Thema 1 - alles 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/162

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:19 PM on 7/2/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

163 Terms

1
New cards

A -a gradient

  • verschil tussen PAO2 (alveolaire zuurstofdruk) en PaO2 (arteriele zuurstofdruk)

  • ideaal: PAO2 = PaO2

    • hierbij omvat PaO2 de O2-spanning van al het bloed samen nadat het bij de alveoli is geweest, in het linkeratrium

  • in rust ~2kPa

2
New cards

A-a verschil

  • PAO2 - PaO2

3
New cards

berekenen PAO2 bestaat alveolaire gasvergelijking:

PAO2 = PIO2’ - (PACO2 / R)

  • PIO2 = (Pb - Pw) * FIO2

    • vochtige lucht: PIO2 = (Pb - Pw) FIO2 = (760-47)*0,209 =149,017 mmHg (19,9kPa)

  • PACO2 = PaCO2 (CO2 diffudeert veel sneller dan O2, evenwicht sneller bereikt)

  • R = 0,8 ( gem. dieet, inc. verbranding van vetten + eiwitten)

4
New cards

anatomische shunt

  • fysieke verbinding, waardoo bloed de longblaasjes overslaat

  • bv door:

    • aangeboren hartafwijking

    • longvaatafswijking

    • kleine normale shunts

      • bronchiale venen

      • thebesiusvenen van hart

5
New cards

shunt

bloed moet in een ‘omweg’ stromen

  • in longen gaat dit vooral om bloed dat niet goed met O2 in contact komt

6
New cards

fysiologische shunt

  • bloed wel langs de longblaasjes stroomt, maar daar geen of onvoldoende O2 krijgt

  • gebeurt wanneer:

    • alveoli gevuld zijn met vocht/slijm

    • alveoli dichtgeklapt zijn

    • geen ventilatie is

  • bv bij: longonsteking, longoedeem, atelectase

7
New cards

hypoxemie

= lage O2 gehalte in het bloed

hierbij is PaO2 < 10kPa, onstaat bij een ernstige shunt

kan komen door:

  • lage PIO2 (inspiratoire PO2): bv door grote hoogte of lage PAO2 door hypoventilatie

  • diffusiestoornis, ventilatie-perfusie mismatch of shunt

8
New cards

V/Q verhouding

= relatie tussen ventilatie en perfusie

  • bij shunt = V/Q → 0 (wel perfusie, nauwelijks ventilatie)

  • bij dode ruimte = V/Q → ∞ (wel ventilaite, nauwelijks perfusie)

9
New cards

2 uitersten voor V/Q mismatch

  • wel perfusie, geen ventilatie

    • V/Q = 0; O2-arm bloed gaat wel langs de alceolus, maar PAO2 is laag

  • wel ventilatie, geen perfusie

    • V/Q = oneindig; PAO2 is hoog, want wel ventilatie, maar geen perfusie; cardiac output meot wel door het pulmonaal vaatbed

10
New cards

schematisch alveoli met verschillende drukken

knowt flashcard image
11
New cards

V/Q verhoudingen - shunt plaatje

diffusie-evenwicht bij lage V/Q verhouding gaat omlaag, omdat lage V/Q verhouding minder ventilatie betekent = geeft lagere PAO2

<p>diffusie-evenwicht bij lage V/Q verhouding gaat omlaag, omdat lage V/Q verhouding minder ventilatie betekent = geeft lagere P<sub>A</sub>O<sub>2</sub></p>
12
New cards

compensatoire mechanismen

heeft ons lichaam, omdat het snapt dat niet handig is om absolute shunt of absolute dode ruimte te hebben

13
New cards

lage V/Q, ook wel

shunt

= bv veroorzaakt door obstructie van luchtwegen → bloed dat door de alveoli gaat kan onvoldoende O2 opnemen en CO2 afgeven → lichaam reageert hierop door lage PAO2, omdat dit hypoxische vasoconstrictie geeft = alveolaire bloedvaten gaan samenknijpen → verkleind de V/Q mismatch lichtelijk

