1/162
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
A -a gradient
verschil tussen PAO2 (alveolaire zuurstofdruk) en PaO2 (arteriele zuurstofdruk)
ideaal: PAO2 = PaO2
hierbij omvat PaO2 de O2-spanning van al het bloed samen nadat het bij de alveoli is geweest, in het linkeratrium
in rust ~2kPa
A-a verschil
PAO2 - PaO2
berekenen PAO2 bestaat alveolaire gasvergelijking:
PAO2 = PIO2’ - (PACO2 / R)
PIO2 = (Pb - Pw) * FIO2
vochtige lucht: PIO2 = (Pb - Pw) FIO2 = (760-47)*0,209 =149,017 mmHg (19,9kPa)
PACO2 = PaCO2 (CO2 diffudeert veel sneller dan O2, evenwicht sneller bereikt)
R = 0,8 ( gem. dieet, inc. verbranding van vetten + eiwitten)
anatomische shunt
fysieke verbinding, waardoo bloed de longblaasjes overslaat
bv door:
aangeboren hartafwijking
longvaatafswijking
kleine normale shunts
bronchiale venen
thebesiusvenen van hart
shunt
bloed moet in een ‘omweg’ stromen
in longen gaat dit vooral om bloed dat niet goed met O2 in contact komt
fysiologische shunt
bloed wel langs de longblaasjes stroomt, maar daar geen of onvoldoende O2 krijgt
gebeurt wanneer:
alveoli gevuld zijn met vocht/slijm
alveoli dichtgeklapt zijn
geen ventilatie is
bv bij: longonsteking, longoedeem, atelectase
hypoxemie
= lage O2 gehalte in het bloed
hierbij is PaO2 < 10kPa, onstaat bij een ernstige shunt
kan komen door:
lage PIO2 (inspiratoire PO2): bv door grote hoogte of lage PAO2 door hypoventilatie
diffusiestoornis, ventilatie-perfusie mismatch of shunt
V/Q verhouding
= relatie tussen ventilatie en perfusie
bij shunt = V/Q → 0 (wel perfusie, nauwelijks ventilatie)
bij dode ruimte = V/Q → ∞ (wel ventilaite, nauwelijks perfusie)
2 uitersten voor V/Q mismatch
wel perfusie, geen ventilatie
V/Q = 0; O2-arm bloed gaat wel langs de alceolus, maar PAO2 is laag
wel ventilatie, geen perfusie
V/Q = oneindig; PAO2 is hoog, want wel ventilatie, maar geen perfusie; cardiac output meot wel door het pulmonaal vaatbed
schematisch alveoli met verschillende drukken

V/Q verhoudingen - shunt plaatje
diffusie-evenwicht bij lage V/Q verhouding gaat omlaag, omdat lage V/Q verhouding minder ventilatie betekent = geeft lagere PAO2

compensatoire mechanismen
heeft ons lichaam, omdat het snapt dat niet handig is om absolute shunt of absolute dode ruimte te hebben
lage V/Q, ook wel
shunt
= bv veroorzaakt door obstructie van luchtwegen → bloed dat door de alveoli gaat kan onvoldoende O2 opnemen en CO2 afgeven → lichaam reageert hierop door lage PAO2, omdat dit hypoxische vasoconstrictie geeft = alveolaire bloedvaten gaan samenknijpen → verkleind de V/Q mismatch lichtelijk

dode ruimte ventilatie
hoge V/Q verhouding
= hoge PAO2 in alveoli treedt er bronchoconstrictie op —> geeft een verkleinde aanvoer van nieuwe lucht

