1/82
Flashcards ter voorbereiding op de anatomie van geslachtsorganen in het Nederlands.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Geslachtsorganen
Voortplantingsorganen van zowel mannen als vrouwen.
Peritoneale ruimtes
Leegtes in de buikholte die belangrijk zijn voor de anatomie van de geslachtsorganen.
Vascularisatie
De aanvoer van bloed in de geslachtsorganen.
Innervatie
De prikkeloverdracht in de geslachtsorganen.
Lieskanaal
Structuur waarlangs zaadstrengen naar het scrotum verhuizen.
Mammae
De borsten, anatomische structuren van vrouwelijke geslachtsorganen.
Uterus
Het holle orgaan waar de foetus zich ontwikkelt.
Ovariën
De eierstokken, verantwoordelijk voor de productie van eicellen.
Genitalia
De Latijnse term voor geslachtsorganen.
Extern
Verwijst naar uitwendige structuren zoals penis en scrotum.
Intern
Verwijst naar inwendige structuren zoals zaadballen en bijballen.
Penis
Het uitwendige geslachtsorgaan van de man.
Scrotum
De huidzak die de zaadballen beschermt.
Urethra
De buis die urine en ejaculaat naar buiten voert.
Spermatogenese
Het proces van de aanmaak van spermacellen.
Leydigcellen
Cellen in de teelballen die testosteron produceren.
Erectie
De vergroting en stijfheid van de penis door bloedtoevoer.
Blasontsteking
Infectie die kan worden veroorzaakt door de lengte van de urethra.
Prostaatvergroting
Een aandoening die voorkomt bij mannen rond de 40-50 jaar.
Zwellichamen
De structuren in de penis die verantwoordelijk zijn voor erectie.
Corpus cavernosum
Twee zwellichamen die belangrijk zijn voor het vergroten van de penis.
Glans penis
Het gevoelige uiteinde van de penis.
Bijbal
De structuren waar zaadcellen worden opgeslagen en gerijpt.
Vas deferens
De buis die de zaadcellen van de bijbal naar de urethra transporteert.
Zaadstreng
Buisvormige structuur die bloedvaten en zenuwen bevat.
Vesicula seminalis
De zaadblaasjes die deel uitmaken van het sperma.
Prostaatvocht
Vloeistof die de motiliteit van spermacellen verbeterd.
Gl. bulbo-urethralis
Klier die zuurstof van de urinebuis smeert.
Tumoren
Gezwellen die kunnen zich vormen in de prostaat.
Eierstokken
De organen die de eicellen opslaan en rijpen.
Eileider
De buis die de eicel van de eierstok naar de baarmoeder vervoert.
Cervix
De baarmoederhals, het onderste deel van de baarmoeder.
Fundus
De bovenkant van de baarmoeder.
Hernia
Uitstulping van de buikinhoud door het lieskanaal.
Epididymitis
Ontsteking van de bijbal.
Douglas
De onderliggende ruimte tussen de baarmoeder en de rectum.
Ligamenten
Bindweefselstructuren die organen op hun plaats houden.
Testis
De Latijnse term voor zaadbal.
Zaadballen
De organen die spermacellen produceren.
Mutatietest
Onderzoek naar wijzigingen in genen.
Urbaan
Stedelijke gebieden, vaak met hogere bevolkingsdichtheid.
Vagina
Het inwendige geslachtsorgaan van de vrouw.
Schaamlippen
De uitwendige structuren die de vagina bedekken.
Clitoris
Sensitieve structuur, analoog aan de penis.
Corpora cavernosa
De twee zwellichamen in de penis.
Glans clitoridis
Het uiteinde van de clitoris.
Embryologie
De studie van de ontwikkeling van embryo's.
Serosa
Het buitenste membraan dat organen bedekt.
Scrotale huid
De huid die het scrotum bedekt.
Kweek
Het verspreiden van cellen in een gecontroleerde omgeving.
Anticonceptie
Methoden om zwangerschap te voorkomen.
Chirurgie
Een medisch specialisme dat ingrepen uitvoert.
Anatomische opbouw
De structurering van organen in het lichaam.
Pubis
Het deel van de bekken dat het schaambeen vormt.
Ligamentum suspensorium
Bindweefsel dat de eierstokken ondersteunt.
Fossa
Een ondiepe grot of depressie in het lichaam.
Peritoneale holte
De ruimte in de buik die de organen omsluit.
Follikels
Structuren in de ovaria die eicellen bevatten.
Eicel
Het vrouwelijk geslachtscel.
Conceptie
De bevruchting van een eicel door een zaadcel.
Zwangere
Een vrouw die een embryo of foetus draagt.
Infectie
Een ziekte veroorzaakt door pathogene organismen.
Pathologie
De studie van de ziekten en hun oorzaken.
Diagnose
Het identificeren van een ziekte of aandoening.
Behandeling
De methoden of medicijnen die worden gebruikt om een aandoening te behandelen.
Cosmetisch
Wat te maken heeft met uiterlijk of schoonheid.
Klieren
Organen die stoffen aanmaken en afscheiden.
Amniotic fluid
De vloeistof die de foetus omringt in de baarmoeder.
Intravenous
In de aderen, vaak verwijzend naar medicatie toedienen.
Hormonale veranderingen
Schommelingen in hormoonspiegels tijdens de menstruatiecyclus.
Menstruatiecyclus
De maandelijkse cyclus van hormonale veranderingen bij vrouwen.
Ovulatie
De vrijlating van een eicel uit de eierstok.
Zwangerschap
De periode waarin een vrouw een foetus draagt.
Seksuele disfunctie
Problemen met het normale seksuele functioneren.
Psychologische factoren
Geestelijke en emotionele factoren die een rol spelen in gezondheid.
Verloskunde
De studie en praktijk van bevallingen.
Hypopituitarisme
Te lage hormoonproductie door de hypofyse.
Endocrinologie
De studie van hormonen en endocriene klieren.
Ziektepreventie
Acties die zijn ontworpen om ziekten te voorkomen.
Wondgenezing
Het proces van herstel van schade aan het lichaam.
Cellulaire afweer
De manieren waarop cellen van het immuunsysteem ziekten bestrijden.
Immuunrespons
De reactie van het immuunsysteem op infecties.
Virologie
De studie van virussen en virusinfecties.