1/60
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Vanaf hoeveel weken is een baby voldragen (aterm)?
Vanaf 37 tot 42 volledige zwangerschapsweken.
Wanneer is een baby extreem preterm?
Wanneer deze geboren is voor 28 volledige zwangerschapsweken.
Wanneer is een baby preterm?
Geboren tussen 37 weken en 28 weken.
Waarom worden mama’s die langer als 41 weken zwanger zijn meestal ingeleid?
De placenta begint dan meestal afwijkingen te vertonen en functioneert niet meer voldoende.
Vanaf wanneer wordt een baby gezien als levensvatbaar in België?
Vanaf 24 weken zwangerschap. Hoe jonger, hoe hoger de kans op complicaties op korte en lange termijn.
Welke factoren kunnen vroeggeboorte veroorzaken?
Moederlijke factoren (± 50%):
Slechte socio-economische omstandigheden.
Cervixinsufficiëntie.
(Pre)-eclampsie.
Moederlijke infecties (cytomegalie, herpes simplex, toxoplasmose, etc).
Ernstige moederlijke ziektes (bv: kanker waarbij de moeder zware medicatie moet nemen).
Foetale factoren:
Congenitale afwijkingen.
Meerlingenzwangerschap.
Utero-placentaire factoren:
Polyhydramnion (teveel vruchtwater).
Amniotitis (infectie vruchtvliezen, vruchtwater en soms de placenta).
Solutio placentae (placenta laat los).
Placentae praevia (voorliggende placenta).
Vroegtijdig gebroken vliezen.
=> Bij dreigende vroeggeboorte zal men de afweging maken of de voordelen van het verderzetten van de zwangerschap groter zijn dan de nadelen.
Welke medicatie gaat preterme contracties en vroegtijdige ontsluiting en verstrijking van de cervix tegen?
Beta-mimetica (tussen 24 en 34 weken). Dit heet tocolyse of weeënremmers. Het doel is om de partus minstens 48u uit te stellen zodat er corticosteroïden kunnen toegediend worden aan de moeder.
De corticosteroïden (tussen 24 en 34 weken) hebben als doel het risico op RDS en intraventriculaire bloedingen bij de neonaat te verminderen. Er wordt 2×12mg IM gegeven met een interval van 24u → bij een zeer vergevorderde ontsluiting of andere redenen wanneer de partus binnen de 24u verwacht wordt mag het interval 12u zijn.
Welke medicatie helpt de longen van het kind in de baarmoeder sneller uitrijpen?
Corticosteroïden (tussen 24 en 34 weken).
Het doel is om respiratoir distress syndroom en intraventriculaire bloedingen bij de neonaat verminderen. Er wordt 2×12mg IM gegeven met een interval van 24u → bij een zeer vergevorderde ontsluiting of andere redenen wanneer de partus binnen de 24u verwacht wordt mag het interval 12u zijn.
Wat betekend perinataal?
De periode rond de geboorte (kort ervoor en kort erna).
Juist of fout, een verblijf op de NICU heeft invloed op het (verdere) leven van het kind?
Juist, het kan invloed hebben op de hersenontwikkeling van de premature baby. Ook de blootstelling aan pijn en stress bij vroeggeboren baby’s kan leiden tot emotionele moeilijkheden en/of gedragsstoornissen.
Hierdoor is NIDCAP ook zo belangrijk → Newborn Individualized Development Care and Assesment Program.
Waar staat de afkorting NIDCAP voor?
Newborn Individualized Developmental Care and Assesment Program. Er wordt gekeken naar de tekenen van de neonaat (comfort, pijn, stress, etc) om zo te leren luisteren naar het kind en betere, aangepaste zorg te kunnen bieden. Het is ontwikkelingsgerichte zorg.
Kinderen die verzorgt zijn volgens het NIDCAP principe zijn medisch stabieler, komen sneller aan in gewicht, ademen sneller zelfstandig, kunnen sneller drinken aan de borst of fles en mochten sneller naar huis.
Later zijn er ook minder problemen met de ontwikkeling, het gedrag en de hersenstructuur → maturdere EEG en MRI’s die aantonen dat er betere connecties zijn tussen hersengebieden.
Wat zijn volgens NIDCAP tekenen van comfort en welzijn bij de baby?
