1/99
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
proletarii
degene die zo weinig bezaten in het oude Rome dat zij van belastingen vrijgesteld waren. Zij bezaten alleen maar hun proles, hun kinderen
centuria
een vermogensklasse in het Oude Rome. De indeling van de burgerij in vermogensklasse gebeurde voor het eerst onder Servius Tullius, maar werd pas volmaakt in de loop van de Romeinse Republiek, late 5e en 4e eeuw v.C
equites
de ruiterij in de 'Serviaanse' indeling van de Romeinse populus. Zij behoorden tot Vermogensklasse I
tribus
district in de Romeinse Koningstijd. Onder Servius Tullius kwam er een nieuwe tribus-indeling van Rome in 4 stad, 6 platteland
secessio plebis
informele uitoefening van de plejebers in het oude Rome in 494 v.C, vergelijkbaar met een staking. Tijdens een secessio plebis verlaat het plebs massaal de stad en de patriciërs. Dit was een effectieve strategie omdat de plebejische burgers het grootste deel van het volk uitmaakten en het grootste deel van het voedsel produceerden
concilium plebis
de officiële vergadering van de Romeinse plebejers die werd opgericht door de secessio plebis van 494 v.C in Rome
tribuni plebis
volkstribunen; een belangrijke ambt in de Romeinse Republiek. De belangrijkste functie van deze volkstribunen was het behartigen van de belangen van de plebejers tegenover het patriciaat. Na de secessio plebis van 494 v.C werden er 10 verkozen die onschendbaar waren. Deze 10 werden jaarlijks verkozen
sacrosanct
onschendbaar; de tribuni plebis waren in de uitoefening van hun ambt alleen maar beperkt door de mogelijk interventie van een collega en genoten dus van een status van onschendbaarheid
auxilium
hulp; 1 van de taken van de volkstribunen in de Romeinse Republiek was hulp bieden aan plebejers
intercessio
veto over besluiten andere magistraten. De 10 volkstribunen die opgericht werden in na de secessio plebis van 494 v.C hadden veto over de besluiten van andere magistraten. Alleen tegenover de dictator en de censores hadden zij geen vetorecht. Zij mochten dus hun veto uitspreken tegen ieder besluit van volksvergadering en senaat, en tegen iedere ambtelijke maatregel, zelfs van de consuls
lex canuleia
het verbod op huwelijken tussen patriciërs en plebejers werd opgeheven in 445 v.C in de eerste fase van de Standenstrijd
tribuni militum consulari potestate
in een vroege periode van de Romeinse Republiek (tussen 444 en 367 v.Chr.) buitengewone hoge magistraten die konden worden aangesteld als staatshoofden in de plaats van consules.
quaestor
een gekozen publieke tegenwoordiger, die toezicht hield over de schatkist en financiën van de Romeinse Republiek, alsook over het leger en de officieren. De ambt dateert uit de koningstijd in Rome en werd in 420 v.C opengesteld voor plebejers. Jaarlijks werden er 10 verkozen (sinds 197 v.C, later veel meer)
consul
de hoogste magistraat in het Romeinse Rijk. Er worden jaarlijks 2 verkozen en zij krijgen ook imperium. Zij hadden de hoogste autoriteit op civiel en militair vlak
ager publicus
staatsdomein; Nieuw veroverd land werd in 376 - 367 v.C ager publicus. Grootgrondbezitters mochten alleen maar het omgeschreven wettelijke maximum innemen en de rest was ter beschikking van arme plebejers via pacht of verdeling
assignatio viritana
De individuele verdeling van staatsgrond (ager publicus) onder arme Romeinse burgers. In tegenstelling tot de stichting van een kolonie, werd bij deze praktijk land aan individuele personen toegewezen om hun sociaaleconomische positie te verbeteren en de schuldenlast te verlichten.
praetor
een belangrijke magistraat in het Romeinse Koninkrijk en de Romeinse Republiek. Ze werden in 367 v.C opgericht en waren belast met rechtspraak en kon militair bevel voeren. Er werden jaarlijks 6 verkozen en zij hadden ook imperium. Zij gingen over juridische zaken/legercommandant
aediles plebis
in 494 v.C ingesteld, waren de oudste plebejische ambtenaar van de Romeinse Republiek. De twee aediles plebis stonden in voor de tempel en het bijhorend archief van het plebs.
