Vaarbewijs (1) Theorie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/80

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:27 AM on 9/7/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

81 Terms

1
New cards

Een vaarbewijs heb je nodig als je...

een boot wilt besturen tussen de 15 en 25 meter

of als je boot sneller dan 20 km/h kan

<p>een boot wilt besturen tussen de 15 en 25 meter</p><p>of als je boot sneller dan 20 km/h kan</p>
2
New cards

Wat is het maximaal toegestane alcoholpromillage?

0,5 promille

3
New cards

Waar mag je met vaarbewijs 1 varen?

Rivieren, kanalen en kleine meren

(ook internationaal geldig; ICC Inland Waters)

4
New cards

Waar mag je met vaarbewijs 2 varen?

Grotere wateren:

Ijselmeer

IJmeer

Markermeer

Oosterschelde

Westerschelde

Eems en Dollard

Waddenzee

<p>Grotere wateren:</p><p>Ijselmeer</p><p>IJmeer</p><p>Markermeer</p><p>Oosterschelde</p><p>Westerschelde</p><p>Eems en Dollard</p><p>Waddenzee</p>
5
New cards

Het is een groot schip wanneer het groter of gelijk is aan ... meter

20

(met uitzondering op:

visserschip

veerpont

duwboot

sleepboot)

6
New cards

Eisen snelle motorboten:

- Brandblusser

- Reddingsvest (voor iedere aanwezige)

- Dodemansknop, alleen bij buitenbesturing

- Registratiekenteken (afgegeven door RDW)

- Registratiebewijs (aan boord)

7
New cards

Verplichte uitrusting snelle motorboot

- Zeereling (max. 60 cm hoog)

- Antislip

- Afsluiters op huiddoorvoeren (moeten altijd dicht als je langer van boord gaat)

- Brugdek (voorkomt dat er water vanaf de kuip de kajuit in stroomt)

- Anker

- Vluchtluik (min. 50x50 cm)

- Toilet

- Puts (emmer aan een lijn)

8
New cards

Branddriehoek

Zuurstof, temperatuur, brandstof

<p>Zuurstof, temperatuur, brandstof</p>
9
New cards

Brandklasse A

Brand van vaste stoffen

Geschikte blusmiddelen:

Schuimblusser

Poederblusser

Blusdeken

10
New cards

Brandklasse B

Brand van vleibare stoffen

Geschikte blusmiddelen:

Schuimblusser

Poederblusser

CO2 blussers

11
New cards

Brandklasse C

Brand van gassen

Geschikte blusmiddelen:

Poederblusser

12
New cards

Brandklasse D

Brand van metaal

Geschikte blusmiddelen:

Poederblusser

13
New cards

Brandklasse F

Brand van olie en vetten

Geschikte blusmiddelen:

Schuimblusser

Vetblusser

Blusdeken

14
New cards

Eisen brandblussers

- Min. bluscapaciteit moet 2 kg zijn. Bij grotere schepen moet de capaciteit hoger zijn

- Moeten om de 2 jaar gekeurd worden

- Moeten een Rijkskeurmerk hebben en het type moet zijn goedgekeurd

15
New cards

Typen blussers

- Schuimblussers. HIermee kan je de meest voorkomende branden op een schip mee blussen

Voordelen: geschikt voor A- en B- branden

Nadelen: geleiden elektriciteit en kunnen bevriezen in de winter

- Poederblussers.

Voordelen: geschikt voor A-, B- en C- branden (en D- branden met aparte poeder). Niet vorstgevoelig.

Nadelen: veroorzaken schade aan (elektrische) aparatuur

- CO2-blussers. Verstikt het vuur met kooldioxide. Geschikt voor branden B- en C.