Autonoom: mooie roze kleur, rustige AH, stabiele saturatie, etc.
Motorisch: handjes naar de mond, grijpen, zoeken om te zuigen, etc.
Gedrag: alertheid, glimlachen, heldere ogen, geluidjes, etc.
Wat zijn volgens NIDCAP tekenen van stress en discomfort bij de baby?
Autonoom: Apneu’s, schommelingen hartfrequentie en saturatie, niezen, geeuwen, etc.
Motorisch: Slappe tonus, grimas, fronsen, spreiden vinger/tenen (stopteken), etc.
Gedrag: Hyperalert, jammeren, blik afwenden, rusteloos, boos, etc.
Welke problemen kan een preterme baby hebben?
-Onrijpheid van de longen waardoor er risico is op RDS (respiratoir distress syndroom) en een onregelmatig ademhalingspatroon (apneu).
-Onrijpheid zenuwstelsel.
-Voedingsproblemen.
-Verstoring lichaamstempratuur.
-Infecties.
-Metabole stoornissen.
Welke soorten longonrijpheid bij baby’s zijn er?
-Morfologisch onvolgroeid (=structurele longimmaturiteit): Dikkere alveolaire wand waardoor er een verlaagde gasuitwisseling is. Vanaf 24 weken is er gasuitwisseling mogelijk.
-Functioneel tekortschieten (=surfactans-deficiëntie): De alveolen vallen samen (atelectase) waardoor een deel van de longen geen lucht meer krijgt. Dit is de oorzaak van RDS en komt alleen voor bij preterme baby’s. Bij een leeftijd van 22-26 weken is er nog maar een beperkte aanwezigheid van de surfactansfactor, vanaf 32-36 weken is er een grote toename van de surfactansproductie.
Wat is surfactans en wat is het belang ervan?
Het is een stofje dat ervoor zorgt dat de longen soepel worden en dat er lucht achterblijft in de longen na de uitademing om atelectase te voorkomen.
Bij een tekort zijn de longen dus minder soepel en hebben ze de neiging in elkaar te vallen. Dit zorgt voor een moeilijkere ademhaling met symptomen zoals tachypnoe en kreunen.
Een tekort treed op bij onvoldoende aanmaak door vroeggeboorte of bij verhoogd verbruik/inactivatie door een ontstekingsreactie in de longen.
Som de symptomen van RDS op:
-Cyanose
-Tachypneu
-Tirage (ademhalingsspieren trekken duidelijk in bij ademhalen)
-Kreunen
-Neusvleugelen
=> De diagnose wordt gesteld via bloedgasanalyse en een rx-thorax. Op de rx is een matglas aspect te zien.
=> Het komt zelden voor bij aterm geboren baby’s. RDS komt minder voor of is minder ernstig wanneer de moeder voor de bevalling corticosteroïden kreeg toegediend.

Geef de normaalwaarde voor de ademhaling van de neonaat:
40-60 ademhalingen/min. Er moet ook een afwezigheid zijn van tekenen van een verhoogde WOB (work of breathing) zoals kreunen, intrekkingen, neusvleugelen, etc.
Hoe wordt RDS behandeld:
-Toedienen van surfactans (is zeer duur, wordt traag endotracheaal toegediend).
-Respiratoire ondersteuning, geven van zuurstof via invasie of niet-invasie ondersteuning. Op vlak van niet-invasieve ondersteuning kan je het volgende doen:
Neusbril/optiflow/high flow → 2-8l/min die eventueel verwarmd en bevochtigd kan worden.
NCPAP (Nasal Continuous Positive Airway Pressure) → Er kan een PEEP worden ingesteld om atelectase te voorkomen (tussen 4-6 cmH2O op voorschrift arts). In de mixbox worden perslucht en zuurstof gemengd om zuurstoftoxiciteit te voorkomen, de lucht kan verwarmd en bevochtigd worden. Zuurstof moet worden op-of afgebouwd op basis van de saturatiewaarden.
NIPPV
Hoe weet je dat een neusbril de juiste maat heeft?
Wanneer de neusbril de helft van de neusgaten afdekt (niet meer aangezien er dan geen Co2 kan worden uitgeademd).
Wat zijn de verpleegkundige aandachtspunten bij een neusbril/optiflow/High flow?
