1/35
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Ala ossis ilii
De beenplaat of vleugel van het os ilium, die zich aan de zijkanten van het bekken bevindt en een belangrijke rol speelt in de structuur en stabiliteit van het bekken.

Crista iliaca
De brede bovenrand van de ala ossis ilii, die als stevig aanhechtingspunt fungeert voor spieren en ligamenten van de heup, rug en buik.

Labium internum
De binnenste rand van de crista iliaca, gelegen dicht bij de wervelkolom, essentieel voor de aanhechting van diverse spieren.

Labium externum
De buitenste rand van de crista iliaca, die zich aan de zij- en voorkant van het bekken bevindt en ook als aanhechtingspunt voor spieren en ligamenten dient.

Linea intermedia
Een subtiele, vaak moeilijk zichtbare lijn die de labia internum en externum scheidt op de crista iliaca.

Spina iliaca anterior superior
De scherpe punt van de crista iliaca aan de voorzijde, die een prominente structuur vormt aan de voorkant van het bekken.

Spina iliaca anterior inferior
Een minder sterk vooruitspringende knobbel die zich onder de spina iliaca anterior superior bevindt, eveneens aan de voorzijde van het bekken.

Eminentia iliopubica
De verhevenheid die zichtbaar is op de grens tussen het os ilium en het os pubis, die een aanhechtingspunt voor ligamenten biedt.

Spina iliaca posterior superior
Het uiteinde van de crista iliaca aan de achterzijde, dat ook een prominent ankerpunt vormt voor de rugspieren.

Spina iliaca posterior inferior
Een minder scherpe punt die net onder de spina iliaca posterior superior ligt, aan de achterzijde van het bekken.

Incisura ischiadica major
Een grote inkeping tussen de spina iliaca posterior inferior en de sterk uitsteekende spina ischiadica, die belangrijk is voor de doorgang van zenuwen en bloedvaten.

Incisura ischiadica minor
Een kleinere insnijding die zich net onder de spina ischiadica bevindt, wat eveneens als doorgang dient.

Facies glutea
De dorsale zijde van de ala ossis ilii, gekenmerkt door drie lijnen die dienen als insertieplaatsen voor verschillende gluteale spieren.

Linea glutea anterior
De langste van de drie gluteale lijnen, ongeveer in het midden van de ala, die belangrijk is voor musculaire aanhechting.

Linea glutea posterior
Een lijn die start bij de spina iliaca posterior inferior en recht omhoog loopt, en die relevant is voor spierbindingen.

Linea glutea inferior
Een lijn die begint bij de spina iliaca anterior superior en die ongeveer evenwijdig loopt aan de rand van het acetabulum.

Facies sacropelvica
De combinatie van de tuberositas iliaca en facies auricularis, die samen een belangrijk gewrichtsvlak vormen voor de verbinding met het heiligbeen.

Fossa iliaca
De concave en gladde ventrale zijde van de ala ossis ilium die een belangrijke rol speelt in de stabiliteit van het bekken.

Facies auricularis
Een oorvormig gewrichtsvlak dat zich dorsaal van de fossa iliaca bevindt en een belangrijke scharnierfunctie heeft met het heiligbeen.

Tuberositas iliaca
Het ruwe gebied boven de facies auricularis dat dient als aanhechtingsplaats voor ligamenten.

Fossa acetabuli
De oppervlakte binnen het halve maanvormige vlak van de facies lunata, waar de heupkop in past.

Facies lunata
Het halfmaanvormige gewrichtsvlak rondom de fossa acetabuli, cruciaal voor de heupgewrichten.

Linea arcuata
De schuine lijn die begint onder de facies auricularis en een belangrijke anatomische markering van het bekken vormt.

Corpus ossis ilium
Het meer massieve centrale deel van het os ilium, dat structurele steun biedt aan het bekken.

Corpus ossis pubis
Het deel van het os pubis dat in het acetabulum samen groeit met de twee andere botstukken voor stabiliteit.

Ramus superior ossis pubis
De bovenste beenbalk van het os pubis die deel uitmaakt van de omtrek van het foramen obturatum.

Ramus inferior ossis pubis
De onderste beenbalk van het os pubis, eveneens onderdeel van de structuur rond het foramen obturatum.

Pecten ossis pubis
De scherpe bovenrand van de ramus superior die in het verlengde loopt van de linea arcuata en belangrijk is voor spierhechting.

Tuberculum pubicum
Het knobbelvormige einde van het pecten ossis pubis, dat bijdraagt aan de stabiliteit van het bekken.

Sulcus obturatorius
De groef die zich onder de ramus superior bevindt en die een doorgang biedt voor zenuwen en bloedvaten.

Foramen obturatum
Het grote gat in het os coxae

Facies symphysialis
Het gewrichtsvlak aan de voorzijde van de ramus inferior dat in contact komt met het andere os coxae.

Corpus ossis ischii
Het deel van het os ischii dat in het acetabulum vergroeit met de andere twee botstukken, essentieel voor de heupgewrichten.

Ramus ossis ischii
De beenbalk van het ischium die naar voren uitsteekt en samenkomt met de ramus inferior ossis pubis.

Spina ischiadica
De sterk naar dorsaal uitsteekende punt van het os ischii die belangrijk is voor spierhechting.

Tuber ischiadicum
De stevige knobbel die de grens vormt tussen het corpus en de ramus ossis ischii, essentieel voor de ondersteuning van het lichaamsgewicht tijdens zitten.
