College 3: Persoonlijkheidsontwikkeling
Inleiding tot Persoonlijkheidsontwikkeling
Centrale thema's: In dit college (gebaseerd op Ashton, hoofdstuk 4, blz. 89-109) staat de vraag centraal hoe persoonlijkheid gedurende het leven verandert of stabiel blijft.
Drie kernvragen voor onderzoek:
Cohorteffecten: In hoeverre worden verschillende generaties gekenmerkt door unieke persoonlijkheidskenmerken?
Gemiddelde verandering: In hoeverre verandert een gemiddeld persoon van persoonlijkheid gedurende de levensloop?
Rangordestabiliteit: In hoeverre blijft de positie van een individu ten opzichte van leeftijdsgenoten gelijk over de tijd?
Analyseniveaus van Stabiliteit en Verandering
De vraag of persoonlijkheid stabiel blijft, kan op drie niveaus (geïntroduceerd in college 1) worden onderzocht:
Universeel niveau: Veranderingen die gelden voor de gehele menselijke populatie.
Nomothetisch niveau: Verschillen tussen groepen (zoals generaties) en gemiddelde patronen bij individuen (de gemiddelde levensloop).
Idiografisch niveau: De unieke, individuele levenslooptrajecten van personen.
Generaties en het Age-Period-Cohort (APC) Model
Definitie Generatie (Geboortecohort): Een groep mensen die in ongeveer dezelfde periode is geboren en tegelijkertijd een formatieve (vormende) periode doormaakt.
Componenten van het APC-model:
Leeftijdseffecten (Age - A): Effecten die puur te maken hebben met het ouder worden (biologisch en psychologisch), zoals het verlaten van het ouderlijk huis, starten van een studie, werk, ouderschap en pensionering.
Periode-effecten (Period - P): Effecten van historische omstandigheden op een specifiek tijdstip die iedereen beïnvloeden, ongeacht leeftijd. Voorbeelden zijn economische crises, technologische sprongen (internet, sociale media), oorlogen of klimaatverandering.
Cohorteffecten (Cohort - C): Effecten specifiek voor een geboortejaar door gedeelde ervaringen in de formatieve periode (bijv. transgenerationele effecten of unieke educatieve methoden).
Wiskundige relatie:
Karakterisering van Levende Generaties
In de media worden generaties vaak gelabeld met persoonlijkheidskenmerken (3G's: Gevoel, Gedrag, Gedachten):
Baby Boomers (1946–1964): Missie- en servicegericht, bereid om een stapje extra te zetten.
Generatie X (1965–1980): Opgegroeid in economische onrust; bestempeld als individualistisch, ambitieus en workaholic.
Generatie Y (Millennials, 1981–1996): Opgegroeid tijdens digitalisering; vaak (soms onterecht) bestempeld als lui, narcistisch en verwend.
Generatie Z (1997–2012): Opgegroeid met internet en sociale media; onafhankelijke en veeleisende consumenten.
Generation Alpha: Geboren vanaf begin 2010 tot medio 2020.
Kritiek: Veel populaire media-artikelen suggereren grote verschillen (bijv. "Millennials zijn workaholics" vs "Millennials zijn lui"), maar wetenschappelijk bewijs is vaak fragiel.
Onderzoek naar Cohorteffecten en Narcisme
Onderzoek Wetzel et al. (2017):
Onderzoek onder studenten verdeeld over drie cohorten (1990, 2000 en 2010).
Resultaat: De niveaus van narcisme daalden juist gestaag over deze drie decennia. Dit spreekt de generatietheorieën tegen die een stijging voorspelden.
Veranderingen waren over het algemeen klein en geleidelijk.
Roemeens APC-onderzoek (Ion et al., 2022):
Steekproef: met de NEO-PI-R.
Conclusie: Na controle voor leeftijds- en periode-effecten werden er geen generatie-gerelateerde effecten (cohorteffecten) gevonden op persoonlijkheidstrekken (zowel op algemeen als facetniveau).
Persoonlijkheidsverandering komt waarschijnlijk voort uit individuele levensgebeurtenissen en niet uit gemeenschappelijke maatschappelijke gebeurtenissen voor een hele generatie.
Voorlopige conclusie: Er is geen sterk bewijs voor cohorteffecten op persoonlijkheid. Veranderingen zijn meestal het gevolg van leeftijd (leeftijdseffecten).
Gemiddelde Persoonlijkheidsverandering in HEXACO
Onderzoek door Ashton & Lee (2016) op basis van cross-sectionele data (N > 100\,000) toont patronen in gemiddelde scores (z-scores) per leeftijdscategorie (14 tot 74 jaar):
Integriteit (Honesty-Humility): Toont een sterke stijging naarmate men ouder wordt. Facetten zoals Fairheartedness, Sincerity en Modesty stijgen aanzienlijk.
Emotionaliteit: De algemene score daalt. Facetten als Fearfulness en Anxiety nemen af, terwijl Sentimentality relatief stabiel blijft of licht stijgt.