-Hyperhypoxemie → teveel zuurstof toegediend, teveel zuurstof is toxisch. Saturatiegrenzen (examenvraag) moeten correct ingesteld worden.
-Maagsonde nodig → Vanaf 4l O2, een open maagsonde om lucht in de maag te voorkomen.
-Juiste maat → Max 50% van de neusgaten afsluiten.
-Correcte fixatie → Op de wangen met het juiste materiaal.
Drukletsels → 1 keer per shift losmaken, reinigen en controleren op drukletsels.
Wat zijn de grenswaarden van de saturatie bij prematuren die zuurstof krijgen op basis van leeftijd? (EX)
<28 dagen post partum = ondergrens 87%, bovengrens 95%.
>28 dagen post partum = ondergrens 87%, bovengrens 97%.
Dit omdat zuurstof in hoge hoeveelheden toxisch is. Mogelijke gevolgen zijn necrotische enterocolitis, retinopathie, periventriculaire leukomalacie, chronische longlijden.
=> De waarden kunnen foutief zijn bij beweging, RR-meting, anemie en bij inval van zonlicht. Controleer de saturatie steeds in combinatie met de hartfrequentie op de monitor.
Wat zijn mogelijke gevolgen van zuurstof toedienen in toxische hoeveelheden?
-Necrotische enterocolitis
-Premature retinopathie
-Periventriculaire leukomalacie (beschadiging witte stof)
-Chronische longlijden
Wat zijn de verpleegkundige aandachtspunten bij de NCPAP?
-Opletten voor hyper en hypoxemie (zuurstof is in te hoge dosissen toxisch).
-Open maagsonde vanaf 4l O2 om lucht in de maag te voorkomen.
-Juiste maat, de neusgaten moeten volledig afgesloten zijn.
-Correcte fixatie.
-Oplette voor drukletsels.
NCAP = Nasal Continuous Positive Airway Pressure.

Wat is het verschil tussen periodiek ademen en apneu en moet je je bij beiden zorgen maken?
Periodiek ademenen → tachypneu gevolgd door ademhalingsstilstand van minder dan 20 seconden. Dit mag bij de gezonde prematuur.
Apneu → ademhalingsstilstand van meer als 20 seconden met bradycardie (<80sl/min) en cyanose. Komt vaak voor bij neonaten onder de 30 weken en moet geleidelijk verminderen naarmate het kind de aterme leeftijd bereikt. Hier moet je wel handelen en dit moet worden opgevolgd.
Als het kind niet spontaan hersteld van de apneu:
Eerst proberen tactiel te stimuleren (lawaai maken, aan voetjes komen, NIET schudden, NIET in gezicht blazen ivm infecties). Als dit niet werkt balloneren (vooraf aspireren wanneer er slijmen en/of secreties zijn).
Bij herhaalde en/of hardnekkige apneu Dopram op voorschrift.
Een apneu moet altijd gerapporteerd worden in het dossier.
Wat moet je doen bij apneu bij een neonaat?
Als het kind niet spontaan hersteld van de apneu:
Eerst proberen tactiel te stimuleren (lawaai maken, aan voetjes komen, NIET schudden, NIET in gezicht blazen ivm infecties). Als dit niet werkt balloneren (vooraf aspireren wanneer er slijmen en/of secreties zijn).
Bij herhaalde en/of hardnekkige apneu Dopram op voorschrift.
Een apneu moet altijd gerapporteerd worden in het dossier.
Wat is centrale apneu?
Wanneer de hersenen tijdelijk geen signaal sturen naar de ademhalingsspieren om adem te halen. Dit komt bij prematuren vaak door onrijpheid van de hersensstam maar het kan ook door neurologische problemen.
Door centrale apneu verhoogd de kans op intraventriculaire hemorragie (IVH/hersenbloeding) en periventriculaire leukomalacie (PVL).
Neonaten hebben een onrijp centraal zenuwstelsel, wat kunnen hier de gevolgen van zijn?
-Centrale apneu.
-Verhoogde kans op intraventriculaire hemorragie (hersenbloeding, ontstaat meestal in de eerste drie dagen na de geboorte. Ze ontstaat omdat de germinale matrix gaat bloeden).
-Verhoogde kans op periventriculaire leukomalacie.
