Dat noemen we interne rechtvaardiging → de verandering in houding kan daardoor blijven bestaan, zelfs wanneer de straf niet meer aanwezig is.

13
New cards

Hypocrisie

je zegt dat anderen iets moeten doen, terwijl je het zelf niet doet.

14
New cards

Zelfbevestiging

Zelfevaluatie

Zelfverificatie

Zelfbevestiging → “Ik wil mezelf als een goed/waardevol persoon zien.”

Je zoekt manieren om je positieve zelfbeeld te bevestigen.
Voorbeeld: “Ik ben misschien slecht in wiskunde, maar ik ben wel een goede student in psychologie.”

📊 Zelfevaluatie → “Hoe goed ben ik eigenlijk?”

Je vergelijkt jezelf met anderen om te weten hoe goed je presteert.
Voorbeeld: “Mijn vriendin haalt hogere cijfers voor psychologie. Ben ik dan eigenlijk minder goed?”

🔄 Zelfverificatie → “Ik wil dat anderen mij zien zoals ik mezelf zie.”

Dat kan zelfs een negatief zelfbeeld zijn.
Voorbeeld: “Ik zie mezelf als verlegen. Als iemand zegt dat ik super sociaal ben, voelt dat niet helemaal juist.”