1/32
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
definitie politicologie Tromp
= eerder FOI: field of inquiry dan volwaardige wetenschap op zichzelf, eerder ondersteunend voor andere wetenschappen (geschiedenis, psychologie, economie...)
polity
vorm / structuur van politiek
de instellingen in de samenleving die gecreeert zijn om het samenleven te regelen (staten, regering, parlement…) → moeten bindende collectieve beslissingen nemen
3 essentiele onderdelen
besturen
van bevolking op bepaald territorium
met collectieve bindende beslissingen
valence / position issues
V = iedereen akkoord over doelen (maar niet over aanpak, oplossing…)
P = specifieke omstreden doelen (euthanasie)
deductief nomologisch model / covering law model
de te verklarende gebeurtenis (explanandum) is logisch te deduceren uit universele objectieve regelmatigheden (explanans) = causaal
prisoners dilemma
RCT 2 verdachten kunnen kiezen: 1j/5j : zwijgen, 0j/3j = praten
→ als 1 praat: vrij & andere krijgt zware straf, als beide praten krijgen ze middellange straf, als ze allebei zwijgen korte straf
uit eigenbelang: beste optie = praten MAAR beste optie voor beide = zwijgen
MAAR als beide praten (eigenbelang) : 3j ipv 1j elk
thomas theorema
als mensen het gevolg van een onreele situatie als reel zijn, zal dat ook echt uitkomen → mensen gedragen zich alsof het al echt is: zo komt het uit)
path dependency
(oud) institutionalisme → de (beleids)keuzes die een instelling maakt in het begin bepaalt welk pad de institutie daarna volgt
size principle
partijen willen altijd zo groot mogelijk worden (& regeren) → vormen daarvoor coalities met andere partijen => minimal winning coalition (partijen proberen met zo weinig mogelijk partijen/meerderheid te regeren: zoveel mogelijke persoonlijk voordeel en minst mogelijke toegave aan andere partijen)
defintie politiek Easton
= toebedeling van waarden bij conflicten. bij schaartse zijn instellingen nodig om middelen & waarden te verdelen
authorative allocation for society
Easton, nodige gezaghebbende beslissingen voor het goede van de hele samenleving (toebedelen van waarden)
politiek = eudaimonia +
Aristoteles
= het goede leven nastreven enkel mogelijk in politieke gemeenschap (zoön politikon in polis)
politiek = hoogste menselijke activiteit → streven naar publiek welzijn via dialoog (sociaal)
politiek = macht
Machiavelli, il principe
=verwerven en behouden van zoveel mogelijk macht, als doel niet als instrument
→ zo de staat beschermen
politiek letze unterscheidung (antagonisme)
karl schmitt, des begrif des politischen
= de uiterste graad van intensiteit van verbinding of scheiding (dynamisch criterium)
kan altijd teruggeleidt worden naar fundamentele onderscheidt tussen vriend-vijand
→ strijdt tss vijanden tot 1 iemand overblijft
politiek = agonistisch pluralisme
chantal mouffe
= strijd tss partijen die gebonden zijn aan de waarden van democratie en die elkaar erkennen als legitieme vertegenwoordigers (wederzijids respect)
deductief-nomologisch model in politicologie
Hobbes
politieke verschijnselen = natuurlijke verschijnselen
abstracte gebeurtenis (explanandum) is gevolg van algemene universele wetmatigheden (explanans) => causaal
politiek= weersysteem
tromp
complex weer kan obv waarschijnlijkheid voorspelt worden maar geen garantie
politiek als sociale wetenschap = hetzelfde
falsificatie
een theorie is volwaardig als ze (hypothetisch) te weerleggen is → testability van theorie
verificatie → geen bewijskracht, alleen in bepaalde omstandigheden?
collectief handelen theorie
olson
waarom bestaan publieke goederen als iedereen eigenbelang nastreeft?