=> Het laatste trimester van de zwangerschap is belangrijk voor de doorbloeding en stofwisselingsactiviteit van bepaalde hersengebieden. Om deze hersenontwikkeling bij prematuren te ondersteunen wordt de NIDCAP methode toegepast.
Wat zijn de mogelijke symptomen van een intraventriculaire hemorragie?
De symptomen ontstaan niet door de bloeding maar door de verhoogde hersendruk die hiermee gepaard gaat.
-Braken
-Prikkelbaar (kreunen, stop-signaal, fladderen met handen → glycemie prikken want kan teken hypo zijn), onrustig
-Wisselende lichaamstempratuur
-Apneus
-Slecht drinken
-Slaperigheid, suf, bewustzijnverlies
-Gebombeerde fontanel
-Bradycardie
=> Niet elk kind met een IVH heeft symptomen! Het ontstaat meestal in de eerste drie dagen na de geboorte, daarna is het zeldzaam. Het ontstaat doordat de bloedvaten nog zeer kwetsbaar zijn en geen bloeddrukschommelingen kunnen opvangen. De germinale matrix in de hersenen kan dan beginnen bloeden.
=> De diagnose gebeurd met een echo via de fontanel. Wanneer een kind vroeger als 32 weken is geboren gebeurd dit standaard regelmatig ter controle.

Hoe wordt intraventriculaire hemorragie bij neonaten behandeld?
-Afwachtende houding (zeker bij lage graden). Lichaam kan dit eventueel resorberen.
-Lumbale punctie en medicamenteuze therapie.
-Eventueel definitieve drain/shunt op latere leeftijd (>2500g en >4 weken oud).

Wat is periventriculaire leukomalacie (PVL)?
De beschadiging van de witte stof (gebied rond ventrikels) door een tekort aan zuurstof waardoor het hersenweefsel afsterft. Dit zuurstoftekort ontstaat door een slechte doorbloeding van de hersenen. Op lange termijn kunnen hierdoor problemen met het bewegingsstelsel ontstaan.
De prognose is afhankelijk van de graad.
Cerebral palsy = hersenverlamming → motorische stoornissen zoals spacticiteit en mentale beperkingen.

Hoe kan een kind met centrale apneu als uiting van de onrijpheid van het centraal zenuwstelsel ondersteunen?
-Je moet het kind een tactiele prikkel geven om de ademhaling te stimuleren (lawaai maken, aan voetjes komen, NIET schudden en NIET in gezicht blazen).
-Zuurstof geven (opletten voor de bovengrenzen!).
-AH ondersteunen met NCAP/FNB/ETT.
-Medicatie zoals coffeïne of Dopram toedienen
-Aspiratie bij zichtbare slijmen.
-Ervoor zorgen dat het kind op tempratuur blijft.
-Voeding over langere perioden toedienen.
Welke problemen (grote lijnen) kan een preterm kind hebben?
-Onrijpheid van de longen.
-Onrijpheid van het zenuwstelsel.
-Voedingsproblemen.
-Verstoring van de lichaamstempratuur.
-Infecties.
-Metabole stoornissen.
Waardoor hebben neonaten voedingsproblemen?
Het zuig-slikmechanise wordt gecoördineerd tussen de 32-34ste week, voordien zijn de zuig en slikreflex onvoldoende op elkaar afgestemd waardoor drinken aan de fles of borst niet mogelijk is. Er wordt sondevoeding gegeven (altijd voor toediening controleren of sonde goed zit!).
Vanaf 33 weken wordt aan borstgewenning gedaan (+ sondevoeding). Vanaf 34 weken wordt er gestart met borst en/of flesvoeding (+ sondevoeding).
Premature kinderen hebben ook minder darmperistaltiek wat kan leiden tot onregelmatige ontlasting en een opgezette buik.
Wat is necrotiserende enterocolitis en wat zijn de symptomen?
Een ernstige darmontsteking die gepaard gaat met ischemie van de darm waardoor delen van de darm kunnen afsterven (necrose).
Het komt voor bij 1-5% van de prematuren en heeft een mortaliteit van 40%. De oorzaak is niet gekend maar risicofactor zou zijn dat de darm onrijp is en dat de darm daardoor gevoeliger is voor bacteriën.
Er wordt een correlatie gezien tussen het starten van de voeding (ook sondevoeding) en necrotiserende enterocolitis. De incidentie verhoogt ook bij een laag geboortegewicht.