hoestreflex 3 fase
inspiratoire fase
compressie fase
expiratioire fase
Inspiratoire fase (hoesten)
er wordt diep ingeademd om voldoende lucht in de longen te brengen
Compressie fase (hoesten)
na de inademing sluit de glottis zich, waardoor de druk in de luchtwegen toeneemt
Expiratoire fase (hoesten)
de glottis opent zich plotseling en de ademhalingsspieren contraheren krachtig, waardoor de lucht met hoge snelhied naar buiten wordt gepersthe
hoestreflex
Beling van receptoren die verspreid liggen over verschillende structuren.
Sensorisch signaal wordt via n. vagus (10 hersenznw.) naar sensorische neuron in hersenstam geleid → signaal omgezet in motorisch singaal = hoestreactie gestart
hoesten
verdedigingsmechanisme tegen stoffen die niet thuishoren in luchtpijp/long; stof, slijm of irriterende deeltjes
meestal via reflex die wordt opgewekt door verschillende receptoren in luchtwegen
vooral kinderen, ouderen + vrouwen meldne bij huisarts met deze klacht, ong 10% van bevolking heeft last van chronisch hoest (>8 weken hoesten)
soms komt hoesten niet door directe prikkel, maar in neurlogisch overgevoeligheid: hoestreceptoren staan dan als het ware ‘ te scherp afgesteld’ → geeft allerdaagse zakeen zoals praten een hoest kunnen uitlokken
larynx geprikkeld = hoest veroorzaken
hoestreceptoren zitten op verschillende plekken in lichaam = allemaal hoest veroorzaken
fysiologie van hoesten
vaak reflex onstaan door prikkeling van speciale hoestreceptoren
bevinden zich in: luchtwegen, slokdarm, maag, diafragma, plaura, pericard, sinus maxillaris en in externe gehoorgang
2 typen hoestreceptoren
mechanische receptoren = verloop via A𝞭(delta)- vezels
chemische receptoren = verloop via C-vezels
mechanische receptoren
verlopen via A𝞭(delta)-vezels → die behoren tot snelle, dun gemyelinisserde zenuwvezels
reageren vooral, als het in long zit, op slijm en corpus alienum (vreemd lichaam)
chemische receptoren
verlopen via C-vezels → die behoren tot trage, ongemyeliniseerde zenuwvezels
reageren op pH (bv bij zuurbranden) en capsaïcine (stofjes dat in pepers zit)
glottis
ruimte tussen stembanden en het strottenhoofd (larynx)
expiratie reflex
‘gewoontekuchjes’
reden van reflex = onduidelijk → vermoeden dat vorm is vna preventie om luchtwegen vrij te houden
kliniek vaak moeilijk onderscheiden of hoesten wordt veroorzaakt door n, vagus via hoestreflex of door aangeleerd gedrag zoals dit reflex
schema voor bepalen hoest

frequente oorzaken van hoesten
acuut (<3w): infectieus (virale (bovenste) luchtweginfectie en bacteriele luchtweginfectie, bronchitis en pneumonie)
Chronisch (>8w): post-nasal drip (41%), astma (24%, GERD (21%), COPD (7%)
hemoptoë
ophoesten van bloed
DD hang heel erg van persoon af, diagnose van 70j roker is anders dan etiopische immigrant
opgedeeld in
mild: < 100 ml
matig-ernstig: acuut bij niet-bedreigde patient
massaal: acuut en direct bedreigd
in praktijd word gevraagd naar hoeveelheid door gebruik van kopje; half kopje is rond 150ml = spoed
helder rood bloed met stolsels is zorgwekkender dan slijm met kleine sliertjes bloed = essentieel om dus door te vragen
vapen kan luchtewegen irriteren en zo bijdragen aan bloed ophoesten
1e lijn oorzaken van hemoptoë
vaak veroorzaakt door acute bovenste luchtweginfectie (64% van gevallen), onbekend (8%), longkanker (6%), bronciectasieen (2%), longembolie (1%)
2e lijn oorzaken van hemoptoë
bronchiectasieen (20%)
longkanker (19%)
bronchitis (18%)
onbekend (6%), hartfalen (4%), tuberculose (1%)
vascularisatie long

