1/51
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
textiel
een flexibel materiaal bestaande uit vezels
textiel als fundamenteel element van de beschaving
een technisch wonder
een culturele en economische motor
een onvervangbaar historisch archief
vilt
vezels zijn niet geordend → non-woven
losse wol in patroon uitgelegd en bevochtigd met zeep
langdurig krachtig bewerkt zodat vezels aan elkaar haken
naald- of droogvilten
spinnen en twijnen (proces)
ordenen van vezels door te kaarden (kammen)
vezels tot draad of garen maken
rekken en torsen/draaien van vezels door ze om te vormen tot een draad of garen
daarna garen of draden rond elkaar getwijnd tot dikkere en stevigere draad
spintechnieken
handspinnen met spintol
spinnenwiel
12de eeuw: hand aangedreven
15de eeuw: voetaandrijving
de Spinning Jenny (1764 - 1767)
de Waterframe (1769)
Mule Jenny/Spinning Mule (1779)
James Hargreaves
uitvinder van de Spinning Jenny in 1764-1767
Richard Arkwright
uitvinder van de Waterframe in 1769
Samuel Crompton
uitvinder van de Mulle Jenny/Spinning Mule in 1779
diverse weeftechnieken
weven
breien
haken
kaartweven
naaldvilten
kantklossen
dradenstelsel bij weven
ketting of schering verticaal stelsel (//)
inslag horizontaal stelsel (=)
natuurlijke vezels
dierlijk/eiwit
plantaardig/cellulose
mineraal
kunstmatige vezels
semi-synthetisch
synthetisch (kunststoffen)
polymeren
een stof die bestaat uit lange ketens van monomeren
kristallijn
ordelijk gerangschikt, beperkte beweeglijkheid van de vezels, rigide en minder flexibel
amorf
‘zonder vorm’, hebben geen duidelijke structuur
chemische eigenschappen van vezels
de polymeerketens in vezels liggen in meerdere/mindere mate geordend naast elkaar
afhankelijk van het vezeltype zal er meer/minder ordening zijn
hoe gladder en rechtlijniger de polymeerketens, des te beter ze ordelijke gerangschikt kunnen worden
hoe omvangrijker de polymeerketens, hoe moeilijker de ordening in de vezel
mechanische eigenschappen van vezels
bepaald door de kristalliniteit:
de beweeglijkheid van de polymeerketens worden in de kristallijne gebieden → tussen ketens diverse soorten krachten (bv: Vanderwaalskrachten en waterstofbruggen) → Deze maken deze gebieden rigide (minder flexibel)
De kristalliniteit van een vezel (in %) bepaalt in sterke mate de mechanische eigenschappen van de vezels, zoals de treksterkte en de flexibiliteit. (hogere kristalliniteit = sterker)
dierlijke, proteïne/eiwit (keratine) vezels
wol (meestal schapen)
diverse haarsoorten (paard, geit, koe)
zijde (Bombyx mori (gecultiveerd), Tussah Eri, Muga)
cellulose vezels
bastvezels (vlas, rame, hennep, jute, netel)
zaadvezels (katoen, zijde katoen)
vruchtvezels (kokos)
bladvezels (manilla, sisal, ananas, banaan, palm)
minerale vezels
asbest
opbouw van wol
20 aminozuren
belangrijkste: cysteïne, glutaminezuur en serine
aminozuren vormen peptide bindingen die eiwit vormen
alpha keratine, helix structuur, stabilisatie door waterstofbindingen en disulfide bindingen
disulfide binding: krimp, twist en flexibiliteit
structuur van wol
keratine
microfibrillen
macrofibrillen
cellen
cortex
cortexlaag
cuticula schubben
wol/haarsoorten (rassen)
Merino
Cheviot
Crossbred
Mohair
Kasjmier
Kameel
Alpaca
Vicuna
Angora
Hazehaar
Koehaar
Paardenhaar
scheerwol
geschoren wol van een schaap
lamswol
zachte wol van de eerste schering
blootwol/plootwol
geslacht schaap, chemisch voorbehandeld
scheurwol
gerecycleerd materiaal van gedragen kledij (prato-wol)
kemp
stekelharen stugge grove vezels
eigenschappen van wol
natuurlijke kroezing en schubben
afhankelijk van ras en deel van de vacht
veerkrachtig
valt niet uit
kenmerken van de wolvezel
wolvezel is rond
dik in vergelijking tot andere
vezellengte varieert: 2-40cm
schubben zoals dakpannen