Symptomen:
-Residu in de maag mag maximum 10% van de vorige voeding zijn, meer is een symptoom (je zuigt bij de controle wat op en als je melk ziet trek je op tot je niks meer kan optrekken → je kan wat is opgetrokken wel of niet terugspuiten afhankelijk van de arts).
-Gallig braken.
-Opgezet abdomen, pijn bij palpatie.
-Bloederige ontlasting.
-Symptomen van infectie (bleek, grauw, apneu + bradycardie).

Hoe wordt necrotiserende enterocolitis gediagnostiseerd en behandeld?
Diagnose gebeurd via een RX, lucht in de darmwand wijst op NE.
Er zijn verschillende behandelingen die samen gebeuren:
-Voedingsstop → TPN of ORS om darm tot rust te laten komen.
-AB → bij ernstige darminfectie.
-Ondersteuning van de vitale parameters (invasief of niet invasief).
-Eventueel operatie → liefst afwachtende houding maar bij perforatie moet er geopereerd worden op peritonitis te voorkomen.

Wat zijn de graden van necrotiserende enterocolitis?
Volgens de Bell classificatie:
-Fase 1: Vermoeden van NEC.
-Fase 2: Diagnose NEC maar geen operatie nodig.
-Fase 3: Diagnose NEC met necrose of perforatie waarvoor een operatie nodig is.
Wat is de normale tempratuur van een pasgeborene?
36,5-37,5°C.
<35,5°C is hypothermie.
=> Voor de geboorte zorgt de baby zelf niet voor zijn lichaamstempratuur, de tempratuur is ook 0,5°C hoger dan de maternale tempratuur. Na de geboorte, tijdens reanimatie en bij manipulaties koelt de baby snel af.
Wat zijn lichamelijke oorzaken van hypothermie bij een premature baby?
-De verhouding van lichaamsoppervlak en lichaamsinhoud is 4x zo groot.
-Maximale vasoconstrictie is nog niet optimaal.
-Kunnen minder sterke flexihouding aannemen om warmteverlies te beperken.
-Minder ontwikkelde, dunne huid met minder onderhuids vet en meer vochtverlies door verdamping.
Wat zijn de 4 manieren van warmteverlies bij een neonaat?
Radiatie = wanneer de omgevingstempratuur kouder is zal de neonaat zijn lichaamstempratuur afgeven.
Verdamping door een onvoldoende ontwikkelde huid.
Conductie = straling naar onmiddellijke contactpunten door contact met een koude of natte onderlaag.
Convectie = luchtstroom, een koude luchtstroom langs de baby.
=> Het is hier van belang om preventief te handelen:
-De couveusetempratuur-en bevochtiging correct instellen.
-Warmtebron voorzien bij medische interventies.
-Inademingsgassen verwarmen en bevochtigen.
-Voeding en infusievloeistoffen niet koud toedienen.
-Vermijden van op iets koud liggen en vermijden dat je de baby aanraakt met koude handen.
-Minimaal om de 3u tempratuurscontrole.

Wat zijn de mogelijke oorzaken en gevolgen van hyperthermie bij een neonaat?
-Meestal komt het door omgevingsfactoren (warm licht, te warme couveuse, etc).
-Door infecties, dehydratatie en/of gestoorde cerebrale functie.
=> Hyperthermie veroorzaakt bij neonaten tachypnoe (met daardoor een verhoogd metabolisme en meer zuurstofverbruik) en tachycardie.
Wat zijn mogelijke gevolgen van hypothermie bij een neonaat (langere termijn):
-Toename apneu-aanvallen.
-Afname groei.
-Acute stress waardoor de stofwisseling verhoogd en er een verhoogde O2-consumptie is, dit kan ervoor zorgen dat RDS verergert. De verhoogde stofwisseling verbruikt ook meer glucose wat dan weer kan leiden tot hypoglycemie.
-Er ontstaat een anaërobe verbranding ter hoogte van de weefsel door vasoconstrictie. Dit kan uiteindelijk leiden tot metabole acidose (bloed te zuur), dit zorgt er op zijn beurt voor dat de aanmaak en werking van surfactant ernstig verminderd waardoor atelectase ontstaat en het kind minder zuurstof kan opnemen.