<p>- Schuimblussers. HIermee kan je de meest voorkomende branden op een schip mee blussen</p><p>Voordelen: geschikt voor A- en B- branden</p><p>Nadelen: geleiden elektriciteit en kunnen bevriezen in de winter</p><p>- Poederblussers.</p><p>Voordelen: geschikt voor A-, B- en C- branden (en D- branden met aparte poeder). Niet vorstgevoelig.</p><p>Nadelen: veroorzaken schade aan (elektrische) aparatuur</p><p>- CO2-blussers. Verstikt het vuur met kooldioxide. Geschikt voor branden B- en C.</p>
16
New cards

Motorcontrole voor vertrek

- olie- en brandstoflekkages

- voldoende brandstof

- is de wierpot niet verstopt

- brandstoffilters

- oliepeil

- spanning V-snaar

- Ventileer de motorruimte

17
New cards

Isobaren

Lijnen met punten van gelijke luchtdruk

18
New cards

MOB (Man Over Boord) procedure

1. Roep dat hij/zij moet gaan zwemmen/watertrappelen

2. Gooi iets drijvends

3. Markeer je positie

4. Blijf naar drenkeling kijken

5. Vaar terug

6. Zet motor uit

7. Haal drenkeling aan boord

8. Hou rekening met onderkoeling

19
New cards

Roerdruk

Ontstaat door stromend water langs het roerblad te laten gaan. Een roer heeft het nodig om te kunnen functioneren.

<p>Ontstaat door stromend water langs het roerblad te laten gaan. Een roer heeft het nodig om te kunnen functioneren.</p>
20
New cards

Helmstok

Houten stok voor de bediening van het roer.

<p>Houten stok voor de bediening van het roer.</p>
21
New cards

Dubbele schroef

Hierbij kun je de snelheid van schroeven afzonderlijk regelen. Bij dubbel schroefschepen draait de ene schroef rechtsom en de andere linksom.

22
New cards

Stuurboord

Rechts van een schip

23
New cards

Bakboord

Links van een schip

24
New cards

Boegschroef

Met deze schroef kan je de voorkant van de boot dwars op de vaarrichting naar stuurboord en bakboord bewegen, zonder dat de boot naar voren beweegt.

<p>Met deze schroef kan je de voorkant van de boot dwars op de vaarrichting naar stuurboord en bakboord bewegen, zonder dat de boot naar voren beweegt.</p>
25
New cards

Wieleffect (of schroefeffect)

Effect waarbij de achterkant van de boot een beetje naar links of rechts draait door de bootschroeven.

<p>Effect waarbij de achterkant van de boot een beetje naar links of rechts draait door de bootschroeven.</p>
26
New cards

Bij een rechtsdraaiende schroef kan je ______ de kortste cirkel maken.

linksom

27
New cards

Wanneer speelt het wieleffect geen rol?

- bij hogere snelheden

- boten met een dubbele schroef

- boten met een hekdrive of buitenboordmotor

28
New cards

NAP (Normaal Amsterdams Peil)

Het gemiddelde zeeniveau, waarmee de hoogte van het landschap wordt aangegeven.

(Een NAP-hoogte van 0 m is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau van de Noordzee)

<p>Het gemiddelde zeeniveau, waarmee de hoogte van het landschap wordt aangegeven.</p><p>(Een NAP-hoogte van 0 m is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau van de Noordzee)</p>
29
New cards

Blauwe peilschalen

Staan bij veel bruggen en sluizen om de werkelijke waterstand van dat moment ten opzichte van NAP.

<p>Staan bij veel bruggen en sluizen om de werkelijke waterstand van dat moment ten opzichte van NAP.</p>
30
New cards

Hoogteschalen

Staan bij sommige bruggen en sluizen, zijn per meter onderverdeeld in gele en zwarte blokken van 1 meter.

Op deze kan je gelijk de actuele brughoogte aflezen.

(Op de bijgevoegde foto is de waterstand 9,3. Hoe lager de waterstand, hoe groter de getallen, de doorvaarthoogte bij een brug is dan groter)

<p>Staan bij sommige bruggen en sluizen, zijn per meter onderverdeeld in gele en zwarte blokken van 1 meter.</p><p>Op deze kan je gelijk de actuele brughoogte aflezen.</p><p>(Op de bijgevoegde foto is de waterstand 9,3. Hoe lager de waterstand, hoe groter de getallen, de doorvaarthoogte bij een brug is dan groter)</p>
31
New cards

Het ______ is de normale gemiddelde waterstand op die plek. Bij rivieren wordt hiervoor vaak de term ______ gebruikt.

kanaalpeil (KP), stuwpeil (SP)

32
New cards

Op waterkaarten wordt de brughoogte en waterdiepte altijd gegeven in ______ ten opzichte van het ______.

decimeters (dm) ten opzichte van het KP.

