1/61
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Leren
Een relatief blijvende gedragsverandering die voortvloeit uit ervaring
Niet-associatief leren
Reageren na herhaalde blootstelling aan één enkele prikkel of gebeurtenis
Associatief leren
Het koppelen van twee prikkels of gebeurtenissen die samen plaatsvinden
Sociaal leren
Het aanleren of veranderen van een gedrag na mondelinge instructie of na blootstelling aan een ander individu dat dat gedrag vertoont
Gewenning
Een afname van de gedragsreactie na herhaalde blootstelling aan een stimulus
Sensibilisatie
Een toename van de gedragsreactie na blootstelling aan een stimulus
Klassieke conditionering (Pavloviaanse conditionering)
Een vorm van associatief leren waarbij een neutrale stimulus een reactie gaat uitlokken wanneer deze wordt geassocieerd met een stimulus die die reactie al teweegbrengt
Ongeconditioneerde reactie (UR)
Een reactie die niet hoeft te worden aangeleerd, zoals een reflex
Ongeconditioneerde stimulus (US)
Een stimulus die een reactie opwekt, zoals een reflex, zonder dat er voorafgaand leren aan te pas is gekomen
Geconditioneerde reactie (CR)
Een reactie op een geconditioneerde stimulus; een reactie die is aangeleerd
Geconditioneerde stimulus (CS)
Een stimulus die pas een reactie opwekt nadat er leren heeft plaatsgevonden
Acquisitie
De geleidelijke vorming van een associatie tussen de geconditioneerde en de ongeconditioneerde stimulus
Extinctie
Een proces waarbij de geconditioneerde reactie verzwakt wanneer de geconditioneerde stimulus wordt herhaald zonder de ongeconditioneerde stimulus
Spontaan herstel
Wanneer een eerder uitgedoofde geconditioneerde reactie weer de kop opsteekt na het presenteren van de geconditioneerde stimulus
Rescorla-Wagner-model
Een cognitief model van klassieke conditionering; het stelt dat leren wordt bepaald door de mate waarin een ongeconditioneerde stimulus onverwacht of verrassend is
Stimulusgeneralisatie
Leren dat plaatsvindt wanneer stimuli die vergelijkbaar maar niet identiek zijn aan de geconditioneerde stimulus, de geconditioneerde reactie teweegbrengen
Stimulusdiscriminatie
Het onderscheid maken tussen twee vergelijkbare stimuli wanneer slechts één daarvan consequent wordt geassocieerd met de ongeconditioneerde stimulus
Operante conditionering (instrumentele conditionering)
Een leerproces waarbij de gevolgen van een handeling bepalend zijn voor de waarschijnlijkheid dat deze in de toekomst zal worden uitgevoerd
Wet van het effect
Thorndikes algemene leertheorie: elk gedrag dat leidt tot een ‘'bevredigende situatie’' zal waarschijnlijk opnieuw plaatsvinden, en elk gedrag dat leidt tot een ‘'vervelende situatie’' zal minder waarschijnlijk opnieuw plaatsvinden. Oftewel: de waarschijnlijkheid dat een bepaald gedrag plaatsvindt, wordt beïnvloed door de gevolgen ervan
Behaviorisme
Een psychologische benadering die de nadruk legt op omgevingsinvloeden op waarneembaar gedrag
Versterker
Een stimulus die volgt op een reactie en de kans vergroot dat de reactie wordt herhaald
Positieve versterking
Het toedienen van een stimulus om de kans op herhaling van een gedrag te vergroten
Negatieve bekrachtiging
Het wegnemen van een onaangename prikkel om de kans op herhaling van een gedrag te vergroten
Straf
Een prikkel die volgt op een gedrag en de kans verkleint dat het gedrag wordt herhaald
Positieve straf
Het toedienen van een prikkel om de kans op herhaling van een gedrag te verkleinen
Negatieve straf
Het wegnemen van een prikkel om de kans op herhaling van een gedrag te verkleinen
Shaping
Een proces van operante conditionering; hierbij worden gedragingen versterkt die steeds meer lijken op het gewenste gedrag
Fobie
Een aangeleerde angst die niet in verhouding staat tot de werkelijke dreiging van een voorwerp of een situatie
Angstconditionering
Een vorm van klassieke conditionering waarbij neutrale prikkels worden omgezet in bedreigende prikkels
Modeling
Het nabootsen van waargenomen gedrag
Vicarious learning