Wat zijn de symptomen van hypothermie bij neonaten?
-Oppervlakkige en onregelmatige ademhaling met kreunen.
-Bradycardie.
-Bleke en koude huid door slechte perifere circulatie.
-Slechte gewichtsevolutie (verbruikt veel calorieën om warm te blijven).
-Metabole stoornissen zoals hypoglycemie (<45 mg/dl) en acidose van het bloed.
-Activiteit van het centraal zenuwstelsel in onderdrukt (apatisch, verminderde reflexen, minder reageren op prikkels → een eerste teken kan een verandering in het slaappatroon zijn).
-Rusteloosheid → doen dit om door de beweging warm te blijven.
=> De tempratuur van de couveuse mag je maar met 1°C verhogen per uur!
Wanneer is een neonaat mogelijks vatbaarder voor infecties?
-Wanneer het immuunsysteem onrijp is.
-Wanneer deze minder antilichamen heeft meegekregen van de moeder.
-Bij intensieve en invasieve behandelingen zoals met infuuslijnen en kunstmatige ventilatie.
=> Alarmtekenen zijn tempratuurschommelingen, hypotonie, apneu’s, tachycardie, grauwe huidskleur, opgezette buik en meer alarmen op de monitor.
Bij het vermoeden van een infectie moeten er bloed en hemoculturen worden afgenomen en moet er snel gestart wordt met antibiotica.
Wat is het verschil tussen een fysiologische icterus en icterus?
Pasgeborenen kunnen geel zien door fysiologische icterus, dit is niet door een probleem met de lever (zoals bij icterus) maar door de onrijpheid van de lever. Ongeveer de helft van de pasgeborenen heeft fysiologische icterus, hoe jonger de baby is hoe geler deze “normaal” mag zijn.
Bij de geboorte hebben baby’s een overschot aan rode bloedcellen, die worden in de eerste week na de geboorte afgebroken door het lichaam. Normaal gezien wordt dit daarna via de lever opgeruimd en uitgescheiden via de urine of ontlasting. Het probleem hier is echter dat er een grote aanvoer is van afvalproduct en de lever nog niet optimaal werkt omdat deze nog niet volledig rijp is. Hierdoor vertraagd de afbraak en kan er een tijdelijke opstapeling zijn van bilirubine.

Wat zijn de symptomen per stadia van hyperbilirubinemie?
Stadium 1 → Slap, prikkelbaar, minder sterk zuigen.
Stadium 2 → Hypertoon, hoge schrei.
Stadium 3 → Slap, reactieloos (comateus).
Wat is kernicterus en hoe ontstaat het?
Wanneer er teveel ongeconjugeerd bilirubine zich opstapelt in het lichaam (hyperbilirubinemie).
Ongeconjugeerd (niet omgezet door de lever) bilirubine kan makkelijk de bloed-hersenbarrière passeren, de stof is neurotoxisch. Als dit gebeurd ontstaat kernicterus, een gele verkleuring van de kernen van de basale ganglia, het hersenweefsel kan niet herstellen van deze schade. Het kan dodelijk zijn of zeer ernstige letsels veroorzaken.

Wat zijn de acute en chronische symptomen van kernicterus?
Acuut:
Slecht drinken
Afwisselend slap en hypertoon
Hoog, schril huilgeluid
Mogelijks convulsies, coma en overlijden
Chronisch:
Cerebrale parese (spastisch)
Doofheid
Visusproblemen
Extrapiramidale tekenen (krampachtige strekkingen van het lichaam)
Wat zijn mogelijke behandelingen van hyperbilirubinemie?
De belangrijkste behandeling is preventie! Eerst moeten de risicofactoren in kaart worden gebracht:
-Geboren voor de 38 weken.
-Broer of zus met neonatale icterus.
-Bij moeilijk verlopende borstvoeding (= te weinig vochtopname).
-Bij een baby die zichtbaar icterisch is.
Wanneer behandeld moet worden gebeurd het volgende:
-Fototherapie met blauw licht → dit zet ongeconjugeerd bilirubine om in wateroplosbare producten die dan via de gal en de nieren kunnen worden uitgescheiden. De therapie kan gebeuren via een lamp of een deken, of de combinatie wanneer de bilirubine blijft doorstijgen.
