College 3: Persoonlijkheidsontwikkeling

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/17

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de belangrijkste concepten van persoonlijkheidsontwikkeling, waaronder cohorteffecten, gemiddelde verandering, rangordestabiliteit en persoonlijkheid in de kindertijd, gebaseerd op het HEXACO-model en relevante studies.

Last updated 4:02 PM on 5/27/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

18 Terms

1
New cards

Wat zijn de drie hoofdvragen binnen het onderzoek naar persoonlijkheidsontwikkeling?

  1. In hoeverre verschillen generaties (cohorteffecten)? 2. In hoeverre verandert een gemiddeld persoon (gemiddelde verandering)? 3. In hoeverre blijft een persoon hetzelfde ten opzichte van leeftijdsgenoten (rangordestabiliteit)?

2
New cards

Wat zijn de drie analyseniveaus voor persoonlijkheidsstabiliteit?

Universeel (de hele bevolking/mensheid), Nomothetisch (tussen groepen/generaties en individuen) en Idiografisch (individuele levenslooptrajecten).

3
New cards

Wat is de definitie van een geboortecohort?

Mensen die in ongeveer dezelfde periode geboren zijn en tegelijkertijd een vormende periode doormaken.

4
New cards

Welke formule beschrijft de relatie tussen Leeftijd (A), Periode (P) en Cohort (C)?

Leeftijd=PeriodeCohortLeeftijd = Periode - Cohort

5
New cards

Wat houdt een periode-effect in?

Het effect van historische omstandigheden gedurende een bepaalde tijdsperiode op veranderingen in een variabele.

6
New cards

Wat concludeerden Wetzel et al. (2017) over narcisme in verschillende cohorten studenten?

De niveaus van narcisme daalden gestaag tussen 1990 en 2010; dit patroon kwam niet overeen met generatietheorieën.

7
New cards

Wat was de belangrijkste bevinding van het Roemeense APC-onderzoek door Ion et al. (2022)?

Na controle voor leeftijd en periode werden er geen generatie-gerelateerde (cohort) effecten in persoonlijkheidskenmerken gevonden.

8
New cards

Welke twee hoofddimensies van het HEXACO-model vertonen een duidelijke stijgende trend tijdens de volwassenheid?

Integriteit (Honesty-Humility) en Consciëntieusheid.

9
New cards

Wat is het Maturatieprincipe?

Psychologisch adaptieve persoonlijkheidsverandering tijdens de volwassenheid, gekenmerkt door een toename in trekken die positief verband houden met interpersoonlijk en beroepsmatig functioneren.

10
New cards

Wat stelt de Social Investment Theory (SIT)?

Persoonlijkheidsmaturatie is het gevolg van het aannemen van volwassen rolverantwoordelijkheden (zoals werk en relaties).

11
New cards

Wat is rangordestabiliteit?

De mate waarin een persoon dezelfde positie behoudt op een persoonlijkheidskenmerk in vergelijking met mensen van een vergelijkbare leeftijd.

12
New cards

Op welke leeftijd is de rangordestabiliteit van persoonlijkheid doorgaans het hoogst?

Rond de leeftijd van 5050 jaar.

13
New cards

Hoe verandert de rangordecorrelatie (rr) van persoonlijkheidskenmerken van de adolescentie naar de volwassenheid?

Bij adolescenten is r0.40r \thickapprox 0.40, bij jonge volwassenen r0.60r \thickapprox 0.60, en bij volwassenen kan de gecorrigeerde stabiliteit oplopen tot r0.80r \thickapprox 0.80.

14
New cards

Waarom is het meten van persoonlijkheid vóór het 10e levensjaar lastig?

Vanwege beperkte leesvaardigheid bij kinderen, het feit dat volwassen vragenlijsten niet geschikt zijn, en omdat veel gedragingen nog niet worden waargenomen bij kinderen.

15
New cards

Wat is persoonlijkheidscoherentie?

Het concept of persoonlijkheid op verschillende leeftijden op een andere manier tot uitdrukking komt, ondanks een onderliggende continuïteit.

16
New cards

Wat lieten Hampson & Goldberg (2006) zien over stabiliteit tussen basisschool en de volwassenheid na 40 jaar?

Er was enige stabiliteit, met correlaties van r=0.29r = 0.29 voor Extraversie en r=0.25r = 0.25 voor Consciëntieusheid, maar de stabiliteit was lager door gebrekkige zelf-andere overeenstemming.

17
New cards

Hoe stabiel is agressiviteit over een periode van 40 jaar volgens Huesmann et al. (2009)?

Redelijk hoog, met een correlatie van r=0.50r = 0.50 voor mannen en r=0.40r = 0.40 voor vrouwen.

18
New cards

Welke drie types narcisme worden onderscheiden in het onderzoek van Orth et al.?

Agentic narcisme (behoefte aan bewondering/grootsheid), Antagonistisch narcisme (arrogantie/uitbuiting) en Neurotisch narcisme (emotionele dysregulatie/gevoeligheid).