1/6
De traanbeentjes liggen vooraan in de orbita, tussen de maxilla en de voorrand van het labyrinth van het os ethmoidale. De onderboord reikt tot tegen de onderste neusschelpen. Samen met een deel van de maxillae vormen ze de canalis nasolacrimalis, het traankanaal dat uitmondt in de laterale wand van de neusholte en dus de orbita met de neusholte verbindt. De ingang van de canalis nasolacrimalis is verbreed en wordt begrensd door de crista lacrimalis anterior en posterior. Tussen de beide cristae lacrimales ligt de saccus lacrimalis (traanzakje dat de tranen verzamelt). In vivo kan men op deze plaats het traanzakje leegdrukken waardoor soms enkele druppels in de neus verschijnen. De concha nasalis inferior is een parig been dat langs weerszijden in de zijwand van de neusholte ligt (onder de concha nasalis media). Horizontaal zit het verbonden met de maxilla en het os palatinum. Hier helpt het de opening van de sinus maxillaris verkleinen. Naar boven toe staat het in contact met het os lacrimale en helpt het mee aan de opbouw van het onderste stukje van het traankanaal.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
Os lacrimale
Canalis nasolacrimalis
het begin van het kanaal kan je zien in de mediale zijde van orbita. Dit deel is vaak gebarsten op een echte schedel maar duidelijk zichtbaar op een valse schedel.
Crista lacrimalis anterior
klein kammetje aan de voorzijde van de canalis nasolacrimalis, te zien aan de mediale zijde van de orbita
Crista lacrimalis posterior
klein kammetje aan de achterzijde van de canalis nasolacrimalis, te zien aan de mediale zijde van de orbita
Os vomer
alae vomeris
twee horizontaal verlopende lamellen die tegen het os sphenoidale aanliggen en zijn te bekijken op de exocraniale zijde van de schedel, in de inwendige neusopeningen.
Concha nasalis inferior