aediles curules
de tegenhangers van de aediles plebis die ingesteld werden in 367 v.C. De twee aediles curules hielden zich bezig met het organiseren van publieke festiviteiten in Rome
nobilitas
"bekenden"; ten tijde van 367/6 v.C - 287 v.C kwam er een geleidelijke vorming van een gemengde patricisch- plebejische elite. Deze groep leverde steeds de consuls en waren een OudRomeinse politieke klasse. Deze ontstond omdat magistraturen ook open kwamen te staan voor rijke plebejers in 367 v.C. Door dat de nobiles veel clientelas hadden, beheersten zij ook de volksvergaderingen en hadden zij in feite de touwtjes in handen
lex Poetilia
de formele afschaffing van schuldslavernij in 326 v.C
nexum
de schuldslavernij in Oud-Rome
lex Valeria
de verbetering van persoonlijke rechtsbescherming in 300 v.C Rome. De door magistraten ter dood veroordeelden konden nu beroep doen op de populus
provocatio ad populum
beroep op het volk; een recht van de Romeinse burgers tegen doodstraf of geseling die uitgesproken werd door magistraten
lex Hortensia
de plebiscieten krijgen kracht van wet voor de hele bevolking waardoor het concilium plebis het comitia tributa werd
plebisciet
in het Romeinse recht was een plebisciet een wet, uitgevaard door het concilium plebis. De wetten waren aanvankelijk enkel bestemd voor plebejers, maar kregen met de lex Hortensia in 287 v.C kracht van wet voor de hele bevolking
comitia tributa
door de lex Hortensia van 287 v.C werden de plebiscieten met wetten gelijkgesteld en werden ze bindend voor de gehele bevolking. Sindsdien werden het concilium plebis gewoonlijk comitia tributa genoemd waar er gestemd werd per district, per tribus
foedus Cassianum
het eeuwigdurend bondgenootschap dat in 493 v.C tussen Romeinen en Latijnen werd gesloten
ager Romanus
land dat tot gebied van de Romeinse staat behoorde
sine suffragio
beperkte rechten; na de overwinning van de Latijnse Oorlog (341 - 338 v.C) van Rome kregen sommige Lattijnse steden beperkte rechten
socii
bondgenoten; na de overwinning van de Latijnse Oorlog (341 - 338 v.C) van Rome werden sommige Latijnse steden bondgenoten van Rome
comitia curia
in Romeinse Republiek nog louter ceremonieel/religieus volksvergadering waarin ze stemmen per curia (oude districtsindeling uit de Koningstijd)
comitia tributa populi
de eerste vorm van de comitia tributa. Hierin zit de hele populus waarvan de voorzitter een consul of praetor is. Zij kiezen de aediles curules & de quaestors. Zij maken alle wetgeving en was aanvankelijk een rechtbank voor ernstige delicten
comita tributa plebis (ook wel concilium plebis)
de tweede vorm van de comitia tributa. Hierin worden alle plebejers vertegenwoordigd. De voorzitter is een volkstribuun of plebejische aediel. Ze verkiezen volkstribunen en plebejische aediles. Zij stellen wetgeving op op voorstel van de volkstribunen. Daarnaast gaan ze ook over rechtzaken waarbij tribunen betrokken zijn imperium in het oude Rome de term die men gebruikt om de formeel toegekende militaire (en politieke) macht mee aan te duiden. In brede zin betekent het elk militaire opperbevel dat aan een bevelhebber werd gegeven. Het militair opperbevel werd ook toegekend aan consuls, praetor
aedilis
een politieke ambt in de Romeinse Republiek. Zijn werktterein was de stad Rome, waar hij als een soort burgemeester optrad. Zo waren ze verantwoordelijk voor het onderhoud van openbare gebouwen en het organiseren van grote publieke feesten. Jaarlijks werden er 4 verkozen waarvan er 2 curules waren en 2 plebejisch. Zij gingen over de markten, wegen, voedselvoorziening, spelen & archieven
dictator
een alleenheerser die in noodgevallen benoemd werd door een consul op verzoek van de Senaat. Zij mochten maar maximum 6 maanden alleenheerser zijn
censor
in de Romeinse Republiek een ambtenaar die om de 5 jaar verkozen werd om de volkstelling te houden. Er werden 2 gekozen. Zij gingen over de volkstelling, controle over het 'moreel gehalte' van de samenleving en de aanbesteding aan openbare werken
Senaat
in de Romeinse Republiek een raad van ex-magistraten (30+). Er werden eerst 300 verkozen, later 600 leden. Zij adviseren magistraten. Ze waren ook zeer invloedrijk en ontvangen en sturen ambassadeurs. Ze maken ook financiële beslissingen over campagnes
dignitas
prestige; een van de deugden die door de Romeinse Republiek. Ex censors en consuls genoten van deze deugde.