(als bij een brug bijv. H25 staat, is de doorvaarthoogte bij een gemiddelde waterstand 2,5 meter

D37 betekent een diepte van 3,7 meter bij een gemiddelde waterstand)

<p>decimeters (dm) ten opzichte van het KP.</p><p>(als bij een brug bijv. H25 staat, is de doorvaarthoogte bij een gemiddelde waterstand 2,5 meter</p><p>D37 betekent een diepte van 3,7 meter bij een gemiddelde waterstand)</p>
33
New cards

(mogelijke) benodigde gegevens berekening werkelijke doorvaarthoogte of waterdiepte:

- NAP

- KP (of soms SP)

- Brughoogte

- waterdiepte

- werkelijke waterstand (op peilschaal)

- hoogte boot

- diepgang boot

<p>- NAP</p><p>- KP (of soms SP)</p><p>- Brughoogte</p><p>- waterdiepte</p><p>- werkelijke waterstand (op peilschaal)</p><p>- hoogte boot</p><p>- diepgang boot</p>
34
New cards

Hoe bereken je de werkelijke brughoogte?

1. maak een schets

2. brughoogte

3. kanaalpijl KP

4. verschil KP en NAP

5. waterstand op de peilschaal NAP

6. Verschil KP en actuele waterstand

7. werkelijke doorvaarthoogte brug

8. ruimte overhouden onder brug

<p>1. maak een schets</p><p>2. brughoogte</p><p>3. kanaalpijl KP</p><p>4. verschil KP en NAP</p><p>5. waterstand op de peilschaal NAP</p><p>6. Verschil KP en actuele waterstand</p><p>7. werkelijke doorvaarthoogte brug</p><p>8. ruimte overhouden onder brug</p>
35
New cards

Stel je wilt 2 dm onder de brug over houden, wat is dan de max. waterstand (NAP) die je mag aflezen op de peilschaal?

Op de kaart staat bij de brug aan gegeven H120. Je weet dat je schip 10 meter hoog is.

Het kanaalpeil (KP) op die plek is NAP -3.

15 dm NAP

hoogte brug - hoogte boot = 120 dm - 100 dm = 20 dm.

20 dm - 2 dm = 18 dm.

Het KP lag 3 dm onder NAP,

wat betekent dat de max. stand die je mag aflezen op het peilschaal NAP+15 is.

<p>15 dm NAP</p><p>hoogte brug - hoogte boot = 120 dm - 100 dm = 20 dm.</p><p>20 dm - 2 dm = 18 dm.</p><p>Het KP lag 3 dm onder NAP,</p><p>wat betekent dat de max. stand die je mag aflezen op het peilschaal NAP+15 is.</p>
36
New cards

Hoe bereken je de werkelijke waterdiepte?

1. maak een schets

2. waterdiepte

3. kanaalpijl KP

4. verschil KP en NAP

5. waterstand op de peilschaal

6. verschil KP en actuele waterstand

7. werkelijke waterdiepte

8. ruimte overhouden onder de boot

37
New cards

Landvast

Touw voor het vastleggen van de boot. Zit een beetje rek in om golfslag en beweging van de boot op te kunnen vangen.

<p>Touw voor het vastleggen van de boot. Zit een beetje rek in om golfslag en beweging van de boot op te kunnen vangen.</p>
38
New cards

Stootwillen/fenders

Hang je tussen de boot en de walkant, zodat je boot niet beschadigd wordt.

<p>Hang je tussen de boot en de walkant, zodat je boot niet beschadigd wordt.</p>
39
New cards

Tegen horizontale objecten kan je stootwillen het beste (horizontaal/verticaal) ophangen.

verticaal

40
New cards

Trossen en springen

- Achtertros (van achterkant boot naar plek op wal achter boot)

- Voortros (van voorkant boot naar plek op wal voor boot)

- Achterspring (van achterkant boot naar plek op wal die naar voren ligt)

- Voorspring (van voorkant boot naar plek op wal die naar achteren ligt)

- Middenbolderspring (van midden boot naar plek op wal die naar achteren of voren ligt.