arteria bronchialis
ontspringt uit aorta (1 per arm (2 totaal))
voorziet: bronchi, bronchioli en interstitium tot aan terminale bronchiën van O2 rijk bloed
behoren tot systemische circulatie en staan onder hoge druk
via anastomosen met pulmonale capillaire komt dit bloed uiteindleijk in vena pulmonalis terecht → zorgt voor altijd aanwezige A-a gradiënt
90% van hemoptoë gevallen komt door een bloeding hier
arteria pulmonalis
vervoert O2-arm bloed vanuit rechter ventrikel naar alveoli (waar gaswisseling plaatsvind)
lage druk
primair bedoeld voor oxygenatie (niet voor voeding van longweefsel)
ontstaan hemoptoë
2 arteriele systemen die tot dit kunnen leiden: a. bronchialis en a. pulmonalis
beide systemen veroorzaken bloedingen, maar ong 90% wordt veroorzaakt door a. bronchialis
uitsluiten dat bloed sputum andere oorzaken kan hebben
bv bloedneus (waarbij via post-nasal drip bloed + slijm langs achterwand van keel naar beneden lopen
bv bloed afkomstig uit slokdarm/maag (bij bloederig braken)
pas als dit uitgelsoten wordt gekeken naar longgerelateerde bronnen
Hemoptoë schema

ABCDE-methode
A - airway
B - breathing
C - circulation
D - disability
E - exposure
vasculitis
ontsteking van bloedvaten → hierdoor beschadigd, vernauws of sluit de vaatwand = minder bloed naar organen
ontsteking tast vaatwand aan:
wand wordt dikker
bloedvat vernauwt
soms onstaan bloedingen of aneurysma’s
doorbloedingproblemen kan organen beschadigen
komt voor in kleine, midelgrote en grote vaten
algemene symptomen: koorts, vermoeidheid, gewichtverlies, spier-/gewrichtspijn
Airway (A)
luchtwegen moet vrij zijn
bij massale hemoptoe kunnen longen vol bloed staan = intubatie noodzakelijk → risico hierbij is dat tube vol bloed loopt, daarom luisteren waar bloed pruttelt en niet te intuberen aan die kant OF trachea intuberen en met bronchoscopie de bloeding opsporen
tube kan met bronchoscopie indien nodig verplaatst worden
bronchoscopie
hiermee kan geplaatste tube indien nodig verplaatst worden
bloeding lokaliseren + tijdelijk afsluiten met ballonkatheter
toedienen van adrenaline om bloedvaten te vernauwen
Breathing (B)
controleer de ademhaling
circualtion (C)
bij (verdenking op) longembolie moet je alert zijn op hartfalen, omdat rechterventrikel door hart pompen kan begeven en linkerkant van hart kan beinvloeden
disability (D)
neurlogische status beoordelen (bewustzijn)
exposure (E)
volledige inspectie en temperatuur meten
CT-scam met contrast (long)
hierbij is pulmonaal systeem + aorta zichtbaar
bv voor opsporen van longembolie of bloeding uit a. bronchialis
artierele bloeding → interventieradioloog kan betrefde vaten emboliseren of met tranexaminezuur het bloed laten stollen
bij jonge patienten met vasculaire klachten + astma in BG moet er altijd aan …. worden gedacht
vasculitis
bronchioli
hebben GEEN kraakbeen of kiertjes
wel slijmproducerende cellen
buisjes zijn opgehangen in longparenchym
wordt door parechym gesteund en opgehouden = pathofysiologisch belangrijke structuur
bevatten net als pleura, veel elastine
gaat op alveolair niveau over met bindweefsel en spieren → alveolair weefsel (geen kraakbeen + klieren aanwezig hier)
functionele eenheden
maken geen contact met buren
structuren die zorgen voor de gaswisseling: O2 opname, CO2 afgifte
kern hiervan is alceolus (longblaasje)
trachea en hoofdbronchus
bevat kraakbeen en submucosale kliertjes die slijm produceren → hieraan kunnen stofdeeltjes blijven hangen op trilharen
trilharen van epitheel brengen de deeltjes terug naaar boven → doorslikken
kraakbeenplaten = voorzien grote luchtewegen van stevigheid + vorm van hoefijzer
bij hoesten klapt het deel dat open is naar binnen, als dan veel kracht wordt gezet komt lucht naar buiten
meembraneuze bronchioli
zorgen voor transport van lucht (geleiding)
structuren: neus, farynx, larynx, trachea, bronchi, bronchioli, terminale bronchioli
functies: lucht geleiden, verwarmen, bevochtigen en filteren van stofdeeltjes
vormt grotendeels de: anatomische dode ruimte
respiratoire bronchioli
zorgen voor de gaswisseling
structuren: respiratoire bronchioli, alvéolaire gangen, alveolaire zakjes, alveoli
functie: O2 naar het bloed, CO2 naar alveoli
weerstand van stromende lucht door de luchtwegen
berekenen met wet van Poiseuille
in de kleinere buisjes neemt de weerstand gigantisch toe
grootste weerstand zit in de middelgrote bronchi (kleinste diameter)
trompetmodel
grootste weerstand zitin de middelgrote bronchi (kleinste diameter)
kleine alveolibuisjes zijn parallel geschakeld wat zorgt voor een groter oppervlak, waardoor het stroomgebied toeneemt → hierdoor neemt vanaf middelgrote bronchi de weerstand naar distaal af, terwijl diameter van buisjes kleiner wordt
door grote hoeveelheid parallele schakelingen is de totale diameter distaal een stuk groter == trompetmodel

