1/59
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat bestudeert biologie?
Het leven.
Wat is een open systeem?
Een systeem dat voortdurend energie en materie uitwisselt met de omgeving.
Wat is gradualisme?
Veranderingen gebeuren geleidelijk via kleine, opeenvolgende stappen.
Wat is catastrofisme?
Natuurrampen zorgen voor uitsterven, waarna nieuwe soorten verschijnen zonder evolutionaire overgang.
Wat is het kernidee van Lamarckisme?
Evolutie is doelgericht en verworven eigenschappen worden doorgegeven aan nakomelingen.
Wat betekent 'unity of life' bij Darwin?
Levende organismen vertonen overeenkomsten en verwantschap.
Wat betekent 'diversity of life' bij Darwin?
Er bestaat een grote diversiteit aan organismen.
Wat betekent 'adaptation' bij Darwin?
Organismen zijn aangepast aan hun omgeving.
Wat is Darwins eerste observatie voor natuurlijke selectie?
Binnen een populatie bestaat veel variatie.
Wat is Darwins tweede observatie voor natuurlijke selectie?
Organismen produceren meer nakomelingen dan de omgeving aankan.
Wat gebeurt er bij natuurlijke selectie?
Individuen met voordelige erfelijke eigenschappen overleven en planten zich gemiddeld meer voort.
Wat gebeurt er over generaties door natuurlijke selectie?
Gunstige erfelijke eigenschappen nemen toe in de populatie.
Wat betekent 'survival of the fittest'?
De best aan de omgeving aangepaste individuen hebben meer kans op overleving en voortplanting.
Waarop kan natuurlijke selectie alleen werken?
Op bestaande genetische variatie.
Heeft evolutie een concreet doel?
Nee.
Waardoor wordt evolutie beperkt?
Door de omstandigheden.
Wat zijn aanpassingen vaak?
Compromissen: een voordeel kan gepaard gaan met een nadeel.
Welke factoren interageren bij evolutie?
Toeval, natuurlijke selectie en de omgeving.
Wat is directionele selectie?
Eén extreme kenmerktoestand wordt generatie na generatie bevoordeeld.
Wat is het gevolg van directionele selectie?
De populatie verschuift fenotypisch (= micro-evolutie).
Wat is stabiliserende selectie?
De gemiddelde kenmerktoestand wordt bevoordeeld; extremen worden benadeeld.
Wat gebeurt er met de variatie bij stabiliserende selectie?
De genotypische diversiteit/variatie neemt af.
Wat is disruptieve selectie?
Beide extreme kenmerktoestanden worden bevoordeeld tegenover het gemiddelde.
Wat kan disruptieve selectie bevorderen?
Soortvorming.
Wat is seksuele selectie?
Selectie van kenmerken die het parings- of voortplantingssucces verhogen.
Wat is intraseksuele selectie?
Competitie tussen individuen van hetzelfde geslacht, bv. hertengevechten.
Wat is interseksuele selectie?
Voorkeur van het ene geslacht voor bepaalde kenmerken bij het andere geslacht.
Wat is kunstmatige selectie?
De mens selecteert doelbewust individuen met gewenste eigenschappen.
Wat is genetische drift?
Willekeurige verandering in allelfrequenties door toeval.
Bij welke populaties is genetische drift vooral belangrijk?
Bij kleine populaties.
Wat is het bottleneck-effect?
Een plotse populatieafname waarbij de overlevenden genetisch niet representatief zijn voor de oorspronkelijke populatie.
Geef een voorbeeld van het bottleneck-effect.
Noordelijke zeeolifant of noordelijke witte neushoorn.
Wat is het founder effect?
Een kleine groep scheidt zich af en sticht een nieuwe populatie.
Wat is inteeltdepressie?
Door weinig genetische variatie/inteelt komen nadelige eigenschappen vaker tot uiting.
Wat kan een gevolg zijn van inteeltdepressie?
Nakomelingen kunnen bijvoorbeeld gevoeliger zijn voor ziekten.
Wanneer behoren individuen tot dezelfde soort?
Als ze onderling levensvatbare én vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen.
Wat onderscheidt een soort van andere soorten?
Reproductieve isolatie.
Wat gebeurt er eerst bij soortvorming?
Populaties raken van elkaar gescheiden.
Wat gebeurt er na scheiding van populaties bij soortvorming?
Ze evolueren afzonderlijk en genetische verschillen stapelen zich op.
Wanneer zijn er uiteindelijk aparte soorten ontstaan?
Wanneer reproductieve isolatie is ontstaan.
Wat is allopatrische soortvorming?
Soortvorming door geografische scheiding waardoor genenuitwisseling stopt of sterk vermindert.
Wat is parapatrische soortvorming?
Populaties leven naast elkaar, maar genenstroom is beperkt door ecologische verschillen.
Wat is sympatrische soortvorming?
Soortvorming zonder geografische scheiding, door reproductieve isolatie binnen hetzelfde gebied.
Geef oorzaken van sympatrische soortvorming.
Bijvoorbeeld niche-specialisatie of partnerkeuze.
Wat is geleidelijke evolutie?
Gradualisme.
Wat is punctuated equilibrium?
Lange periodes van evolutionaire stabiliteit worden afgewisseld met korte periodes van snelle evolutionaire verandering.
Wat zijn de 4 soorten bewijs voor evolutie?
Waarneembare evolutie, homologie, fossielen en biogeografie.
Wat is homologie?
Overeenkomst door een gemeenschappelijke evolutionaire oorsprong.
Geef een voorbeeld van homologie bij tetrapoden.
Dezelfde basisbouw van de voorste ledematen.
Geef een cellulair voorbeeld van homologie.
Cilia hebben dezelfde basisstructuur bij mens en pantoffeldiertje.
Wat is Evo-Devo als bewijs voor evolutie?
Anatomische overeenkomsten tussen embryo's van verschillende soorten.
Wat zijn rudimentaire structuren?
Overblijfselen van structuren van evolutionaire voorouders die hun oorspronkelijke functie grotendeels verloren hebben.
Geef voorbeelden van rudimentaire structuren bij de mens.
Wijsheidstanden, staartbeen, kippenvel en plica semilunaris.
Wat is het verschil tussen homoloog en analoog?
Homoloog = gemeenschappelijke evolutionaire oorsprong; analoog = onafhankelijk ontstaan.
Waarmee hangt analogie samen?
Convergente evolutie.
Wat is convergente evolutie?
Verschillende soorten ontwikkelen gelijkaardige aanpassingen door een gelijkaardige omgeving.
Wat is co-evolutie?
Soorten beïnvloeden elkaar wederzijds evolutionair over langere tijd.
Geef een voorbeeld van co-evolutie tussen roofdier en prooi.
Jachtluipaard en gazelle.
Geef een voorbeeld van co-evolutie tussen bestuiver en plant.
Bijvoorbeeld bloemen en bijen of bloemen en kolibries.
Wat betekent co-evolutie bij mutualisme/symbiose?
Beide soorten beïnvloeden elkaar evolutionair en beide halen voordeel uit de interactie.