Het leren van de gevolgen van een handeling door te zien hoe anderen worden beloond of gestraft voor het uitvoeren van die handeling
Instructed learning
Het aanleren van associaties en gedragingen door middel van verbale communicatie
Geheugen
Het vermogen om informatie op te slaan en op te halen
Amnesie
Een stoornis in het langetermijngeheugen (als gevolg van ziekte, hersenletsel of psychologisch trauma) waarbij de persoon het vermogen verliest om grote hoeveelheden informatie op te halen
Retrograde amnesie
Een aandoening waarbij mensen herinneringen uit het verleden verliezen, zoals herinneringen aan gebeurtenissen, feiten, mensen of zelfs persoonlijke informatie
Antigrade amnesie
Een aandoening waarbij mensen het vermogen verliezen om nieuwe herinneringen te vormen
Priming
Een vergemakkelijking van de reactie op een stimulus als gevolg van recente ervaring met die stimulus of een verwante stimulus
Impliciet geheugen
Geheugen dat tot uiting komt via reacties, handelingen of reacties
Expliciet geheugen
Geheugen dat bewust wordt opgeroepen
Procedureel geheugen
Een vorm van impliciet geheugen die betrekking heeft op vaardigheden en gewoontes
Episodisch geheugen
Geheugen voor eigen ervaringen uit het verleden die aan een tijdstip en een plaats kunnen worden gekoppeld
Semantisch geheugen
Geheugen voor feiten die losstaan van persoonlijke ervaringen
Codering
Het proces waarbij de waarneming van een prikkel of gebeurtenis wordt omgezet in een herinnering
Schema’s
Cognitieve structuren in het langetermijngeheugen die ons helpen informatie waar te nemen, te ordenen en te begrijpen
Chunking
Het ordenen van informatie in zinvolle eenheden om deze gemakkelijker te onthouden
Mnemonische technieken
Leermiddelen of strategieën die het ophalen van informatie verbeteren door het gebruik van herinneringsaanwijzingen
Zintuiglijk geheugen
Een geheugensysteem dat zintuiglijke informatie zeer kortstondig opslaat in een vorm die dicht bij de oorspronkelijke zintuiglijke waarneming ligt
Werkgeheugen
Een cognitief systeem met beperkte capaciteit dat informatie tijdelijk opslaat en bewerkt voor direct gebruik
Langetermijngeheugen
De opslag van informatie die minuten tot voor altijd kan duren
Seriële positie-effect
De bevinding dat het vermogen om items uit een lijst te herinneren afhangt van de volgorde waarin ze worden gepresenteerd, zodanig dat items die vroeg of laat in de lijst worden gepresenteerd beter worden onthouden dan die in het midden
Consolidatie
Het geleidelijke proces van geheugenopslag in de hersenen
Langetermijnpotentiëring (LTP)
Versterking van een synaptische verbinding, waardoor de postsynaptische neuronen gemakkelijker worden geactiveerd door presynaptische neuronen
Proactieve interferentie
Interferentie die optreedt wanneer eerdere informatie het vermogen om nieuwe informatie te onthouden remt
Retroactieve interferentie
Interferentie die optreedt wanneer nieuwe informatie het vermogen om oude informatie te onthouden belemmert
Blokkering
Het tijdelijke onvermogen om zich iets te herinneren
Vergeetachtigheid
Het onoplettend of oppervlakkig vastleggen van gebeurtenissen
Persistentie
Het voortdurend terugkeren van ongewenste herinneringen
Geheugenvertekening
Het veranderen van herinneringen in de loop van de tijd, zodat ze in overeenstemming komen met huidige overtuigingen of houdingen
Verkeerde toeschrijving van de bron
Geheugenvervorming die optreedt wanneer mensen zich de tijd, plaats, persoon of omstandigheden van een herinnering verkeerd herinneren
Bronamnesie
Een vorm van verkeerde toeschrijving die optreedt wanneer mensen een herinnering aan een gebeurtenis hebben, maar zich niet kunnen herinneren waar ze de informatie zijn tegengekomen
Cryptomnesie
Een vorm van verkeerde toeschrijving die optreedt wanneer mensen denken dat ze een nieuw idee hebben bedacht, terwijl ze in feite een opgeslagen idee hebben opgehaald en dit idee niet aan de juiste bron hebben toegeschreven
Suggestibiliteit
Het ontstaan van vertekende herinneringen door misleidende informatie