wet van Ohm
V = I R of U = I R
in longfysiologie toegpast om de relatie tussen druk, luchtstroom en weerstand in luchtwegen te beschrijven
helpt begrijpen hoeveel moeite het kost om lucht in en uit de longen te verplaatsen
wet van Poiseuille
R = 8nl / πr4
n = stroperigheid van gas of vloeistof
l = lengte
r = straal
» naarmate luchtwegen kleiner worden, neemt hun weerstand tot de 4e macht van die verkleining toe
wet van Bernoulli
p + ½ pv2 + pgh = constant
stelt dat stromende vloeistof of gas een hogere stroomsnelheid samengaat met een lagere druk en omgekeerd = principe van behoud van energie
waarbij de som van kinetische energie + potentiele energie + drukenergie constant blijft langs een stroomlijn
drukverschil bepaald hoe snel
de lucht stroomt en daardoor ook de flow die onstaat
laminaire flo
lage sroomsnelheden
lucht rusti en in parallele banen stroomtt
turbulente flow
hoge stroomsnelheid
chaotisch en onregelmatige bewegingen van de lucht
geeft longeluiden:
transitionele flow
overgangsfase tussen laminaire en turbulente flow
is er omdat de long uit heel veel vertakkingen bestaat

plek en stroomsnelheid
trachea = hoogste stroomsnelheid → sprake van turbulente flow
alveoli = lage stroomsnelheid door meer aftakkingen (lagere weerstand door parallelle schakelingen → laminaire flow
elasticiteit van de long
long heeft sterke neiging om samen te trekken door:
eleastische vezels
oppervlaktespanning in de alveoli
de long wil dus van nature kleiner worden en naar binnen trekken = elastische recoil genoemd
thoraxwand wil uitzetten
thoraxwand (ribbenkast + diafragma) wil uitzetten:
thorax wil spontaan wat naar buiten bewegen
heeft een groter rustvolume
intraplaurale druk
negatieve druk in pleuraholte
onstaat door evenwicht tussen: kracht die long naar binnen trekt en thorax die long naar buiten trekt
werkt als soort ‘vacuüm’ waardoor logn open blijft
bij pneumothorax komt er lucht in de pleuraholte en vervalt deze druk
ademgeruis
beweging van lucht door luchtwegen
kan van karakter (soort geluid) en luidheid veranderen bij pathologie
de tijd van in- en expirium kan veranderen
heeft 2 soorten: vasculair en bronchiaal
2 hoofdtypen longgeluiden
ademgeruis
bijgeluiden
bronciaal ademgeruis
gevormd in centale luchtwegen
vasiculair ademgerius
is het ademgeruis dat je lager in de luchtwegen kunt horen
doordat lucht een slechtere geleider is van geluidgolven (vast materie beter - ook H2O), worden hoge frequenties eruit gefilterd → heirdoor hoor je aan buitenkant van thorax een zacht, laagfrequent geruis dat klinkt als lengtebriesje == vasculair ademgeruis
bijgeluiden
kan je onder verdelen in:
continue en discontinue geluiden
hoogfrequente en laagfrequente geluiden
bv continue geluiden zijn piepen of bromen
bv discontinue geluiden knettertjes of krakjes, zoals crepitaties
luidheid (beinvloed door meerdere factoren):
luchtflow: hoe krachtiger de luchtstroom = hoe luider
geleiding door longweefsel: goed geventileerd+gezond longweefsel geleid geluid minder goed dan samengedrukt/verdicht weefsel
weerkaatsing: geluik kan weerkaatsen op structuren in borstkas → waarneming beinvloeden
afstand tot de bron: veel vetweefsel op borstkas wordt geluid gedemt en hoor je minder
doorgenkelijkheid van de luchtwegen: als tumor een luchtweg afsluit, hoof je mogelijk geen ademgeruis vorobij de afsluiting → tumor tot aan het uiteinde van de long reikt, kan geluid juist weer beter geleid worden (omdat vaste stof - tumor - een beter geleider van geluid is dan lucht
ademgeruis en pleuravocht
bij aanwezicheid van pleuravocht, zit er vocht buiten de long → hierdoor worden geluidsgolven jusit tegengehouden of weerkaatst = verzwakt ademgeruis