<p>- Achtertros (van achterkant boot naar plek op wal achter boot)</p><p>- Voortros (van voorkant boot naar plek op wal voor boot)</p><p>- Achterspring (van achterkant boot naar plek op wal die naar voren ligt)</p><p>- Voorspring (van voorkant boot naar plek op wal die naar achteren ligt)</p><p>- Middenbolderspring (van midden boot naar plek op wal die naar achteren of voren ligt.</p>
41
New cards

______ is de wal waar de wind vandaan komt, ______ is de wal waar de wind naartoe waait.

Hogerwal, lagerwal

42
New cards

Aanmeren aan hogerwal

Nader de onder ongeveer een hoek van 45 graden en hou enige snelheid. Breng dan een voorspring uit en vaar langzaam vooruit. De achterkant draait dan naar de kant.

Breng dan de overige touwen aan.

<p>Nader de onder ongeveer een hoek van 45 graden en hou enige snelheid. Breng dan een voorspring uit en vaar langzaam vooruit. De achterkant draait dan naar de kant. </p><p>Breng dan de overige touwen aan.</p>
43
New cards

De ______ van een schip is de kant waar de wind tegenaan waait. De _____ is de kant waar de wind vanaf waait.

loefzijde, lijzijde

44
New cards

Je hebt een linkse schroef, welke kant heeft je voorkeur bij het afmeren?

Bakboord

(je wilt gebruik maken van het wieleffect bij het achteruitvaren om de achterkant naar wal te kunnen trekken. In dit geval is het wieleffect naar rechts bij het achteruitvaren)

45
New cards

Bij het afmeren aan lagerwal, als de wind (schuin) van achteren komt, dan maak je altijd eerst een ______ vast.

achtertros

46
New cards

Je wilt met een boot met boegschroef aan bakboordzijde aan lagerwal aanleggen. Hoe kan dit het beste?

Boegschroefknop naar stuurbord, roer midscheeps, kort achteruit slaan.

(de boegschroefknop (een beetje) naar stuurboord zorgt ervoor dat de voorkant van het schip niet tegen de kade waait.

Het roer naar bakboord is niet handig omdat je dan bij het vooruit varen de voorkant weer naar de wal duwt en bij het achteruitvaren de achterkant naar de wal.)

47
New cards

Keerkoppeling

Is via de motor en de schroefas verbonden met de schroef. Het is de versnellingsbak van het schip en hiermee zet je het schip in de vooruit, achteruit en in de vrij.

Ook bevat het smeerolie, wat je regelmatig moet controleren.

<p>Is via de motor en de schroefas verbonden met de schroef. Het is de versnellingsbak van het schip en hiermee zet je het schip in de vooruit, achteruit en in de vrij.</p><p>Ook bevat het smeerolie, wat je regelmatig moet controleren.</p>
48
New cards

Schroefas

De verbinding tussen de motor en de schroef en laat de schroef ronddraaien, waardoor het schip vooruit gaat.

Deze moet worden gesmeerd, wat kan met vet, olie of water.

<p>De verbinding tussen de motor en de schroef en laat de schroef ronddraaien, waardoor het schip vooruit gaat.</p><p>Deze moet worden gesmeerd, wat kan met vet, olie of water.</p>
49
New cards

Schroefaskoker

Hierin bevind zich de schroefas. De binnengland/binnenlager (ring) voorkomt dat er water van buitenaf in komt.

<p>Hierin bevind zich de schroefas. De binnengland/binnenlager (ring) voorkomt dat er water van buitenaf in komt.</p>
50
New cards

Wanneer 2 zeilschepen elkaar tegemoetkomen, krijgt (bakboordzeil/stuurboordzeil) voorrang.

bakboordzeil

51
New cards

BPR (Binnenvaartpolitiereglement)

Bevat de verkeersregels voor de Nederlandse binnenwateren.

<p>Bevat de verkeersregels voor de Nederlandse binnenwateren.</p>
52
New cards

Waar geldt het RPR?

