maatschappij H2
Een rechtsstaat is een staat waarin je als burger met grondrechten wordt beschermd tegen machtsmisbruik en willekeur van de overheid. In een autoritaire staat bepaald één machthebber of een kleine groep mensen wat de regels zijn. Grondrechten bestaan nauwelijks of niet in zo'n staat. Een democratische rechtsstaat (Nederland) biedt burger een dubbele zekerheid. Ze mogen namelijk meedoen aan vrije verkiezingen en bepalen zo wie de machthebbers zijn en ze kunnen indirect meebeslissen over politieke kwesties. Bij een sociale rechtsstaat zijn er allerlei wetten en voorzieningen om de welvaart en het welzijn ban de burgers te bevorderen.
Vertrouwen en wederkerigheid In een rechtsstaat heerst relatief veel sociale cohesie en –vrede. Mensen durven met elkaar bindingen aan te gaan, politieke en maatschappelijke verenigingen op te richten en handel met elkaar te drijven. De meeste burgers houden zich aan de wet, in de verwachting dat andere dat ook doen. Daarom gaan vertrouwen en wederkerigheid hand in hand met elkaar. Ook tussen de overheid en burgers bestaan vertrouwen en wederkerigheid, dat zorgt voor rechtszekerheid, want iedereen kan precies nagaan wat wel en niet mag.
2.1.2 - Hoe is de rechtsstaat ontstaan? De achttiende eeuw was in Europa de eeuw van de verlichting en van het verlangen naar maatschappelijk geluk.
Willekeur en uitbuiting In de 16e eeuw was de macht van de koning was onbegrensd. De bevolking had nauwelijks rechten. Er was armoede, uitbuiting en grote sociale ongelijkheid.
Opkomst burgerij Vanaf de 18e eeuw was er steeds meer verzet tegen dit onrecht. Ook bij delen van adel en de burgerij. Ondernemende burgers vergaarden rijkdom en wetenschappelijke kennis.
Door de in de 15e eeuw uitgevonden drukpers kon nieuwe kennis snel en breed worden verspreid. Het bestaande wereld- en mensbeeld begon hierdoor te wankelen. Oorlogen, armoede en ellende kwamen niet voort uit de wil van God, maar werden veroorzaakt door menselijke heerszucht en hebzucht. Daarmee was de macht van de koning ook niet meer zelfsprekend.
Gezond verstand De 18e eeuw was de eeuw van het optimistische geloof in de kracht van rede. Kennis over de werkelijkheid moest verkregen worden door methodisch gebruik van het gezonde verstand en niet gebaseerd zijn op geloof en irrationele angsten. Vrijheid was daarbij de eerste voorwaarde vanuit de gedachte dat mensen pas gelukkig zijn als ze vrij zijn. Dat was pas mogelijk als de macht van de vorst, de staat en de burgers ingeperkt zou worden.
Sociaal contract Het uitgangspunt van Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques Rousseau was dat je als mens in vrijheid en gelijkheid wordt geboren, maar dat daar in de praktijk weinig van overblijft. Daarom moeten mensen een sociaal contract sluiten, waarin ze tot afspraken komen om in natuurlijke vrijheid en gelijkheid kunnen leven.
De staat als scheidsrechter De eerste taak van de staat moest zijn om de veiligheid van de burgers te garanderen en hun eigendommen te beschermen. De staat zou daarom een geweldsmonopolie krijgen: de staat mag als enige geweld gebruiken. Zodat dit niet misbruikt werd, zou de staat gebonden zijn aan wetten die de burgers zelf opstellen.
Staat is meester en knecht In de rechtsstaat bepalen de burgers zelf de macht die de staat over hen mag uitoefenen. Om te voorkomen dat de staat toch nog de overhand probeert te nemen, wordt de macht van de staat extra getemd. De Franse filosoof Montesquieu stelde voor om de staatsmacht op te splitsen in wetgevende macht, uitvoerende macht en rechtsprekende macht: de trias politica.
De beginselen van de rechtsstaat
· Beginsel van grondrechten: alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid geboren en moeten zo ook kunnen samenleven
· Soevereiniteits- en democratiebeginsel: de mensen sluiten gezamenlijk een vredesakkoord, het sociaal contract
· Legaliteitsbeginsel: de staat kan het sociaal contract tussen mensen afdwingen, maar is strikt gebonden aan de wetten die de partijen zelf hebben opgesteld
· Beginsel van de trias politica: de macht van de staat wordt voor de zekerheid verder begrensd door interne scheiding van de staatsmacht.
