1/37
rechtsstaat
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
rechtsstaat
Een staat waarin burgers worden beschermd tegen machtsmisbruik en willekeur van de overheid door middel van grondrechten.
grondrechten
Basisrechten van mensen die bescherming bieden tegen de overheid en zorgen voor vrijheid en gelijkheid.
autoritaire staat
Een staat waar één machthebber of een kleine groep bepaalt wat de regels zijn, met weinig tot geen grondrechten voor de bevolking.
sociale rechtsstaat
Een rechtsstaat die wetten en voorzieningen heeft om de welvaart en het welzijn van de burgers te bevorderen.
sociale cohesie
Een situatie waarin mensen zich verbonden voelen en er veel vertrouwen en wederkerigheid bestaat binnen de samenleving.
sociaal contract
Een afspraak tussen mensen om in vrijheid en gelijkheid te leven, waarbij ze rechten inruilen voor bescherming door de staat.
trias politica
De splitsing van de staatsmacht in drie delen: wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht om machtsmisbruik te voorkomen.
klassieke grondrechten
Fundamentele rechten die de persoonlijke vrijheid en gelijkheid van burgers waarborgen, zoals vrijheid van meningsuiting en recht op privacy.
sociale grondrechten
Rechten die de overheid verplichten om zorg te dragen voor de welvaart en het welzijn van de burgers.
Botsing van grondrechten
Situaties waarin de uitoefening van de ene grondrecht de uitoefening van een ander grondrecht door iemand anders tegenwerkt.
Aangeleerd-gedragtheorie
De theorie die stelt dat plegers van misdrijven het verkeerde gedrag hebben aangeleerd door omgang met misdadigers.
Bindingstheorie
Deze theorie suggert dat mensen minder geneigd zijn tot misdaad als ze sterke bindingen hebben met familie en vrienden.
Zelfcontroletheorie
De theorie die stelt dat individuen met weinig zelfcontrole eerder geneigd zijn om misdrijven te plegen.
Sociobiologischetheorie
Een theorie die stelt dat crimineel gedrag deels wordt bepaald door genetische en erfelijke factoren.
Anomietheorie
De theorie waarin wordt gesteld dat mensen sneller crimineel gedrag vertonen als ze hun levensdoelen niet kunnen bereiken.
Rationele-keuzetheorie
Een theorie die stelt dat mensen rationeel afwegen of de voordelen van crimineel gedrag opwegen tegen de nadelen.
Strafuitsluitingsgronden
Situaties waarin een feit niet strafbaar is, ondanks dat het gepleegd is, door onder andere geestelijke overmacht.
Rechtvaardiging
Wanneer de omstandigheden maken dat een bepaald gedrag niet strafbaar is, zoals zelfverdediging of overmacht.
Schulduitsluiting
Situaties waarin de dader niet schuldig is aan het feit, bijvoorbeeld door psychische aandoeningen of gebrek aan schuld.
Doelen van straf
De meeste straffen hebben als doel wraak, afschrikking, voorkomen van eigenrichting, resocialisatie en beveiliging van de samenleving.
Jeugdstrafrecht
Rechtspraak specifiek voor jongeren van 12 tot 18 jaar, gericht op resocialisatie en het voorkomen van recidive.
Halt-bureau
Een alternatief voor echte straf voor jongeren, जहां lichte misdrijven met een taakstraf worden afgehandeld.
Voorwaardelijke invrijheidsstelling
De mogelijkheid voor veroordeelden om na het ondergaan van een deel van hun straf vrij te komen onder voorwaarden.
Adolescentenstrafrecht
Een systeem dat de mogelijkheid biedt om afhankelijk van de volwassenheid van de jongere te kiezen tussen jeugdstrafrecht of volwassen strafrecht.
Spreekrecht
Het recht van slachtoffers en nabestaanden om te spreken tijdens het strafproces, wat is uitgebreid voor zware misdrijven.
Strafrecht in beweging
Veranderingen binnen de rechtspraak, zoals uitbreiding van rechten voor slachtoffers en inperking van taakstraffen voor geweldsmisdrijven.
Legaliteitsbeginsel
Volgens het legaliteitsbeginsel mag de overheid alleen de vrijheid van de burgers inperken als de rechtmatigheid van die beperking is vastgelegd in wetten en regels die door het parlement zijn aangenomen.
Heerschappij van de wet
Wetten moeten goedgekeurd worden door de regering en het gekozen parlement, zodat er vertrouwen en rechtszekerheid heerst tussen burgers en overheid.
Kwaliteit van wetten
Wetten moeten algemeen, openbaar, begrijpelijk en redelijk zijn, en ze mogen niet onderling tegenstrijdig zijn.
Rechtsorde
Het geheel van in wetten vastgelegde regels en de manier waarop het recht is georganiseerd.
Uitbouw rechtsstaat
De evolutie van Nederland naar een sociale rechtsstaat na de Tweede Wereldoorlog heeft geleid tot een complex netwerk van wetten.
Trias politica
De scheiding van de politieke macht in Nederland, bestaande uit de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.
Checks and balances
Een systeem waarbij de drie machten elkaar controleren om machtsmisbruik te voorkomen.
Bestuursorganen
Instellingen die publieke taken uitvoeren en regelgeving opstellen, niet democratisch gekozen en werken binnen de kaders van de overheid.
Jurisprudentie
Het geheel van eerdere uitspraken van rechters die invloed heeft op de besluitvorming in nieuwe rechtszaken.
Burgerlijk recht
Rechtsgebied waarin conflicten tussen burgers of organisaties worden geregeld, ook wel privaatrecht genoemd.
Publiek recht
Rechtsgebied dat de verhouding tussen de overheid en burgers regelt, omvat staatsrecht, strafrecht en bestuursrecht.
Strafrecht
Dat gedeelte van het recht dat de regels en sancties vastlegt voor strafbare feiten en de reactie van de overheid daarop.