- (Boven- en Neder-) Rijn

- Lek

- Waal

- Pannerdensch kanaal

De grote rivieren die direct vanuit Duitsland Nederland in stromen.

<p>- (Boven- en Neder-) Rijn</p><p>- Lek</p><p>- Waal</p><p>- Pannerdensch kanaal</p><p>De grote rivieren die direct vanuit Duitsland Nederland in stromen.</p>
53
New cards

Waar geldt het SRW?

Westerschelde

<p>Westerschelde</p>
54
New cards

Bij het RPR en SRW geldt altijd de voorrangsregel:

Groot gaat voor klein

55
New cards

In het BPR kunnen kleine schepen alleen voorrang krijgen van grote schepen als ze...

gestrekte koers, stuurboorwal aan het varen zijn.

56
New cards

Bij zeilschepen die over dezelfde boeg zeilen, wijkt ______ voor ______.

loef voor lij

57
New cards

Verkeerde wal varen

Binnenvaartschepen die in stroming willen soms niet stuurboord houden, omdat ze bijvoorbeeld de binnenbocht willen nemen waar minder stroming staat; ze willen dan stuurboord-stuurboor passeren.

Wanneer je dit van plan bent dan moet je:

- een blauw bord met een witte rand tonen en in het midden een wit knipperend licht aan het tegenliggende schip.

_ als het tegenliggende schip akkoord gaat moet hij dit ook tonen

- als je denkt dat het tegenliggende schip het niet begrepen heeft, kan je twee korte geluidsstoten geven, het andere schip moet met akkoord dan 2 stoten terug geven

- als klein schip heb je geen blauw bord en hoef je ook niet te antwoorden, ga wel naar bakboord om het andere schip aan stuurboord te laten passeren.

58
New cards

Laterale betonning heeft een richting. De stroomrichting die loopt van berg (of bron) naar zee. Als je in deze betonningsrichting vaart liggen de:

Rode boeien ______,

en de groene boeien ______.

rechts

links

59
New cards

U vaart op een rivier tegen de stroom in, aan welke kant bevindt zich de rechteroever?

Aan de linkerkant.

60
New cards

Hoe ziet de scheidingston er uit wanneer het allebei hoofdvaarwateren of nevenvaarwateren zijn?

- Bolvormig

- Rood-groen horizontaal gestreept

- Topteken is een rood-groene bol

<p>- Bolvormig</p><p>- Rood-groen horizontaal gestreept</p><p>- Topteken is een rood-groene bol</p>
61
New cards

Hoe ziet de scheidingston eruit als het hoofdvaarwater aan de rechterkant zit?

- Bolvormig

- Groen boven

- Rood onder

- Topteken is een groene kegel

<p>- Bolvormig</p><p>- Groen boven</p><p>- Rood onder</p><p>- Topteken is een groene kegel</p>
62
New cards

Midwaterton (of aanloopton)

Een rood-wit gestreepte bolvormige ton. Deze is alleen voor oriëntatie bedoelt.

<p>Een rood-wit gestreepte bolvormige ton. Deze is alleen voor oriëntatie bedoelt.</p>
63
New cards

Bijzondere markeringen

Gele boeien, spits of rond net als laterale betonning. Als je er niet mag varen is het topteken een rood-wit-rood horizontaal gestreept bordje.

Deze markering wordt bijvoorbeeld gebruikt om een vissers- of schietgebied aan te geven.

<p>Gele boeien, spits of rond net als laterale betonning. Als je er niet mag varen is het topteken een rood-wit-rood horizontaal gestreept bordje.</p><p>Deze markering wordt bijvoorbeeld gebruikt om een vissers- of schietgebied aan te geven.</p>
64
New cards

Markering afzonderlijk gevaar

Zwarte boei, horizontale rode band, twee zwarte bollen. Kunnen bijvoorbeeld aangeven dat er een pijpleiding of een wrak ligt.

Houd voldoende afstand met het passeren van deze boei.