<p>shunt</p><p>= bv veroorzaakt door obstructie van luchtwegen → bloed dat door de alveoli gaat kan onvoldoende O<sub>2</sub> opnemen en CO<sub>2</sub> afgeven → lichaam reageert hierop door lage P<sub>A</sub>O<sub>2</sub>, omdat dit hypoxische vasoconstrictie geeft = alveolaire bloedvaten gaan samenknijpen → verkleind de V/Q mismatch lichtelijk</p>
14
New cards

dode ruimte ventilatie

hoge V/Q verhouding

= hoge PAO2 in alveoli treedt er bronchoconstrictie op —> geeft een verkleinde aanvoer van nieuwe lucht

<p>hoge V/Q verhouding</p><p>= hoge P<sub>A</sub>O<sub>2 </sub>in alveoli treedt er bronchoconstrictie op —&gt; geeft een verkleinde aanvoer van nieuwe lucht</p>
15
New cards

hoestreflex 3 fase

  1. inspiratoire fase

  2. compressie fase

  3. expiratioire fase

16
New cards

Inspiratoire fase (hoesten)

er wordt diep ingeademd om voldoende lucht in de longen te brengen

17
New cards

Compressie fase (hoesten)

na de inademing sluit de glottis zich, waardoor de druk in de luchtwegen toeneemt

18
New cards

Expiratoire fase (hoesten)

de glottis opent zich plotseling en de ademhalingsspieren contraheren krachtig, waardoor de lucht met hoge snelhied naar buiten wordt gepersthe

19
New cards

hoestreflex

  • Beling van receptoren die verspreid liggen over verschillende structuren.

  • Sensorisch signaal wordt via n. vagus (10 hersenznw.) naar sensorische neuron in hersenstam geleid → signaal omgezet in motorisch singaal = hoestreactie gestart

20
New cards

hoesten

  • verdedigingsmechanisme tegen stoffen die niet thuishoren in luchtpijp/long; stof, slijm of irriterende deeltjes

  • meestal via reflex die wordt opgewekt door verschillende receptoren in luchtwegen

  • vooral kinderen, ouderen + vrouwen meldne bij huisarts met deze klacht, ong 10% van bevolking heeft last van chronisch hoest (>8 weken hoesten)

  • soms komt hoesten niet door directe prikkel, maar in neurlogisch overgevoeligheid: hoestreceptoren staan dan als het ware ‘ te scherp afgesteld’ → geeft allerdaagse zakeen zoals praten een hoest kunnen uitlokken

  • larynx geprikkeld = hoest veroorzaken

  • hoestreceptoren zitten op verschillende plekken in lichaam = allemaal hoest veroorzaken

21
New cards

fysiologie van hoesten

  • vaak reflex onstaan door prikkeling van speciale hoestreceptoren

    • bevinden zich in: luchtwegen, slokdarm, maag, diafragma, plaura, pericard, sinus maxillaris en in externe gehoorgang

  • 2 typen hoestreceptoren

    • mechanische receptoren = verloop via A𝞭(delta)- vezels

    • chemische receptoren = verloop via C-vezels

22
New cards

mechanische receptoren

  • verlopen via A𝞭(delta)-vezels → die behoren tot snelle, dun gemyelinisserde zenuwvezels

  • reageren vooral, als het in long zit, op slijm en corpus alienum (vreemd lichaam)

23
New cards

chemische receptoren

  • verlopen via C-vezels → die behoren tot trage, ongemyeliniseerde zenuwvezels

    • reageren op pH (bv bij zuurbranden) en capsaïcine (stofjes dat in pepers zit)

24
New cards

glottis

ruimte tussen stembanden en het strottenhoofd (larynx)

25
New cards

expiratie reflex

‘gewoontekuchjes’

  • reden van reflex = onduidelijk → vermoeden dat vorm is vna preventie om luchtwegen vrij te houden

  • kliniek vaak moeilijk onderscheiden of hoesten wordt veroorzaakt door n, vagus via hoestreflex of door aangeleerd gedrag zoals dit reflex

26
New cards

schema voor bepalen hoest

knowt flashcard image
27
New cards

frequente oorzaken van hoesten

  • acuut (<3w): infectieus (virale (bovenste) luchtweginfectie en bacteriele luchtweginfectie, bronchitis en pneumonie)

  • Chronisch (>8w): post-nasal drip (41%), astma (24%, GERD (21%), COPD (7%)