-Wisseltransfusie → wordt amper gedaan en is ingrijpender. Via de navelkatheter wordt bloed afgenomen en transfusiebloed toegediend, het bloed wordt dus in kleine hoeveelheden per keer gewisseld. Het totale bloedvolume moet 2x gewisseld worden. Risico’s zijn transfusie reacties, infectie, hartritmestoornissen, lage bloeddruk, hypoglycemie, etc.
Juist of fout, hyperbilirubinemie bij neonaten is pathologisch:
Fout, het wordt niet veroorzaakt door een aandoening of kapotte lever maar door de onrijpheid van de lever. Het verdwijnt normaal gezien na enkele dagen.
Wat zijn de verpleegkundige aandachtspunten bij fototherapie?
-Oogjes afdekken (bij zowel warm als koud licht).
-Temperatuurcontrole (baby ligt met enkel een pamper dus verliest eerst lichaamswarmte, bij warm licht is er risico op hyperthermie).
-Extra vocht toedienen, vooral bij warm licht (baby echt water geven).
-Extra ouderbegeleiding (ouders kunnen het kind bijvoorbeeld niet opnemen wanneer het onder de lamp ligt, dit kan erg lastig zijn voor hen).
-Extra observeren (brandwonden bij warm licht, etc).
Wat zijn de klinische symptomen van hypoglycemie bij een premature baby?
-Fladderen (tremoren).
-Apnoe met cyanose/onregelmatige ademhaling/kreunen.
-Hypotonie/apathie.
-Hypothermie, braken, bleekheid.
-Convulsies → cerebrale schade met latere neurologische restverschijnselen!
=> Een premature baby heeft een hypoglycemie wanneer de glycemie =/< 45mg/dl.
Vanaf welke bloedsuikerconcentratie wordt er bij premature baby’s gesproken van hypoglycemie?
=/< 45mg/dl
Bij een hypoglycemie zullen de hersenen als eerste problemen/schade ondervinden.
Wanneer een foetus veranderd in een neonaat is er een verandering in de ademhaling. Welke factoren beïnvloeden de normale longontwikkeling?
-Intra uteriene ruimte en het vruchtwater → een normale hoeveelheid vruchtwater is noodzakelijk voor een normale longontwikkeling. Een tekort aan vruchtwater kan zorgen voor longhypoplasie (onderontwikkelde longen). Een tekort aan vruchtwater (oligo-hydramnion) kan veroorzaakt worden door PROM en door renale afwijkingen (syndroom van Potter).
-Intra thoracale ruimte → voldoende ruimte in de thorax is noodzakelijk om de normale ontwikkeling van de longen mogelijk te maken. Onvoldoende ruimte kan o.a. zorgen voor hernia diafragmatica.
-Foetaal longvocht → een mogelijk probleem is TTN (Transiënte Tachypnee van de neonaat), dit wordt ook '“wet lung syndrome” genoemd. Er blijft hier foetaal longvocht achter door een electieve sectio (vroeger dan volledige draagtijd), er blijft dus teveel vruchtwater achter in de longen.Normaal gezien wordt dit vocht uit de longen geperst tijdens de bevalling. Symptomen zijn kreunen, tachypneu, ingetrokken thorax, onrust, neusvleugelen en verhoogde O2-nood.
Wat doe je met de baby wanneer deze net geboren is?
Stap 1: Afdrogen en tactiele stimulatie: opvangen in warme, droge doeken en afdrogen (warmteverlies voorkomen en de tactiele stimulatie activeert de ademhaling). Alle andere handelingen hangen af van de conditie van de neonaat.
Hierna bepaal je de APGAR-score (APGAR score niet uit het hoofd leren, wel kunnen interpreteren).
Indien de neonaat het moeilijk heeft:
Stap 2: Zorgen voor een vrije ademweg. Je positioneert het hoofdje met een chin lift of jaw thrust en je aspireert wanneer dit nodig is → eerst de mond dan de neus, het zijn neusademhalers en anders gaan ze ademen en de slijmen inademen. Ga maximum 5cm diep en voor max 5sec. De aspiratiedruk is 100mm/Hg.
Stap 3: Balloneren: met 6l O2 via een aangepaste ballon. Wanneer je een O2-reservoir gebruikt kan je een FIO2 van 90% bereiken. Als er na 1-2 minuten geen reactie komt op adequaat balloneren wordt er overgegaan tot intubatie en beademing → andere verdere asfyxie waarvan het kind steeds moeilijker recupereert.