ademgeruis en pneumonie
hier zit er vocht binnen de long zelf, bv in vorm van pus of osntekingscellen → dit weefsel kan beter geleiden dan lucht = scherpere ademgeruis
in- en expirium
normale omstandigheden is expiratie, flow is dan wel lager waardoor minder geluid geeft
hoe oger de flow = meer turbulentie = meer geluid
daarom hoor je bij vasiculaire ademgeruis vooral inspirium goed, expirium vaak kort hoorbaar
verhouding vaak 1: 0,5
ademgeruis bronchiën = 1: 1, komt doordat geluid daar onstaat en flow hoog is
perifeer in longen is insipiriun langer = 1 : 1/3 dan expirium
complainte longen ( longen slape) = experium langer en blijft geluid hoorbaar, verhouding richting 1:1

continue bijgeluiden
meestal rhonchi, hoor je tijdens expirium en wijzen op obstructie in luchtweggen
onstaan door oscillatie (trillingen) van de bronchioli
bij vernauwing/gedeeltelijke afsluiting van luchtwegen (astma, CIPD, bronchiectasieen) → luchtstroom de kleinere luchtwegen aan trillen brengen → zorgen voor hoorbaar geluid
3 soorten rhonchi
hoogfrequente rhonchi (piepen)
laagfrequente rhonchi (brommen)
bronchopulmonale rhonchi
hoogfrequente rhonchi
(piepen)
onstaan bij strak gespannen, nauwe luchtwegen, zoals astma
laagfrequente rhonchi
(brommen)
onstaan bij slappe luchtwegen, zoals COPD
bronchopulmonale rhonchi
ontstaan door een sputum plug die los in de luchtwegen zit en heen en weer beweegt
na hoesten verdwijnt dit geluid vaak of verplaatst het
crepitaties
discontinue bijgeluidendis
ontstaan meestal tijdens inspirium, totdat stijvere parenchym opgerekt moet worden
long minder compliant en bij openen van samengeklapt structuur onstaan krakende geluiden
het geluid komt door explosieve luchtverplaatsing bij het plotseling openspringen van kleine luchtwegen/alveoli
discontinue bijgeluiden
ceptitaties genoemd, wijzen op zwelling van perenchym (gebied waar alveolus, het interstitium en endotheel van bloedvaten samenkomen)
parenchym
gebied waar alveolus, het interstitium en het endotheel van de bloedvaten samenkomen
zorgt voor gaswisseling
bij zwelling door bv onsteking, vocht of fibrose hoor je ceptitaites
bij pneumonie zitten onstekingscellen + pus in parenchym
bij longoedeem is vocht toegenomen doordat hart neit goed pompt
bij fibrose is meer bindweefsel aanwezig
3 soorten discontinue longgeluiden
verdikte interstitium: laat crepiteren
sputum of slappe long: hoor je vroeg crediteren
bronchopulmonale oorzaak (crepiteren)
verdikte intertitium
hoor je crepitaties laat tijdens de inspiratie, omdat probleem meer in perifere deel van long zit
bv bij ILD, linker ventrikel falen en pneumonie
bronchopulmonale oorzaak (crepiteren)
typisch bij oude zieke patient die veel ligt, hoor je crepitaties bij eerste diepe ademhaling, doordat samengeklapte alveoli weer open gaan, daarna verdwijnen ze bij rustig ademen
2 soorten crepitaties
grof en fijn
fijn = repiteren zou wijzen op longoedeem
grof = op sputum of emfyseem
onderscheid heel moeilijk te maken
overige soorten bijgeluiden naast continue en discontinue
squeaks
plaurawrijven
stridor
squeaks
klinkt als aanslaan van hoogste gitaarnsaar aan einde van inspiratie
onstaat bij sonteking van kleine luchtwegen, bv bronciolitis door RS-virus bij kids
pleurawrijven
lijkt op lopen door verse sneew en is hoorbaar tijdens zowel inspiratie als expiratie
onstaat doordat longvliezen langs elkaar schuren (bij pleuritis), vaak gepaard met pijn
kan geluid ook lokaal horen bij patient met drian
stridor
gierend geluid dat altijd tijdens de inademing hoorbaar is
wijst op hoge luchtwegobstructie en kan duiden op potentieel bedreigde luchtweg
bijgeluiden