28
New cards

hemoptoë

ophoesten van bloed

  • DD hang heel erg van persoon af, diagnose van 70j roker is anders dan etiopische immigrant

  • opgedeeld in

    • mild: < 100 ml

    • matig-ernstig: acuut bij niet-bedreigde patient

    • massaal: acuut en direct bedreigd

  • in praktijd word gevraagd naar hoeveelheid door gebruik van kopje; half kopje is rond 150ml = spoed

  • helder rood bloed met stolsels is zorgwekkender dan slijm met kleine sliertjes bloed = essentieel om dus door te vragen

  • vapen kan luchtewegen irriteren en zo bijdragen aan bloed ophoesten

29
New cards

1e lijn oorzaken van hemoptoë

vaak veroorzaakt door acute bovenste luchtweginfectie (64% van gevallen), onbekend (8%), longkanker (6%), bronciectasieen (2%), longembolie (1%)

30
New cards

2e lijn oorzaken van hemoptoë

  • bronchiectasieen (20%)

  • longkanker (19%)

  • bronchitis (18%)

  • onbekend (6%), hartfalen (4%), tuberculose (1%)

31
New cards

vascularisatie long

knowt flashcard image
32
New cards

arteria bronchialis

  • ontspringt uit aorta (1 per arm (2 totaal))

  • voorziet: bronchi, bronchioli en interstitium tot aan terminale bronchiën van O2 rijk bloed

  • behoren tot systemische circulatie en staan onder hoge druk

  • via anastomosen met pulmonale capillaire komt dit bloed uiteindleijk in vena pulmonalis terecht → zorgt voor altijd aanwezige A-a gradiënt

  • 90% van hemoptoë gevallen komt door een bloeding hier

33
New cards

arteria pulmonalis

  • vervoert O2-arm bloed vanuit rechter ventrikel naar alveoli (waar gaswisseling plaatsvind)

  • lage druk

  • primair bedoeld voor oxygenatie (niet voor voeding van longweefsel)

34
New cards

ontstaan hemoptoë

  • 2 arteriele systemen die tot dit kunnen leiden: a. bronchialis en a. pulmonalis

    • beide systemen veroorzaken bloedingen, maar ong 90% wordt veroorzaakt door a. bronchialis

  • uitsluiten dat bloed sputum andere oorzaken kan hebben

    • bv bloedneus (waarbij via post-nasal drip bloed + slijm langs achterwand van keel naar beneden lopen

    • bv bloed afkomstig uit slokdarm/maag (bij bloederig braken)

    • pas als dit uitgelsoten wordt gekeken naar longgerelateerde bronnen

35
New cards

Hemoptoë schema

knowt flashcard image
36
New cards

ABCDE-methode

A - airway

B - breathing

C - circulation

D - disability

E - exposure

37
New cards

vasculitis

  • ontsteking van bloedvaten → hierdoor beschadigd, vernauws of sluit de vaatwand = minder bloed naar organen

  • ontsteking tast vaatwand aan:

    • wand wordt dikker

    • bloedvat vernauwt

    • soms onstaan bloedingen of aneurysma’s

    • doorbloedingproblemen kan organen beschadigen

  • komt voor in kleine, midelgrote en grote vaten

  • algemene symptomen: koorts, vermoeidheid, gewichtverlies, spier-/gewrichtspijn

38
New cards

Airway (A)

  • luchtwegen moet vrij zijn

  • bij massale hemoptoe kunnen longen vol bloed staan = intubatie noodzakelijk → risico hierbij is dat tube vol bloed loopt, daarom luisteren waar bloed pruttelt en niet te intuberen aan die kant OF trachea intuberen en met bronchoscopie de bloeding opsporen

    • tube kan met bronchoscopie indien nodig verplaatst worden

39
New cards

bronchoscopie

  • hiermee kan geplaatste tube indien nodig verplaatst worden

  • bloeding lokaliseren + tijdelijk afsluiten met ballonkatheter

  • toedienen van adrenaline om bloedvaten te vernauwen

40
New cards

Breathing (B)

controleer de ademhaling

41
New cards

circualtion (C)

  • bij (verdenking op) longembolie moet je alert zijn op hartfalen, omdat rechterventrikel door hart pompen kan begeven en linkerkant van hart kan beinvloeden

