Arabisch-Nederlands Vocabulaire Flashcards

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/22

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de Arabisch-Nederlandse woordenschat uit de transcriptie, inclusief dagelijkse routines, schooltermen en religieuze context.

Last updated 1:45 PM on 7/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

23 Terms

1
New cards

De term voor het ontwaken in de ochtend is __________.

opstaan, wakker worden

2
New cards

Wanneer iets voor de tweede maal gebeurt, gebeurt het __________.

opnieuw, nog een keer

3
New cards

De handeling om alles in orde te maken voor een taak is __________.

om zich voor te bereiden

4
New cards

De plek in huis waar men zich kan opfrissen is de __________.

badkamer

5
New cards

Iemand die erg weinig tijd heeft en snel moet handelen is __________.

gehaast

6
New cards

Wanneer het verplicht is om iets te doen, zegt men dat het __________ is.

noodzakelijk

7
New cards

Een ander woord voor het instappen of gebruiken van een bus is __________.

nemen, berijden

8
New cards

Wanneer we niet op tijd zullen arriveren, zullen we __________.

te laat komen

9
New cards

Een leerling die buitengewoon goed presteert, wordt __________ genoemd.

uitblinkend, excellent

10
New cards

Het behalen van een goed resultaat op een examen resulteert in een __________.

hoog cijfer

11
New cards

Praten zonder veel lawaai te maken gebeurt met een __________.

zachte stem

12
New cards

Wanneer de lessen voorbij zijn en de taken voltooid, zeggen we dat we __________.

eindigen, klaar zijn

13
New cards

Een activiteit met een bal die de jongens in de middag doen is __________.

voetbal spelen

14
New cards

Als je maag leeg is en je wilt eten, dan ben je __________.

hongerig

15
New cards

Het kopen van goederen zoals brood of melk staat gelijk aan een __________.

aankoop

16
New cards

Het praten over de gebeurtenissen van de dag is het bespreken van de __________.

schooldag

17
New cards

Wanneer men aan het eind van de dag weer naar huis gaat, gaat men __________.

terugkeren

18
New cards

De religieuze aankondiging die aangeeft dat het tijd is voor het gebed is de __________.

oproep tot het gebed

19
New cards

De specifieke plek die bestemd is voor het verrichten van het gebed is de __________.

gebedsruimte

20
New cards

Het plein buiten waar leerlingen samenkomen wordt ook wel de __________ genoemd.

speelplaats

21
New cards

Het gevoel dat men krijgt wanneer men iets verkeerds heeft gedaan tegenover anderen is __________.

schaamte

22
New cards

De mensen met wie je samen in dezelfde klas studeert zijn je __________.

klasgenoten

23
New cards

Het blijven doen van een activiteit zonder te stoppen is __________.

voortzetten