1/67
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Juridisch argumenteren
Niet wezenlijk anders dan gewoon argumenteren (zelfde technieken), maar wel in een bijzondere context met specifieke regels, beginselen, procedures, bevoegdheidsverdelingen en rollen.
Normatieve premissen
Premissen die niet feitelijk zijn, maar gebaseerd op menselijke afspraken. Rechtsregels zeggen hoe iets behoort te zijn.
Rechtsregels
Normatieve waarderingen die aangeven hoe iets behoort te zijn (geen beschrijving van de werkelijkheid).
Analogie
Argumentatieschema dat een vergelijkbaar geval een vergelijkbare oplossing geeft. Krijgt een bijzondere plaats in het recht.
A fortiori
Argumentatieschema: wat geldt voor een minder belangrijk geval, geldt zeker voor een belangrijker geval (en omgekeerd). Krijgt een bijzondere plaats in het recht.
A contrario
Argumentatieschema: omdat de wet iets voor een bepaald geval voorschrijft, geldt het tegengestelde voor andere gevallen. Krijgt een bijzondere plaats in het recht.
Systematische interpretatie
Interpretatiemethode die wetsbepalingen plaatst in de context van het hele rechtssysteem, puttend uit coherentie en consistentie.
Argument (juridisch)
In de juridische context: een “middel” waarop een partij zich beroept; bestaat uit feitelijke en juridische elementen. Zie art. 702, 3° Ger.W.: dagvaarding moet een korte samenvatting van de middelen van de vordering bevatten.
Middel (juridisch argument)
Het argument waarop een partij zich beroept. Bestaat uit feitelijke en juridische elementen die de vordering onderbouwen. Opgepast: middelen ≠ rechtsmiddel ≠ bewijsmiddel.
Rechtsmiddel
Procedureel instrument om een rechterlijke uitspraak aan te vechten of te laten herzien (hoger beroep, verzet, cassatie). Niet te verwarren met “middel” (argument).
Bewijsmiddel
Heeft twee betekenissen: (1) drager van informatie (bv. e-mail, getuigenverklaring, foto, akte); (2) bewijzende inhoud (wat in de e-mail staat, wat de getuige verklaart, wat op de foto staat).
Tegenargument
Verweermiddel – argument van de verwerende partij.
Verweermiddelen
Tegenargumenten van de verweerder. Onderverdeeld in: (1) inhoudelijke/materieelrechtelijke verweermiddelen; (2) procesrechtelijke verweermiddelen = excepties.
Exceptie
Procesrechtelijk verweermiddel (bv. onvolledige of onregelmatige dagvaarding).
Vordering
De juridische eis die de eiser stelt uit zijn middelen; het gevorderde rechtsgevolg.
Bevestigingsbias
Neiging om informatie te zoeken of te interpreteren die de eigen vooroordelen bevestigt. Komt ook voor bij rechters.
Opvattingspersistentie
Synoniem voor perseverance effect: het hardnekkig vasthouden aan een initiële overtuiging, ook bij tegengesteld bewijs.
Hindsight bias
De neiging om een gebeurtenis achteraf als voorspelbaar te beschouwen, ook al was dat vooraf niet het geval.
Perseverance effect
Psychologisch fenomeen: eerste informatie heeft een blijvende invloed op het eindoordeel.
Framing
De manier waarop een probleem wordt gepresenteerd (kader) beïnvloedt de beslissing.
Geschil
Een conflict tussen partijen dat nog niet noodzakelijk aan de rechter is voorgelegd.
Geding
Een conflict dat voor de rechter wordt gebracht.
Accusatoir karakter
Kenmerk van de burgerrechtelijke procedure: partijen hebben de leiding en sturen het debat; de rechter beslist binnen de contouren van het partijdebat.
Inquisitoir karakter
Kenmerk van de strafrechtelijke procedure: de overheid (Openbaar Ministerie) heeft de leiding, vooral in de voorbereidende fase.
Eis (vordering)
De vordering waarmee het geding start.
Eiser
De partij die als eerste iets eist.
Verweerder
De partij die zich verweert tegen de eis.
Appellant
De partij die in hoger beroep gaat.
Geïntimeerde
De verwerende partij in hoger beroep.
Eiser in cassatie
De partij die cassatieberoep instelt.
Verweerder in cassatie
De verwerende partij in cassatie.
Hoofdeis
De eerste eis in een procedure.
Tegeneis
Een eis van de verweerder na de hoofdeis.
Subsidiaire argumenten
Argumenten voor het geval het hoofdargument niet wordt aanvaard.
Dagvaarding
Akte waarmee een geding wordt ingeleid; bevat o.m. de middelen van de vordering.
Verzoekschrift
Akte waarmee een geding wordt ingeleid in bepaalde zaken; neergelegd op de griffie.
Vrijwillige verschijning
Gezamenlijke vraag van partijen om het geding in te leiden zonder dagvaarding of verzoekschrift.
Conclusie (schriftelijk)
Schriftelijk onderdeel van de debatten.
Pleidooi
Mondeling onderdeel van de debatten.
Akte van hoger beroep
Rechtsmiddel om een uitspraak aan te vechten bij een hogere rechter.
Voorziening in cassatie
Cassatieberoep tegen verkeerde toepassing van het recht.
Vonnis
Rechterlijke uitspraak van lagere rechtbanken.
Arrest
Rechterlijke uitspraak van hogere rechtbanken.
Motiveringsverplichting
Verplichting van de rechter om zijn beslissing te verantwoorden.
Obiter dicta
Niet-dragende overwegingen van de rechter.
Rationes decidendi
Dragende argumenten van de uitspraak.
Motivering (argumentatio)
Inhoudelijke redenering van de rechter.
Dispositief (propositio)
Het eigenlijke oordeel van de rechter.
Rechtsfeit
Een juridisch relevant feit dat een rechtsregel activeert.
Bewijsvoering
Het verzamelen van bewijsstukken.
Bewijsregeling
De wettelijke regels rond bewijs.
Bewijswaarde
De overtuigingskracht van een bewijsmiddel.
Wettelijke bewijswaarde
Door de wet vastgelegde bewijswaarde.
Authentieke akte
Door een openbaar ambtenaar opgesteld geschrift met volledig bewijs.
Onderhandse akte
Door partijen ondertekend geschrift met bewijswaarde.
Begin van bewijs door geschrift
Geschrift dat een rechtshandeling waarschijnlijk maakt maar onvoldoende is op zichzelf.
Volledig bewijs
Bewijsmiddel dat op zichzelf volstaat.
Feitelijk vermoeden
Afleiding van onbekende feiten uit bekende feiten.
Tegenbewijs
Bewijs om de tegenpartij te ontkrachten.
Bewijs van tegendeel
Bewijs dat het tegenovergestelde aantoont.
Aanvoeringslast
Verplichting om feiten aan te voeren.
Bewijslast
Wie moet bewijzen.
Bewijsrisico
Wie het risico draagt bij onvoldoende bewijs.
Verbod op rechtsweigering
De rechter moet altijd uitspraak doen.
Feitenfiltering
Kloof tussen werkelijke en juridisch aanvaarde feiten.
Regulariteit van het bewijs
Bewijs moet voldoen aan wettelijke regels.
Beroepsgeheim
Geheimhoudingsplicht van o.a. advocaten.
Is/ought-drogredenering
Foutieve overgang van feit naar norm zonder rechtsregel.