42
New cards

disability (D)

neurlogische status beoordelen (bewustzijn)

43
New cards

exposure (E)

volledige inspectie en temperatuur meten

44
New cards

CT-scam met contrast (long)

  • hierbij is pulmonaal systeem + aorta zichtbaar

  • bv voor opsporen van longembolie of bloeding uit a. bronchialis

    • artierele bloeding → interventieradioloog kan betrefde vaten emboliseren of met tranexaminezuur het bloed laten stollen

45
New cards

bij jonge patienten met vasculaire klachten + astma in BG moet er altijd aan …. worden gedacht

vasculitis

46
New cards

bronchioli

  • hebben GEEN kraakbeen of kiertjes

  • wel slijmproducerende cellen

    • buisjes zijn opgehangen in longparenchym

  • wordt door parechym gesteund en opgehouden = pathofysiologisch belangrijke structuur

  • bevatten net als pleura, veel elastine

  • gaat op alveolair niveau over met bindweefsel en spieren → alveolair weefsel (geen kraakbeen + klieren aanwezig hier)

47
New cards

functionele eenheden

  • maken geen contact met buren

  • structuren die zorgen voor de gaswisseling: O2 opname, CO2 afgifte

  • kern hiervan is alceolus (longblaasje)

48
New cards

trachea en hoofdbronchus

  • bevat kraakbeen en submucosale kliertjes die slijm produceren → hieraan kunnen stofdeeltjes blijven hangen op trilharen

    • trilharen van epitheel brengen de deeltjes terug naaar boven → doorslikken

  • kraakbeenplaten = voorzien grote luchtewegen van stevigheid + vorm van hoefijzer

    • bij hoesten klapt het deel dat open is naar binnen, als dan veel kracht wordt gezet komt lucht naar buiten

49
New cards

meembraneuze bronchioli

zorgen voor transport van lucht (geleiding)

  • structuren: neus, farynx, larynx, trachea, bronchi, bronchioli, terminale bronchioli

  • functies: lucht geleiden, verwarmen, bevochtigen en filteren van stofdeeltjes

vormt grotendeels de: anatomische dode ruimte

50
New cards

respiratoire bronchioli

zorgen voor de gaswisseling

  • structuren: respiratoire bronchioli, alvéolaire gangen, alveolaire zakjes, alveoli

  • functie: O2 naar het bloed, CO2 naar alveoli

51
New cards

weerstand van stromende lucht door de luchtwegen

berekenen met wet van Poiseuille

  • in de kleinere buisjes neemt de weerstand gigantisch toe

    • grootste weerstand zit in de middelgrote bronchi (kleinste diameter)

52
New cards

trompetmodel

  • grootste weerstand zitin de middelgrote bronchi (kleinste diameter)

  • kleine alveolibuisjes zijn parallel geschakeld wat zorgt voor een groter oppervlak, waardoor het stroomgebied toeneemt → hierdoor neemt vanaf middelgrote bronchi de weerstand naar distaal af, terwijl diameter van buisjes kleiner wordt

    • door grote hoeveelheid parallele schakelingen is de totale diameter distaal een stuk groter == trompetmodel

<ul><li><p>grootste weerstand zitin de middelgrote bronchi (kleinste diameter)</p></li><li><p>kleine alveolibuisjes zijn parallel geschakeld wat zorgt voor een groter oppervlak, waardoor het stroomgebied toeneemt → hierdoor neemt vanaf middelgrote bronchi de weerstand naar distaal af, terwijl diameter van buisjes kleiner wordt </p><ul><li><p>door grote hoeveelheid parallele schakelingen is de totale diameter distaal een stuk groter == trompetmodel</p></li></ul></li></ul><p></p>
53
New cards

wet van Ohm

V = I R of U = I R

  • in longfysiologie toegpast om de relatie tussen druk, luchtstroom en weerstand in luchtwegen te beschrijven

  • helpt begrijpen hoeveel moeite het kost om lucht in en uit de longen te verplaatsen

54
New cards

wet van Poiseuille

R = 8nl / πr4

  • n = stroperigheid van gas of vloeistof

  • l = lengte

  • r = straal

» naarmate luchtwegen kleiner worden, neemt hun weerstand tot de 4e macht van die verkleining toe