<p>Zwarte boei, horizontale rode band, twee zwarte bollen. Kunnen bijvoorbeeld aangeven dat er een pijpleiding of een wrak ligt. </p><p>Houd voldoende afstand met het passeren van deze boei.</p>
65
New cards

Wrakboei

Een tijdelijke markering voor een gevaar dat onlangs is ontstaan, bijvoorbeeld een gezonken schip.

<p>Een tijdelijke markering voor een gevaar dat onlangs is ontstaan, bijvoorbeeld een gezonken schip.</p>
66
New cards

Kribbakens markeren kribben in rivieren en strekdammen. Aan de rechterzijde zijn ze (rood/groen), met de punt naar ______, aan de linkerzijde (rood/groen) met de punt naar ______.

rood

beneden

groen

boven

<p>rood</p><p>beneden</p><p>groen</p><p>boven</p>
67
New cards

Standaard basisverlichting

- Een groen boordlicht aan stuurboord (hoek van 112,5 graden)

- Een rood boordlicht aan bakboord (hoek 112,5 graden)

- Een wit toplicht aan de voorkant (hoek 225 graden)

- Een wit heklicht aan de achterkant (hoek 135 graden)

(zijn velen uitzonderingen)

<p>- Een groen boordlicht aan stuurboord (hoek van 112,5 graden)</p><p>- Een rood boordlicht aan bakboord (hoek 112,5 graden)</p><p>- Een wit toplicht aan de voorkant (hoek 225 graden)</p><p>- Een wit heklicht aan de achterkant (hoek 135 graden)</p><p>(zijn velen uitzonderingen)</p>
68
New cards

Optische tekens schepen

Kleine bootjes (

69
New cards

Optische tekens werkschepen

Werkzaamheden bij vaarwater

- de standaard basisverlichting

- 1 rondom schijnend flikkerlicht (ook overdag) (optioneel)

Politie/brandweer/reddingsdiensten

- de standaard basisverlichting

- 1 blauw snel flikkerlicht

Veerpond

- de standaard basisverlichting

- groen en wit rondomschijnend toplicht (bij vrijvarende in plaats van normaal toplicht)

Visserschip

- de standaard basisverlichting

- groen en wit rondomschijnend toplicht (overdag: zwarte diabolo)

Sleepboot

- sleepboot: de standaard basisverlichting

- sleepboot: een 2de toplicht boven het eerste toplicht (overdag: een wit-zwart-geel-zwart-wit gestreepte sleepcilinder)

- sleepboot: het heklicht is geel

- alle gesleepte boten: een wit rondomschijnend licht (overdag: een gele bol) als >110 m dan 2

- laatst gesleepte boot: een wit heklicht

Duwstel

- Indien de lengte

70
New cards

Qua verlichting zijn schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren zijn te herkennen aan:

- 1, 2, of 3 rondomschijnende blauwe lampen boven elkaar

(overdag blauwe kegels met de punt naar beneden)

- de standaard basisverlichting

Hoe meer lampen, hoe gevaarlijker de lading, dus ook meer afstand.

71
New cards

Je vaart 's nachts een haven binnen, bij de haveningang zie je aan de stuurboordkant een (rood/groen) licht.

Groen licht.

Een haven wordt gezien als een 'berg', als je een haven invaart dan vaar je dus tegen de betonningsrichting in.

72
New cards

Sensorlicht

Een meerkleurig licht, die afhankelijk van de hoek die je aan komt varen een andere kleur toon. Wordt gebruikt voor grote, gevaarlijke ingangen.

- wit/geel licht: juiste koers

- licht groen licht: je vaart teveel aan de rechterkant, en moet uitwijken naar bakboord totdat je het witte licht ziet

- licht rood licht: je vaar teveel links en je moet uitwijken naar stuurboord

<p>Een meerkleurig licht, die afhankelijk van de hoek die je aan komt varen een andere kleur toon. Wordt gebruikt voor grote, gevaarlijke ingangen.</p><p>- wit/geel licht: juiste koers</p><p>- licht groen licht: je vaart teveel aan de rechterkant, en moet uitwijken naar bakboord totdat je het witte licht ziet</p><p>- licht rood licht: je vaar teveel links en je moet uitwijken naar stuurboord</p>
73
New cards

Radarbaken (Racon)

Vaak geïnstalleerd op boeien, zorgen dat het ook zichtbaar is in het donker of met slecht zicht, op een radarsysteem.

