1/20
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Web 1.0
individuen/bedrijven → bij internet abonnement → webruimte voor eigen website → zelf schrijven in html
grotere bedrijven → hosten eigen webservers → website publiek maken
niet veel eigen website → meeste individuen = readers
gedistribueerd systeem om bestanden te delen
content creator = eigenaar data

Web 2.0
platformen → mogelijkheid voor iedereen om content te maken/delen
bv.: YT, FB, twitter, …
nadelen centralisatie:
bedrijven: race naar meer en meer dataverzameling → ‘winner takes it all’ systeem ontstaan → ethiek dataverzameling niet meer prioriteit
personen: gast op platformen → medezeggenschap over data verloren
content creators: weinig impact platform policies en enforcement
gebruikers verliezen agency → databeheer in handen van bedrijven
gecentraliseerd systeem
wikipedia → tussen beide → iedereen kan content plaatsen + wordt gecontroleerd

Tijdperk web 3.0
web 3.0 = volgende generatie gedistribueerd internet → meer gepersonaliseerde + interactieve ervaringen centraal + gebruikers meer controle over persoonlijke data/privacy
kenmerken:
gedecentraliseerde data opslag en verwerking
meer privacy en security
geen centrale controle eenheid
AI zorgt voor → individuele + gepersonaliseerde ervaringen
internet-of-things
…
Gedistribueerd systemen: algemeen
= verzameling onafhankelijke computers die voor gebruiker als 1 samenhangende systeem lijkt
systeem → hardware + software geïnstalleerd op geografische verspreide computers → kunnen acties coördineren + samenwerken door berichten door te geven tussen elkaar
verwerking + opslag → verspreid over nodes + servers
systeem → centraal of gedecentraliseerd beheerd
focus op ‘waar’:
verschillende locaties
resistent tegen uitval
gedistribueerde systemen → gedistribueerde ledger-technologie → blockchain → crypto munten → bitcoin

Gedistribueerde systemen: voordelen
geen ‘single point of failure’ → resistent tegen uitval
peer-2-peer netwerken = geheel/gedeeltelijke gedistribueerde netwerken waarbij 2 of meer computers verbonden zijn + middelen delen zonder via afzonderlijke computer te gaan
bv.: gaming toernooien
Gedistribueerde systemen: Napster
oorspronkelijk → gelanceerd als bestand deelservice
eerste → peer-2-peer-muziek deelservice
momenteel → online muziekdienst
concurrerend met Deezer en Spotify

Gedistribueerde systemen: Tor
= the onion router
= open netwerk voor anonieme communicatie
gebaseerd op → techniek onion routing
werkwijze: inloggen via browser → connecties maken → hoppen
doel: doen alsof je ergens anders bent + dingen omzeilen
bv.: in landen met internet censuur, geblokkeerde websites

Gecentraliseerde en decentrale systemen
wie controleert data + hoe worden beslissingen genomen
gecentraliseerd:
voordelen:
beheer eenvoudig
snel, eenvoudig aanpassen
nadelen:
single point of failure
vertrouwen in beheerder
kwetsbaar voor censuur/cyberaanvallen
gedecentraliseerd:
voordelen:
geen single point of failure
geen vertrouwen in 1 persoon → overeenstemming over transacties via systemen
bestendig tegen censuur
nadelen:
complex, traag aanpassen → consensus nodig
moeilijk corrigeren
Overzicht: gecentraliseerde, gedecentraliseerde, gedistribueerde, niet-distribueerde en gedistribueerde grootboek systeem