2.1.3 - De eerste rechtsstaten In 1776 maakten de Amerikaanse kolonisten zich los van de Engelse koning. Hun Onafhankelijkheidsverklaring was gebaseerd op de vrijheid en gelijkheid van alle mensen. In de grondwet werd vastgelegd dat de staat als eerste de taak had om de veiligheid en vrijheid van alle burgers te beschermen. De staatsmacht werd gebonden aan het recht en vooral aan de grondrechten van de burgers, verzameld in de 'Bill of Rights'. De Onafhankelijkheidsverklaring, de grondwet en de Bill of Rights vormen de Amerikaanse constitutie.
Europa In 1789 volgde de Franse Revolutie met de strijdkreet "Vrijheid, gelijkheid, broederschap of de dood!". De Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger moest zorgen voor een rechtvaardigere en gelukkigere samenleving. Daarin werden de grondrechten van ieder mens vastgelegd. Er heerste chaos tot Napoleon in 1799 een staatsgreep pleegde en een verlichte dictatuur vestigde, waarin de machthebber in zekere mate rekening houdt met de bevolking.
2.2.1 - Ontstaan grondwet In de Staatsregeling van de Bataafse Republiek werd bepaald dat iedere burger gelijk is voor de wet en onschendbare grondrechten heeft. Een constitutionele monarchie is een koninkrijk met een grondwet.
Huis van de Rechtsstaat Na felle revoluties werden onder leiding van Kamerlid Thorbecke de basis van onze latere rechtsstaat gelegd. De macht van de koning werd ingeperkt in de grondwet. Vanaf dat moment was hij onschendbaar: buiten het spel van de macht gezet. De ministers kregen de verantwoordelijkheid voor wetgeving en beleid. De democratie werd vergroot door censuskiesrecht: mannelijke burgers die belasting betaalden mogen stemmen bij verkiezingen voor de Tweede Kamer.
Volgens Thorbecke had de staat maar één taak: de vrijheid van de burgers te dienen. De economie diende aan de vrije markt te worden overgelaten. Een nachtwakersstaat is een staat die zich voornamelijk inzet voor bewaking van de veiligheid van de burgers.
Uitbreiding kiesrecht door de nachtwakersstaat ontstond er veel onrust. Door de grondrechten ontstonden nieuwe sociale bewegingen. De arbeidersbeweging eiste kiesrecht voor alle burgers, niet alleen voor mannen die belasting betaalde. Ook de vrouwenbeweging beriep zich op de beginselen van de rechtsstaat. Waarom mochten zij niet stemmen, onderwijs volgen en beroepen uitoefenen? Later in 1917 werd het algemene mannenkiesrecht ingevoerd en nog later in 1919 het vrouwenkiesrecht.
Tweede Wereldoorlog WO2 maakte een einde aan de grondrechten van de burgers.
Nieuwe Grondwet Na de oorlog trad de oude grondwet weer in werking. Tegelijkertijd werkte een aparte commissie aan een nieuw ontwerp voor een volledig herziene grondwet, die pas in 1983 van kracht werd.
2.2.2 - Wat staat er in de grondwet? Het eerste deel bevat de grondrechten van de burgers. Het tweede deel bevat de organisatie van staatsinstellingen en het bestuur van ons land.
Klassieke grondrechten Er zijn klassieke en sociale grondrechten. Vrijheid en gelijkheid van individuele burgers vormen de basis van de klassieke grondrechten.
Welke klassieke grondrechten kunnen we onderscheiden?
· Het recht op gelijke behandeling in gelijke gevallen.
· De persoonlijke vrijheid: het recht op privacy, de onaantastbaarheid ban het lichaam en het recht op eigendom.
· De politieke vrijheid: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van drukpers, vrijheid om verenigingen op te richten.
Sociale grondrechten Sociale grondrechten gaan over verplichtingen die de overheid heeft tegenover de burgers. Deze grondwet vormt daarmee een verdieping van het sociaal contract. De klassieke rechtsstaat werd een sociale rechtsstaat/ verzorgingsstaat.
2.2.3 - Wat zijn de grenzen van onze vrijheid? De rechtsstaat is gericht op het vreedzaam samenleven van de burgers. De erkenning van elkaars vrijheid is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Maar het gaat wel om een wederkerende erkenning: jij hebt de vrijheid om iets te doen, maar een ander ook. Het houdt ook in dat de uitoefening van vrijheidsrechten door de ene burger niet mag leiden tot schade of vrijheidsbeperkingen voor een andere burger. In de Grondwet staat dan ook bij verschillende grondrechten dat ze kunnen worden uitgeoefend "behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet".
Botsing van grondrechten Grondrechten hebben een verticale werking: ze kunnen door burgers worden uitgeoefend tegenover de staat. Horizontale werking van grondrechten: als burgers zich tegenover elkaar op hun grondrechten beroepen.