55
New cards

wet van Bernoulli

p + ½ pv2 + pgh = constant

  • stelt dat stromende vloeistof of gas een hogere stroomsnelheid samengaat met een lagere druk en omgekeerd = principe van behoud van energie

    • waarbij de som van kinetische energie + potentiele energie + drukenergie constant blijft langs een stroomlijn

56
New cards

drukverschil bepaald hoe snel

de lucht stroomt en daardoor ook de flow die onstaat

57
New cards

laminaire flo

  • lage sroomsnelheden

  • lucht rusti en in parallele banen stroomtt

58
New cards

turbulente flow

  • hoge stroomsnelheid

  • chaotisch en onregelmatige bewegingen van de lucht

  • geeft longeluiden:

59
New cards

transitionele flow

  • overgangsfase tussen laminaire en turbulente flow

  • is er omdat de long uit heel veel vertakkingen bestaat

<ul><li><p>overgangsfase tussen laminaire en turbulente flow</p></li><li><p>is er omdat de long uit heel veel vertakkingen bestaat</p></li></ul><p></p>
60
New cards

plek en stroomsnelheid

  • trachea = hoogste stroomsnelheid → sprake van turbulente flow

  • alveoli = lage stroomsnelheid door meer aftakkingen (lagere weerstand door parallelle schakelingen → laminaire flow

61
New cards

elasticiteit van de long

long heeft sterke neiging om samen te trekken door:

  • eleastische vezels

  • oppervlaktespanning in de alveoli

de long wil dus van nature kleiner worden en naar binnen trekken = elastische recoil genoemd

62
New cards

thoraxwand wil uitzetten

thoraxwand (ribbenkast + diafragma) wil uitzetten:

  • thorax wil spontaan wat naar buiten bewegen

  • heeft een groter rustvolume

63
New cards

intraplaurale druk

  • negatieve druk in pleuraholte

  • onstaat door evenwicht tussen: kracht die long naar binnen trekt en thorax die long naar buiten trekt

  • werkt als soort ‘vacuüm’ waardoor logn open blijft

  • bij pneumothorax komt er lucht in de pleuraholte en vervalt deze druk

64
New cards

ademgeruis

  • beweging van lucht door luchtwegen

  • kan van karakter (soort geluid) en luidheid veranderen bij pathologie

  • de tijd van in- en expirium kan veranderen

  • heeft 2 soorten: vasculair en bronchiaal

65
New cards

2 hoofdtypen longgeluiden

  • ademgeruis

  • bijgeluiden

66
New cards

bronciaal ademgeruis

  • gevormd in centale luchtwegen

67
New cards

vasiculair ademgerius

  • is het ademgeruis dat je lager in de luchtwegen kunt horen

  • doordat lucht een slechtere geleider is van geluidgolven (vast materie beter - ook H2O), worden hoge frequenties eruit gefilterd → heirdoor hoor je aan buitenkant van thorax een zacht, laagfrequent geruis dat klinkt als lengtebriesje == vasculair ademgeruis

68
New cards

bijgeluiden

kan je onder verdelen in:

  • continue en discontinue geluiden

  • hoogfrequente en laagfrequente geluiden

    • bv continue geluiden zijn piepen of bromen

    • bv discontinue geluiden knettertjes of krakjes, zoals crepitaties

69
New cards

luidheid (beinvloed door meerdere factoren):

  1. luchtflow: hoe krachtiger de luchtstroom = hoe luider

  2. geleiding door longweefsel: goed geventileerd+gezond longweefsel geleid geluid minder goed dan samengedrukt/verdicht weefsel

  3. weerkaatsing: geluik kan weerkaatsen op structuren in borstkas → waarneming beinvloeden

  4. afstand tot de bron: veel vetweefsel op borstkas wordt geluid gedemt en hoor je minder

  5. doorgenkelijkheid van de luchtwegen: als tumor een luchtweg afsluit, hoof je mogelijk geen ademgeruis vorobij de afsluiting → tumor tot aan het uiteinde van de long reikt, kan geluid juist weer beter geleid worden (omdat vaste stof - tumor - een beter geleider van geluid is dan lucht