Extraversie: Social Boldness stijgt licht; Sociability en Liveliness blijven relatief stabiel met een lichte daling op hogere leeftijd.
Verdraagzaamheid (Agreeableness): Toont een lichte stijging, vooral voor de facetten Gentleness, Patience en Flexibility.
Consciëntieusheid: Toont een substantiële stijging gedurende de volwassenheid, met name op Diligence en Prudence.
Openheid voor ervaringen: Blijft redelijk stabiel, met een lichte piek in jongvolwassenheid en een lichte daling op latere leeftijd.
Longitudinaal Onderzoek bij Studenten
Onderzoek Thielmann & De Vries (2021):
Longitudinale meting bij studenten () met 3 jaar interval.
Resultaten: Significante toename in Honesty-Humility (), Conscientiousness () en Openness to Experience ().
Geen significante verandering in Emotionality, Extraversion en Agreeableness in deze korte periode.
Oorzaken en Principes van Ontwikkeling
Maturatieprincipe (Rijpingsprincipe): Psychologisch adaptieve persoonlijkheidsveranderingen tijdens de volwassenheid. Men ziet een toename in trekken die positief verbonden zijn aan interpersoonlijk en beroepsmatig succes (zoals Integriteit en Consciëntieusheid).
Social Investment Theory (SIT): Maturatie is het gevolg van het aannemen van volwassen rolverantwoordelijkheden (werk, partnerschap).
Onderzoek van Bleidorn et al. (2013) toont aan dat in culturen waar men eerder begint met volwassen rollen, de persoonlijkheidsmaturatie ook eerder optreedt.
Rangordestabiliteit
Definitie: De mate waarin de relatieve positie van individuen binnen een groep behouden blijft.
Correlaties over tijd ():
Adolescenten (12-16 jaar): (na 4 jaar).
Jonge volwassenen (studietijd): (na 4 jaar).
Volwassenen: Hoge stabiliteit () zelfs na 20 jaar. Na correctie voor onbetrouwbaarheid benadert dit .
HEXACO-stabiliteit (10 jaar bij volwassenen):
Honesty-Humility:
Emotionality:
Extraversion:
Agreeableness:
Conscientiousness:
Openness:
Piek: De rangordestabiliteit is het hoogst rond de leeftijd van 50 jaar (Specht et al., 2011).
Persoonlijkheid in de Kindertijd
Meetproblemen:
Vóór de leeftijd van 10 jaar is zelfrapportage moeilijk door gebrekkige leesvaardigheid.
Veel volwassen gedragingen (zoals kantoorpolitiek of filosofische discussies) zijn niet relevant voor kinderen.
Persoonlijkheidscoherentie: De vraag of trekken zich op verschillende leeftijden anders uiten (bijv. agressie als kind vs. agressie als volwassene).
Temperament: Bij jonge kinderen wordt vaak gesproken over temperament (activiteitsniveau, prikkelbaarheid, angst, doorzettingsvermogen). Dit vertoont gelijkenissen met de Big Five/HEXACO.
Ontwikkeling (Lamb et al. 2002): Moeders rapporteren bij kinderen (2-15 jaar) een afname in Extraversie en een toename in Verdraagzaamheid en Consciëntieusheid.
Stabiliteit in de kindertijd:
Big Five: relatie stabiel over korte perioden (), maar over langere perioden (13 jaar) is de stabiliteit laag ().
Temperament: Stabiliteit stijgt van de peutertijd () naar de midden-kinderjaren ().
Langetermijnvoorspellingen van Kind naar Volwassene
Hampson & Goldberg (2006): Volgden Hawaiiaanse basisschoolkinderen over 40 jaar.
Geringe maar significante stabiliteit voor Consciëntieusheid () en Extraversie ().
Lage stabiliteit voor Verdraagzaamheid () en Neuroticisme ().
Continuïteit van Agressie (Huesmann et al., 2009):
Agressiviteit gemeten op 8, 19, 30 en 48 jaar.
Verrassend hoge stabiliteit over 40 jaar: bij mannen en bij vrouwen.
Impact: Consistente agressie voorspelt negatieve levensuitkomsten zoals arrestaties, echtscheidingen, alcoholmisbruik en slechte werkresultaten.
Samenvattende Conclusies
Generatiemythes: Er is weinig wetenschappelijk bewijs voor populaire theorieën over generatieverschillen. Verandering is meestal geleidelijk en leeftijdsgebonden.
Substantiële verandering: Gemiddeld gezien verandert de persoonlijkheid aanzienlijk gedurende het leven (maturatie).
Stabiliteit: Ondanks de gemiddelde veranderingen blijft de rangorde van mensen ten opzichte van elkaar behoorlijk stabiel tijdens de volwassenheid.
Kindertijd: Persoonlijkheid is in de kindertijd veel variabeler en moeilijker te meten, maar vroege trekken zoals agressie kunnen voorspellend zijn voor de verre toekomst.