auctoritas
waardigheid; een Romeins waardebegrip dat in de politiek van de Romeinse Republiek een beduidende rol spelen. Ex-censors en consuls genoten van deze waardigheid
latifundia
grootschalig grondbezit in de Romeinse Republiek die bewerkt werd door krijgsgevangenen als slaven
populares
1 van de kampen van de elites die werden verdeeld door Tiberius Gracchus' optreden. Dit waren degenen die in de 2e en 1e eeuw v.C ingrijpende politieke hervormingen aanstuurden
optimates
1 van de kampen van de elites die werden verdeeld door Tiberius Gracchus' optreden. Dit waren de tegenhangers van de populares. Zij wilden dat er meer macht naar de senaat ging en minder naar volksvergaderingen en volkstribunen
provincia
dit betekende aanvankelijk taakomschrijving magirstraat, maar geleidelijk aan krijg dit een territoriale bijbetekenis 'bezettingszone'
propraetores
gouveneurs; ex-magistraten die vanaf 197 v.C in de Romeinse Republiek de nieuwe provincies bestuurden
proconsules
gouveneurs; ex-magistraten die later samen met de propraetores de nieuwe provincies van het Romeinse Republiek bestuurde
societates
belastingen die geïnd werden door private maatschappijen in de Romeinse Republiek
publicanus
pachters van staatsinkomsten in de provinciën bij de oude Romeinen, meestal behoorende tot de ridderstand
legati
een gezant van de Romeinse of vreemde staat. Pompeius voert via een gezant bestuur in Spanje nadat hij dit krijgt in 56 v.C
triumvir
een college van drie personen waarvan een lid een triumvir genoemd wordt. Augustus had hier onder meer de bevoegdheid tot censor
pater patriae
'Vader des Vaderlands'; een Romeinse eretitel bij grote uitzondering toegekend door de Senaat aan mensen die zich bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt voor de Romeinse Staat. Augustus kreeg in 2 v.C deze titel toegewezen
legati Augusti pro praetore
in het Principiaat (31 v.C - ca. 284 n.C) gezanten van Augustus met de bevoegdheid van praetor princeps een gebruikelijke benaming voor de Romeinse keizer in de eerste eeuwen van het Romeinse keizerrijk, tijdens het Principiaat. Daarmee werd aangeduid dat de keizer eigenlijk de eerste burger was van Rome, dat formeel nog altijd een republiek was
tribunicia potetas
bevoegdheid van volkstribuun, niet ambt zelf. Augustus kreeg deze bevoegdheid na 23 v.C. Dit gaf Augustus de mogelijkheid tot het initiëren van wetgeving, vetorecht tegenover magistraten en Senaat, sancrosanctitas, en in praktijk kon hij de Senaat en de comitia tributa plebis bijeenroepen
imperium proconsulare maius
Augustus was na het afleggen van consulschap automatisch proconsul over 'zijn' provinciën. Het 'Maius'-aspect gaf hem ook autoriteit in senatoriale provincies. Zijn proconsulair imperium was immer groter dan dat van de proconsuls daar
imperator
een eretitel die verleend werd door de legionairs die hun aanvoerder, die een imperium bezat, na een overwinning in een veldslag of tijdens die triomftocht konden uitroepen. Augustus had deze titel aan zijn naam toegevoegd en opvolgers namen deze titulatuur over
caesar
keizer
Pontifex maximus
de belangrijkste priester van de Romeinse godsdienst. Augustus was dit voor het leven vanaf 12 v.C
vigiles
brandweercorps bestaande uit burgerwachten die onder leiding stonden van een praefectus vigilum
praefectus vigilum
een van de 3 praefectie die door keizer Augustus benoemd zijn, met de bevoegdheid in de stad Rome als commandant van de brandweerkorpsen
annona
de organisatie van voedselvoorziening in Rome ten tijde van keizer Augustus
praefectus annonae