Stap 4: Intubatie en beademing: met een aangepaste rechte tube ZONDER CUFF. Bij voorkeur nasotracheale intubatie omdat dit beter gefixeerd kan worden en een betere orale hygiëne toelaat. Er moet hier ook:
-Maagsonde geplaatst worden om alle lucht en secreties uit de maag te aspireren.
-Navelkatheter plaatsen.
-Natriumbicarbonaat 2meq/kg verdund met 1:1 steriel water (geen NaCl door zoutbelasting) traag IV toedienen.
-Na het natriumbicarbonaat glucose 10% 60ml/kg/24u toedienen.
-Beademingstube goed fixeren.
Stap 4: Hartmassage en medicatie: evalueren na 30 seconden en stoppen bij een ritme hoger dan 60sl/min.
Stap 5: Klaarmaken voor transport naar de NICU: blijf de saturatie, hart en AH opvolgen en controleer de gebruikte toestellen. Hou rekening met de omgevingstempratuur en onderkoeling. Verzamel anamnetische en partus gegevens en zorg voor een RX-thorax en bloedresulaten. Wacht altijd tot het kind stabiel is voor transport!!
=> Als al deze handelingen adequaat zijn uitgevoerd maar na 10 minuten nog geen effect hebben moet je stoppen.

Vanaf wanneer moet er gehandeld worden bij de APGAR-score?
Bij een score van 6 of lager. De APGAR-score wordt bepaald na 1 minuut, na 5 minuten en na 10 minuten.
Een reanimatie wordt gestopt wanneer de score stijgt naar een 7 of hoger.
Juist of fout, bij een pasgeborene aspireer je eerst de neus en dan de mond:
Fout, je aspireert eerst de mond en dan de neus. Als je eerst de neus doet zullen ze inademen (neusademhalers) waardoor al het slijm en vocht in de mond ook mee zal worden ingeademd. Als je eerst de mond doet wordt er nog niet ingeademd.
Met hoeveel liter zuurstof zal je balloneren bij een neonaat?
6l O2, er moet een aangepaste ballon worden gebruikt. Met zuurstofreservoir kan je een FIO2 van ongeveer 90% bereiken, zonder reservoir is dit maar 30-40%. Als er na 1-2 minuten adequaat balloneren geen reactie komt (verbetering) zal men beginnen met intuberen en beademen.
Wat is het verschil bij het intuberen en beademen van een neonaat tegenover een volwassene?
-Er wordt een rechte tube gebruikt zonder cuff.
-De intubatie gebeurd bij voorkeur nasotracheaal.
-Na 1-2 minuten balloneren wordt er al geïntubeerd (langer wachten leidt tot verdere asfyxie waar het kind moeilijker van recupereert).
Wat zijn de gevolgen van asfyxie bij een neonaat?
-Verhoogde kans op schade aan vrijwel alle organen.
-Onomkeerbare schade aan de hersenen (celverlies).
-6 uur na het “event” treedt een tweede fase van celdood op ter hoogte van de hersenen. Dit kan voorkomen worden door bodycooling op te starten:
-Vanaf 35 weken zwangerschap en voor maximum 6u.
-Streef naar een lichaamstempratuur van 33,5°C.
-Geef continue pijnmedicatie en zo nodig sedatie om discomfort te verhelpen.
-Meet continue de hersenactiviteit.
-Na 72u ga je opnieuw opwarmen tot de normale lichaamstempratuur.
Wat wordt er bedoeld met een dysmatuur kind?
Een kind waarvan het ontwikkelingsniveau niet overeenkomt met het aantal zwangersschapsweken. Het geboortegewicht komt niet overeen met de zwangerschapsduur.
Er zijn verschillende oorzaken: chromosomale afwijkingen, placentaire dysfunctie, infecties, genetische factoren, meerlingenzwangerschap, roken, drugs, medicatie-en alcoholgebruik.
Door intra-uteriene ondervoeding kan er intra-uteriene groeiretardatie zijn (IUGR), er zijn twee soorten:
Symmetrische groeirestrictie (kleine baby).
Asymmetrische groeirestrictie (groot hoofd met mager lichaam).