70
New cards

ademgeruis en pleuravocht

bij aanwezicheid van pleuravocht, zit er vocht buiten de long → hierdoor worden geluidsgolven jusit tegengehouden of weerkaatst = verzwakt ademgeruis

71
New cards

ademgeruis en pneumonie

hier zit er vocht binnen de long zelf, bv in vorm van pus of osntekingscellen → dit weefsel kan beter geleiden dan lucht = scherpere ademgeruis

72
New cards

in- en expirium

  • normale omstandigheden is expiratie, flow is dan wel lager waardoor minder geluid geeft

  • hoe oger de flow = meer turbulentie = meer geluid

    • daarom hoor je bij vasiculaire ademgeruis vooral inspirium goed, expirium vaak kort hoorbaar

      • verhouding vaak 1: 0,5

  • ademgeruis bronchiën = 1: 1, komt doordat geluid daar onstaat en flow hoog is

  • perifeer in longen is insipiriun langer = 1 : 1/3 dan expirium

  • complainte longen ( longen slape) = experium langer en blijft geluid hoorbaar, verhouding richting 1:1

<ul><li><p>normale omstandigheden is expiratie, flow is dan wel lager waardoor minder geluid geeft</p></li><li><p>hoe oger de flow = meer turbulentie = meer geluid</p><ul><li><p>daarom hoor je bij vasiculaire ademgeruis vooral inspirium goed, expirium vaak kort hoorbaar</p><ul><li><p>verhouding vaak 1: 0,5</p></li></ul></li></ul></li><li><p>ademgeruis bronchiën = 1: 1, komt doordat geluid daar onstaat en flow hoog is</p></li><li><p>perifeer in longen is insipiriun langer = 1 : 1/3 dan expirium</p></li><li><p>complainte longen ( longen slape) = experium langer en blijft geluid hoorbaar, verhouding richting 1:1</p></li></ul><p></p>
73
New cards

continue bijgeluiden

  • meestal rhonchi, hoor je tijdens expirium en wijzen op obstructie in luchtweggen

    • onstaan door oscillatie (trillingen) van de bronchioli

    • bij vernauwing/gedeeltelijke afsluiting van luchtwegen (astma, CIPD, bronchiectasieen) → luchtstroom de kleinere luchtwegen aan trillen brengen → zorgen voor hoorbaar geluid

74
New cards

3 soorten rhonchi

  • hoogfrequente rhonchi (piepen)

  • laagfrequente rhonchi (brommen)

  • bronchopulmonale rhonchi

75
New cards

hoogfrequente rhonchi

(piepen)

  • onstaan bij strak gespannen, nauwe luchtwegen, zoals astma

76
New cards

laagfrequente rhonchi

(brommen)

  • onstaan bij slappe luchtwegen, zoals COPD

77
New cards

bronchopulmonale rhonchi

ontstaan door een sputum plug die los in de luchtwegen zit en heen en weer beweegt

  • na hoesten verdwijnt dit geluid vaak of verplaatst het

78
New cards

crepitaties

discontinue bijgeluidendis

  • ontstaan meestal tijdens inspirium, totdat stijvere parenchym opgerekt moet worden

    • long minder compliant en bij openen van samengeklapt structuur onstaan krakende geluiden

    • het geluid komt door explosieve luchtverplaatsing bij het plotseling openspringen van kleine luchtwegen/alveoli

79
New cards

discontinue bijgeluiden

ceptitaties genoemd, wijzen op zwelling van perenchym (gebied waar alveolus, het interstitium en endotheel van bloedvaten samenkomen)

80
New cards

parenchym

gebied waar alveolus, het interstitium en het endotheel van de bloedvaten samenkomen

  • zorgt voor gaswisseling

  • bij zwelling door bv onsteking, vocht of fibrose hoor je ceptitaites

  • bij pneumonie zitten onstekingscellen + pus in parenchym

  • bij longoedeem is vocht toegenomen doordat hart neit goed pompt

  • bij fibrose is meer bindweefsel aanwezig

81
New cards

3 soorten discontinue longgeluiden

  • verdikte interstitium: laat crepiteren

  • sputum of slappe long: hoor je vroeg crediteren

  • bronchopulmonale oorzaak (crepiteren)

82
New cards

verdikte intertitium

hoor je crepitaties laat tijdens de inspiratie, omdat probleem meer in perifere deel van long zit

