Os coxae (heupbeen)
Elk os coxae is ontstaan uit de vergroeiing van drie beenderen die tijdens de puberteit nog door duidelijke kraakbeenschijven van elkaar gescheiden zijn. Het zijn het os ilium of darmbeen, dat het bovenachterste deel vormt, het os pubis of schaambeen, dat aan de voorzijde ligt waar beide ossae coxae vergroeien, en het os ischii of zitbeen, dat het onderachterste deel vormt. De drie afzonderlijke beenderen komen stervormig samen in acetabulum, de diepe gewrichtspan voor het femur.
Oriëntatie:
De laterale zijde is te herkennen aan het acetabulum, de gewrichtspan voor het caput femoris. Het tuberculum pubicum zit naar ventraal en de crista iliaca naar craniaal
Te kennen structuren van het os ilium:
Ala ossis ilii: de beenplaat of vleugel van het os ilium
Crista iliaca: de brede bovenrand van de ala ossis ilii
Labium internum: de binnenste rand van de crista iliaca
Labium externum: de buitenste rand van de crista iliaca
Linea intermedia: weinig zichtbare lijn tussen labium internum en labium externum
Spina iliaca anterior superior: scherpe punt van de crista iliaca aan de ventrale zijde
Spina iliaca anterior inferior: minder sterk vooruitspringende knobbel onder de vorige
Eminentia iliopubica: verhevenheid op de grens tussen os ilium en os pubis
Spina iliaca posterior superior: uiteinde van de crista iliaca aan de dorsale zijde
Spina iliaca posterior inferior: weinig scherpe punt net onder de vorige (SIPI)
Incisura ischiadica major: grote insnijding tussen de SIPI en de sterk uitsteekende spina ischiadica
Incisura ischiadica minor: kleine insnijding net onder de spina ischiadica
Facies glutea: de dorsale zijde van de ala ossis ilium met drie lijnen die insertieplaatsen van spieren scheiden (zie 3D) (lijnen niet altijd duidelijk, locatie kennen)
Linea glutea anterior: de langste lijn van de drie, ongeveer in het midden van de ala
Linea glutea posterior: vertrekt van de streek van de SIPI en loopt recht naar boven
Linea glutea inferior: vertrekt van de streek van de SIAS en loopt ongeveer evenwijdig met de wal rond het acetabulum
Facies sacropelvica: tuberositas iliaca en facies auricularis samen
Fossa iliaca: de concave en gladde ventrale zijde van de ala ossis ilium
Facies auricularis: oorvormig gewrichtsvlak dorsaal van de fossa iliaca
Tuberositas iliaca: het ruwe gebied boven de facies auricularis
Fossa acetabuli: oppervlakte binnen het halfmaanvormige vlak van de facies lunata
Facies lunata: halfmaanvormig gewrichtsvlak rond de fossa acetabuli
Linea arcuata: de schuine lijn die vertrekt onder de facies auricularis
Corpus ossis ilium: het meer massieve deel van het os ilium. Het vergroeit in het acetabulum met het corpus ossis pubis en het corpus ossis ischii
Te kennen structuren van het os pubis:
Corpus ossis pubis: deel van het os pubis dat in het acetabulum met de twee andere corpora vergroeit
Ramus superior ossis pubis: bovenste beenbalk van het os pubis die deel uitmaakt van het kader van het foramen obturatum (zie 3D)
Ramus inferior ossis pubis: onderste beenbalk van het os pubis die eveneens deel uitmaakt van het kader van het foramen obturatum (zie 3D)
Pecten ossis pubis: de scherpe bovenrand van de ramus superior die in het verlengde ligt van de linea arcuata
Tuberculum pubicum: dit is het knobbelvormig einde van het pecten ossis pubis
Sulcus obturatorius: groeve onder de ramus superior
Foramen obturatum: het grote gat in het os coxae
Facies symphysialis: gewrichtsvlak voor het andere os coxae aan de voorzijde van de ramus inferior
Te kennen structuren van het os ischii:
Corpus ossis ischii: deel van het os ischii dat in het acetabulum vergroeit met de twee andere corpora
Ramus ossis ischii: beenbalk die naar voor met de ramus inferior ossis pubis vergroeit (zie 3D)
Spina ischiadica: sterk naar dorsaal uitsteekende punt van het os ischii
Tuber ischiadicum: stevige knobbel die de grens vormt tussen het corpus en de ramus ossis ischii