een van de 3 praefectie die door keizer Augustus benoemd zijn, met de bevoegdheid toezicht te houden op de graanvoorraad in Rome en de prijzen vast te stellen waartegen het graan verkocht kon worden
cohortes urbanae
politiemacht die opgericht werd door keizer Augustus in Rome
praefectus urbi
stadscommandant; een van de 3 praefectie die door Augustus benoemd zijn
cohortes praetoriae
pretoriaanse garde; lijfwacht van de keizer dat opgericht is in Rome onder keizer Augustus
Praefectus praetorio
de aanvoerder van de pretoriaanse garde in Rome, onder het Principiaat en een hoge functionaris die aan het hoofd van een aantal provincies stond, de praefectura praetorio, in de late Oudheid
commendatio
tussenkomst van de keizer via aanbeveling
nominatio
tussenkomst van de keizer via nominatie
adlectio
tussenkomst van de keizer via de concessie aan een burger
novi homines
een mand die als eerste in zijn familie de Romeinse Senaat diende
apotheosis
vergoddelijking van een keizer in het Principiaat na zijn dood. De Senaat besliste hier na de dood van een keizer over
damnatio memoriae
vervloeking van de nagedachtenis van een keizer na zijn dood. De Senaat besliste hierover na de dood van een keizer in het Principiaat
familia caesaris
stel slaven en vrijgelatenen die in dienst waren van de Romeinse keizer of onder zijn beschermheerschap stonden tijdens het Principiaat
ordo senatorius
republikeinse ambten, proconsulschappen, administratieve functies in het Principiaat
ordi equester
administratieve en militaire functies
ordo decurionum
lokale ambten, belastingsheffing & lokale jurisdictie
cursus publicus
postdienst, de infrastructuur van de vervoers- en postdienst in het Romeinse Rijk dat werd opgericht door Augustus
mansiones/mutationes
verblijf-en paardenwissel-plaatsen in het Romeinse Rijk
locatio conductio
De Romeins-rechtelijke overeenkomst van huur en verhuur
ordines
standenanalyse in het Romeinse Rijk
decurio
bevelhebber over tien man cavalerie in het Romeins leger
servi
slaven in het Romeinse Rijk
liberti
vrijgelatenen in het Romeinse Rijk
ingenui
vrijgeborenen
manumissio
het vrijlaten van slaven in het Romeinse Rijk
cives
Romeinse burgers in het Romeinse Rijk
peregrini
vrije burgers van een andere staat dan Rome. Zij waren van de Romeinse rechtsgemeenschap uitgesloten. De
Latini
vormden hierin een bijzonder categorie, want zij waren met de Romeinen op voet van gelijkheid verbonden geweest in Foedus aequum in 338 v.C
Constitutio Antoniniana
een edict, afgekondigd in 212 v.C dat alle vrije mannen in het rijk volledig burgerschap gaf en alle vrije vrouwen dezelfde rechten gaf als Romeinse vrouwen
collegia
'apolitieke' verenigingen in het Romeinse keizerrijk
ludi magister
in het Romeinse keizerrijk een onderwijzer die les gaf aan jongens van 7 tot 12 jaar
Fortuna
de Romeinse godin van het lot, zowel van het geluk als van het ongeluk
diocese
de bestuurslaag in het Romeinse Rijk tussen de pretoriaanse prefecturen en de provincies, ingevoerd door keizer Diocletianus vanaf 290. Aan het hoofd van een diocees stond een vicarius
vicarius
gouverneur van een diocese sinds 290 door invoering van keizer Diocletianus
prefectuur
de grootste bestuurlijke indeling van het Romeinse Rijk in de late oudheid (4e - 7e eeuw) die was opgedeeld in diocesen en provincies
duces
aparte groep van militaire commandanten die onafhankelijk functioneerde van het administratieve systeem
comitatus
leger in de Late Oudheid
limes
de aanduiding van de grens- en verdedigingszone van het Romeinse Rijk
aurum tironicum
rekrutengoud
curiales
(vroeger decurionen) collectief verantwoordelijk voor belastingsinning
limitanei
grensleger in de Late Oudheid