mensen sluiten zich aan bij groepen als eigenbelang zo makkelijker te bereiken is (als het zonder kan dan niet)
door een combinatie van positieve en negatieve prikkels (dwang, sociale druk, beloning, tijdsbesparing…) doen mensen toch inspanning voor collectieve goederen
politiek systeem
georganiseerd complex geheel van onderlinge samenhangende relaties tussen interdependente onderdelen die samen geheel vormen
relatie burgers en politiek systeem
hirschman (relatie consumenten & bedrijven)
/ burgers aanvaarden loyaal beleid & volgen
— exit = burgers aanvaarden (nadelig) beleid → trekken zich terug
\ voice = burgers protesteren, beleid ongedaan maken
oud institutionalisme
= individuen handelen naar hun specifieke rol in een de instelling/formele organisatie (logic of appropriateness)→ stabiele regels, praktijken en normen van formele organisaties bepalen de interactie tss individuen (positie > individu)
kennis door werking v formele organisaties, overheidsstructuren,instituties in de grondwet en hun vergelijking in tijd en ruimte (regels = gedragsbepalend)
institituties= onafhankelijk, zelf politieke actor
hollistisch: alle instituties convergeren naar dezelfde weg
(armoede = gevolg van werking van formele instellingen: sociale zekerheid, belasting, arbeidsmarkt vastgelegd in instituties bepalen wie arm wordt)
behavioralisme
gedrag = objectief waarneembaar en gevolg van geconditioneerde reacties op bepaalde prikkels
behaviorisme tracht het positivisme toe te passen op de sociale werkelijkheid door sociale fenomenen empirisch te bestuderen → kennis enkel uit observaties/objectieve waarnemingen => op systematische en wetenschappelijke manier kwantificeerbare data verzamelen en daaruit algemene regelmatigheden/gedragspatronen afleiden over hoe en waarom mensen zich gedragen zoals ze doen. theorieen moeten toetsbaar zijn aan de realiteit
(armoede = waarneembaar als gevolg van bepaalde regelmatige gedragspatronen: opleidingsniveau, gezinssamenstelling, arbeidsgedrag…)
nieuw institutionalisme
informele en formele regels & herhaalde gedragspatronen/praktijken bepalen gedrag van sociale actor
= alle normen, regels en praktijken die sociaal gedrag bepalen → duidelijk & dynamisch: kan verschillen van land tot land
gedifferentieerd: kan verschillen en convergeert niet → path dependency (vorige keuzes beperken toekomstige: westen vs oosten)
(armoede = anders in elk land als gevolg van verschillende formele en informele regels en gedragspatronen → bv. zwakke verzorgingsstaat in verenigde staten vergeleken met noorwegen, ook meer armoede)
rational choice theory
gedrag = mens weegt bij keuze opties af obv maximaal nut en eigenbelang → welke nadelen/voordelen (pay-offs) = doelrationeel gedrag
homo economicus = rationeel wezen die genoeg info heeft, zijn belangen kent en waarde hecht aan wat nuttig is (religie, esthetika…) → gedrag is logisch te deduceren/voorspellen in situatie (voor eigenbelang)
(armoede zoals bijvoorbeeld een lagere uitkering trekken kan het rationeelste gedrag zijn als men voor een laag betaalde job ongeveer even veel geld zou krijgen. dan is het voordeliger om niet te gaan werken en toch geld te krijgen → free rider gedrag)
systeembenadering
politieke werkelijkheid = georganiseerd en complex geheel van onderling samenhangende relaties tss onderdelen die samen een geheel vormen en constante interactie heeft met omgeving (input-ouput-feedback) waarbij gedrag inhoud en betekenis krijgt
→ analyse van geheel, van onderlinge verhouding tussen onderdelen & interactie met buitenwereld
kringloop gedachte & feedback
(armoede is teken van stress op het systeem door meer (variatie aan) eisen dan het kan verwerken of de voice van armen is niet sterk genoeg - betoging werkt niet / geen feedback)
interpretationisme
mensen handelen obv sociaal geconstrueerde politieke werkelijkheid
→ bestaat uit de ideeen/ interpretaties van deelnemers van politiek
→ onstaat binnen interactie, overtuigingen en de betekenis die gegeven wordt door deelnemers → betekenis/interpretatie beinvloedt gedrag