  • bv bij ILD, linker ventrikel falen en pneumonie

83
New cards

bronchopulmonale oorzaak (crepiteren)

typisch bij oude zieke patient die veel ligt, hoor je crepitaties bij eerste diepe ademhaling, doordat samengeklapte alveoli weer open gaan, daarna verdwijnen ze bij rustig ademen

84
New cards

2 soorten crepitaties

grof en fijn

  • fijn = repiteren zou wijzen op longoedeem

  • grof = op sputum of emfyseem

onderscheid heel moeilijk te maken

85
New cards

overige soorten bijgeluiden naast continue en discontinue

  • squeaks

  • plaurawrijven

  • stridor

86
New cards

squeaks

  • klinkt als aanslaan van hoogste gitaarnsaar aan einde van inspiratie

  • onstaat bij sonteking van kleine luchtwegen, bv bronciolitis door RS-virus bij kids

87
New cards

pleurawrijven

  • lijkt op lopen door verse sneew en is hoorbaar tijdens zowel inspiratie als expiratie

  • onstaat doordat longvliezen langs elkaar schuren (bij pleuritis), vaak gepaard met pijn

    • kan geluid ook lokaal horen bij patient met drian

88
New cards

stridor

  • gierend geluid dat altijd tijdens de inademing hoorbaar is

  • wijst op hoge luchtwegobstructie en kan duiden op potentieel bedreigde luchtweg

89
New cards

bijgeluiden

knowt flashcard image
90
New cards

pneumonie

  • hierbij is interstitium onstoken

    • veroorzaakt typische laat creptitaties

  • diagnose kan bevestigd worden met rontgenfoto

91
New cards

larynx functies

  • bescherming van luchtweg

  • openen en sluiten van luchtweg

  • ophanging van luchtpijp

  • rol in stemvorming en slikken

92
New cards

nervus recurrens

  • zorgt voor mechanische innervatie van de larynxspieren

    • 4 adductoren zorgen voor sluiten van stembanden ter bescherming van onderste luchtwegen

    • 1 abductor is verantwoordelijk voor openen stembanden tijdens inspiratie

93
New cards

mechanische prikkels

  • verlopen via a-vezels

  • uitgelokt door bv voedselbolus, mucus of verhoogde zuurgraat

94
New cards

chemische prikkels

  • verlopen via C-vezels

  • uitgelokt door temperatuurverandering, capsaïcine of roken

95
New cards

nervus vagus en hoestreflex

  • Hoestreflex ontstaat door prikkeling van hoestreceptoren die geïnnerveerd worden door n. vagus

  • onspringt in 3 takken: n. laryngeus superior, n. recurrens en n. Arnoldi

  • belangrijke functie bij regulatie hartslag, bloeddruk, spijsvertering, stemgeving en slikken

Prikkel → chemo-/mechanoreceptor → n. vagus → hoestcentrum

96
New cards

nervus laryngeus superior

zorgt voor sensibele innervatie van de supraglottische larynx

  • bij prikkeling hiervan slaan de stembanden krachtig dicht → druk wordt opgebouwd en hoestreflex tot stand komt

97
New cards

neus ( en bijholten)

  • functie: ademhaling, reuk + filteren + verwarmen ingeademde lucht ter bescherming van lagere luchtwegen

    • dit gebeurd door mucosilaire klaring (slijm + bac. door trilharen worden afgevoeren

  • 6 neusschelpen vergroten het contactopp. = lucht verwarmen

  • spelen rol bij resonatie (meetrillen) van stem

  • 7 sinussen bekleed met slijmvlies + trilharen → kunnen betrokken zijn bij klachten van hoesten

98
New cards

oorzaken van hoesten in de neus

  • rhinitis

  • neuspoliepen

  • maligniteiten

  • posnasale drip

99
New cards

rhinitis

toename van slijmvliesproductie - kan viraal, bacterieel, allergisch of vasomotorisch zijn

100
New cards

postnasale drip

veelvoorkomende oorzaak van chronisch hoesten, waarbij slijm vanuit de neus in keel loopt

  • veroorzaakt een gevoel alosf er iets vastzit in de keel → patienten vaak moeten schrapen of hoesten, vooral bij platliggen