neiging tot vervilten
mechanische/fysische eigenschappen wol
sterk isolerende vezel
veerkrachtige vezel (kroes)
relatief zwakke vezel
kan veel water absorberen (13,6-16,0%)
in staat tot 200% van zijn droge gewicht aan water op te nemen (+ exotherme reactie)
zelfreinigend, stoot vuil en geurtjes af
eigenschappen van haarvezels
grovere en sterkere vezels
geen krimp en niet elastisch
veel minder haarzakjes in de huid
gladde schubben die niet/nauwelijks open staan
valt uit
opbouw van de zijdevezel
beta keratine, geplooide plaat als vorm
opgebouwd uit aminozuren
belangrijkste: sericine en fibroïne
structuur van de zijdevezel
keratine/bladstructuur
microfibrillen
fibrilbundel
fibroïne
sericine
ruw zijde filament
gekweekte zijde
bombyx mori
wilde zijde
Tussah zijde, Eri zijde en Muga zijde
afhaspelen
het afwikkelen van zijde van een cocon met hete stoom/lucht
eigenschappen zijdefilamenten
één cocon bevat 2400m draad
het fijnste van alle natuurlijke vezels
grondstof is dezelfde dan wol en eiwit
geen natuurlijke kroezing of geschubde structuur
kristallijne zones geven hardheid/sterkte
mechanische en fysische eigenschappen van zijde
sterk materiaal
niet erg elastisch
laag vocht opnemend vermogen (11%)
koel in de zomer, warm in de winter
cellulose
een polymeer opgebouwd uit glucose-eenheden of monosacharide of enkelvoudige suikers, maar enkel beta-glucose-eenheden
Katoen en kapok (Gossypium sp.)
veel soorten en variëteiten
Zaadvezel, vanaf 19de eeuw populair
vezellengte varieert (6-65mm)
buitenste laag (primaire calwand) is relatief hard
bestaat uit cellulose, pectineachtige materialen, eiwitten en was
redelijke sterke vezel (sterker nat)
redelijke rek
kan snel water absorberen
katoen onder de microscoop
linvormig
draaiingen → “natuurlijke twist”
lumen
kapok
zaadpluisvezel (gebruikt als kussenvulling)
veel lichter
komt van de kapokboom (Ceiba pentandra)
vlas (Linum usitatissimum)
bastvezel
gebruikt sinds prehistorie
levert mooie en sterke textielen op
voorbereiding zeer bewerkelijk → duur
productieproces van vlas
oogsten in zomermaanden
repelen: kammen voor verwijderen zaadbollen
roten (rottingsproces): pectine oplossen met schimmels
braken/breken/brakelen en zwingelen: houtdelen verwijderen uit kern
hekelen: splijten vezels in fijnere bundels
dwarsdoorsnede vlasstengel
van binnen naar buiten:
luchtkanaal
merg
houtpijp
cambium
secundaire schors
vezelbundels
primaire schors
cuticula met daaronder opperhuid
Jute
bastvezel
in 1838 heel populair in Europa
belangrijkste soorten:
Corchorus olitorius (tossa jute)
Corchorus capsularis (white jute)
groeit in warme en vochtige gebieden
één van de goedkoopste natuurlijke vezels
samengesteld uit cellulose en lignine
ramie en brandnetel
bastvezel
al bijna 6000 jaar in China met de hand verbouwd
Chinees linnen genoemd
redelijk sterk, geschikt voor allerlei dingen
sterker in vochtige toestand
kreukt zeer sterk, maar verft goed aan
hoge prijs → weinig productie
zeer sterke plantaardige vezelsoort
hennep (Cannabis sativa)
bastvezel
vrij dikke stengel
vezel-variëteit mag legaal gekweekt worden
gebruikt voor grove kwaliteit textielen, koorden en bouwmaterialen
sisal en manilla/abaca
bladvezel
verbouwd in de Filippijnen, India en Midden-Amerika
gebruikt in de kusntnijverheid, paktouw, matten, visnetten, …
goed bestand tegen zeewater
kokos
vruchtvezel
door rootproces losgemaakt en door kloppen worden onzuiverheden verwijderd
vezels zijn bruin, houtachtig en sterk
worden niet door (zee)water aangetast en drijven goed
vezellengte varieert (15-30cm)
alleen grove garen spinnen (matten, lopers, borstels, …)
groeiproces van een zijderups
vlinder met eieren
eieren
zijdeworm in verschillende leeftijden
volgroeide zijdeworm
mannelijke/vrouwelijke cocon
coconvorming