<p>Vaak geïnstalleerd op boeien, zorgen dat het ook zichtbaar is in het donker of met slecht zicht, op een radarsysteem.</p>
74
New cards

Cardinale betonning

Geel-zwarte kleur, geeft afzonderlijk gevaar aan. De markering wordt ook als kompas gebruikt. Houd altijd voldoende afstand.

<p>Geel-zwarte kleur, geeft afzonderlijk gevaar aan. De markering wordt ook als kompas gebruikt. Houd altijd voldoende afstand.</p>
75
New cards

Noordcardinaal

Het lichtkarakter is een (snel) wit flikkerlicht, Quick (Q) of Very Quick (VQ)

<p>Het lichtkarakter is een (snel) wit flikkerlicht, Quick (Q) of Very Quick (VQ)</p>
76
New cards

Oostcardinaal

Het lichtkarakter zijn 3 snelle witte flikkeringen en dan even niks, bijvoorbeeld VQ(3)5s of Q310s.

<p>Het lichtkarakter zijn 3 snelle witte flikkeringen en dan even niks, bijvoorbeeld VQ(3)5s of Q310s.</p>
77
New cards

Zuidcardinaal

Het lichtkarakter zijn 6 snelle wit flikkeringen, een lange schittering en dan even niks, bijvoorbeeld VQ(6)LFl(10)s of Q(6)LFl15s

<p>Het lichtkarakter zijn 6 snelle wit flikkeringen, een lange schittering en dan even niks, bijvoorbeeld VQ(6)LFl(10)s of Q(6)LFl15s</p>
78
New cards

Westcardinaal

Het lichtkarakter zijn 9 snelle wit flikkeringen en dan even niks, bijvoorbeeld VQ(9)10s of Q(9)15s

<p>Het lichtkarakter zijn 9 snelle wit flikkeringen en dan even niks, bijvoorbeeld VQ(9)10s of Q(9)15s</p>
79
New cards

Geluidsseinen algemene manoeuvres

- Ik ga stuurboord uit (*).

- Ik ga bakboord uit (**).

- Ik ga achteruit (***).

- Ik kan niet manoeuvreren (****)

- Verzoek bediening sluis/brug (- * -).

- Ik zit in nood (- - - - etc).

- Gevaar voor een aanvaring (****etc) zeer korte stoten.

- Een algemeen attentiesein (-)

<p>- Ik ga stuurboord uit (*).</p><p>- Ik ga bakboord uit (**).</p><p>- Ik ga achteruit (***).</p><p>- Ik kan niet manoeuvreren (****)</p><p>- Verzoek bediening sluis/brug (- * -).</p><p>- Ik zit in nood (- - - - etc).</p><p>- Gevaar voor een aanvaring (****etc) zeer korte stoten.</p><p>- Een algemeen attentiesein (-)</p>
80
New cards

Geluidsseinen bij inhalen, keren en bij het in- en uitvaren van havens en nevenwaters

Seinen bij het keren

- Ik ga via stuurboord keren (-*).

- Ik ga via bakboord keren (-**).

Seinen bij het oplopen

- Je kan niet inhalen (*****).

- Ik ga stuurboord inhalen (- - *).

- Ik ga bakboord inhalen (- - **).

Seinen bij het in- en uitvaren van havens en nevenwaters

- Ik ga stuurboord (- - - *).

- Ik ga bakboord (- - - **).

- Ik ga oversteken (- - -).

Seinen bij slecht zicht

Een klein schip (zonder radar) dat vaart in slecht zicht mag een mistsein geven, dat is 1 lange stoot minimaal 1x per minuut herhaald. Het schip moet zijn snelheid aanpassen en zoveel mogelijk stuurboordswal houden.

Als je stilligt in het vaarwater bij slecht zicht dan moeten de seinen klokslagen zijn.

81
New cards

Blauwe kegel

Schip vervoert gevaarlijke stoffen

<p>Schip vervoert gevaarlijke stoffen</p>