Gedistribueerde grootboek-technologie of ledger-technologie
= DLT
= overkoepelende term voor meerpartijensystemen die werken in omgeving zonder centrale beheerder/autoriteit + conflictueuze milieu
conflictueuze milieu = risico’s aanwezige partijen beperken die onbetrouwbaar/malafide kunnen zijn
grootboek/ledger:
houdt alle geverifieerde transacties bij in gemeenschappelijk boek
transactiegeschiedenis van netwerk dat consensus mogelijk maakt
transactie = voorgesteld wijziging in algemene grootboek
hoeft geen economisch karakter (= waardeoverdracht) te hebben
Blockchain: algemeen
= publiek grootboek van transacties die kunnen worden uitgezonden naar gehele netwerk + worden beheerd door netwerk gedecentraliseerde computers met blockchain-software
onderdeel van DLT
meest populaire DLT
bevat specifieke gegevensstructuur → bestaand uit keten van door controlegetallen gekoppelde gegevensblokken
controlegetallen = hash
mogelijkheid → bestaande instellingen bv.: banken, makelaars → te verlaten in richting van gedecentraliseerde vertrouwensinstellingen
werkwijze: transacties voorgesteld → block gemaakt dat transactie voorstelt → gestuurd naar alle nodes van netwerk → nodes keuren het goed → nodes ontvangen prijs → block toegevoegd aan blockchain → transactie gelukt
Blockchain: meer dan cryptocurrencies
records bijhouden van:
digitaal geld
officiële persoonlijke documenten
handelsdocumenten
auteursrechten
vastgoed
andere toepassingen:
verzekeringen
supply chain
leveringen
gezondheidsrecords
muziek
paspoorten
diploma’s
…
Blockchain: stellar aud assist
blockchain gebaseerde toepassing
gebruikt door → UNHCR (UN refugee agency)
doel → hulp bieden aan mensen in nood
hoe → via toekennen digitale munten (USD coin) die vluchtelingen in digitale wallet ontvangen
Cryptomunten: algemeen
= cryptovaluta = cryptocurrency
= digitale/virtuele valuta die obv cryptografie worden beveiligd
cryptografie = discipline schrijven bericht in cijfertekst, meestal door vertaling gewone tekst volgens sleuteltekst, doel om geheim te beschermen tegen aanvallers/tegenstanders/vijanden
kenmerken:
geen centrale autoriteit
nodes netwerk zorgen voor beheer netwerk
draaien op blockchain of andere DLT
Cryptomunten: bitcoin
= BTC
cryptomunt + mondiaal betaalmiddel
eerste gedecentraliseerde digitale munt die werkt zonder centrale bank/beheerder
netwerk → peer-2-peer
transacties → gebeuren tussen gebruikers onderling → geen tussenpersoon
niet traceerbaar → telefoon wel
Proof-of-work algoritme
= consensus mechanisme
= protocol gebruikt door bv.: Bitcoin voor intensieve vorm berekeningen die moeten worden uitgevoerd om nieuwe groep van zonder vertrouwen transacties aan te maken op blockchain
intensieve vorm berekeningen → minen
transacties op blockchain → blokken creëren
minen is noodzakelijk → 2 redenen:
verifiëren legitimiteit transacties
nieuwe digitale cryptovaluta aanmaken door belonen miners voor uitvoeren van reden 1
Proof-of-work vs proof-of-stake
= protocol gebruikt door bv.: Ethereum voor intensieve vorm berekeningen die moeten worden uitgevoerd om nieuwe groep van zonder vertrouwen transacties aan te maken op blockchain
intensieve vorm berekeningen → minen
transacties op blockchain → blokken creëren
Ethereum → van proof-to-work naar proof-to-stake
waarom → energie efficiëntere manier om te minen
Smart contracts
= zelf-uitvoerende contracten
kenmerken:
contracten omgevormd tot computercode
opgeslagen + vermenigvuldigd in systeem
toezicht bijgehouden vanuit blockchain
contract niet aanpasbaar
automatiseert overdrachten → geen tussenpersoon nodig
dApps
= digitale applicaties of programma’s die op gedecentraliseerd network draaien → niet op individuele server/computer
autonoom handelen via zelf-uitvoerende contracten
lopen op → gedecentraliseerde computers, blockchain, ..
PulseChain
gedecentraliseerd muziek platform
voordelen:
meer transparantie
efficient beheer
verdeling inkomsten → automatisch via smart contracts
mogelijkheid rechtstreeks betalen
meer veiligheid
nadelen:
adoptie
wettelijk kader
complex
schaalbaarheid
tussenpersoon → weggenomen
Non-fungible tokens
= NFT
= digitale, niet-inwisselbare eigendomsbewijzen van virtuele goederen die opgeslagen worden op blockchain / gekoppeld worden via zelf-uitvoerend contract
iemand is eigenaar
iedereen mag het gebruiken
bv.: Mona Lisa