pneumonie
hierbij is interstitium onstoken
veroorzaakt typische laat creptitaties
diagnose kan bevestigd worden met rontgenfoto
larynx functies
bescherming van luchtweg
openen en sluiten van luchtweg
ophanging van luchtpijp
rol in stemvorming en slikken
nervus recurrens
zorgt voor mechanische innervatie van de larynxspieren
4 adductoren zorgen voor sluiten van stembanden ter bescherming van onderste luchtwegen
1 abductor is verantwoordelijk voor openen stembanden tijdens inspiratie
mechanische prikkels
verlopen via a-vezels
uitgelokt door bv voedselbolus, mucus of verhoogde zuurgraat
chemische prikkels
verlopen via C-vezels
uitgelokt door temperatuurverandering, capsaïcine of roken
nervus vagus en hoestreflex
Hoestreflex ontstaat door prikkeling van hoestreceptoren die geïnnerveerd worden door n. vagus
onspringt in 3 takken: n. laryngeus superior, n. recurrens en n. Arnoldi
belangrijke functie bij regulatie hartslag, bloeddruk, spijsvertering, stemgeving en slikken
Prikkel → chemo-/mechanoreceptor → n. vagus → hoestcentrum
nervus laryngeus superior
zorgt voor sensibele innervatie van de supraglottische larynx
bij prikkeling hiervan slaan de stembanden krachtig dicht → druk wordt opgebouwd en hoestreflex tot stand komt
neus ( en bijholten)
functie: ademhaling, reuk + filteren + verwarmen ingeademde lucht ter bescherming van lagere luchtwegen
dit gebeurd door mucosilaire klaring (slijm + bac. door trilharen worden afgevoeren
6 neusschelpen vergroten het contactopp. = lucht verwarmen
spelen rol bij resonatie (meetrillen) van stem
7 sinussen bekleed met slijmvlies + trilharen → kunnen betrokken zijn bij klachten van hoesten
oorzaken van hoesten in de neus
rhinitis
neuspoliepen
maligniteiten
posnasale drip
rhinitis
toename van slijmvliesproductie - kan viraal, bacterieel, allergisch of vasomotorisch zijn
postnasale drip
veelvoorkomende oorzaak van chronisch hoesten, waarbij slijm vanuit de neus in keel loopt
veroorzaakt een gevoel alosf er iets vastzit in de keel → patienten vaak moeten schrapen of hoesten, vooral bij platliggen