(onderzoek: handelen van mensen interpreteren → proberen attitudes toeschrijven, kennis over wereld krijgen & dat verklaren)
(mensen interpreteren armoede als een staat die ze mensen zelf aangericht hebben, arme mensen betekenen luiheid, slechte keuzes & opvoeding… → mensen behandelen arme mensen slechter → herbevestigd sociaal geconstrueerde realiteit
+ definitie van arme zelf: vindt zichzelf niet meer waard/ kansloos → gedraagt zich daarnaar)
constructivisme
de werkelijkheid & kennis zijn sociale constructies die onstaan tijdens socialisatie (delen van normen en waarden in interactie)
sociale fenomenen zijn historische constructies (door interactie)
→ gedrag is afhankelijk van voorkeur/overtuiging (eigen belang)
→ gedrag = afhankelijk van belang van persoon (niet van positie/rol/instelling)
(definitie/betekenis van arme mensen in sl = sociaal geconstrueerd als luiere profiterende mensen die niet hard werken & minder verdienen in het leven → mensen behandelen armen slechter in interactie → herbevestigd sociale constructie (socialisatie)
structuralisme / functionalisme
= gedrag onstaat door de onvermijdelijke invloed van onbewuste/onzichtbare structuren op onderlinge relaties tss sociale groepen/ onderdelen (deelsystemen) (groepen gekoppeld aan sociale positie)
= sociale fenomenen onstaan door hun functies/rollen die bijdragen aan de overlevingskans van sociale systeem/structuur
politieke werkelijkheid = krijgt betekenis bij complexe interactie tss politieke, economische, ideologische structuren → individuen zijn roldragers van structuren: gedrag beinvloedt door sociale positie > persoon (autonoom)
samenleving/ werkelijkheid bestaat uit afhankelijke deelsystemen die bestaan uit deeleenheden die evenwicht met elkaar zoeken
(bv. verschillende groepen zijn ingedeeld in klassenstructuur die de relatie tss die klassen beinvloedt=> arme klassen hebben lagere sociale positie met functie voor hogere klassen: simpelere goedkope arbeidskracht, lagere afzetmarkt, herbevestigde sociale normen… => door functie onstaat armoede)
structuren & functies daarvan
= regelmatig terugkerende handelingspatronen en instituties die daaruit ontstaan (enkel herhaald patroon als er bepaald nut/funtie voor systeem bijkomt)
= objectieve consequenties van handelingspatroon voor systeem
Parsons AGIL-model
min 4 problemen in elk sociaal systeem dat met 4 structuren kan worden overwonnen
Adaptive: aanpassen aan omgeving via economie (rationeel gebruik van middelen)
Goal-attaining: gewenste doelen behalen via politiek (organiseren)
marxisme
de werkelijkheid bestaat uit niet-observeerbare economische processen en verhoudingen (over bezit van de materiele productiemiddelen) die het sociale leven bepalen → positie in economische structuur/tegenstelling bepaalt waarden, opvattingen en idealen (deterministisch) => bepalen verloop van geschiedenis
te onderzoeken via dialektiek (momenten van tegenstelling: eigenaar vs arbeider, proletariaat vs rijke elite…) wie overwint
(armoede is onvermijdelijk structureel gevolg van eigendomsverhoudingen en de dialektiek tussen eigenaars en arbeiders. de eigenaren maken winst door de arbeiders uit te buiten via een laag loon, slechte werkomstandigheden en door het ontnemen van de meerwaarde die de arbeider zelf creert)
kritische theorie frankfurter schule
(van marxisme) => geinteresseerd in culturele factoren van kapitalisme ipv de verhoudingen (hoe normen en waarden gevormd worden)
→ positie in economische verhouding bepaalt niet alleen waarden, idealen en opvattingen maar ook praktische economische doelen
binnen het kapitalisme consumeert de mens kritiekloos de massamedia & oppervlakkige populaire cultuur zonder voor zichzelf na te denken
(armoede omdat kapitalisme haareconomische doelen beschermt (maximale winst) door mensen af te leiden met consumptie van massamedia en oppervlakkige populaire cultuur ipv kritiek te geven over systeem en ongelijkheid (maakt gelukkig)